id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.733 Rolnummer: A. 234181/IX-9917 Zaak: Arrest 253733 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 13/05/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-05-23 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-10 06:53 Fiche Arrest nr 253.733 van 13 mei 2022 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 253.733 van 13 mei 2022 in de zaak A. 234.181/IX-9917 In zake: XXXX die woonplaats kiest bij de Algemene Centrale der Openbare Diensten gevestigd te 1000 Brussel Fontainasplein 9-11 en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Martens kantoor houdend te 9000 Gent Gustaaf Callierlaan 291 tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 8 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2630 Aartselaar Groenenhoek 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 juli 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de kamer van beroep voor het Gemeenschapsonderwijs van 25 juni 2021 waarbij het ontslag om dringende redenen van XXXX wordt bevestigd. IX-9917-1/15 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Het Gemeenschapsonderwijs, vertegenwoordigd door scholengroep 8 heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 21 september
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 april
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Paul Hurlebusch, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Marc Stommels, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. IX-9917-2/15 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is leraar niet-confessionele zedenleer in de basisschool De Weg-Wijzer te Evere, onderwijsinstelling die behoort tot scholen- groep 8 van het Gemeenschapsonderwijs. Hij is in 2020-2021 tijdelijk aangesteld voor bepaalde duur. 3.
- Op donderdag 20 mei 2021 brengt verzoeker de avond en de nacht door met collega X. Daags nadien doet een verwarde X zowel bij de directeur van de basisschool Kasteel Beiaard te Neder-Over-Heembeek, als bij de directeur van De Weg-Wijzer, verslag over de gebeurtenissen van die afgelopen nacht. Er is sprake van het gebruik van drugs die verzoeker “in haar neus” deed, zij keken “naar vergaande pornografische beelden” en zij werd door verzoeker tot seksuele handelingen aangezet. X had ook het gevoel dat zij gefilmd werd. Op zondag 23 mei 2021 legt X klacht neer bij de politie. In een verklaring van 26 mei 2020 stelt X dat verzoeker “zich op korte tijd manipulatief aan [haar] opgedrongen” heeft, dat zij bij verzoeker thuis is geweest en daar “heeft zich onder invloed van alcohol en drugs, zijn seksuele fantasie voltrokken, die zeker niet de [hare] was”. 3.
- Op dinsdag 25 mei 2021 beslist de directeur van De Weg- Wijzer om verzoeker te ontslaan om dringende redenen. IX-9917-3/15 De motivering van het ontslag om dringende redenen wordt verzoeker bij aangetekend schrijven van 27 mei 2021 bezorgd. Deze motivering luidt: “Ik ben mij er ten volle van bewust dat eenieder onschuldig is tot het tegendeel bewezen is. Dit uitgangspunt geldt uiteraard ook in dit dossier. Ik ben mij er eveneens van bewust dat de gebeurtenissen zich in eerste instantie afspeelden buiten de school en in de privésfeer tussen twee volwassen mensen die na schooltijd afspreken met (alvast op dat ogenblik) wederzijdse toestemming. Doch ik kan er evenmin om heen dat [X] melding doet van strafbare feiten