id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.064 Rolnummer: A. 226892/IX-9470 Zaak: Arrest 254064 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-30 Raadplegingen: 150 - laatst gezien 2026-06-19 00:03 Fiche Arrest nr 254.064 van 22 juni 2022 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 254.064 van 22 juni 2022 in de zaak A. 226.892/IX-9470 In zake :
- Mathilde STEENBERGEN
- het INSTITUUT VOOR DE GELIJKHEID VAN VROUWEN EN MANNEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evelyne Maes kantoor houdend te 3000 Leuven Arnould Nobelstraat 34 bus 0101 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Bram Van den Berghe kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 6 december 2018, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 10 oktober 2018 waarbij R.V.D.V. wordt aangewezen als houder van de managementfunctie N-1 “Directeur-generaal van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen” in de federale overheidsdienst Justitie en van de impliciete beslissing om Mathilde Steenbergen niet aan te wijzen als houder van diezelfde managementfunctie. IX-9470-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 245.347 van 4 september 2019 is de vordering van de tweede verzoekende partij tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. De tweede verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld, ten aanzien van de eerste verzoekende partij overeenkomstig artikel 59 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De tweede verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 januari
- Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ronald Van Crombrugge, die loco advocaat Evelyne Maes verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. IX-9470-2/5 Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- In het voorjaar van 2018 schrijft de verwerende partij een vacature uit voor de managementfunctie van directeur-generaal Penitentiaire Inrichtingen. 3.
- Na de eerste drie selectiefases acht Selor drie kandidaten geschikt voor de functie, namelijk A.D. van de Franstalige taalrol en Mathilde Steenbergen en R.V.D.V., beiden van de Nederlandstalige taalrol. 3.
- Bij koninklijk besluit van 10 oktober 2018 wordt R.V.D.V. aangewezen als houder van een managementfunctie N-1 ‘directeur-generaal van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen’ in de federale overheidsdienst Justitie, voor een periode van zes jaar, bezoldigd volgens klasse
- Dat is het bestreden besluit. 3.
- Bij arrest nr. 250.826 van 8 juni 2021 vernietigt de Raad van State op vordering van een andere verzoekende partij (zaak A. 226.868/VIII-11.023) het bestreden koninklijk besluit. Volgens dit arrest diende de betrekking ter naleving van artikel 43ter, § 4, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, te worden toegewezen aan een kandidaat van de Franstalige taalrol. IX-9470-3/5 IV. Afstand in hoofde van de eerste verzoekende partij
- Met een brief van 11 maart 2021 doet de eerste verzoekende partij afstand van haar beroep. V. Ontvankelijkheid van het beroep in hoofde van de tweede verzoekende partij
- Bij arrest nr. 250.826 van 8 juni 2021 heeft de Raad van State het bestreden koninklijk besluit vernietigd. Daardoor heeft het beroep geen voorwerp meer.
- Het beroep is dienvolgens onontvankelijk. VI. Kosten
- De eerste verzoekende partij heeft bij brief van 11 maart 2021 afstand gedaan van haar beroep. Dit is vóór het bestreden koninklijk besluit bij arrest nr. 250.826 van 8 juni 2021 is vernietigd. Bijgevolg dienen haar aandeel in het rolrecht en in de bijdrage alsook een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 350 euro ten laste te worden gelegd van de eerste verzoekende partij.
- Aangezien de Raad van State het bestreden koninklijk besluit heeft vernietigd, dient de verwerende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd. Het aandeel van de tweede verzoekende partij in het rolrecht en in de bijdrage alsook een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 420 euro dienen dan ook ten laste te worden gelegd van de verwerende partij. BESLISSING
- De Raad van State verleent akte van de afstand in hoofde van de eerste verzoekende partij. IX-9470-4/5
- De Raad van State verwerpt het beroep in hoofde van de tweede verzoekende partij.
- De eerste verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 10 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 350 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 30 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 420 euro, die verschuldigd is aan de tweede verzoekende partij. De door de eerste verzoekende partij ten onrechte betaalde bijdrage ten bedrage van 10 euro dient te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-9470-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.064 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.347 geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.367 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.