id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.803 Rolnummer: A. 236216/XII-9208 Zaak: Arrest 253803 - Overheidsopdrachten - 18/05/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-05-20 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-10 06:54 Fiche Arrest nr 253.803 van 18 mei 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 253.803 van 18 mei 2022 in de zaak A. 236.216/XII-9208 In zake: 1. de NV KRAANVERHUUR DE GROOTE 2. de NV DEPANNAGE DE GROOTE 3. de BVBA DEGRO HOLDING samen een tijdelijke maatschap vormend bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves De Graeve en Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jens Debièvre, Felix Feyt en Anton De Weerdt kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86c, 113b bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 22 april 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de gemotiveerde gunningsbeslissing van de administrateur-generaal van het Vlaamse Gewest, Agentschap Wegen en Verkeer, Afdeling Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen van 01 april 2002 [lees: 2022], op basis van het gunningsverslag van 28 maart 2022 […] waarbij de [nv Kraanverhuur De Groote, de nv Depannage De Groote en de bvba Degro Holding, samen een tijdelijke maatschap vormend] niet zijn geselecteerd voor de opdracht WOV/INV/2021/10_P3 - Project F.A.S.T. Incidentafhandeling op de autosnelwegen in Provincie Oost-Vlaanderen (…) – Takelen en afvoeren van voertuigen met Maximaal XII-9208-1/15 Toegelaten Massa (MTM) >3,5 ton 9 Percelen: Perceel 6: E17 Midden én waarbij de opdracht aan BV Depannage Lybaert wordt toegewezen”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 mei 2022. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tom De Sutter, die, eveneens loco advocaat Yves De Graeve, verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaten Felix Feyt en Jens Debièvre, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor diensten met als voorwerp “Incidentafhandeling op de autosnelwegen in Provincie Oost-Vlaanderen”. De verwerende partij kiest voor een openbare procedure. 3.2. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 9 augustus 2021. XII-9208-2/15 3.3. Op de opdracht is het bestek met referentienummer WOV/INV/2021/10 van toepassing. Dit bestek verdeelt de opdracht in negen percelen, te weten: ‐ Perceel 1: E40 Oost, ‐ Perceel 2: E40 West, ‐ Perceel 3: R4, ‐ Perceel 4: E17 Zuid, ‐ Perceel 5: E17 Zwijnaarde – Destelbergen, ‐ Perceel 6: E17 Midden, ‐ Perceel 7: E17 Noord, ‐ Perceel 8: E34 Oost, en ‐ Perceel 9: E34 West. De inschrijvers mogen voor meer dan één perceel inschrijven. Perceel 6 is hier in het geding. De opdracht zal per perceel worden gegund aan de economisch meest voordelige offerte op basis van de prijs en dit rekening houdend met het hoogste kortingspercentage. De te dezen relevante administratieve bepalingen van het bestek (deel 2) luiden: “2.2. Administratieve voorschriften bij toepassing van het koninklijk besluit van 18.04.2017 inzake plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren (BS 9 mei 2017) (KB plaatsing) […] Afdeling 3 Selectiecriteria, beroep op onderaannemers en op andere entiteiten Art. 68. Technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid […] Eisen op gebied van interventievoertuigen De inschrijver voegt bij zijn offerte een verklaring (specifiek document in bijlage aan dit bestek is te gebruiken) met lijst (merk en type) van alle interventievoertuigen (in eigendom of huur) die, gedurende het kalenderjaar voorafgaandelijk aan de publicatie van dit bestek, ingezet werden binnen de onderneming voor de uitvoering van de takelwerkzaamheden […]. […] f. Voor perceel 6 beschikte de dienstverlener minimaal over: - 1 interventievoertuig geschikt voor takelwerkzaamheden aan voertuigen tot 44t. De inschrijver toont in zijn bij de offerte XII-9208-3/15 te voegen verklaring aan dat elk interventievoertuig voldoet aan de eisen. - 1 interventievoertuig, uitgerust met hydraulische hijskraan, geschikt voor takelwerkzaamheden aan voertuigen tot 44t; De inschrijver toont in zijn bij de offerte te voegen verklaring aan dat elk interventievoertuig voldoet aan de eisen. […] Algemeen Enkel de inschrijvingen die op basis van de hierboven genoemde selectiecriteria voldoende gekwalificeerd geacht worden om de opdracht te kunnen uitvoeren, komen voor verder onderzoek in aanmerking. […] Een inschrijver kan inschrijven voor meerdere percelen. Hij kan echter slechts een aantal percelen gegund krijgen waarvoor hij effectief voldoende technisch uitgerust is. Hiervoor wordt de nodige technische bekwaamheid opgeteld. Voor elk tweede perceel is geen extra interventievoertuig(
