← België

Arrest 253748 - Niet begeleide minderjarigen - 13/05/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.748 Rolnummer: A. 233732/XIV-38711 Zaak: Arrest 253748 - Niet begeleide minderjarigen - 13/05/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-05-25 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-10 06:52 Fiche Arrest nr 253.748 van 13 mei 2022 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 253.748 van 13 mei 2022 in de zaak A. é.732/XIV-38.711 In zake: Jawid SAFI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elisabeth Van der Haert kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 54, 3° verdieping bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Oud-Heverlee Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 mei 2021, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 15 maart 2021 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. XIV-38.711-1/14 Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 3 februari 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 16 maart
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker is België binnengekomen en hij dient op 1 maart 2021 een verzoek om internationale bescherming in. Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 22 maart
  6. Verzoeker wordt onder de hoede geplaatst van de dienst Voogdij doch de dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene. XIV-38.711-2/14 In het Militair Hospitaal Koning Astrid te Neder-Over-Heembeek ondergaat verzoeker op 11 maart 2021 een medisch onderzoek om na te gaan of zij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker “op datum van 11-03-2021 een leeftijd heeft van ouder dan 18 jaar, waarbij 20 jaar met een standaarddeviatie van een 2 tal jaar een goede schatting is”. Op 15 maart 2021 beslist de dienst Voogdij verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  7. Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van de artikelen 3 en 7 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002 (hierna: de voogdijwet), van artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 ‘tot uitvoering van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002’ (hierna: het koninklijk besluit van 22 december 2003), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van administratieve bestuurshandelingen’ (hierna: de wet van 29 juli 1991), van de zorgvuldigheidsplicht en de redelijkheidsplicht en van “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder de verplichting de beslissingen afdoende te motiveren, het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en de verplichting rekening te houden met alle elementen van het dossier”. Hij licht dit licht dit als volgt toe: “Artikel 7 van de Programmawet van 24 december 2002 (I) (art. 479) – Titel XIII - Hoofdstuk VI : Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen bepaalt dat: […] XIV-38.711-3/14 Aangezien in het geval van verzoeker een twijfel werd geuit betreffende zijn minderjarigheid, werd op 11 maart 2021 een medisch onderzoek uitgevoerd om na te gaan of hij al dan niet jonger is dan 18 jaar. De resultaten van de radiologische onderzoeken die uitgevoerd werden op de Heer SAFI Jawid, zijn de volgenden : - Radiografie van de hand en de pols : Op basis van de handpolsradiografie kan de skelettale leeftijd geschat worden met een redelijke zekerheid op 19 jaar of ouder. Een standaard deviatie van ongeveer 1.5 jaar dient hierbij gerespecteerd te worden, althans voor de beneden grens (stuk 3 - p. 1), - Radiografie van het sleutelbeen : Radiologisch onderzoek toont dat het mediale epiphysaire kraakbeen van beide sleutelbeenderen gedeeltelijk verbeend is met visualisatie van de groeikraakbeenschijf, wat volgens Schmeling overeenkomt met stadium type