die door u zouden gepleegd zijn zonder haar toestemming. Zij doet hiervan melding bij de politie – die mij hierover contacteert en zijn bezorgdheid uitspreekt – en dient ook overeenkomstig een klacht in bij de politie. Een gerechtelijk onderzoek zal nu moeten aantonen hoe de vork aan de steel zit en of er effectief die nacht zaken gebeurd zijn die al dan niet strafrechtelijk dienen beteugeld te worden. Het zijn uiteraard de bevoegde instanties die daarover zullen moeten oordelen. Hierover een uitspraak doen komt allerminst mij toe. Waar ik wel moet over waken is de orde en de veiligheid op mijn school en het welbevinden van de personeelsleden. Men kan onmogelijk stellen dat de gebeurtenissen van de afgelopen dagen zich louter in de privésfeer situeren en geen weerslag hebben op het schoolweefsel. Dat is namelijk niet zo. Een personeelslid dat door een collega beticht wordt van het stellen van strafbare handelingen t.o.v. haar maakt vanzelfsprekend een ordeproblematiek uit. Een dergelijk personeelslid laten verder werken alsof er niets aan de hand is –terwijl ook de politie zijn bezorgdheid t.a.v. mij uitsprak– is voor mij deontologisch onmogelijk te verantwoorden. Ik ben de mening toegedaan dat ik als directeur dit alles niet zomaar naast mij neer kan leggen. Voor vastbenoemde personeelsleden (en TADD-ers) is er in dergelijke omstandigheden een eenvoudige oplossing. Men kan overgaan tot een ordemaatregel (preventieve schorsing), waarbij men geen uitspraak doet over schuld maar het personeelslid in kwestie wel verbiedt om op school te zijn tot het politioneel onderzoek/gerechtelijke procedure klaarheid heeft gebracht in de aantijgingen. Nadat die klaarheid er is, kan men dan inhoudelijk een positie innemen. Voor tijdelijke personeelsleden, zoals u er één bent, is een dergelijke eenvoudige oplossing jammer genoeg niet voorzien. Meer nog, één en ander verloopt zelfs omgekeerd aangezien een preventieve schorsing pas kan uitgesproken worden na dat een ontslag om dringende redenen werd uitgesproken, of met andere woorden eerst een inhoudelijk standpunt werd ingenomen. In de wetenschap dat het niet aan mij is om een uitspraak te doen over het al dan niet door u stellen van strafbare handelingen en de bevoegde instanties hieromtrent klaarheid zullen IX-9917-4/15 moeten scheppen, zie ik mij toch genoodzaakt in het belang van de school, om deze weg te volgen. Ik bevestig bij deze dan ook mijn beslissing om u te ontslaan om dringende redenen met als gevolg dat u met ingang van dezelfde datum (25 mei) preventief geschorst wordt. Ik wil u tot slot wél uitdrukkelijk meegeven dat ik de mening toegedaan ben dat u, indien het gerechtelijk onderzoek u vrij zou pleiten, opnieuw een kans moet krijgen om uw taak op te nemen.” 3.
- Op 4 juni 2021 tekent verzoeker bij de kamer van beroep voor het Gemeenschapsonderwijs beroep aan tegen zijn ontslag. 3.
- Op 5 juni 2021 trekt X haar bij de politie ingediende klacht in. Zij schrijft: “Hierbij wil ik de klacht tegen […] intrekken. Wat er die avond [gebeurd] is, heb ik deels ook zelf gestart. De aangeklaagde feiten kan ik nu ook in perspectief zetten. Ik zie dat mijn man/school deze aanklacht graag wilden, maar zelf geloof ik in de oprechtheid van […]. Met deze hoop ik dan ook dat hij geen verdere blaam hoeft te dragen. En verontschuldig mij oprecht van de verwarrende communicatie die rond dit hele gebeuren hing.” 3.