- en)uitgerust met hijskraan geschikt voor takelwerkzaamheden aan voertuigen tot 44 ton, vereist. […] Art. 78. Inhoud van de offerte Op het offerteformulier wordt o.a. een kortingspercentage vermeld dat betrekking heeft op alle posten van dit bestek (op uitzondering van post 14, 20, 21, 24 en 25). Verder dienen bij het offerteformulier de volgende documenten te worden gevoegd: […] 5) De inschrijver dient aan te tonen dat hij zowel qua structuur, organisatie, materieel, personeel, beschikbare stelplaats(en), in staat is om te allen tijde binnen de voorziene aanrijtijden ter plaatse te zijn. De ‘nota omtrent de organisatie van het perceel’ (bijlage 4.7) toont aan dat: […] c. Het gepaste materieel (interventie-, signalisatievoertuigen) zodanig georganiseerd is om de gestelde aanrijtijden altijd te kunnen halen. o Er voldoende materieel en personeel is. Het verschil tussen de aantallen in de technische bekwaamheid (art. 68) en de aantallen in Deel III - Technische bepalingen wordt opgevangen. […] Er kunnen meerdere gelijktijdige oproepen zijn die moeten afgehandeld worden binnen de voorwaarden van het bestek. 6) De inschrijver beschrijft hoe hij op het moment van aanvang der diensten zal beschikken over het nodige personeel, materieel, terreinen, … , zoals beschreven in de technische bepalingen. […].” XII-9208-4/15 De te dezen relevante technische bepalingen van het bestek (deel 3) luiden: “3.1.3. Rollend materieel: aantallen per perceel en keuring voorafgaand aan de aanvang van de dienstverlening 3.1.3.1 Het aantal voertuigen bedraagt minimaal in functie van de aard en per perceel: […] 6. Perceel 6 - 2 signalisatievoertuig(
- en)waarvan 1 voertuig kan genieten van de overgangsmaatregel zoals beschreven onder punt 3.3 verderop in dit bestek en 1 dat moet voldoen aan de nieuwste technische eisen zoals verderop in dit bestek omschreven onder punt 3.3; - 2 interventievoertuig(
- en)geschikt voor het takelen van voertuigen tot 44 ton, waarvan: - 1 interventievoertuig(en), bijkomend uitgerust met een hydraulische hijskraan, geschikt voor het takelen van voertuigen tot 44 ton; - 1 vrachtauto trekker; - 1 multifunctionele verreiker of heftruck; - 1 vrachtauto (al dan niet uitgerust met autolaadkraan) voor de afvoer van voertuig(onderdelen); - 1 diepladercombinatie voor de afvoer van voertuig(onderdelen).” Wat het signalisatievoertuig betreft, beschrijft het bestek de concrete technische eisen waaraan dit voertuig moet voldoen, als volgt: “3.3 Technische specificaties van voertuigen, materieel en materiaal De uitrusting van de inschrijver is van zeer groot belang. De opgenomen technische specificaties zijn minimale technische eisen. 3.3.1 Signalisatievoertuig Een signalisatievoertuig is een gemotoriseerd voertuig (dus geen aanhangwagen) geschikt voor het signaleren van de plaats van takelwerkzaamheden, een incident en/of een verkeersbelemmering. Dit voertuig is voorzien van speciale lichten en een opvallende markering. Het signalisatievoertuig kan niet ingezet worden voor het bergen, oppikken, wegslepen of takelen van voertuigen. Een signalisatievoertuig heeft een signaalfunctie en biedt een fysieke bescherming. De aanbestedende overheid staat volgende overgangsmaatregel toe tot 1/1/2023: Indien de inschrijver reeds een contract voor F.A.S.T. ≤ 3,5 ton of > 3,5 ton heeft bij de aanbestedende overheden én over een signalisatievoertuig beschikt dat in het kader van dat bestek werd gekeurd en aanvaard, mag XII-9208-5/15 dat signalisatievoertuig en de toen goedgekeurde