  8. Volgens dit onderzoek stemt stadium 3 overeen met een gemiddelde leeftijd rond de 20 jaar met een standaarddeviatie van ongeveer 2 jaar. - Orthopantomogram : Ontwikkelingsstadium is niet te bepalen omdat er geen wijsheidstanden aanwezig zijn. Op basis van deze resultaten, werd door Dr. [J.V.B.] geconcludeerd dat de Heer SAFI Jawid op datum van 11.03.2021 een leeftijd had van ouder dan 18 jaar, waarbij 20 jaar met een standaarddeviatie van een 2 tal jaar een goede schatting is. Deze conclusie werd mutatis mutandis overgenomen door verwerende partij om de meerderjarigheidsbeslissing van de Heer SAFI Jawid te staven, zonder toetsing van de legaliteit van deze conclusie in het licht van artikel 7 van de Programmawet van 24 december 2002 (I). Deze conclusie weerspiegelt echter de resultaten van de drie testen die uitgevoerd werden, niet, aangezien enkel het resultaat van de radiografie van de sleutelbeenderen in overweging genomen werd. Inderdaad, op basis van het medisch verslag, kan enkel geconcludeerd worden dat et geen rekening gehouden werd met de resultaten van de twee andere testen - de handpolsradiografie en het tandheelkundig onderzoek (aangezien er geen wijsheidstanden aanwezig zijn) - , hoewel het resultaat van één van deze twee testen, de handpolsradiografie, wijst in de richting van een persoon die ouder is dan 17,5 jaar (19 jaar met een standaarddeviatie van 1,5 jaar), en bijgevolg in de richting wijst van een persoon die mogelijk minderjarig is. Artikel 7, §3 bepaalt echter dat, ingeval van twijfel, met de jongste leeftijd rekening gehouden moet worden, in casu, 17,5 jaar. Een twijfel is inherent aan het onderzoek dat uitgevoerd werd op de Heer SAFI Jawid, o.a. omwille van de persoonlijke elementen eigen aan elk individu, waardoor de resultaten variabel zijn en nooit 100% zeker kunnen zijn (zie ook infra). Sowieso moet bijgevolg rekening gehouden worden met de jongste leeftijd die uit deze onderzoeken naar voren komt. Er dient ook rekening gehouden te worden met het feit dat Dr. [J.V.B.] ‘schat’ dat de Heer SAFI 20 jaar is met een standaarddeviatie van een ‘2 -tal’ jaar. Zijn conclusie is dus allesbehalve sluitend. In het onderhavige geval, moest verwerende partij rekening houden met het resultaat dat wijst op de jongste leeftijd en de Heer SAFI Jawid bijgevolg minderjarig verklaren. Verwerende partij schendt dus artikelen 3 en 7 van de Programmawet van 24 december 2002 (I) (art. 479) - Titel XIII - Hoofdstuk VI: Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en de verplichting rekening te houden met alle elementen van het dossier daar geen rekening gehouden werd met de resultaten die wijzen op het feit dat de Heer SAFI Jawid minderjarig kan zijn (17,5 jaar), hoewel et duidelijk een twijfel bestaat omtrent de schatting van zijn leeftijd. XIV-38.711-4/14 Verder is verzoeker van oordeel dat de motivatie van de bestreden beslissing gebrekkig, stereotypisch en onjuist is en het hoofd niet biedt aan een deftige en serieuze analyse van de zaak. Ten eerste, vermeldt de bestreden beslissing de resultaten niet van de verschillende medische onderzoeken die uitgevoerd werden. De bestreden beslissing is inderdaad enkel gebaseerd op de conclusie van het medisch verslag. Ten tweede, miskent de motivatie van de bestreden beslissing artikel 7, §3 van de Programmawet van 24 december 2002

(1)(art. 479) - Titel XIII - Hoofdstuk VI: Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, aangezien, uit de motivatie, niet blijkt dat verwerende partij rekening gehouden heeft met de jongste leeftijd. Verzoeker is bijgevolg van mening dat hij, op basis van de motivatie van de bestreden beslissing, in de onmogelijkheid is om de redenen te begrijpen van de conclusie die bepaalt dat hij 20 jaar oud is met een standaarddeviatie van 2 jaar en dat hij in de onmogelijkheid is te begrijpen waarom - hoewel artikel 7, §3 van de bovenvermelde wet bepaalt dat met de jongste leeftijd rekening gehouden moet worden - geen rekening gehouden werd met het resultaat van de handpolsradiografie, waaruit blijkt dat hij mogelijk 17,5 jaar oud is. Ten derde, wordt niet aangegeven waarom de conclusie van het medisch verslag mutatis mutandis overgenomen werd, hoewel deze conclusie foutief is en strijdig met artikel 7 van de Programmawet van 24 