- Op verzoek van de voorzitter van de kamer van beroep deelt X per e-mail op 22 juni 2021 volgend aanvullend standpunt mee: “Ik stuur u de antwoorden op [uw] vragen; Ja, ik bevestig deze getuigenis nog altijd. Onder invloed van de drugs die hij me opdrong en me ook zelf toediende via de neus zijn er seksuele handelingen gesteld die ik anders nooit zou doen!!! Ik houd me ook aan de verklaring van de gebeurde feiten die ik heb afgelegd bij de politie. (neergelegde maar teruggetrokken klacht.) en b) concrete gegevens U in Uw mening sterken dat […] strafbare handelingen in de avond/nacht van 20 mei 2021 gesteld heeft. - Hij wist van mijn angsten en medicatie hiervoor. Hij bezocht me de week voordien ook in het ziekenhuis (Leuven) waar ik hiervoor opgenomen was. Hij heeft me drugs aangeboden, onder een voorwendsel ‘dat dit maar iets klein was’, ‘dat het volkomen legaal’, ‘dat het geen kwaad kon’, ‘dat hij het al gedaan had’, ‘dat het van een vriend kwam’. (dat deze dosis veel te hoog was, moet toch ook blijken uit het sporenonderzoek in het ziekenhuis van Jette. Maar de resultaten zijn mij niet meegedeeld.) IX-9917-5/15 In [het] bureau van directeur […] heb ik dan een paniekaanval gehad toen ik de politie in de straat zag. Ik hallucineerde waardoor ik zelfs niet met mijn voertuig kon rijden, daar ik (onbestaande) mensen op straat zag lopen. - Hij wist dat ik bepaalde seksuele handelingen vies vindt. Toch heeft hij deze bewust uitgelokt. Er is penetratie gebeurd, die ik niet wilde! - In mijn whatsapp berichten ziet u ook dat hij me dwingend en beledigend benadert. Een ‘stop’ aanvaardt hij niet. Hij gaat dagelijks dag en nacht door met: pornofilmpjes; Seksuele uitdagende zinnen, de weigering te stoppen met whatsappen en met de verklaring ‘ik vind u wel’. Ik kreeg ook een foto van zijn geslachtsdeel opgestuurd (op de achtergrond staat zijn leefruimte). Dit gewoon met de bedoeling van te choqueren. - Hij won vertrouwen (door me op te zoeken, aan te raken, in de ogen te kijken, bijbelteksten te sturen, liedjes te sturen, een zelfgespeeld pianostukje te sturen, …) maar overrompelt dan met pornofilms, seks en drugs en stuurt me dan gewoon naar mijn werk … goedwetend dat ik niet mezelf (!) was, en dat het werk bij mijn grootste prioriteiten hoort. - Nu hoor ik van mijn collega […] dat zij ook reeds licht intimiderende berichten krijgt (zoals het bij mij ook begonnen is). En ergens twijfel ik nog steeds of ik de klacht had moeten intrekken, nu ik zie hoe het ook bij anderen [gebeurt] en welk effect het heeft. […] Hartelijk dank. Ik sta steeds open, moest u nog vragen hebben. Ik hoop dat u deze man kan laten stoppen.” 3.
- Met de thans bestreden beslissing bevestigt de kamer van beroep op 25 juni 2021, na geheime stemming en met unanimiteit, het ontslag om dringende redenen van verzoeker. Deze beslissing wordt als volgt gemotiveerd: “
- De grond van de zaak 4.
- Het staat buiten betwisting dat het ontslag voldoet aan de formele regeling voorgeschreven door het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs. 4.2.
- De verzoeker betwist de feiten op grond waarvan het ontslag steunt. Hij houdt voor dat de bewijslast bij de verwerende partij ligt, dat het vermoeden van onschuld geldt en dat de eenzijdige verklaring van [X] niet als deugdelijk bewijs kan gelden. Hij ontkent formeel dat er sprake is van ‘ontvoering, seksueel misbruik, drugs toediening onder dwang’ en dat hij misbruik gemaakt heeft van zijn collega, aangezien [X] ‘op vrijwillige basis samen met [verzoeker] met haar wagen naar hem thuis gereden is’. Hij voegt daaraan toe dat [X] haar klacht bij de politie wil intrekken maar dat zij dat niet mag van haar partner. IX-9917-6/15 4.2.
- De verwerende partij antwoordt dat de redenen van het ontslag bewezen worden door ‘de verklaringen van een personeelslid, het tijdsverloop en de herhaalde bevestiging van dezelfde verklaring tegen verschillende personen’. Zij wijst erop dat beide schooldirecteurs waar [X] werkt gelijkaardige verklaringen afleggen. Wat het intrekken van de klacht betreft, stelt zij dat het tuchtrechtelijk optreden niet afhangt van het bestaan van een klacht. 4.2.3.
