← België

Arrest 253986 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 13/06/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.986 Rolnummer: A. 236550/X-18169 Zaak: Arrest 253986 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 13/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-15 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-10 07:03 Fiche Arrest nr 253.986 van 13 juni 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 253.986 van 13 juni 2022 in de zaak A. 236.550/X-18.169 In zake:

  1. de BV DESIGN CAR BELGE DCB
  2. Albert HOVAKIMYAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Donkers kantoor houdend te 1745 Opwijk Nanovestraat 26 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE ASSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sofie Albert kantoor houdend te 1000 Brussel Wolvengracht 38, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 3 juni 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van 1° “de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse, genomen op 16 mei 2022 waarbij aan de verzoekende partijen de uitbatingsvergunning voor een in open lucht gelegen opslagplaats voor schroot, voertuigen buiten gebruik, autowrakken of rijklare tweedehandsvoertuigen, gelegen te 1730 Asse, Brusselsesteenweg 37 wordt geweigerd”, en 2° “de stilzwijgende beslissing waarbij aan de heer Albert Hovakimyan de uitbatingsverguning voor een in open lucht gelegen opslagplaats voor schroot, voertuigen buiten gebruik, autowrakken of rijklare tweedehandsvoertuigen, gelegen te 1730 Asse, Brusselsesteenweg 37 wordt geweigerd”. X-18.169-1/11 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 juni 2022, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Evert Vervaet, die loco advocaat Jan Donkers verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Brecht Geebelen, die loco advocaat Sofie Albert verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Eerste verzoekster baat een in de openlucht gelegen opslagplaats voor schroot, voertuigen buiten gebruik, autowrakken of rijklare tweedehandsvoertuigen uit te Asse, Brusselsesteenweg
  7. Tweede verzoeker is de feitelijke verantwoordelijke. 3.
  8. Op 14 december 2020 neemt de gemeenteraad van de gemeente Asse een “uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen” aan. Overwogen wordt dat de gemeente geconfronteerd wordt met overlast, onder meer door X-18.169-2/11 opslagplaatsen voor schroot, voertuigen buiten gebruik, autowrakken en rijklare tweedehandsvoertuigen (“vervuiling …”) en dat het reglement “tot doel heeft om de inrichtingen te kunnen controleren en om de verstoring van de openbare orde en overlast tegen te gaan”. De uitbatingsvergunning wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen, na een administratief onderzoek. Dat omvat onder meer een moraliteits- en een mobiliteitsonderzoek. 3.
  9. Op 29 juni 2021 wordt een ‘aanvraagformulier uitbatingsvergunning’, met bijlagen, ingediend voor de uitbating van een in de openlucht gelegen opslagplaats voor schroot, voertuigen buiten gebruik, autowrakken of rijklare tweedehandsvoertuigen met de commerciële naam Design Car Belge. De aanvraag wordt op 31 december 2021 ontvankelijk verklaard, door de deskundige Ondernemen. Het college van burgemeester en schepenen weigert op 28 maart 2022 de gevraagde uitbatingsvergunning omdat het moraliteitsonderzoek ongunstig beoordeeld wordt “op basis van het niet hebben van een blanco strafregister”. De tenuitvoerlegging van die weigeringsbeslissing wordt op vordering van verzoekers door de Raad van State bij arrest nr. 253.644 van 4 mei 2022 geschorst omdat nergens uit opgemaakt kan worden dat de conclusie inzake de ongunstige moraliteit berust op een concrete afweging en beoordeling van de gerechtelijke antecedenten van de uitbater en zijn medewerker in het licht van het precieze doel dat met het toegepaste uitbatingsreglement wordt beoogd. X-18.169-3/11 3.