configuratie verder gebruikt worden. Deze eerder gekeurde voertuigen dienen voor dit bestek wel aan volgende richtlijnen te voldoen: - 3.3.1.1. Uiterlijke kenmerken signalisatievoertuig - 3.3.1.2. Automatisch kantelbaar paneel met lichtpijl - 3.3.1.5. Uitrusting van elk signalisatievoertuig Voertuigen die nieuw in dienst worden genomen in de firma, dienen wel aan álle bestekseisen te voldoen. Bij een oproep dient het eerste signalisatievoertuig steeds te voldoen aan bovengestelde eisen. Een botsabsorbeerder kan dus nooit als eerste signalisatievoertuig ingezet worden; enkel als bijkomend signalisatievoertuig.” Door middel van bijlage 4.6 ‘Technische bekwaamheid - Materieel en materiaal’ bij het bestek, dient de inschrijver “[i]n overeenstemming met de technische bekwaamheid (Deel 2 Adm. Bep., art 68)” aan te tonen dat hij voldoende correct materieel en materiaal heeft. In de bijlage 4.7 ‘Nota omtrent de organisatie van het perceel’ van het bestek dienen de inschrijvers de volgende vraag “d” te beantwoorden: “Is er een verschil tussen het materieel en materiaal dat opgegeven werd in DEEL II, art 68 en het materieel en materiaal dat nodig is tijdens de uitvoering (DEEL III; 3 beschikbaar materiaal – materieel)? Indien ja, hoe wordt dit verschil opgevangen?” 3.4. Voor perceel 6 worden drie offertes ingediend, waaronder die van de verzoekende partijen en die van de bv Depannage Lybaert. 3.5. Blijkens het gunningsverslag van 28 maart 2022 wordt de offerte van de verzoekende partijen voorlopig als tweede gerangschikt en die van de gekozen inschrijver als derde. De eerste gerangschikte inschrijver voldoet niet aan de eisen aangaande de technische bekwaamheid op het vlak van personeel en wordt bijgevolg niet geselecteerd, waarna de offerte van de verzoekende partijen wordt onderzocht. XII-9208-6/15 Bij de kwalitatieve selectie wordt vastgesteld dat de offerte van de verzoekende partijen niet voldoet “aan de eisen opgelegd in het bestek op het ogenblik van aanvang van de dienstverlening” en bijgevolg niet kan worden “geselecteerd”. De motivering in het gunningsverslag luidt: “De Groote Depannage NV voldoet aan de eisen wat betreft de technische bekwaamheid. Naast eisen voor de Technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid (art 68 KB plaatsing) stelt het bestek ook eisen op het gebied van de technische uitrusting op het ogenblik van aanvang van de dienstverlening (zie deel 3 technische bepalingen - 3.1 ALGEMEEN - 3.1.1 Uitrusting en capaciteit van de inschrijver). De eisen op het ogenblik van aanvang van de dienstverlening liggen hoger dan die bij de selectie. Hoe de onderneming deze groei zal realiseren, dient te worden toegelicht in bijlage 4.7 die bij de offerte moet worden bijgevoegd. Bijlage 4.7 door De Groote Depannage NV bij de offerte gevoegd, leert ons het volgende: d. Is er een verschil tussen het materieel en materiaal dat opgegeven werd in deel II, art. 68 en het materieel en materiaal dat nodig is tijdens de uitvoering (DEEL III, 3 beschikbaar materiaal - materieel)? Indien ja, hoe wordt dit verschil opgevangen? Antwoord: Neen De Groote Depannage NV verklaart dat er geen groei van de onderneming is voorzien. Dat maakt dat bij de aanvang van de overeenkomst het in de offerte beschreven materieel zal aangewend worden. Onderzoek van alle in de offerte omschreven materieel leert ons dat De Groote Depannage NV ONVOLDOENDE uitgerust is om perceel 6 te bedienen. Concreet zijn de aangeboden signalisatievoertuigen onvoldoende uitgerust. De signa voertuigen moeten voldoen aan de eisen opgenomen in het bestek onder 3.3 TECHNISCHE SPECIFICATIES VAN VOERTUIGEN, MATERIEEL EN MATERIAAL - 3.3.1 Signalisatievoertuig. Bij het aftoetsen van de beschrijving van het materieel bijgevoegd bij de offerte aan de in het bestek opgelegde eisen stellen we vast dat het voorgestelde materieel niet voldoet en er ook geen vernieuwing, aanpassing, … van het materieel wordt voorzien.” De offerte van de bv Depannage Lybaert wordt onderworpen aan een gelijkaardig onderzoek. Het gunningsverslag beschrijft de bevindingen van dit onderzoek als