december 2002 (zie supra). Verzoeker is bijgevolg van mening dat de motivatie van de bestreden beslissing hem niet in staat stelt de beslissing te begrijpen en dat de verwerende partij dus haar uitdrukkelijke motiveringsplicht schendt die voortvloeit uit artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, alsook het beginsel van behoorlijk bestuur om de beslissingen afdoende te motiveren. Ook Uw Raad is van mening dat, in dergelijke zaken waar geen rekening gehouden wordt met de resultaten van een test, die mogelijk wijzen op een minderjarigheid, de verwerende partij haar beslissing niet afdoende motiveert. Zo heeft Uw Raad, in een gelijkaardige zaak, recent geacht dat: ‘Eu égard aux résultats de ces trois tests, au fait que la partie adverse ne démontre pas que l'auteur du rapport ait écarté le résultat de la radiographique de la main et du poignet, à la circonstance qu’au regard du résultat de la radiographique de la main et du poignet, il ne peut être exclu, en tenant compte de l’écart-je de 1,5 an, que le requérant ait moins de dix-huit ans et à l’absence d’explication dans le rapport médical quant à sa conclusion générale, la motivation de l’acte attaqué, qui se fonde sur le rapport médical, ne permet pas de comprendre pourquoi la partie adverse a conclu que l’âge du requérant pouvait être estimé à 22,5 ans avec un écart-pipe de 1,7 an’ (Raad van State, arrest nr. 242567 van 9 oktober 2018). (Vrije vertaling : Gelet op de resultaten van deze drie testen, het feit dat verwerende partij niet aantoont dat de opsteller van het rapport de uitslag van de radiografie van de hand en de pols heeft uitgesloten, onder de omstandigheid dat, gezien de uitslag van de röntgenfoto van hand en pols, rekening houdend met de standaarddeviatie van 1,5 jaar, niet kan worden uitgesloten dat verzoeker jonger is dan achttien jaar en het ontbreken van een verklaring in het medisch rapport met betrekking tot de algemene conclusie, maakt de motivering van de bestreden handeling, die gebaseerd is op het medisch rapport, het niet mogelijk te begrijpen waarom verwerende partij concludeerde dat de leeftijd van de verzoeker kon worden geschat op 22,5 jaar met een standaarddeviatie van 1,7 jaar). In een andere gelijkaardige zaak, heeft Uw Raad recent geoordeeld dat: `Eu égard aux résultats des trois tests et à la circonstance que, sur la base du résultat de la radiographie de la main et du poignet, il ne peut être exclu en tenant compte de XIV-38.711-5/14 l’écart-type de 1,5 an que le requérant ait moins de dix-huit ans et à l’absence d’explication sur ce point dans la conclusion finale du rapport médical, la motivation de l'acte attaqué, qui se fonde sur ce rapport, ne permet pas de comprendre pourquoi la partie adverse a conclu que l'âge du requérant pouvait être estimé à 22,6 ans avec un écart-type de deux ans et demi. L’écartement du résultat du test de la radiographie de la main et du poignet devait reposer sur une motivation d’autant plus explicite qu’il donne un âge possible compatible avec le passeport produit par le requérant)) (Raad van State, arrest nr. 244051 van 28 maart 2019). (Vrije vertaling : Gelet op de resultaten van deze drie testen, het feit dat verwerende partij niet aantoont dat de opsteller van het rapport de uitslag van de radiografie van de hand en de pols heeft uitgesloten en het ontbreken van een verklaring over dit in de algemene conclusie van het medisch rapport, maakt de motivering van de bestreden handeling, die op dit rapport is gebaseerd, het niet mogelijk te begrepen waarom verwerende partij concludeerde dat de leeftijd van verzoeker op 22,6 jaar kon worden geschat met een standaarddeviatie van tweeënhalf jaar. Het uitsluiten van het resultaat van de radiografie van de hand en de pols moet gebaseerd zijn op een des te explicietere motivering, aangezien het een mogelijke leeftijd geeft die verenigbaar is met het paspoort dat door verzoeker is neergelegd). Uw Raad heeft ook geoordeeld dat: ‘Eu égard aux résultats de ces trois tests, au fait