← België

Arrest 253838 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 23/05/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.838 Rolnummer: A. 235322/X-18058 Zaak: Arrest 253838 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 23/05/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-03 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-10 06:57 Fiche Arrest nr 253.838 van 23 mei 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 253.838 van 23 mei 2022 in de zaak A. 235.322/X-18.058 In zake:

  1. Paul CLAUS
  2. Florimond DE WEIRT
  3. Pieter BOGAERT allen woonplaats kiezend te 8600 Diksmuide Fernande Verstraeteplein 3 tegen:
  4. de STAD DIKSMUIDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Saartje Spriet kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen
  5. de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  6. De vordering, ingediend op 15 december 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: a. het besluit van 26 april 2021 van de gemeenteraad van de stad Diksmuide houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Stationsbuurt’, en b. het besluit van 22 juli 2021 van de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen houdende de goedkeuring van dat gemeentelijk RUP. II. Verloop van de rechtspleging
  7. De eerste verwerende partij heeft een nota ingediend. X-18.058-1/5 Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 mei
  8. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Paul Claus, die in persoon verschijnt, en advocaat Saartje Spriet, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. Regelmatigheid van de rechtspleging – pleitnota
  10. Eerste verzoeker legt ter terechtzitting een pleitnota neer. Het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ voorziet niet in de mogelijkheid om een pleitnota als een processtuk neer te leggen. Het is de partijen echter wel toegestaan om nieuwe feiten die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid en/of de gegrondheid van de vordering, aan de Raad van State ter kennis te brengen. In zoverre de door verzoeker neergelegde pleitnota op dergelijke feiten betrekking heeft, kan ze dan ook bij de zaak worden betrokken. In zoverre de pleitnota geen betrekking heeft op dergelijke feiten, maar de neerslag vormt van de uiteenzetting ter terechtzitting, wordt ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. X-18.058-2/5 IV. Feiten
  11. Het stadsbestuur van de stad Diksmuide beslist in november 2003 om een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken voor de opwaardering van de stationswijk. Eerste en tweede verzoekers wonen ten noordoosten van de stationswijk van Diksmuide. Derde verzoeker woont ten oosten van deze wijk.
  12. Bij arrest nr. 249.241 van 15 december 2020 willigt de Raad van State het annulatieberoep in dat onder meer eerste en tweede verzoekers hebben ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad van de stad Diksmuide van 30 oktober 2017 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP ‘Stationsbuurt’, en het besluit van 22 februari 2018 van de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen houdende de goedkeuring van dat gemeentelijk RUP.
  13. Respectievelijk op 26 april 2021 en 22 juli 2021 worden de bestreden besluiten genomen. V. Onderzoek wat tweede en derde verzoekers betreft
  14. Alleen eerste verzoeker is ter terechtzitting aanwezig. Tweede en derde verzoekers zijn, alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen en zijn ook niet rechtsgeldig vertegenwoordigd. De mededeling van eerste verzoeker dat derde verzoeker geen toelating kreeg van zijn werkgever om te verschijnen, vergoelijkt dat niet. Luidens artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ moet de vordering tot toekenning van de schorsing worden afgewezen wanneer “de eiser noch verschijnt noch vertegenwoordigd is”. X-18.058-3/5 Bijgevolg dient de vordering te worden afgewezen in hoofde van tweede en derde verzoekers. VI. Onderzoek wat eerste verzoeker betreft
  15. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder meer op voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring.
  16. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar verzoekschrift aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaken.
  17. Te dezen zijn er ter verantwoording van de spoedeisendheid in het verzoekschrift enkel concrete gegevens aangevoerd in hoofde van derde verzoeker, die meer bepaald wijst op het feit dat er een vergunningsaanvraag in behandeling is voor de oprichting van een gebouw op twintig meter van zijn woning; die oprichting zal neerkomen op het optrekken van een “muur” van 12,5 meter hoog, waardoor aan derde verzoeker “een belangrijke hoeveelheid zonlicht [evenals] zicht op het stadspark direct ontnomen [zullen worden]”. Uit niets kan worden afgeleid dat de vordering spoedeisend zou zijn in hoofde van eerste verzoeker. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering ook in hoofde van eerste verzoeker af te wijzen. X-18.058-4/5 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig mei tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.058-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.838 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.845 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.