volgt: “Depannage Lybaert BV voldoet aan de eisen wat betreft de technische bekwaamheid. Naast eisen voor de Technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid (art 68 KB plaatsing) stelt het bestek ook eisen op het gebied van de technische uitrusting op het ogenblik van aanvang van de dienstverlening XII-9208-7/15 (zie deel 3 technische bepalingen - 3.1 ALGEMEEN - 3.1.1 Uitrusting en capaciteit van de inschrijver). De eisen op het ogenblik van aanvang van de dienstverlening liggen hoger dan die bij de selectie. Hoe de onderneming deze groei zal realiseren, dient te worden toegelicht in bijlage 4.7 die bij de offerte moet worden bijgevoegd. Op de vraag uit bijlage 4.7 die betrekking heeft op de evolutie van het materieel tussen het moment van indiening van de offerte en aanvang van de uitvoering van de dienstverlening, antwoord[t] depannage Lybaert BV dat er geen evolutie is. Men stelt dat de uitrusting met materieel van de firma op het ogenblik van indiening van de offerte voldoet aan de eisen die betrekking hebben op de nodige uitrusting op het moment van aanvang van de dienstverlening, Depannage Lybaert BV verklaart dus dat er geen groei van de onderneming is voorzien. Dat maakt dat bij de aanvang van de dienstverlening het in de offerte beschreven materieel zal aangewend worden. Onderzoek van alle in de offerte omschreven materieel leert ons dat de firma Depannage Lybaert BV voldoende uitgerust is om perceel 3 (sic) te bedienen. Hierbij wordt rekening gehouden met het noodzakelijke materieel voor het bedienen van de overige percelen waar Depannage Lybaert BV eveneens voor heeft ingeschreven.” 3.6. Op grond van dit gunningsverslag wordt perceel 6 van de opdracht gegund aan de bv Depannage Lybaert. Dit is de bestreden gunningsbeslissing. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. V. Onderzoek van het enig middel XII-9208-8/15 Uiteenzetting van het middel 5. De verzoekende partijen voeren in het enig middel de schending aan van artikel 8 van de rechtsbeschermingswet, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van het bestek en het patere-legem-quam-ipse-fecistibeginsel, van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het materiëlemotiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel en de artikelen 10 en 11 van de Grondwet inzake gelijkheid- en non-discriminatie. De verzoekende partijen betogen in een eerste onderdeel, in essentie, dat hun offerte ten onrechte is geweerd aangezien zij wel beschikken over het vereiste materieel en meer bepaald over de vereiste signalisatievoertuigen. Zij lichten toe dat zij net zoals bij de vorige offerte voor dezelfde opdracht in 2016 die zij thans uitvoeren, over de vereiste signalisatievoertuigen beschikken die “in het kader van dat bestek werd[en] gekeurd en aanvaard”. Zij verwijzen vervolgens naar de overgangsmaatregel in het bestek die hen toelaat de betrokken signalisatievoertuigen en de destijds goedgekeurde configuratie te gebruiken tot 1 januari 2023. Bovendien worden die voertuigen “[u]iteraard […] aangepast aan de nieuwe vereisten tegen de start van de uitvoering van de opdracht, onverminderd de overgangsmaatregel”. Zij stellen dat indien zulks niet het geval zou zijn, dit kan worden gesanctioneerd op het geëigende ogenblik, maar in elk geval niet bij de selectie van de offerte. Bijgevolg maakt de bestreden beslissing volgens hen ten onrechte van de uitrusting van de signalisatievoertuigen een selectiecriterium om hun inschrijving te weren. In een tweede onderdeel betwisten de verzoekende partijen dat de signalisatievoertuig(
