id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.922 Rolnummer: A. 236478/X-18160 Zaak: Arrest 253922 - Sluitingen van vestigingen - 03/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-03 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-10 07:01 Fiche Arrest nr 253.922 van 3 juni 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 253.922 van 3 juni 2022 in de zaak A. 236.478/X-18.160 In zake :
- BV JAPPA
- Shree IMKHADA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns, Dieter Torfs en Jeff Goffings kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Van Overbeke kantoor houdend te 3500 Hasselt Maastrichterstraat 114, bus 1.01 tegen : de STAD GENK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Mertens en Philippe Dreesen kantoor houdend te 2580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 25 mei 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de stad Genk van 17 mei 2022 tot sluiting van de inrichting Esaki Sushi, Stationsstraat 14 te 3600 Genk, van 23 mei 2022 om 00.01 u tot 23 juni 2022 om 23.59 u. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. X-18.160-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 juni 2022, om 11.30 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Chris Schijns, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Philippe Dreesen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Gevolg gevend aan de aanvraag van verzoekers, is op 26 juli 2021 bij besluit van de burgemeester van de stad Genk de exploitatievergunning afgegeven voor de horecazaak Esaki Sushi, Stationsstraat 14 te 3600 Genk. Er wordt onder meer in opgemerkt dat er volgens het verslag van de brandweer geen overnachting of bewoning in het gebouw is toegelaten, dat op de vergunning het gemeentelijk reglement op de horeca van toepassing is en dat bij niet naleving van het reglement de sancties waarin het reglement voorziet, kunnen worden toegepast. Op 28 maart 2022 wordt in een bestuurlijk verslag van de politie aan de burgemeester hoofdzakelijk meegedeeld dat op 26 maart 2022 bij een controle van de horecagelegenheid van verzoekers is vastgesteld dat er op de tweede verdieping twee slaapkamers zijn ingericht. X-18.160-2/6 Met een brief van 8 april 2022, waarbij een kopie van het bestuurlijk verslag is gevoegd, wordt tweede verzoeker opgeroepen om te worden gehoord over het voornemen van de burgemeester om een bestuurlijke maatregel op grond van de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet op te leggen. De hoorzitting heeft plaats op 5 mei
- Op 17 mei 2022 beslist de burgemeester “in het kader van artikel 133 2de lid en artikel 135§2 Nieuwe Gemeentewet” tot de sluiting van de horecazaak Esaki Sushi Genk. Ter verantwoording wordt hoofdzakelijk aangevoerd dat de uitbater zich niet conformeert aan het brandweerverslag en bijgevolg aan de exploitatievergunning horeca, dat een werknemer persoonlijke documenten op het adres van de horecazaak toegestuurd krijgt, wat “het vermoeden van bewoning versterkt”, en dat een preventieve bestuurlijke maatregel absoluut noodzakelijk is, “[i]n het bijzonder om te voorkomen dat verdere inbreuken worden gepleegd met betrekking tot de uitbating van Esaki Sushi, om het strafrechtelijk onderzoek inzake de inbreuken op de arbeidswetgeving verder te laten lopen zonder risico op nieuwe inbreuken en de openbare orde, in casu de openbare veiligheid, te vrijwaren gezien de brandonveilige situatie voor de bewoners”. IV. Ontvankelijkheid
- Volgens de nota voldoet eerste verzoekster niet aan “de vereiste procedurevoorschriften”. Een onderzoek van en een uitspraak over de exceptie zouden zich alleen opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, wat zoals hierna zal blijken niet het geval is. V. Grondvoorwaarden voor een schorsing X-18.160-3/6
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid
- Met de bestreden beslissing reageert de burgemeester, naar hij beweert ter handhaving van de openbare orde, tegen de niet-naleving door verzoekers van een voorwaarde van hun uitbatingsvergunning. Er is vooralsnog volstrekt geen enkele reden om aan te nemen dat de sluiting, anders dan verzoekers zeggen te vrezen, niét na één maand ten einde komt en integendeel verlengd zal worden.
- Verzoekers voeren met betrekking tot de “ernstige en onherstelbare nadelen” die zij ten gevolge van de bestreden beslissing lijden, in de eerste plaats een “financiële component” aan: “Uit de bijgebrachte ‘maandrapporten’ blijkt dat verzoekende partijen maandelijks een aanzienlijke omzet uit verkoop behalen (stuk 4). De opgelegde sluiting voor de periode van één maand dreigt het voortbestaan van het handelsfonds en dus de handelszaak structureel en definitief te hypothekeren. Ingevolge een liquiditeitsprobleem zullen de betalingen in het gedrang komen en mogelijks zullen er ontslagen onder het personeel volgen. De vaste kosten in hoofde van verzoekers (verzekeringen, onderhoud,…) blijven immers onverminderd verder lopen. Bovendien is de coronapandemie, dewelke tevens een grote impact op de bedrijfsvoering heeft gehad, nog maar net – zij het voorlopig – van de baan.” Het enige wat verzoekers in verband met het voorgaande concretiseren en bewijzen, is het feit dat zij een aanzienlijke omzet uit verkoop boeken (stuk 4 van verzoekers). Tegen welke vaste kosten zij aankijken, welke X-18.160-4/6 betalingen precies in het gedrang komen, met hoeveel personeel zij werken en voor hoeveel ontslagen wordt gevreesd: niets daarvan wordt verduidelijkt, laat staan nog met stukken gestaafd. In die omstandigheden worden een liquiditeitsprobleem en een structurele en definitieve hypotheek die het voortbestaan van de inrichting in het gedrang zou brengen, niet in het minst aannemelijk gemaakt.
- In de tweede plaats doen verzoekers gelden dat de bestaande klanten gedurende de sluiting naar andere “desbetreffende aangelegenheden” zullen moeten gaan, die in het Genkse “bij overvloed” voorhanden zijn, en dat het “ontegensprekelijk” vaststaat dat bestaande klanten een andere zaak zullen verkiezen en “mogelijks zullen blijven verkiezen”. Weer laten verzoekers het bij een loutere bewering, die zij in geen enkel opzicht geloofwaardig maken.
- Rest het argument dat in een krantenartikel over de bestreden beslissing bericht wordt en “onjuiste informatie wordt verkondigd”. Hierdoor zal het zakencijfer negatief worden beïnvloed en zal er reputatieschade ontstaan. Het betrokken artikel is, alles bij mekaar, maar kort en sec. Een reputatieschade van enig belang erdoor, is bijzonder onwaarschijnlijk. Verzoekers benadrukken in het artikel dat de sluiting niets met hygiëne te maken heeft, de burgemeester wijst er vooral op dat “er een probleem is” als wordt toegelaten dat er iemand in het gebouw woont, en voorts geeft hij mee dat hij de sanctie beperkte tot één maand, zodat “de zaak toch opnieuw van start [kan] gaan voor de aftrap voor Genk on Stage”. Hoe dan ook zou een schorsing van de bestreden beslissing in voorkomend geval de publicatie niet ongedaan kunnen maken en zonder gevolg ervoor zijn. X-18.160-5/6
- Uit het voorgaande, volgt dat verzoekers er niet van doen blijken dat zij in een geval van uiterst dringende noodzakelijkheid verkeren en dat aan de betrokken schorsingsvoorwaarde voldaan is. Alvast één van de twee cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing is aldus niet vervuld. Dit volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- Verzoekers worden elk voor de helft verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 22 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.160-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.922 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div