id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.696 Rolnummer: A. 232095/XIV-38508 Zaak: Arrest 253696 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 09/05/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-05-18 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-10 06:49 Fiche Arrest nr 253.696 van 9 mei 2022 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 253.696 van 9 mei 2022 in de zaak A. 232.095/XIV-38.
- In zake : Eriend VAN KELF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken Tussenkomende partijen I. Joris HAEGEMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahouse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen II. Kiona GIELEN woonplaats kiezend bij Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD) gevestigd te 1000 Brussel Fontainasplein 9-11 III. Jeroen COENEGRACHTS woonplaats kiezend bij Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD) gevestigd te 1000 Brussel Fontainasplein 9-11 IV. Michele STOOP woonplaats kiezend bij Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD) gevestigd te 1000 Brussel Fontainasplein 9-11 V. Tina SWERS woonplaats kiezend bij Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD) gevestigd te 1000 Brussel XIV-38.508-1/8 Fontainasplein 9-11 VI. Jonna HEIRMAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep/de vordering
- Het beroep, ingesteld op 23 oktober 2020, strekt tot de nietig- verklaring van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de deliberatiecommissie dd. 25-08-2020 in het kader van een interne kandidatuur voor de selectie middenkade[r] (vergelijkend examen voor bevordering door overgang naar een hoger kader (middenkader)), waarbij verzoeker ongeschikt is bevonden […] evenals het besluit van deze deliberatiecommissie waarbij zij, in alfabetische volgorde, de lijst vaststelt van personeelsleden die geslaagd en batig gerangschikt zijn en gebeurlijk, indien dergelijk besluit bestaat, het besluit van de deliberatiecommissie om het vergelijkend examen af te sluiten indien het in artikel VII.II.7 RPPOL, nu art. 38 wet 26 april 2002, bedoelde aantal kandidaten in de groep ‘zeer geschikt’ is bereikt”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Joris HAEGEMANS, Kiona GIELEN, Jeroen COENEGRACHTS, Michele STOOP, Tina SWERS en Jonna HEIRMAN hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 11 oktober
- Joris HAEGEMANS en Jonna HEIRMAN hebben een memorie ingediend. XIV-38.508-2/8 Bij arrest nr. 253.361 van 24 maart 2022 is het verzoek tot tussenkomst van de in het voornoemde arrest nader bepaalde verzoekers in tussenkomst als niet verricht beschouwd. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 28 maart 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 4 mei
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is inspecteur van politie. 3.
- Op 25 augustus 2020 bevindt de deliberatiecommissie in het kader van een selectie voor de bevordering door overgang naar het middenkader XIV-38.508-3/8 van het operationeel personeel van de geïntegreerde politie (sessie 20-21), verzoeker ongeschikt. Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
- In het proces-verbaal van de deliberatiecommissie van 25 augustus 2020 wordt de lijst vastgesteld van de (zeer) geschikt en ongeschikt verklaarde kandidaten. Verzoeker is in die lijst opgesomd onder de ongeschikt verklaarde kandidaten. Verzoeker vordert de nietigverklaring in de mate dat de deliberatiecommissie, “in alfabetische volgorde, de lijst vaststelt van personeelsleden die geslaagd en batig gerangschikt zijn.” Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
- Op 28 januari 2021 trekt de deliberatiecommissie de eerste bestreden beslissing in. 3.
- Op 16 maart 2021 verklaart de deliberatiecommissie verzoeker geschikt om te mogen deelnemen aan de basisopleiding tot hoofdinspecteur van politie. 3.
- Met een brief van 21 oktober 2021 meldt de raadsman van verzoeker dat die op 1 oktober 2021 de basisopleiding heeft aangevat. IV. Toepassing kortedebattenprocedure - Ontvankelijkheid van het beroep A. Inzake de eerste bestreden beslissing
- De eerste bestreden beslissing werd ingetrokken bij beslissing van de deliberatiecommissie van 28 januari
- XIV-38.508-4/8 Het voorliggende beroep is derhalve wat deze beslissing betreft zonder voorwerp geworden. B. Inzake de tweede bestreden beslissing Standpunt van de partijen
- In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij op dat gelet op de intrekking van de eerste bestreden beslissing, de vermelding van verzoeker in het resultaat van het proces-verbaal van de deliberatiecommissie komt te vervallen. De deliberatiecommissie zal opnieuw overwegen en een nieuwe beslissing nemen omtrent verzoekers geschiktheid. Die beslissing zal niet botsen op een eventueel maximum van toegelaten kandidaten, zodat verzoeker bij een eventueel geschikt bevonden worden, zal worden toegelaten tot de basisopleiding middenkader. Verzoeker heeft derhalve geen belang meer bij het aanvechten van de tweede bestreden beslissing.
- In de memorie van wederantwoord erkent verzoeker dat, in de mate dat de ondertussen tussengekomen nieuwe beslissing van de deliberatiecommissie waarbij hij geschikt wordt verklaard (supra, punt 3.5) zo moet worden gelezen dat hij ook effectief is toegelaten tot de opleiding die start op 1 oktober 2021, hij geen actueel belang meer heeft bij het beroep gericht tegen de tweede bestreden beslissing. Moet die beslissing evenwel anders worden gelezen, dan meent hij nog het vereiste actueel belang te hebben. Met de onder punt 3.
- vermelde brief, meldt de raadsman van verzoeker dat die op 1 oktober 2021 de basisopleiding heeft aangevat. XIV-38.508-5/8 Beoordeling
- Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors), zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren (cf. GwH 9 juli 2020, nr. 105/2020, punt B.11.
- en B.12.2). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, wordt dit belang in twijfel getrokken, dan valt het haar toe bij de eerstvolgende procedurele gelegenheid hierover opheldering te verschaffen en haar belang te staven.
- De eerste beslissing is ingetrokken. Voorts is er geen enkele onduidelijkheid (meer) omtrent het rechtsgevolg volgend uit de nieuwe beslissing van de deliberatiecommissie van 16 maart 2021, nu blijkt dat verzoeker ondertussen de basisopleiding voor het middenkader heeft aangevat. Tot slot erkent verzoeker uitdrukkelijk dat hij hierdoor geen actueel belang meer heeft bij het beroep. In die omstandigheden doet verzoeker niet langer blijken van een actueel belang. De exceptie is in de aangegeven mate gegrond. C. Inzake de derde bestreden beslissing
- Partijen betwisten niet dat deze beslissing niet bestaat. XIV-38.508-6/8 In de mate dat het beroep zich tegen die onbestaande handeling richt, is het niet ontvankelijk. D. Conclusie
- Het beroep is niet ontvankelijk. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
- De tussenkomende partijen worden, elk voor hun deel, verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 900 euro. XIV-38.508-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen mei tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.508-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.696 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.361 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.