  10. Ten gevolge van het schorsingsarrest trekt het college van burgemeester en schepenen op 9 mei 2022 de weigeringsbeslissing van 28 maart 2022 in. Op 16 mei 2022 beslist het college opnieuw de aanvraag te weigeren: “om de volgende redenen: - de strafrechtelijke veroordelingen die een rechtstreekse link hebben met de concrete uitbating van Design Car Belge, aangezien deze activiteiten gelinkt zijn aan de verkoop van voertuigen; - het stallen van voertuigen zorgt voor een onveilige situatie en conflicten met doorgaand fietsverkeer; -er is een parkeerbehoefte waaraan niet kan worden voldaan”. IV. Ontvankelijkheid Excepties
  11. Volgens een eerste exceptie van de verwerende partij hebben verzoekers geen belang bij een vernietiging. Uit hun derde en het vierde middel volgt dat de uitbatingsvergunning op grond van de aanvraag van 29 juni 2021 niet meer kan worden verleend en er “enkel maar sprake kan zijn van een stilzwijgende weigeringsbeslissing”. Wat die middelen betreft kan het verzoekschrift “er bovendien enkel maar toe leiden dat bij een vernietiging er sprake is van een stilzwijgende weigeringsbeslissing”. In een tweede exceptie wordt betoogd dat er geen sprake is “[v]an enige stilzwijgende weigeringsbeslissing (‘tweede bestreden beslissing’)”. Het beroep ertegen is onontvankelijk ratione materiae. Ten slotte is, blijkens een derde exceptie, het beroep tegen een stilzwijgende weigering “manifest laattijdig”. X-18.169-4/11 Beoordeling
  12. Bij de verwerende partij is door verzoekers op 29 juni 2021 één ‘aanvraagformulier uitbatingsvergunning’ ingediend voor de uitbating van een in de openlucht gelegen opslagplaats voor schroot, voertuigen buiten gebruik, autowrakken of rijklare tweedehandsvoertuigen met als commerciële naam Design Car Belge. De eigenlijke uitbater, die verklaart de opslagplaats te huren, is eerste verzoekster. Tweede verzoeker is “de natuurlijke persoon die voor rekening en risico van de uitbater de inrichting uitbaat”. Nadat de verwerende partij de aanvraag op 28 maart 2022 expliciet weigerde, trekt zij die weigering, na de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan bij arrest nr. 253.644 van 4 mei 2022, op 9 mei 2022 weer in, om vervolgens op 16 mei 2022 opnieuw een expliciete weigeringsbeslissing over de vergunningsaanvraag te nemen, zijnde de eerste bestreden beslissing. Ten minste in de huidige stand van de procedure onderkent de Raad van State geen andere, op vandaag uitvoerbare, weigering van de aanvraag van 29 juni 2021 die naast deze expliciete weigeringsbeslissing van 16 mei 2022 zou bestaan.
  13. De tweede bestreden beslissing lijkt niet te bestaan. Het brengt mee dat het derde en het vierde middel, die exclusief op de tweede bestreden beslissing betrekking hebben, zonder voorwerp en dus onontvankelijk zijn, en ook niet de gevolgtrekkingen kunnen staven die de verwerende partij er in de eerste exceptie uit maakt. De voorliggende vordering is alleen ontvankelijk wat de eerste bestreden beslissing betreft. X-18.169-5/11 V. Schorsingsvoorwaarden
  14. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Voorwaarde van een ernstig middel Standpunt van de partijen
  15. Verzoekers voeren in een tweede middel de schending aan van artikelen 8, § 1, 4), en 11, § 1, van het uitbatingsreglement, van artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel, en van het materiëlemotiverings- en vertrouwensbeginsel. Onder meer doen zij gelden dat de motivering onvoldoende draagkrachtig is en niet aansluit bij het algemene opzet van het uitbatingsreglement. Het moraliteitsonderzoek moet worden uitgevoerd in het licht van de finaliteit van het uitbatingsreglement en dient zich dus te concentreren op de mogelijke hinder ten gevolge van vervuiling. Alleszins ontbreekt een motivering omtrent die finaliteit. Nergens motiveert de verwerende partij welke link de strafrechtelijke antecedenten zouden hebben met de oorspronkelijke finaliteit. Wat het weigeringsmotief in verband met het mobiliteitsonderzoek betreft, wijzen verzoekers erop dat de dienst Mobiliteit een gunstig advies heeft uitgebracht en dat de betrokken overwegingen “compleet haaks [staan] op de eerdere – ingetrokken – beslissing van 26 [lees : 28] maart X-18.169-6/11 2022”. Het motief in verband met het stallen van voortuigen vooraan en het gebrek aan adequate maatregelen om de onveilige situatie voor het fietsverkeer te voorkomen is “de absurditeit zelve”. Eerst stelde het college van burgemeester en schepenen zelf voor om de parkeerplaatsen voor de winkel vrij te houden voor klanten en daar geen wagens te koop aan te bieden. Voorts blijkt uit het aanvraagdossier dat de te koop gestelde voertuigen ofwel binnen staan ofwel achteraan het gebouw. Ten slotte bevat het aanvraagdossier ook de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en schepenen op 20 mei 2019 verleende, waarin wordt geoordeeld dat de aanvraag de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening doorstaat en waarin wordt verwezen naar een gunstig advies van het agentschap Wegen en Verkeer. Het bestaan van een beleidslijn ‘Koning Fiets’ doet daar niet aan af “als er niet zwart op wit is aangetoond dat er zich effectief een probleem stelt, quod certe non”.
