← België

Arrest 253925 - Reglementen (justitie) - 07/06/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.925 Rolnummer: A. 225033/XIV-37694 Zaak: Arrest 253925 - Reglementen (justitie) - 07/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-15 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-10 07:01 Fiche Arrest nr 253.925 van 7 juni 2022 Justitie - Reglementen (justitie) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 253.925 van 7 juni 2022 in de zaak A. 225.033/XIV-37.694 In zake:

  1. VZW ACTIEVE VERDEDIGING DER WAPENLIEFHEBBERS
  2. Daniel BEETS
  3. Xavier MAESEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Nicolas Goethals kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 24 april 2018, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 26 februari 2018 ‘tot wijziging van diverse koninklijke besluiten ter uitvoering van de wapenwet, betreffende de uitlening, de neutralisering en de vernietiging van vuurwapens en tot bepaling van de procedure bedoeld in artikel 45/1 van de wapenwet’. XIV-37.694-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 252.519 van 21 december 2021 heropent de Raad van State het debat en het door de Auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt gelast met een aanvullend verslag. Eerste auditeur Frederick Eggermont heeft een aanvullend verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 1 maart
  6. Op 20 april 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling
  8. Bij arrest nr. 252.519 van 21 december 2021 is vastgesteld dat het voorliggende beroep niet ontvankelijk is wat de derde verzoeker betreft en dat die partij, met het oog op de uitspraak over de kosten, enkel wat dit aspect betreft, in het geding werd behouden totdat definitief uitspraak over de kosten wordt gedaan. XIV-37.694-2/4
  9. In het aanvullend auditoraatsverslag wordt wat de verzoekende partijen betreft, de verwerping van het beroep voorgesteld, alsook het ten laste leggen van de kosten, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, aan de verzoekende partijen. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de niet-ontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing ten opzichte van de eerste en de tweede verzoekende partij. BESLISSING
  10. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit wat de eerste en tweede verzoekende partijen betreft.
  11. De Raad verwerpt het beroep voor het overige.
  12. De verzoekende partijen worden, ieder voor een derde, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. XIV-37.694-3/4
  13. Het te veel betaalde bedrag aan bijdrage dient aan de verzoekende partijen te worden teruggestort. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-37.694-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.925 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.539 ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.157 ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.519 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.