que la partie adverse ne démontre pas que l’auteur du rapport ait écarté le résultat de la radiographique de la main et du poignet, à la circonstance qu’au regard du résultat de cette radiographique de la main et du poignet, il ne peut être exclu, en tenant compte de l’écart-type de 1,5 an, que le requérant ait moins de 18 ans et à l’absence d’explication dans le rapport médical quant à sa conclusion générale, la motivation de l’acte attaqué, qui se fonde sur le rapport médical, ne permet pas de comprendre pourquoi la partie adverse a conclu que l’âge du requérant pouvait être estimé à 20,3 ans avec un écart-type de deux ans. Enfin, dans l’arrêt n° 236.951 du 29 décembre 2016 invoqué par la partie adverse, le Conseil d’État a en effet considéré que seule la conclusion générale du rapport médical était pertinente pour la détermination de l’âge et non le résultat de chaque test. Toutefois, il importe que la conclusion générale soit compréhensible au regard des résultats des trois tests qui mènent à sa formulation et que la partie adverse justifie donc suffisamment cette conclusion générale. Tel n'est pas le cas lorsque, comme en l’espèce, le requérant pourrait avoir moins de 18 ans, selon l’un des tests, et qu’il n’est pas expliqué dans la conclusion générale pourquoi, au regard des trois tests dont l’un n’exclut pas la minorité du requérant, il est conclu au fait que le requérant a plus de 18 ans’ (Raad van State, arrest nr. 243219 van 13 december 2018). (Vrije vertaling : Gelet op de resultaten van deze drie testen, het feit dat verwerende partij niet aantoont dat de opsteller van het rapport de uitslag van de radiografie van de hand en de pols heeft uitgesloten, onder de omstandigheid dat gezien de uitslag van de r6ntgenfoto van hand en pols, tekening houdend met de standaarddeviatie van 1,5 jaar, niet kan worden uitgesloten dat verzoeker jonger is dan achttien jaar en het ontbreken van een verklaring in het medisch rapport met betrekking tot de algemene conclusie, maakt de motivering van de bestreden handeling, die gebaseerd is op het medisch rapport, het niet mogelijk te begrijpen waarom verwerende partij concludeerde dat de leeftijd van de verzoeker kon worden geschat op 20,3 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar. Ten slotte oordeelde de Raad van State in het arrest nr. 236.951 van 29 december 2016, ingeroepen door verzoekende partij, inderdaad dat enkel de algemene conclusie van het medisch rapport relevant was voor de bepaling van de leeftijd en niet de uitslag van elke test. Het is echter belangrijk dat de algemene conclusie XIV-38.711-6/14 begrijpelijk is gezien de resultaten van de drie tests die tot de formulering hebben geleid en dat de tegenpartij deze algemene conclusie dus voldoende rechtvaardigt. Dit is niet het geval wanneer, zoals in het onderhavige geval, de verzoeker volgens een van de tests jonger zou kunnen zijn dan 18, en in de algemene conclusie niet uitgelegd wordt waarom, met betrekking tot de drie tests, waarvan één de minderheid van de verzoeker niet uitsluit, wordt geconcludeerd dat de verzoeker ouder is dan 18 jaar). Deze drie rechtspraken zijn hier uiterst pertinent omdat ook in het onderhavige geval in de beslissing niet aangeduid wordt waarom er geen rekening gehouden wordt met het feit dat verzoeker, op basis van het resultaat van de radiografie van de hand en de pols, minderjarig kan zijn. De verwerende partij motiveert niet afdoende betreffende de uitsluiting van dit resultaat, hoewel het resultaat van deze test mogelijk wijst in de richting van een persoon van minder dan 18 jaar en een twijfel betreffende de minderjarigheid van verzoeker dus niet uitgesloten kan worden. Deze rechtspraken kunnen dus mutatis mutandis toegepast worden op deze zaak. De verwerende partij heeft geen rekening gehouden met de resultaten van de radiografie van de hand en de pols, waaruit blijkt dat de Heer SAFI Jawid mogelijk 17,5 jaar oud is. Dienst Voogdij stelt echter duidelijk dat het medisch onderzoek een drievoudige