- en)van de gekozen inschrijver “op het ogenblik van de bestreden beslissing wel reeds zouden voldoen aan de in het bestek opgelegde eisen inzake uitrusting” terwijl hij evenmin een vernieuwing of aanpassing van XII-9208-9/15 het materieel voorziet. Meer nog, volgens hen blijkt uit de beoordeling dat de verzoekende partijen over meer materieel beschikken dan de begunstigde inschrijver. Zij stellen dat de offertes op een ongelijke manier worden beoordeeld. In elk geval laten de bestreden beslissing en het gunningsverslag niet toe om ook maar te controleren of de signalisatievoertuigen van de begunstigde inschrijver wel reeds zouden voldoen. Beoordeling A. Eerste onderdeel: de onregelmatigheid van de offerte van de verzoekende partijen 6. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de verwerende partij heeft geoordeeld dat de offerte van de verzoekende partijen wel voldoet aan de selectiecriteria inzake de technische bekwaamheid, maar niet voldoet aan de minimale technische eisen die “hoger [liggen] dan die bij de selectie”. Op grond van artikel 76, § 1, vierde lid, 3°, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017) is een offerte die niet voldoet aan de minimale technische eisen, substantieel onregelmatig. 7. De verwerende partij licht in haar nota toe dat in het bestek een opsplitsing is gemaakt tussen de vereiste aantallen rollend materieel bij de selectie enerzijds, en die bij de aanvang van de opdracht anderzijds, om de inschrijvers toe te laten de zware investeringen pas te maken wanneer de opdracht hen daadwerkelijk wordt gegund. Uit de offerte van de verzoekende partijen blijkt dat zij “neen” hebben geantwoord op de vraag “d” in bijlage 4.7 aangaande dit verschil. Door op voormelde vraag “neen” te antwoorden, lijken de verzoekende partijen aan te geven, zoals zij overigens bevestigen in hun verzoekschrift, “dat zij over het vereiste (rollend) materieel beschikken zowel […] op het ogenblik van de inschrijving als bij de uitvoering van de opdracht en zij dus geen verschillend / ander (rollend) materieel moeten inzetten bij de aanvang van de uitvoering van de opdracht”. XII-9208-10/15 Voorts bevestigen de verzoekende partijen in hun verzoekschrift dat zij de signalisatievoertuigen willen inzetten die reeds door hen worden gebruikt in het kader van de uitvoering van een thans lopende opdracht, gegund in 2016. Zij lijken niet te betwisten dat deze signalisatievoertuigen thans niet voldoen aan de nieuwe minimale technische eisen, aangezien zij verwijzen naar de overgangsmaatregel die hen toelaat de betrokken signalisatievoertuigen en de destijds goedgekeurde configuratie nog te gebruiken tot 1 januari 2023 en aangezien zij beweren dat zij de voertuigen “[u]iteraard” gaan aanpassen “aan de nieuwe vereisten tegen de start van de uitvoering van de opdracht”. 8. Voor zover de verzoekende partijen een beroep wensen te doen op de overgangsmaatregel bepaald in punt 3.3.1 van de technische bepalingen van het bestek, lijkt op het eerste gezicht met de verwerende partij te kunnen worden vastgesteld dat luidens deze bepaling, bij een oproep, het eerste signalisatievoertuig (wel) steeds moet voldoen aan de minimale technische eisen van het bestek. Enkel bijkomende signalisatievoertuigen lijken te kunnen gebruikmaken van de overgangsmaatregel. Voorts worden luidens punt 3.1.3.1 van de technische bepalingen, voor perceel 6, twee signalisatievoertuig(
- en)vereist waarvan één voertuig weliswaar van de overgangsmaatregel kan genieten maar het andere voertuig meteen “moet voldoen aan de nieuwste technische eisen zoals verderop in dit bestek omschreven onder punt 3.3”. Voor zover de verzoekende partijen stellen dat zij, in geval van gunning, dat voertuig uiteraard tegen de start van de uitvoering van de opdracht zullen aanpassen aan de nieuwe eisen, dan hadden zij dit moeten aangeven in hun offerte of bijlagen. De verzoekende partijen hebben dit niet gedaan, terwijl overeenkomstig artikel 78 (punt 6) van de administratieve bepalingen van het bestek, de inschrijver in zijn offerte dient te beschrijven hoe hij op het moment van de aanvang der diensten zal beschikken over onder meer het nodige materieel “zoals beschreven in de technische bepalingen”, bepalingen die, zoals de verwerende partij opmerkt, in vergelijking met de vorige opdracht in 2016 aanzienlijk zijn verzwaard. De verwijzing van de verzoekende partijen naar de besteksbepalingen – onder punt ‘3.1.3.4. Keuringen van (rollend) materieel’ – waarin wordt gesteld dat “[m]instens 15 werkdagen voorafgaand aan de aanvang van de dienstverlening […] de dienstverlener over alle noodzakelijke (rollend) XII-9208-11/15 materieel [beschikt]” en dat “[s]ignalisatievoertuigen die nieuw in dienst worden genomen in de firma, […] binnen een termijn van 6 maand na gunning volledig in orde [dienen] te zijn met de technische specificaties”, lijkt geen afbreuk te doen aan de voornoemde verplichting voor de inschrijver om in de offerte reeds aan te geven dat hij beschikt over het vereiste materieel dat in orde is met de technische specificaties en, indien niet, dat hij nieuw materieel zal aankopen of het bestaande zal aanpassen. Aldus lijkt de verwerende partij op het eerste gezicht terecht te hebben geoordeeld dat het in de offerte van de verzoekende partijen voorgestelde materieel niet voldoet en “er ook geen vernieuwing, aanpassing, … van het materieel wordt voorzien”, zodat hun offerte niet voldoet aan de eisen opgelegd in het bestek op het ogenblik van aanvang van de dienstverlening. 9. Het eerste onderdeel van het enig middel is niet ernstig. B. Tweede onderdeel: de regelmatigheid van de offerte van de gekozen inschrijver 10. Luidens de bestreden beslissing zou uit het “[o]nderzoek van alle in de offerte omschreven materieel” blijken dat de gekozen inschrijver “voldoende uitgerust is om perceel 3 [te verstaan als perceel 6] te bedienen”, en voldoet deze bijgevolg “aan de eisen opgelegd in het bestek op het ogenblik van aanvang van de dienstverlening”. 11. Voor zover de verzoekende partijen aanvoeren dat de bestreden beslissing niet toelaat te controleren of de signalisatievoertuigen van de gekozen inschrijver wel reeds voldoen, lijkt op het eerste gezicht niet van de aanbestedende overheid te moeten worden vereist dat zij, wanneer er geen probleem rijst, voor elk mogelijk aspect in detail in de bestreden beslissing de positieve redenen te kennen geeft waarom de offerte voldoet aan de minimale technische eisen. 12. In ieder geval blijkt uit de offerte van de gekozen inschrijver dat deze op dezelfde voornoemde vraag “d” in bijlage 4.7 heeft geantwoord als XII-9208-12/15 volgt: “Neen. Ons bedrijf voldoet aan de zwaarste vereisten en heeft voldoende takel- en signalisatiewagens zoals gespecifieerd in DEEL III; 3 beschikbaar materiaal - materieel)”. Voorts blijkt uit die offerte, als vertrouwelijk stuk neergelegd maar waarop de Raad van State vermag acht te slaan, dat bij de foto’s van de twee aangeboden signalisatievoertuigen voor perceel 6 wordt gesteld: “Wanneer het perceel aan onze firma wordt toebedeeld zal het voertuig uitgerust worden in overeenstemming met de voorwaarden van het bestek met nummer WOV/INV/2021/10”. Met de verwerende partij lijkt bijgevolg op het eerste gezicht te kunnen worden aangenomen dat de situatie van de verzoekende partijen verschilt van deze van de gekozen inschrijver. Anders dan in de offerte van de verzoekende partijen het geval was, heeft de gekozen inschrijver zich in zijn offerte uitdrukkelijk ertoe verbonden om de betrokken signalisatievoertuigen aan te passen om te voldoen aan de eisen opgelegd in het bestek op het ogenblik van aanvang van de dienstverlening. De verzoekende partijen gaan er dan ook ten onrechte van uit dat in de offerte van de gekozen inschrijver “ook geen vernieuwing, aanpassing, … van het materieel wordt voorzien”. Gelet op het voorgaande komt de Raad van State in de huidige stand van het geding tot de conclusie dat de verwerende partij rechtmatig mocht oordelen dat de offerte van de gekozen inschrijver “voldoet aan de eisen opgelegd in het bestek op het ogenblik van aanvang van de dienstverlening”. 13. Het tweede onderdeel is evenmin ernstig. VI. Besluit 14. Het enig middel is niet ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden verworpen. XII-9208-13/15 BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. XII-9208-14/15 2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor een derde, een bijdrage van 22 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien mei tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Patricia De Somere XII-9208-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.803 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div