id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.981 Rolnummer: A. 234752/IX-9959 Zaak: Arrest 253981 - Examens (onderwijs) - 13/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-13 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-10 07:03 Fiche Arrest nr 253.981 van 13 juni 2022 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 253.981 van 13 juni 2022 in de zaak A. 234.752/IX-9959 In zake: Sara KOCKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Thomas Fiers kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 7 oktober 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepsinstantie van het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts van 25 augustus 2021 waarbij het beroep van Sara Kockx ongegrond wordt verklaard en de eerder door de examencommissie genomen beslissing dat zij 144 op 240 punten behaalt en niet gunstig is gerangschikt, wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 252.917 van 8 februari 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. IX-9959-1/3 Het genoemde arrest is op 21 februari 2022 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 19 april 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IX-9959-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-9959-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.981 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.917 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.