radiografie van het gebit, de clavicula en de handpols omvat, om de discrepanties te minimaliseren die onvermijdelijk voortvloeien uit dit soort onderzoeken. België koos inderdaad ‘voor een combinatie van deze drie tests omdat er kritiek is op de geldigheid en de betrouwbaarheid van alle drie tests. De gemiddelde leeftijd die uit deze drie tests naar voor komt, is een benadering en altijd een schaal met een aangegeven foutenmarge’. In het rapport ‘La détermination de l’âge en Europe’ van december 2013 stelt de EASO wat volgt : ‘[…]’. (Vrije vertaling : Het is algemeen erkend dat er nog geen methode is voor het bepalen van de exacte leeftijd van een persoon. Het is belangrijk op te merken dat er geen enkele methode ons de exacte leeftijd van een persoon kan geven en het is daarom noodzakelijk hiermee rekening te houden bij de evaluatie van pertinente elementen). Verder zijn ook de experten het eens over het feit dat één medische test onvoldoende is om de leeftijd van een persoon te schatten : Zo leest men in een document van CHARLOTTE VAN ZEEBROECK voor de Service droit des jeunes : ‘[…]’ (Vrije vertaling: In Duitsland, in de loop van de jaren 2000, heeft een interdisciplinaire studiegroep voor de bepaling van de leeftijd onder gerechtelijk standpunt (‘Study Group on Forensic Age Diagnostics van de ‘Institute of Legal Medicine, Charité – Universitätsmedizin’ in Berlijn) aanbevelingen ontwikkeld voor het waarborgen van kwalitatieve expertises. Volgens deze aanbevelingen moet een evaluatie altijd gebaseerd zijn op een combinatie van drie onderzoeksmethoden uit de volgende: - Lichamelijk onderzoek gelet op de antropometrische gegevens (lengte en gewicht, type anatomie), tekens van puberteit en mogelijke ontwikkelingsstoornissen dat de bepaling van de leeftijd beïnvloeden; - Radiografisch onderzoek van de linkerhand; - Dentale onderzoek met de beoordeling van de groei en tandheelkundige röntgenfoto van de tanden; XIV-38.711-7/14 - Bovendien, een röntgenfoto van het sleutelbeen wordt aanbevolen om te bepalen of een persoon de leeftijd van 21 heeft bereik). In een artikel van Andreas SCHMELING, Pedro Manuel GARAMENDI, Jose Luis PRIETO and Maria Irene LANDA, Forensic Age Estimation in Unaccompanied Minors and Young Living Adults leest men ook ‘[…]’ (Vrije vertaling : Bovendien raadt het ook aan dat deze werkwijzen in combinatie zouden worden gebruikt met het oog op het verbeteren van de nauwkeurigheid in de leeftijdsbeoordeling en het vergemakkelijken van de identificatie van leeftijd-relevante ontwikkelingsstoornissen). ‘[…]’ (Vrije vertaling : AGFAD Guidelines on Age Estimation in Living Subjects adviseren bij het uitvoeren van een FAE (Forensic Age Estimation) dat verschillende methoden worden toegepast op hetzelfde onderwerp. Deze aanbevelingen betekenen dat voor hetzelfde onderwerp verschillende FAE resultaten beschikbaar (AGFAD, 2001) zullen zijn. Uit vorige series (Garamendi et al., 2005) bleek dat de nauwkeurigheid van FAE verbeter[d] wordt wanneer verschillende leeftijdramingsmethoden gelijktijdig worden toegepast). De Hoge Raad voor Volksgezondheid in Frankrijk heeft op 23 januari 2014 een advies uitgegeven betreffende de beoordeling van de meerderjarigheidsbeoordeling van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling : ‘[…]’ (Vrije vertaling : Er zijn geen nieuwe wetenschappelijke gegevens die het mogelijk maken nauwkeurig en betrouwbaar de leeftijd van een individu te bepalen. Ais onderdeel van een gerechtelijke verzoek, als een medische aanvraag uiteindelijk ingrijpt, is een combinatie van technieken nodig voor artsen, in het kader van een forensisch ziekenhuisafdeling). Verwerende partij moest bijgevolg rekening houden met de resultaten van de drie onderzoeken die uitgevoerd werden, wat zij niet gedaan heeft aangezien, bij de berekening van de gemiddelde leeftijd, geen rekening gehouden werd met het resultaat van de handpolsradiografie en het tandheelkundig onderzoek. Dit geldt hier in het bijzonder aangezien er geen wijsheidstanden