← België

Arrest 253975 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/06/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.975 Rolnummer: A. 235091/XIV-38881 Zaak: Arrest 253975 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-10 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-10 07:02 Fiche Arrest nr 253.975 van 10 juni 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 253.975 van 10 juni 2022 in de zaak A. 235.091/XIV-38.881 In zake:

  1. de V.Z.W. CONFEDERATION EVENTS
  2. de N.V. ANTWERPS SPORTPALEIS
  3. de N.V. PROMOTIE VOOR SPECIEALE EVNEMENTENB-BELGIUM
  4. de B.V.B.A. BRUCE CONTROL
  5. de B.V. CLUB-ENTERTAINMENT
  6. de B.V.B.A. THE MOOSE EWPERIENCE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan-Diederik Lindemans en Jurgen Figys kantoor houdend te 1000 Brussel Joseph Stevensstraat 23 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nathalie Jonckheere kantoor houdend te 2020 Antwerpen Tentoonstellingslaan 23 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische vernieuwing bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled, Sebastiaan De Meue en Maartje Jongbloet kantoor houdend te 1000 Brussel Bisschoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  7. Het beroep, ingesteld op 26 november 2021, strekt tot de nietigverklaring van “artikel 9 van het Koninklijk Besluit van 28 oktober 2021 (zoals inmiddels gewijzigd bij KB van 19 november 2021) houdende de nodige XIV-38.881-1/4 maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken, met name voor wat de inrichtingen behorende tot de evenementensector (eerste lid, 2°) en de massa-evenementen (eerste lid, 4°) betreft”. II. Verloop van de rechtspleging
  8. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 16 februari
  9. Op 4 mei 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. III. Beoordeling
  11. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partijen de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. XIV-38.881-2/4 Bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partijen hebben geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  12. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De verzoekende partijen worden, elk voor een zesde, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter XIV-38.881-3/4 Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.881-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.975 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.