← België

Arrest 253751 - Niet begeleide minderjarigen - 13/05/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.751 Rolnummer: A. 234025/XIV-38753 Zaak: Arrest 253751 - Niet begeleide minderjarigen - 13/05/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-05-25 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-10 06:52 Fiche Arrest nr 253.751 van 13 mei 2022 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 253.751 van 13 mei 2022 in de zaak A. 234.025/XIV-38.753 In zake : Barat ORYAKHEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katrin Verhaegen kantoor houdend te 2060 Antwerpen Rotterdamstraat 53 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Oud-Heverlee Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 juli 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 5 mei 2021 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat J.H. geen voogd meer is van verzoeker. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XIV-38.753-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 april
  3. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Daan Walpot, die loco advocaat Katrin Verhaegen verschijnt voor verzoeker, en advocaat Ine De Cneudt, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker komt België binnen en hij dient op 10 november 2020 een verzoek om internationale bescherming in. Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 1 mei
  6. Verzoeker wordt onder de hoede geplaatst door de dienst Voogdij doch de dienst Vreemdelingenzaken uit twijfel over verzoekers leeftijd wanneer blijkt dat verzoeker reeds in Griekenland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend en er geregistreerd staat als zijnde geboren op 21 december
  7. In het Universitair Ziekenhuis Antwerpen ondergaat verzoeker op 29 april 2021 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. XIV-38.753-2/7 Op 5 mei 2021 beslist de dienst Voogdij verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd meer zal hebben. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid – Ambtshalve exceptie van het actueel belang bij het beroep Standpunt van verzoeker
  8. Verzoeker geeft in het verzoekschrift tot nietigverklaring zelf aan dat hij “thans ook volgens zijn verklaarde leeftijd meerderjarig is geworden” doch nog steeds belang heeft bij het beroep omwille van “het herstellen van zijn geloofwaardigheid in de asielprocedure” en omdat “ook zijn leeftijd op het ogenblik van het indienen van een verzoek om internationale bescherming [telt] om te besluiten of verzoeker recht heeft op gezinshereniging bij een positieve beslissing”. Bij handhaving van de bestreden beslissing “zou hij meerderjarig geweest zijn bij het indienen van zijn verzoek, en zou hij bijgevolg geen recht meer kunnen laten gelden op gezinshereniging”.
  9. Ter terechtzitting herhaalt verzoeker deze argumenten in antwoord op de vraag naar het actueel karakter van zijn belang. Desgevraagd deelt hij nog mee dat de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen zijn verzoek om internationale bescherming heeft verworpen en dat zijn beroep tegen die beslissing hangende is bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Beoordeling
  10. Een nietigverklaring is een bijzondere vorm van rechtsherstel die erin bestaat de bestreden rechtshandeling retroactief uit het rechtsverkeer te doen verdwijnen, wat de overheid er in bepaalde gevallen toe moet, minstens kan, aanzetten om een nieuwe beslissing te nemen. XIV-38.753-3/7
  11. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of van een belang. Deze vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren. Een verzoeker beschikt over het rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: hij dient door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden en de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling moet hem een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook. Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat. Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient erover te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt 4.3; EHRM 17 juli 2018, Vermeulen t. België, punten 42 e.v.).
  12. Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en verzoeker een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te kunnen verkrijgen, is dan ook het belang van een verzoeker dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar nog uitsluitend een belang bij het onwettig horen verklaren van die beslissing om de toekenning van een schadevergoeding – door de rechtbanken van de rechterlijke orde, die daartoe zelf XIV-38.753-4/7 de eventuele fout van de overheid kunnen vaststellen – te vergemakkelijken. Dit kan van aard zijn bezwaren op te roepen in het geval waarin de omstandigheden waaruit het verlies van het belang van de verzoekende partij voortvloeit haar niet kunnen worden aangerekend, en de verzoekende partij om die reden de gevorderde nietigverklaring afgewezen ziet worden én geen onderzoek geniet van de middelen die zij aanvoerde.
  13. Het wordt niet betwist dat verzoeker bij het indienen van zijn verzoek om internationale bescherming heeft verklaard geboren te zijn op 1 mei
  14. Verzoeker heeft dus volgens de door hemzelf opgegeven geboortedatum reeds bij het indienen van het beroep tot nietigverklaring de leeftijd van 18 jaar bereikt. Volgens artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002, is de voogdijregeling over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen van toepassing op elke persoon “van minder dan achttien jaar oud”. Het niet bereikt hebben van de leeftijd van 18 jaar is bijgevolg beslissend om onder de toepassing van de wetgeving op de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen te vallen en om dus door de dienst Voogdij onder de hoede van een voogd te worden geplaatst. Na een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing zal de dienst Voogdij enkel kunnen vaststellen dat verzoeker ook op basis van de door hemzelf verstrekte gegevens de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. In de mate dat verzoeker aanvoert dat een nietigverklaring van de bestreden beslissing zijn geloofwaardigheid bij de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming zal herstellen, moet worden opgemerkt dat verzoeker geen enkel stuk bijbrengt waaruit blijkt dat zijn verzoek is afgewezen omdat zijn verklaarde geboortedatum onjuist zou zijn. Op zich leidt de nietigverklaring van een leeftijdsbeslissing overigens niet tot een herstel van de geloofwaardigheid van een asielrelaas. XIV-38.753-5/7 Verzoeker verwijst op algemene wijze naar het belang van zijn leeftijd voor het indienen van een aanvraag tot gezinshereniging, zonder ook maar enig concreet element betreffende een mogelijke gezinshereniging toe te lichten. Het gaat dan ook om een puur hypothetisch belang. Dit klemt des te meer nu verzoeker volgens zijn eigen verklaring thans de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en dus geen verzoek tot gezinshereniging meer kan indienen met toepassing van artikel 10, § 1, 7°, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’. Derhalve verschaft de vernietiging van de bestreden rechtshandeling verzoeker te dezen geen bijkomend direct en persoonlijk voordeel, hoe miniem ook, minstens toont verzoeker dit niet aan. Er blijkt ook niet dat verzoeker tot op het ogenblik van het sluiten van het debat een vordering tot schadevergoeding tot herstel heeft ingediend overeenkomstig artikel 11bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Uit het voorgaande volgt dat verzoeker niet beschikt over het vereiste belang bij het beroep tot nietigverklaring.
  15. Het beroep tot nietigverklaring is niet-ontvankelijk. BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep.
  17. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XIV-38.753-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien mei tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.753-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.751 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.