aanwezig waren en dus het resultaat van één test hoe dan ook uitgesloten werd. Verder moet rekening gehouden worden met het feit dat de twee medische onderzoeken die uitgevoerd werden op verzoeker, met name een sleutelbeenradiografie en een handpolsradiografie zowel wetenschappelijk als politiek gezien twijfelachtig en dubieus zijn wanneer zij gebruikt worden om een leeftijd te schatten. Zo heeft de Académie nationale des médecins van Frankrijk op 16 januari 2007 een rapport aangenomen waarin duidelijk staat dat : ‘[…]’ (Vrije vertaling : De Academie - bevestigt dat de analyse van de botleeftijd volgens de methode van Greulich en Pyle die universeel wordt gebruikt, toelaat om met een goede benadering de ontwikkelingsleeftijd van een tiener onder de 16 jaar te schatten. Deze methode laat geen duidelijk onderscheid tussen 16 en 18 jaar toe) In een artikel van 14 november 2014, dat in het Frans nieuwsblad Liberation werd gepubliceerd, leest men: ‘[…]’ (Vrije vertaling : André Deseur, vice-president van de Raad van de Franse Orde van Geneesheren, zei dat het een totaal gebrek aan betrouwbaarheid is van deze technieken" en wil een einde zetten aan deze tests waar ‘artsen een positie moeten nemen die niet doorslaggevend zou moeten zijn’ [...] XIV-38.711-8/14 Patrick Chariot, hoofd van de forensische geneeskunde van het ziekenhuis Bondy (Seine-Saint-Denis), strijd[t] ook sinds jaren, zonder succes, om de justitie tot rede te brengen : ‘Nee, er is geen medische techniek om op betrouwbare wijze de leeftijd van een persoon te bepalen’). Ook de Belgische Orde der Artsen stelt dat de interpretatie van een röntgenfoto ‘geen onfeilbare methode om de leeftijd van een persoon te bepalen’ is. Een twijfel betreffende de resultaten van de onderzoeken die uitgevoerd werden, kan bijgevolg nooit uitgesloten worden, en ook niet in onderhavige zaak. In casu, moet inderdaad redelijk aangenomen worden dat de resultaten van de twee onderzoeken die uitgevoerd werden, niet duidelijk wijzen in de richting van een persoon die meerderjarig is en dat een twijfel betreffende de minderjarigheid van verzoeker niet uitgesloten kan worden. De tegenpartij heeft met deze twijfel echter geen rekening gehouden en schendt bijgevolg artikelen 3 en 7 van de Programmawet van 24 december 2002 (I) (art. 479) - Titel XIII - Hoofdstuk VI: Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en de verplichting rekening te houden met alle elementen van het dossier. Aangezien enkel met de radiografie van de sleutelbeenderen rekening werd gehouden voor de schatting van de leeftijd van de Heer SAFI Jawid, is het van essentieel belang om de betrouwbaarheid van deze test meer specifiek te analyseren. In het medisch verslag van Dr. [J.V.B.] leest men: ‘Radiologisch onderzoek toont dat het mediale epiphysaire kraakbeen van beide sleutelbeenderen gedeeltelijk verbeend is met visualisatie van de groeikraakbeenschijf, wat volgens Schmeling overeenkomt met stadium type
  1. Volgens dit onderzoek stemt stadium 3 overeen met een gemiddelde leeftijd rond de 20 jaar met een standaarddeviatie van ongeveer 2 jaar" (wij onderlijnen). In het artikel van Andreas Schmeling, Pedro Manuel Garamendi, Jose Luis Prieto and Maria Irene Landa ‘Forensic Age Estimation in Unaccompanied Minors and Young Living Adults’ leest men wat volgt ‘[…]’ (Schmeling et al., 2004). (Vrije vertaling : Er is slechts één onderzoek met betrekking tot de conventionele radiografie dat voldoet aan de eisen van een referentie-onderzoek zoals aangegeven door de Studiecommissie voor Forensic Age Diagnostics (Schmeling et al., 2008). In deze studie is de vroegste leeftijd waarop fase 3 werd gedetecteerd in beide geslachten van 16 jaar. Stadium 4 werd voor het eerst waargenomen bij vrouwen van 20 jaar en bij mannen van 21 jaar. Stadium 5 werd voor het eerst verkregen door beide seksen op een leeftijd van 26 (Schmeling et al., 2004)). In de conclusie van het artikel van EL MORSI, D. A.; EL-ATTA, H. M. A.; ELMAADAWY, M.; TAWFIK, A. M. & BATOUTY, N. H., ‘Age