← België

Arrest 253950 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 09/06/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.950 Rolnummer: A. 235861/VII-41331 Zaak: Arrest 253950 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 09/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-14 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-10 07:01 Fiche Arrest nr 253.950 van 9 juni 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 253.950 van 9 juni 2022 in de zaak A. 235.861/VII-41.331 In zake: Paul SEGHERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katrien Boterman kantoor houdend te 8200 Sint-Michiels ’t Kloosterhof 15-17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willy Van der Gucht en Franky De Mil kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. Verzoeker dient met een enig verzoekschrift op 14 maart 2022 een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en een beroep tot nietigverklaring in van “de beslissing d.d. 11.02.2022 van de provinciale geneeskundige commissie West-Vlaanderen waarbij op grond van art. 119, §1, 2, b en art. 119, §1, 2, i van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen werd beslist om het visum van lth. Paul Seghers in te trekken en waarbij werd beslist om drie deskundigen, zijnde twee psychiaters en een internist en evenveel plaatsvervangers aan te duiden, om te oordelen over de fysische en psychische geschiktheid van Lth. Seghers Paul om het beroep van tandarts uit te oefenen”. XIV-41.331-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 juni
  3. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Nick Servranckx, die loco advocaat Katrien Boterman verschijnt voor verzoeker, en advocaat Franky De Mil, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker is tandarts. Naar aanleiding van een klacht van een patiënt, beslist de provinciale geneeskundige commissie van West-Vlaanderen op 11 februari 2022, na een bemiddelingspoging en na verzoeker te hebben gehoord, om verzoekers XIV-41.331-2/6 visum in trekken en om aan de Nationale Raad van de Orde van Artsen te vragen om drie deskundigen, zijnde twee psychiaters en een internist en evenveel plaatsvervangers, aan te duiden om te oordelen over de fysische en psychische geschiktheid van verzoeker om het beroep uit te oefenen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Nader onderzoek van de rechtspleging
  6. De verwerende partij heeft een administratief dossier en een nota met opmerkingen ingediend buiten de termijn, voorzien in artikel 11, eerste lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Met toepassing van artikel 11, laatste lid, van dit koninklijk besluit wordt de nota met opmerkingen uit het debat geweerd.
  7. Verzoeker heeft na kennisname van de nota van de verwerende partij en van het auditoraatsverslag zelf nog een “nota met opmerkingen” ingediend. Dergelijk procedurestuk is niet voorzien in het voornoemde koninklijk besluit van 5 september
  8. Het wordt derhalve uit het debat geweerd. V. Schorsingsvoorwaarden
  9. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. XIV-41.331-3/6 VI. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker
  10. Verzoeker voert aan dat de bestreden beslissing onwettig en bijgevolg reeds prima facie nietig is “aangezien deze gebaseerd is op een wet die niet meer bestaat en aangezien er momenteel geen rechtsgrond is om het visum in te trekken”, minstens omdat “de correcte procedure niet [is] gevolgd”. Volgens verzoeker “is er geen enkel objectief bewijs in het dossier dat de intrekking van het visum rechtvaardigt”. Verzoeker acht de zaak te spoedeisend om de behandeling van het beroep tot nietigverklaring af te wachten omdat, “zolang deze beslissing geldt […] verzoeker niet in de mogelijkheid [is] om zijn patiënten te behandelen en […] hij zijn beroep als tandarts niet verder [kan] uitoefenen”. Zo “loopt hij inkomsten mis en verliest hij patiënten”. Verzoeker besluit dat de schorsing van de bestreden beslissing “noodzakelijk en dringend [is] teneinde een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te voorkomen”. Beoordeling
  11. Naar luid van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij bij de Raad van State toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Een verzoekende partij moet aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens in haar inleidende akte uitleggen in welke mate zij XIV-41.331-4/6 onherroepelijke schadelijke gevolgen zou ondergaan indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. Het volstaat niet te beweren dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. De voorwaarde van het spoedeisend karakter is een schorsingsvoorwaarde die afzonderlijk onderzocht moet worden. De onwettigheden die tegen een bestreden besluit worden aangevoerd kunnen op zich geen reden zijn om het bestaan van spoedeisendheid te aanvaarden.
  12. In zoverre verzoeker de bestreden beslissing onwettig acht omdat ze zou zijn gesteund op een wet die niet meer bestaat en er geen rechtsgrond voor zou zijn, stuurt hij aan op een onderzoek van de schorsingsvoorwaarde van een ernstig middel. Een gebeurlijk ernstig middel kan evenwel geen reden zijn om het bestaan van spoedeisendheid te aanvaarden.
  13. Met de stelling dat hij inkomsten en patiënten verliest doordat hij zijn beroep als tandarts niet meer kan uitoefenen, beroept verzoeker zich in wezen op een financieel nadeel. Verzoeker verschaft in het inleidend verzoekschrift echter niet de minste toelichting over de ernst van dit financieel nadeel. Een financieel nadeel is in principe herstelbaar en verzoeker toont geen bijzondere redenen aan waaruit kan blijken dat de omvang van het financiële nadeel op zijn situatie een zodanige impact heeft dat hij dit niet kan ondergaan in afwachting van een uitspraak ten gronde. Verzoeker verschaft ter terechtzitting wel bijkomende informatie, maar deze wordt buiten beschouwing gelaten vermits verzoeker niet aantoont dat hij deze informatie niet kon meedelen bij het instellen van de vordering tot schorsing. Er dient overigens rekening mee te worden gehouden dat de bestreden beslissing slechts geldt in afwachting van een definitieve beslissing van de provinciale geneeskundige commissie van West-Vlaanderen, dit na XIV-41.331-5/6 ontvangst van het advies van het college van deskundigen. Uit de thans voorgehouden inkomsten als tandarts van 12.661,50 euro in 2020 kan alleszins niet worden afgeleid dat verzoeker het verloop van de annulatieprocedure niet zou kunnen afwachten, temeer daar de beroepskosten hoger lagen dan de inkomsten (hetgeen uiteraard geen gevolg is van de bestreden beslissing).
  14. Bijgevolg is de spoedeisendheid van de vordering niet aangetoond. VII. Conclusie
  15. Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams XIV-41.331-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.950 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.