- De Kamer van Beroep heeft bij de Procureur des Konings op 21 juni 2021 per mail om inzage gevraagd van het proces-verbaal omtrent de strafklacht van [X]. Daarop is tot de dag van het beraad geen antwoord gekomen. 4.2.3.
- De Kamer van Beroep hecht doorslaggevend belang aan de verklaring van [X] en de verklaringen van de schooldirecteurs […] en […]. Er is geen enkele reden om te twijfelen aan de twee gelijklopende verklaringen van de schooldirecteurs. Aan [X] heeft de Kamer van Beroep om de bevestiging van haar verklaring van 26 mei gevraagd en gekregen. In die bevestiging stelt [X] ook, meer bepaald ten aanzien van de vraag of naar haar oordeel [verzoeker] tijdens het samenzijn strafbare handelingen gesteld heeft: ‘Hij wist dat ik bepaalde seksuele handelingen vies vind[t]. Toch heeft hij deze bewust uitgelokt. Er is penetratie gebeurd die ik niet wilde.’ En verder: ‘Hij won vertrouwen (…) maar overrompelt dan met pornofilms, seks en drugs en stuurt me dan gewoon naar mijn werk, goed wetend dat ik niet mezelf was …’. 4.2.3.
- Bij ontstentenis van een beslissing van de bevoegde gerechtelijke overheden, maar verplicht om in het belang van het onderwijs standpunt in te nemen over de gebeurtenissen van 20 mei 2021, is de Kamer van Beroep van oordeel dat voormelde elementen voldoende bewijskrachtig zijn om, zonder te hoeven wachten op een definitieve uitspraak van de gerechtelijke overheden en met respect voor het vermoeden van onschuld dat in strafzaken geldt, te besluiten dat [verzoeker] [X] tegen haar wil in seksueel misbruikt heeft, dat dit een strafrechtelijk beteugelbaar misdrijf is en dat dergelijk misdrijf het onmiddellijk ontslag van [verzoeker] als tijdelijk aangesteld leraar rechtvaardigt. Dat het misdrijf in de privé-sfeer gebeurde staat de vaststelling dat de verzoeker daarmee zijn deontologie te buiten is gegaan, niet in de weg. 4.2.3.
- Waar de verzoeker verwijst naar een mogelijke intrekking van de strafklacht door [X], dient hem geantwoord dat het misdrijf/misdrijven waarvan [X] gewag maakt, geen klachtmisdrijven zijn zodat de intrekking van de klacht in niets het onderzoek door de gerechtelijke overheden belemmert.” IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel IX-9917-7/15
- In een enig middel voert verzoeker de schending aan van de materiëlemotiveringsplicht. Hij argumenteert dat de kamer van beroep besluit dat de feiten bewezen zijn en daartoe enkel steunt op de verklaring van één persoon, namelijk X. Het is correct dat de verklaringen van de twee schooldirecteurs gelijklopend zijn, maar zij gaan ook enkel voort op wat X hen heeft verteld. Geen van beide schooldirecteurs was getuige van de aan verzoeker ten laste gelegde feiten, zodat hun verklaring geen “objectief bewijs” vormt. Bovendien stellen zij vast dat X zeer verward overkomt: dat bewijst evenmin de feiten. Ook de bevestiging door X op 22 juni 2021 aan de kamer van beroep van haar vroegere verklaring, doet hier niets aan af. Er ligt derhalve geen enkel bewijs voor dat de feiten waarvan X verzoeker beschuldigt zich ook effectief hebben voorgedaan. Verzoeker zelf ontkent al deze feiten. Het staat vast dat X samen met verzoeker naar huis is gegaan op 20 mei 2021 en dat zij samen de avond en nacht hebben doorgebracht. Echter blijkt uit niets dat verzoeker X gedwongen zou hebben drugs te nemen, dat verzoeker haar gedwongen zou hebben naar porno te kijken en dat verzoeker haar gedwongen zou hebben erna tot ongewenste seksuele handelingen. Ook wordt het verhaal van X door verschillende elementen ontkracht. - X heeft haar klacht bij de politie ingetrokken: “Wanneer men meent seksueel misbruikt te