← België

Arrest 254060 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 22/06/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.060 Rolnummer: A. 229286/IX-9628 Zaak: Arrest 254060 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 22/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-30 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-10 07:07 Fiche Arrest nr 254.060 van 22 juni 2022 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 254.060 van 22 juni 2022 in de zaak A. 229.286/IX-9628 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mario Van Essche kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 33-35 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willy Van der Gucht en Franky De Mil kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 oktober 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 5 augustus 2019 van het bestuur Medische Expertise van de federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu waarbij XXXX op medische gronden ongeschikt wordt verklaard voor elke functie en wordt vastgesteld dat hij daarom de voorwaarden vervult om tijdelijk vroegtijdig te worden gepensioneerd. IX-9628-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 januari
  3. Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Mario Van Essche, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Franky De Mil, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is vastbenoemd leerkracht in het gemeenschapsonderwijs te Schaarbeek. IX-9628-2/10 3.
  6. Op 13 december 2018 dient het agentschap voor Onderwijsdiensten van het departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse overheid een aanvraag in bij het bestuur Medische Expertise van de federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (hierna: Medex) voor een onderzoek “vervroegde pensionering” van verzoeker. In die aanvraag wordt vermeld dat verzoeker met ziekteverlof is sinds 2 oktober 2014 en ter beschikking is gesteld wegens ziekte sinds 15 december
  7. 3.
  8. Verzoeker wordt opgeroepen voor een medisch onderzoek door de pensioencommissie bij Medex op 14 mei
  9. 3.
  10. Met een brief van 3 juni 2019 deelt Medex aan verzoeker mee dat op grond van het voormelde onderzoek met betrekking tot zijn arbeidsgeschiktheid werd beslist dat hij op medische gronden ongeschikt is voor elke functie en dat hij daarom de voorwaarden vervult om definitief vervroegd te worden gepensioneerd met ingang van 1 juli
  11. In een bijlage bij deze brief worden de medische redenen vermeld waarop die beslissing steunt: “De heer XXXX, 56 jaar, leraar, is in ziekteverlof sinds 2/10/2014 omwille van een psychische decompensatie ten gevolge van problemen op het werk. Hij kan niet tegen de drukte en de stress. Hij kan zich nog steeds niet concentreren en komt weinig buiten. Een werkhervatting is nog steeds niet mogelijk. Een werkhervatting is niet realistisch zodat er overgegaan wordt tot een pensionering.” 3.
  12. Op 25 juni 2019 stelt verzoeker een beroep in tegen de beslissing van Medex van 3 juni
  13. Hij bezorgt ter weerlegging van deze beslissing twee medische verslagen, respectievelijk van 6 juli 2017 en 20 juni 2019, van zijn raadgevend geneesheer-specialist. 3.
  14. Met een brief van 27 juni 2019 wordt verzoeker uitgenodigd voor een nieuw medisch onderzoek op 8 juli
  15. IX-9628-3/10 3.
  16. Met een brief van 9 juli 2019 deelt Medex aan verzoeker op grond van het voormelde onderzoek met betrekking tot zijn arbeidsgeschiktheid het volgende voorstel van beslissing mee: “U bent op medische gronden ongeschikt voor elke functie. U vervult daarom de voorwaarden om tijdelijk vervroegd te worden gepensioneerd. Dit pensioen gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de eerste betekening van de beslissing tot oppensioenstelling, met andere woorden op 01/07/
  17. U moet over 12 maanden op vraag van uw werkgever opnieuw door de pensioencommissie onderzocht worden. U hebt ook het recht om zelf een nieuw onderzoek aan te vragen vanaf zes maanden na het vorige onderzoek, d.w.z. vanaf 08/01/
  18. In ieder geval is een nieuw onderzoek nodig vooraleer u het werk kunt hervatten. Opgelet: De maximale duur van het tijdelijk vervroegd pensioen bedraagt 24 maanden. Indien u voor het verstrijken van die termijn niet opnieuw in dienst bent genomen of niet wedertewerkgesteld of wederbenuttigd wordt […] het tijdelijk vervroegd pensioen automatisch omgezet in een definitief vervroegd pensioen (artikel 117, §1, van de wet van 14 februari 1961 zoals gewijzigd bij wet van 19 mei 1991). Het wordt dus aanbevolen om een nieuw onderzoek te ondergaan ten laatste 18 tot 20 maanden na het begin van het tijdelijk pensioen. De ziekte waaraan u leed op het ogenblik van het onderzoek wordt niet erkend als ernstige en langdurige ziekte zoals bedoeld wordt in de voor uw dienst geldende reglementering betreffende verloven en afwezigheden. Ik verzoek u, mij binnen 10 dagen mee te delen of u met dit voorstel van nieuwe beslissing akkoord gaat. […] Indien ik tegen 23/07/2019 geen antwoord ontvang zal ik ervan uitgaan dat u niet akkoord gaat. In dat geval zal het dossier voor scheidsrechterlijke eindbeslissing worden voorgelegd aan het hoofd van de medische kwaliteit of zijn afgevaardigde.” In een bijlage bij deze brief worden de medische redenen vermeld waarop die beslissing steunt: “Diagnose: psychische decompensatie door werkgerelateerde problematiek. Reeds zeer lang in ziekteverlof (sinds oktober 2014). Er is weinig tot geen evolutie in de toestand. De prognose naar een werkhervatting lijkt hier zeer gereserveerd en men kan stellen dat dit, na bijna vijf jaar, niet meer realistisch lijkt. Teneinde een terugkeer naar de werkvloer niet volledig uit te sluiten, kan nog een tijdelijke oppensioenstelling worden voorgesteld. Het ernstige karakter van de aandoening kan niet erkend worden: er is hier immers geen sprake van een levensbedreigende aandoening noch van een irreversibel ongunstig evoluerende aandoening met infauste prognose.” 3.