  16. In de nota antwoordt de verwerende partij in de eerste plaats dat zij “noodzakelijkerwijs” tot een ongunstige beoordeling inzake het moraliteitsonderzoek is overgegaan op grond van de ernstige feiten die uit het strafregister blijken. Het gaat om definitieve veroordelingen door de bevoegde rechtbanken. Zoals uit de motivering in de weigeringsbeslissing van 16 mei 2022 blijkt, hebben de strafrechtelijke veroordeling voor “een voertuig dat wordt bestuurd zonder rijbewijs / voorlopig rijbewijs / leerbewijs” en vooral voor “toevertrouwen motorvoertuig (geen rijbewijs)” en “inschrijving voertuigen: proefrittenplaat gebruikt buiten voorziene gevallen” een rechtstreekse link met de concrete uitbating van Design Car Belge: “Feiten inzake het (laten) besturen van een voertuig zonder rijbewijs, of nog het verkeerd gebruik van een proefrittenplaat zijn bij uitstek gelinkt aan deze activiteiten”. Wat het mobiliteitsonderzoek betreft, aldus de nota van de verwerende partij, was het advies van de dienst Mobiliteit niet volledig gunstig. Het college van burgemeester en schepenen heeft zich, na een grondig onderzoek, een eigen beoordeling gemaakt en gemeend, gelet op alle elementen, dat ook wat X-18.169-7/11 het mobiliteitsonderzoek betreft tot een negatieve beoordeling moest worden gekomen. Beoordeling
  17. Het uitbatingsreglement van 14 december 2020 strekt ertoe de overlast en hinder tegen te gaan waarmee de omwonenden en de omgeving van onder meer opslagplaatsen voor rijklare tweedehandsvoertuigen zich geconfronteerd zien. Het reglement doet dat door zulke uitbatingen te onderwerpen aan een vergunning van het college van burgemeester en schepenen, die slechts op bepaalde voorwaarden wordt verleend. Die voorwaarden moeten, om wettig te zijn, op het eerste gezicht een voldoende rechtstreeks verband vertonen met de beoogde beveiliging van de (materiële) openbare orde en, meer bepaald, met het doel om te voorkomen dat zich nog de overlast voordoet die de aanleiding vormde tot het invoeren van het reglement. Voor zoveel dus een moraliteitsonderzoek zich in dit verband laat verantwoorden, lijkt het alleszins nauw op dat precieze doel gericht te moeten zijn.
  18. In de voorliggende zaak doen verzoekers volgens de verwerende partij niet blijken van de vereiste moraliteit. Dat wordt geconcludeerd uit een strafrechtelijke veroordeling die een medewerker opliep voor “een voertuig dat wordt bestuurd zonder rijbewijs / voorlopig rijbewijs / leerbewijs” en “vooral” de strafrechtelijke veroordeling die tweede verzoeker werd opgelegd voor “toevertrouwen motorvoertuig (rijbewijs)” en “inschrijving voertuigen: proefrittenplaat gebruikt buiten voorziene gevallen”. Voor het feit in hoofde van de medewerker werd een geldboete van 200 euro (x 8) met twee jaar probatie-uitstel opgelegd, en een rijverbod van 15 dagen. De feiten in hoofde van tweede verzoeker leidden tot het opleggen van een geldboete van 100 euro (x 8), met één jaar uitstel voor 75 euro (x 8). X-18.169-8/11
  19. Dat de feiten beweerdelijk “een rechtstreekse link” vertonen met de uitbating van de inrichting van verzoekers, vermits ze betrekking hebben op het gebruik van wagens, sluit niet uit dat ze slechts relevant zijn in zoverre ze – qua aard en omvang – redelijkerwijze nuttig te betrekken zijn op, welbepaald, het opzet om de omwonenden en de omgeving van verzoekers uitbating te behoeden voor de hinder en overlast die het uitbatingsreglement tekeer wil gaan, en waarbij in de eerste plaats (alleen) aan “vervuiling” werd gedacht. De eerste bestreden beslissing doet op het eerste gezicht niet van die relevantie blijken. Dat er volgens de beslissing sprake is van “definitieve veroordelingen” lijkt niet te volstaan.