zijn geweest door iemand en men dient klacht in bij de politie, dan gaat men erna niet zomaar die klacht plots intrekken, tenzij er geen sprake is geweest van seksueel misbruik.” Aangezien er geen andere objectieve elementen zijn die de feiten bewijzen, is het intrekken van de strafklacht een belangrijk element om de feiten niet zomaar als bewezen te beschouwen op basis van louter de verklaring van X. IX-9917-8/15 - Op 3 juni 2021, dus na de vermeende feiten, stuurt X aan verzoeker via whatsapp nog vriendschappelijke berichten en vraagt zij af te spreken “als vrouw met minnaar” om te “vieren met een kus”, wat enig seksueel misbruik tegenspreekt. - Uit de verklaring van de schooldirecteur zou blijken dat X zich niet veel meer herinnert “van welke beelden ze gezien heeft en tot welke seksuele handelingen ze werd aangezet”: “Als men niet meer weet wat men precies gezien heeft en welke seksuele handelingen hebben plaats gevonden hoe kan men dan weten dat men seksueel misbruikt is geweest en dat het tegen de zin was en dat men zich verzet heeft.” Het feit dat X het zelf niet goed meer weet, geeft aan dat aan de andere verklaringen die zij heeft afgelegd getwijfeld kan worden en deze niet zomaar als waar aangenomen mogen worden. - Ook over het al dan niet verplicht gebruik van drugs worden door X verschillende tegenstrijdige verklaringen afgelegd. De ene keer is er enkel sprake van het aanbieden van drugs, de andere keer worden de drugs haar opgedrongen. Als de directeur in haar ontslagbeslissing schrijft dat gerechtelijk onderzoek zal moeten aantonen hoe de vork aan de steel zit, betekent dit volgens verzoeker dat er op dat ogenblik geen duidelijke bewijzen van seksueel misbruik zijn. Doordat de kamer van beroep ten onrechte enkel voortgaat op de verklaring van X en de verklaringen van de twee directeurs die steunen op wat X hen heeft verteld en geen rekening houdt met alle elementen die de verklaring van X zeer twijfelachtig maken, komt de kamer van beroep ten onrechte tot de conclusie dat de feiten van seksueel misbruik bewezen zijn en wordt de materiëlemotiveringsplicht geschonden.
- In de memorie van wederantwoord herneemt verzoeker zijn argumentatie waarin hij wijst op een “dossier vol tegenstrijdigheden”. Hij voegt hieraan toe: IX-9917-9/15 “Het is zonder discussie dat er steeds wederzijdse toestemming dient te zijn, maar de tegenpartij laat hier uitschijnen dat men bijna eerst duidelijk op een briefje dient te schrijven ‘ik geef toestemming’ alvorens verdere seksuele handelingen te kunnen stellen. Wanneer beide partijen toenadering naar elkaar zoeken en seksuele handelingen beginnen te stellen en beide partijen laten alles gebeuren zonder nee te zeggen of een duidelijk afwijzend signaal te geven, dan kan men moeilijk zeggen dat er geen toestemming is en alles tegen de wil zou zijn gebeurd en er sprake zou zijn van verkrachting. Men mag nog wel verwachten dat als men iets niet wil dat men ook een signaal in die zin geeft. Als men geen afwijzende signalen uitstuurt, mag men er toch vanuit gaan dat er duidelijk wederzijdse toestemming is. In casu blijkt uit niets dat [X] tegen haar wil in gedwongen werd om drugs te nemen, naar porno te kijken en seksuele handelingen te stellen. Deze dwang blijkt uit niets en evenmin zijn er medische vaststellingen dat er dwang zou zijn uitgevoerd. Er licht dan ook geen enkel bewijs voor van dwang of gebrek aan wederzijdse toestemming. Er is enkel maar het verhaal van [X] dat door allerlei elementen in het dossier wordt tegengesproken. […] Als men niet duidelijk afwijst en men zich niet verzet, dan kan men zich de vraag stellen hoe men dan kan