  19. Aangezien verzoeker niet bevestigt akkoord te gaan met dit nieuwe voorstel van beslissing, wordt het dossier voor scheidsrechterlijke IX-9628-4/10 eindbeslissing voorgelegd aan “de door het Hoofd van de medische kwaliteit aangewezen medische kwaliteitsmanager”. Met een brief van 5 augustus 2019 deelt Medex aan verzoeker mee dat de volgende scheidsrechterlijke eindbeslissing werd genomen: “U bent op medische gronden ongeschikt voor elke functie. U vervult daarom de voorwaarden om tijdelijk vervroegd te worden gepensioneerd. Dit pensioen gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de eerste betekening van de beslissing tot oppensioenstelling, met andere woorden op 01/07/
  20. U moet over 12 maanden op vraag van uw werkgever opnieuw door de pensioencommissie onderzocht worden. U hebt ook het recht om zelf een nieuw onderzoek aan te vragen vanaf zes maanden na het vorige onderzoek, d.w.z. vanaf 14/11/
  21. In ieder geval is een nieuw onderzoek nodig vooraleer u het werk kunt hervatten. Opgelet: De maximale duur van het tijdelijk vervroegd pensioen bedraagt 24 maanden. Indien u voor het verstrijken van die termijn niet opnieuw in dienst bent genomen of niet wedertewerkgesteld of wederbenuttigd wordt dan wordt het tijdelijk vervroegd pensioen automatisch omgezet in een definitief vervroegd pensioen (artikel 117, §1, van de wet van 14 februari 1961 zoals gewijzigd bij wet van 19 mei 1991). Het wordt dus aanbevolen om een nieuw onderzoek te ondergaan ten laatste 18 tot 20 maanden na het begin van het tijdelijk pensioen. De ziekte waaraan u leed op het ogenblik van het onderzoek wordt niet erkend als ernstige en langdurige ziekte zoals bedoeld wordt in de voor uw dienst geldende reglementering betreffende verloven en afwezigheden. Deze beslissing is definitief; binnen Medex is geen verder beroep meer mogelijk. U hebt nog wel de mogelijkheid om, binnen de 60 dagen, door middel van een verzoekschrift aan de Raad van State, de vernietiging te vragen van deze beslissing.” De medische redenen die aan deze beslissing ten grondslag liggen, luiden als volgt: “Leraar, 56 jaar, werkonbekwaam sinds 02/10/2014 en in disponibiliteit sinds 15/12/
  22. Langdurige psychische decompensatie als gevolg van ernstige conflictsituatie op de werkvloer. Aanhoudende klachten waarvoor verdere medische follow up en medicamenteuze behandeling. Procedure voor de Rechtbank nog lopende. Er wordt geen verbetering aangetoond van de medische toestand over de voorbije maanden. De prognose naar werkhervatting blijft gereserveerd. Rekening houdend met deze elementen kan de beslissing voorlopige pensionering gehandhaafd blijven. De vermelde aandoeningen komen niet in aanmerking voor de erkenning als ‘ernstig en langdurig’. Er is geen sprake van levensbedreigende aandoeningen.” Dat is de bestreden beslissing. IX-9628-5/10 3.