estimation from ossification of the medical clavicular epiphysis by computed tomography’, wordt het volgende aangeraden : ‘[…]’ Stadium type 3 kan bijgevolg al voorkomen bij jongens van 15-16 jaar. In een rapport van UNICEF leest men wat volgt : ‘[…]’ (Vrije vertalins : De beoordeling van de fusie van het sleutelbeen: deze methode kan alleen worden gebruikt om te bepalen of een persoon over of onder de 21 jaar, wanneer het sleutelbeen meestal zijn volle rijping bereikt). Ook de Hoge Raad voor Volksgezondheid in Frankrijk acht in zijn advies van 23 januari 2014: ‘[…]’ ; XIV-38.711-9/14 (Vrije vertaling : De scan van de sleutelbeen geeft een juiste inschatting na 21 jaar, maar niet tot 18). Uit deze verschillende verslagen en rapporten, blijkt dus duidelijk dat een fase 3 reeds bij een jongen van 16 jaar waargenomen kan worden. Aangezien de leeftijdsbepaling van de Heer SAFI Jawid uitsluitend is gebaseerd op het resultaat van de radiografie van de sleutelbeenderen, moeten deze resultaten betrouwbaar zijn en zonder enige twijfel wijzen in de richting van een persoon die meerderjarig is. Dit is in casu echter niet het geval aangezien niet uitgesloten kan worden dat de Heer SAFI Jawid slechts 16 jaar zou zijn, en dus minderjarig zou zijn. Gezien de bovenstaande elementen, schendt verwerende partij het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur van zorgvuldigheid en het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur van redelijkheid. Verder schendt de verwerende partij, aangezien enkel rekening gehouden werd met de radiografie van de sleutelbeenderen, die niet betrouwbaar is, artikel 7 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24.12.02, gewijzigd bij de programmawet van 22.12.03 en de programmawet van 27.12.01.” Beoordeling
  2. Verzoeker is van mening dat geen rekening is gehouden met de in artikel 7, § 3, van de voogdijwet bedoelde “jongste leeftijd”. Hij laat gelden dat de handpolsradiografie “wijst in de richting van een persoon die ouder is dan 17,5 jaar (19 jaar met een standaarddeviatie van 1,5 jaar), en bijgevolg in de richting wijst van een persoon die mogelijk minderjarig is”. Enkel het resultaat van de radiografie van het sleutelbeen zou in overweging zijn genomen. Uit het verslag van het medisch onderzoek blijkt dat de arts zich steunt op een drieledig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoeker al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie en niet, zoals verzoeker voorhoudt, de conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is derhalve ook bepalend voor de in het voornoemde artikel 7, § 3, bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Te dezen is de eindconclusie dat verzoeker “op datum van 11-03-2021 een leeftijd heeft van ouder dan 18 jaar, waarbij 20 jaar met een standaarddeviatie van een 2 tal jaar een XIV-38.711-10/14 goede schatting is”. Dat er verschillen bestaan tussen de resultaten van de deelonderzoeken, doet geen afbreuk aan het feit dat er een leeftijd van ouder dan 18 jaar uit kan worden afgeleid. Bovendien wordt in het medisch verslag met betrekking tot de handpolsradiografie toegelicht dat er “een volledige fusie is van de distale en epihyse van de radius, wat overeenkomt met een volwassen skelettale leeftijd. Op basis van de handpolsradiografie kan de skelettale leeftijd geschat worden met een redelijke zekerheid op 19 jaar of ouder. Een standaard deviatie van ongeveer 1.5 jaar dient hierbij gerespecteerd te worden, althans voor de beneden grens. Voor de bovengrens kan deze veel hoger liggen aangezien met toenemende leeftijd er geen veranderingen meer optreden in het polsgewricht.” Er wordt derhalve niet vastgesteld dat de handpolsradiografie wijst in de richting van een persoon van 17,5 jaar, doch enkel dat verzoeker een volwassen skelettale leeftijd heeft, die op 19 jaar wordt geschat. Dat in het verslag van het medisch onderzoek met betrekking tot de handpolsradiografie wordt gewezen op een standaarddeviatie van 1,5 jaar betekent niet dat dit