afleiden dat er geen toestemming is. Men kan dan ook onmogelijk van seksueel misbruik / verkrachting spreken daar er duidelijk geen afwijzende signalen zijn gegeven door [X]. […] Het is niet omdat beide partijen drugs nemen, dat er dan plots vervolgens ongewenste seksuele handelingen worden gesteld. Onder invloed van drugs kunnen beide partijen nog steeds uit vrije wil seks hebben. Er zijn in casu geen bewijzen van dwang of van verkrachting. Er zijn in casu geen medische verslagen die het bewijs leveren van geweld dat zou gebruikt zijn of van verkrachting. Zulke objectieve medische vaststellingen zouden er dienen te zijn wanneer dit effectief het geval zou zijn geweest, quod non.” Uit de “seksueel getinte berichten” die verzoeker stuurt aan X kan niet worden afgeleid dat hij geen “nee” zou aanvaarden en X seksueel misbruikt of verkracht zou hebben op 20 mei
- In zijn laatste memorie blijft verzoeker erbij dat geen enkel objectief bewijs voorligt dat alles gebeurd zou zijn tegen de wil van X in. Er is enkel maar haar verklaring. Er ligt geen enkel bewijs voor van dwang of gebrek aan wederzijdse toestemming. Als men niet duidelijk afwijst en men zich niet verzet, dan kan men zich de vraag stellen hoe men dan kan afleiden dat er geen toestemming is. In haar latere verklaringen stelt X “dat het niet haar fantasie was” IX-9917-10/15 maar zij stelt niet dat zij zich verzet heeft of dat er zaken tegen haar wil gebeurden: “Het is niet omdat iets niet je seksuele fantasie is dat je er niet mee zou instemmen.” Verzoeker verwijst andermaal naar de latere whatsappberichten en onderstreept dat geen enkele vrouw die seksueel misbruikt is, na dit misbruik zelf nog zulke berichten zou sturen naar de dader van dit misbruik. Beoordeling
- Het valt de Raad van State binnen het raam van zijn wettigheidstoezicht niet toe om een onderzoek in te stellen betreffende het zich al dan niet hebben voorgedaan van gebeurtenissen en om zelf een beoordeling te maken van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten. De Raad van State is geen hogere beroepsinstantie. Hij is enkel bevoegd om, desgevraagd, na te gaan of de kamer van beroep is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is gekomen.
- De kamer van beroep die zich over het ontslag wegens dringende reden wegens een bepaald feit moet uitspreken, vermag voor het bewijs van dat feit niet alleen te steunen op bekentenissen of vaststaande bewijzen, maar ook op getuigenissen en vermoedens. Zij beoordeelt op discretionaire wijze de bewijswaarde van de gegevens uit het dossier om tot een bepaalde overtuiging te komen. Aan een overheidsonderzoek kleeft het vermoeden van wettigheid. Om de onwettigheid van de motieven van de beslissing van de kamer van beroep aan te tonen, mag verzoeker niet volstaan met het louter ontkennen of in vraag stellen van de feitelijke elementen waarop de beoordeling door de kamer van beroep berust. Het is zaak van verzoeker om aanwijzingen te verschaffen die het vermoeden wettigen of aantonen dat de kamer van beroep, door uit te gaan IX-9917-11/15 van die voorstelling van de feiten, de algemene beginselen van de bewijsvoering heeft geschonden.
- Uit de bestreden beslissing blijkt dat slechts één feit aan verzoeker ten laste wordt gelegd, namelijk dat hij X tegen haar wil in seksueel misbruikt heeft. De overige feiten die verzoeker weerspreekt, inzonderheid dat hij haar gedwongen heeft naar vrouwonvriendelijke porno te kijken, dat hij haar tegen haar wil in heeft gefilmd en dat hij haar gedwongen heeft tot het nemen van drugs, zijn door de kamer van beroep niet in aanmerking genomen als motief voor het ontslag.