  20. In de tweede plaats is blijkens de eerste bestreden beslissing geen gunstig mobiliteitsonderzoek voorhanden. Meer bepaald voert de verwerende partij aan dat de uitbating “zorgt en zal zorgen voor hinder op het vlak van verkeer en parkeerbehoefte”. Het gaat, eensdeels, om hinder voor doorgaand fietsverkeer door het stallen van voertuigen vooraan en, anderdeels, een gebrek aan parkeergelegenheid.
  21. Niet alleen hebben die gegevens de betrokken dienst Mobiliteit niet belet om de uitbatingsaanvraag van verzoekers gunstig te adviseren, ook waren ze voor het college van burgemeester en schepenen zelf, in zijn beslissing van 28 maart 2022, niet prohibitief. Het college volstond ermee als voorwaarde op te leggen dat er geen wagens te koop mogen worden aangeboden voor de winkel en dat de parkeerplaatsen voor de winkel worden vrijgehouden voor klanten. Thans lijkt de verwerende partij daarover in de eerste bestreden beslissing een totaal omgekeerde visie aan te nemen. Nochtans werd de eerste bestreden beslissing genomen naar aanleiding van de intrekking van de collegebeslissing van 28 maart 2022 ten gevolge van een arrest van de Raad van State waarin louter het motief in verband het moraliteitsonderzoek op het eerste gezicht onwettig werd bevonden. X-18.169-9/11 De reden voor die ommezwaai wordt niet verhelderd en is ook niet spontaan duidelijk.
  22. Uit wat voorafgaat, volgt dat de eerste bestreden beslissing problematisch lijkt vanuit het oogpunt van de formele- en materiëlemotiveringsplicht, en van het redelijkheidsbeginsel. Het tweede middel is ernstig. VII. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid
  23. Verzoekers betogen dat zij een verkooppunt voor tweedehandsvoertuigen uitbaten en daarvoor over alle vereiste vergunningen beschikken. Ten gevolge van de beslissing van 16 mei 2022, moet de uitbating worden stopgezet, op straffe van “(administratieve) sancties dewelke de verwerende partij reeds tweemaal heeft aangekondigd zodat een effectieve handhaving niet irreëel is”. Er is aldus sprake van een imminente sluiting van een reeds bestaande uitbating wat de bedrijfsvoering van eerste verzoekster en de belangen van tweede verzoeker als zaakvoerder ernstig in het gedrang brengt.
  24. Terecht werpt de verwerende partij verzoekers tegen dat het spoedeisend karakter “eerder summier” gemotiveerd wordt. Het belet niet de Raad van State dezelfde uiteenzetting in zijn arrest nr. 563.644 van 4 mei 2022 toch voldoende overtuigend heeft bevonden om tot de schorsing van de tenuitvoerlegging te beslissen van de weigeringsbeslissing van 28 maart 2022, in wier plaats nu de eerste bestreden beslissing is gekomen. De Raad van State ziet geen reden om de uiterst dringende noodzakelijkheid die met de voorliggende vordering tot schorsing van de nieuwe X-18.169-10/11 weigeringsbeslissing gemoeid is, anders te beoordelen dan hij in zijn arrest van 4 mei 2022 deed.
  25. Ook de tweede en laatste voorwaarde voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de eerste bestreden beslissing is vervuld. BESLISSING
  26. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse van 16 mei 2022 tot weigering van een uitbatingsvergunning aan Design Car Belge, Brusselsesteenweg 37 te 1730 Asse, voor een in de openlucht gelegen opslagplaats voor schroot, voertuigen buiten gebruik, autowrakken of rijklare tweedehandsvoertuigen.
  27. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.169-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.986 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.952 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.