  23. Na een nieuw medisch onderzoek wordt geoordeeld dat verzoeker op medische gronden ongeschikt is voor elke functie. Aangezien verzoeker niet akkoord kan gaan met dit nieuwe voorstel van beslissing, wordt het dossier voor scheidsrechterlijke eindbeslissing voorgelegd aan “de door het Hoofd van de medische kwaliteit aangewezen medische kwaliteitsmanager”. Met een brief van 2 augustus 2021 wordt door Medex aan verzoeker meegedeeld dat “de door het Hoofd van de medische kwaliteit aangewezen medische kwaliteitsmanager” het volgende heeft beslist: “U bent op medische gronden ongeschikt voor elke functie. U vervult daarom de voorwaarden om definitief vervroegd te worden gepensioneerd. Dit pensioen gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de eerste betekening van de beslissing tot oppensioenstelling, met andere woorden op 01/05/
  24. […] Deze beslissing is definitief.” De medische redenen die aan deze beslissing ten grondslag liggen, luiden onder meer als volgt: “Tijdens de voorbije jaren werd door de pensioencommissie reeds herhaaldelijk uitstel verleend met de bedoeling dat betrokkene zich zou kunnen herinschakelen, desnoods in een andere aangepaste functie of op een andere plaats van tewerkstelling. Dit is evenwel niet gebeurd. Na een langdurige werkonbekwaamheid van inmiddels meer dan 7 jaren lijkt de prognose naar werkhervatting zeer gereserveerd en niet meer realistisch. Gezien er geen (zelfs maar gedeeltelijke) werkhervatting heeft plaatsgevonden tijdens de periode van het tijdelijk pensioen, is een beslissing tot definitieve pensionering aangewezen.” Verzoeker heeft deze beslissing niet aangevochten. IX-9628-6/10 IV. Ontvankelijkheid Exceptie
  25. Met een brief van 11 januari 2022 deelt de verwerende partij aan de Raad van State mee dat verzoeker met ingang van 1 mei 2021 definitief op pensioen is gesteld wegens lichamelijke ongeschiktheid. In bijlage voegt zij de brief van 2 augustus 2021 waarin deze beslissing aan verzoeker is meegedeeld samen met de medische motivering. Aangezien verzoeker tegen deze beslissing geen beroep heeft ingesteld, is de verwerende partij van oordeel dat verzoeker niet meer beschikt over het vereiste actueel belang.
  26. Nadat de staatsraad-verslaggever geïnformeerd heeft naar het actueel belang van verzoeker en het voordeel dat hij met de huidige procedure nog beoogt, heeft verzoeker op de terechtzitting in essentie gesteld dat hij nog altijd over een actueel belang beschikt en dat dit belang niet wordt beïnvloed door het feit dat hij definitief met pensioen is gesteld en tegen die beslissing geen annulatieberoep heeft ingesteld. Beoordeling 6.
  27. Het belang, waarvan een verzoekende partij blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het instellen van het annulatieberoep en de verzoekende partij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar een verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet voordeel oplevert. 6.
  28. Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. IX-9628-7/10 Het voordeel moet in beginsel méér zijn dan de morele genoegdoening die een verzoekende partij put uit het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing, inzonderheid om derden aldus te overtuigen van haar initieel gelijk. Een dergelijk belang heeft een karakter dat niet valt binnen de grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat beoogde voordeel is immers niet verbonden met het verdwijnen van de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer maar enkel met het horen gegrond verklaren erga omnes van de door de verzoekende partij aangevoerde middelen. 6.
  29. Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Wel ligt het op de weg van een verzoekende partij, wanneer er twijfel rijst omtrent haar actueel belang en zeker wanneer daarover een onderbouwde vraag wordt gesteld, om aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen, die kunnen aantonen dat zij in de concrete omstandigheden van de zaak nog steeds een actueel en rechtstreeks belang bij de nietigverklaring behoudt. Met wat een verzoekende partij desgevraagd voor de Raad doet gelden, schetst zij zelf de contouren waarom het haar (nog) te doen is en de Raad moet met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden. 6.
  30. Met zijn beroep tot nietigverklaring bestrijdt verzoeker de beslissing van de verwerende partij waarbij zijn opdracht wordt beëindigd en hij met ingang van 1 juli 2019 tijdelijk vervroegd op pensioen wordt gesteld. Het voordeel dat verzoeker met het voorliggende beroep oorspronkelijk nastreefde, bestond er essentieel in, door de nietigverklaring van de bestreden beslissing een nieuwe kans te verwerven om opnieuw te worden tewerkgesteld. Na een nieuw medisch onderzoek uitgaande van Medex – het blijkt niet dat verzoeker zelf om een vervroegd medisch onderzoek heeft verzocht IX-9628-8/10 niettegenstaande hem die mogelijkheid is geboden – is verzoeker met ingang van 1 mei 2021 definitief vervroegd op pensioen gesteld. Verzoeker heeft die definitieve oppensioenstelling, desgevallend ter vrijwaring van de mogelijkheid van een effectief rechtsherstel wat het voorliggende beroep betreft, niet met een beroep tot nietigverklaring bestreden. Het door hem nagestreefde voordeel kan hij dus niet langer verkrijgen. Op de terechtzitting wijst verzoeker nog op de duur van de procedure bij de Raad van State. Hij argumenteert dat hij op 59 jaar wel met pensioen wou gaan, maar niet op 56 jaar. Deze argumentatie gaat evenwel niet op, nu verzoeker ook tijdens de duur van de procedure voor de Raad van State met het oog op zijn wedertewerkstelling zelf nog om een nieuw medisch onderzoek had kunnen vragen. Het blijkt niet dat hij zulks heeft gedaan. Uit de voormelde proceshouding van verzoeker volgt dat hem het rechtens vereiste belang bij zijn voorliggend beroep dient te worden ontzegd.
  31. De exceptie is gegrond. BESLISSING
  32. De Raad van State verwerpt het beroep.
  33. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  34. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-9628-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9628-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.060 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.