- Buiten betwisting staat dat verzoeker op 20 mei 2021 seksuele handelingen heeft gesteld met X.
- Verzoeker onderneemt zelfs geen poging om te beweren dat X hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. Uit een gebrek aan duidelijke – woordelijke of fysieke – afwijzing of verzet kan geen impliciete toestemming of vrije wil worden afgeleid. Des te minder kan instemming of vrije wil worden aangenomen, wanneer het slachtoffer zoals in dit geval onder de invloed is van alcohol en drugs. Daarbij is het geheel zonder belang of die intoxicerende middelen vrijwillig of onder dwang zijn ingenomen. Verzoeker moest weten dat X zich in een situatie bevond waarin haar stilzwijgen, laat staan het ontbreken van uitdrukkelijk verzet, door geen enkele redelijk denkende persoon als een bewuste instemming kon worden opgevat. IX-9917-12/15 Dat verzoekster daags erna zo verward en geëmotioneerd is dat zij zich het gebeuren niet meer precies kan herinneren en er een verward relaas over doet, toont volgens verzoeker aan dat zij ongeloofwaardig is. Die verwarring en emotionaliteit bevestigen veeleer dat X op het ogenblik van de feiten des te minder over het denk- en oordeelvermogen beschikte om instemming te kúnnen geven met de seksuele handelingen, waarvan verzoeker niet ontkent dat ze zijn gesteld.
- Dat X naderhand haar klacht bij de politie heeft ingetrokken en aan verzoeker nog vriendschappelijke berichten stuurt, doet in het geheel niets af aan het laakbaar gedrag van verzoeker op de avond zelf. Toestemming gaat immers de daad vooraf.
- De materiëlemotiveringsplicht, die verzoeker geschonden noemt, houdt in dat het bestreden besluit moet worden gedragen door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Ten overvloede mag aan wat voorafgaat nog worden toegevoegd dat de Raad van State de whatsappberichten van verzoeker die bij de procedure voor de kamer van beroep in het administratief dossier zijn opgenomen, heeft gelezen en bekeken. Verzoeker beroemt zich op het aantal pornosterren waarmee hij geslapen heeft – verzoeker gebruikt weliswaar meer expliciet woordgebruik, ook als hij fantaseert over een snelle ontmoeting met X. Hij stuurt X een foto van zijn penis. Het is eenzijdige communicatie vanwege verzoeker, die zelfs niet beweert, laat staan aantoont dat dit taalregister de gebruikelijke, wederkerige en speels bedoelde gesprekstoon is tussen hem en X. Een andere collega die uitdrukkelijk vraagt om te stoppen met dergelijke berichten dreigt hij te ruïneren dankzij zijn goede connecties met het parket. Volgens verzoeker worden de verklaringen van X tegengesproken door verschillende andere elementen uit het dossier. Welnu, deze IX-9917-13/15 berichten helpen alleszins niet om de geloofwaardigheid van de verklaring van X over seksueel misbruik te ontkrachten, maar sporen veeleer met het beeld van een dader die enkel oog heeft voor de eigen drang.
- De kamer van beroep zag geen reden tot twijfel dat verzoeker “zijn deontologie te buiten is gegaan” omdat hij X “tegen haar wil in seksueel misbruikt heeft”. Verzoeker toont niet aan dat de kamer van beroep in redelijkheid niet tot dit besluit mocht komen, overeenkomstig de algemene regels van de bewijsvoering. Elementen die dat besluit tegenspreken, zijn in het dossier zelfs niet te vinden.
- Een schending van de materiëlemotiveringsplicht is niet aangetoond. Het middel is ongegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien mei tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: IX-9917-14/15 Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9917-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.733 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div