deelresultaat de jongste leeftijd betreft, zoals verzoeker voorhoudt. Zoals hoger werd opgemerkt, is immers de eindconclusie op grond van de verschillende deelonderzoeken van belang voor het bepalen van de jongste leeftijd. Verder wordt in het medisch verslag aangegeven dat er geen wijsheidstanden aanwezig zijn en dat het ontwikkelingsstadium dus niet te bepalen is. Met betrekking tot de radiografie van het sleutelbeen wordt vastgesteld dat het onderzoek overeenstemt met een gemiddelde leeftijd van rond de 20 jaar met een standaarddeviatie van ongeveer 2 jaar. In de conclusie van het leeftijdsonderzoek wordt vermeld dat verzoeker op basis van 2 van de 3 testen ouder is dan 18 jaar. Anders dan verzoeker voorhoudt, kan derhalve niet worden gesteld dat voor de leeftijdsschatting enkel rekening is gehouden met de radiografie van het sleutelbeen, louter omdat de eindconclusie overeenstemt met het resultaat van deze ene test. XIV-38.711-11/14 In dit verband kan ook worden opgemerkt dat verzoeker inmiddels meer dan een jaar ouder is dan op het ogenblik van het leeftijdsonderzoek.
  3. Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de bestreden beslissing wordt vermeld. Te dezen geeft de bestreden beslissing de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan 18 jaar oud is. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend. Overigens blijkt dat verzoeker kennis heeft van het verslag van het medisch onderzoek, vermits hij het bij het verzoekschrift tot nietigverklaring heeft gevoegd en er in detail op ingaat. Verzoeker toont dan ook geen schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli
  4. De verwijzing naar enkele arresten van de Raad van State vermag geen afbreuk te doen aan het voorgaande vermits elke leeftijdsbeslissing individueel is en op een individueel medisch onderzoek is gesteund. Het is duidelijk waarom het orthopantomogram niet in aanmerking kan worden genomen voor de conclusie van het leeftijdsonderzoek, namelijk omdat de wijsheidstanden ontbreken. Daarenboven wordt bij het resultaat van de handpolsradiografie ook “een volwassen skelettale leeftijd” vermeld die “met een redelijke zekerheid op 19 jaar of ouder” kan worden geschat, hetgeen overeenstemt met de radiografie van het sleutelbeen en met de eindconclusie.
  5. Verzoeker weidt nog uit over de (on)betrouwbaarheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling en steunt zich op enkele standpunten dienaangaande in publicaties uit verschillende landen. Hij beperkt zich daarin tot algemene kritiek doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen XIV-38.711-12/14 ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Verzoeker ontkracht aldus niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard. Naar luid van artikel 7, § 1, van de voogdijwet laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Nu de wet zelf het medisch onderzoek als bewijsmiddel heeft ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat, blijkt geen schending van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur uit het feit dat de dienst Voogdij de bestreden beslissing heeft genomen op grond van dergelijk leeftijdsonderzoek.
  6. Verzoeker zet niet uiteen op welke wijze artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 zou zijn geschonden met de bestreden beslissing.
  7. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond. V. Over de vordering tot schorsing
  8. Deze zaak vereist slechts korte debatten zodat er grond is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus XIV-38.711-13/14 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Er is bijgevolg geen grond meer om de vordering tot schorsing te onderzoeken. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  10. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  11. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien mei tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.711-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.748 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.