← België

Arrest 254071 - Natuurbehoud - Vergunningen - 23/06/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.071 Rolnummer: A. 234748/VII-41219 Zaak: Arrest 254071 - Natuurbehoud - Vergunningen - 23/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-07 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-10 07:08 Fiche Arrest nr 254.071 van 23 juni 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 254.071 van 23 juni 2022 in de zaak A. 234.748/VII-41.219 In zake: 1. de BVBA KEMPENHOEVE 2. Marc DRIES 3. Mieke DRIES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Geoffry Steenbergen kantoor houdend te 3560 Lummen Pastorijstraat 39 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 23 september 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 16 juli 2021 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos van 14 januari 2021 houdende het opleggen van diverse bestuurlijke maatregelen tot herstel van percelen bos, gelegen aan de Kempenstraat te Balen, onder verbeurte van een dwangsom van 75 euro per dag vertraging in de voorgeschreven uitvoering ervan, ongegrond wordt verklaard en de bestuurlijke maatregelen met dwangsom worden bevestigd. VII-41.219-1/6 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft op 30 december 2021 een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 juni 2022. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Alper Darici, die loco advocaat Geoffry Steenbergen verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Toezichthouders van het Agentschap voor Natuur en Bos stellen op 7 oktober 2019 vast dat op percelen gelegen aan de Kempenstraat te Balen bomen werden gekapt in het kader van het bosbeheerplan BBB-AN-160002 ‘Straalheide-Stortert’. In 2016 werd een machtiging verleend voor een eenmalige dunningskap in een naaldhoutbestand van grove den. Er wordt echter ook vastgesteld dat er paarden in het bos staan, dat er nieuwe houten afsluitingen zijn geplaatst rond het bosperceel en dat alle struik- en kruidvegetatie werd verwijderd. VII-41.219-2/6 3.2. Op 9 oktober 2019 worden bestuurlijke maatregelen opgelegd die strekken tot het herstel van de bosfunctie: de paarden moeten uit het bos worden verwijderd, de afsluitingen moeten worden afgebroken en de bosvegetatie moet worden hersteld. Voormelde beslissing wordt op 13 november 2019 vervangen door een nieuwe beslissing waarbij dezelfde bestuurlijke maatregelen worden opgelegd ten aanzien van de drie verzoekende partijen. 3.3. Tegen de beslissing tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen stellen de verzoekende partijen beroep in bij de bevoegde Vlaamse minister die op 24 maart 2020 het beroep afwijst. Het ministerieel besluit van 24 maart 2020 maakt het voorwerp uit van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State (zaak A. 231.098/VII-40.862). 3.4. Op 4 december 2020 stellen twee gewestelijke toezichthouders vast dat er geen uitvoering is gegeven aan de opgelegde bestuurlijke maatregelen. Bovendien blijkt ook de aanwezigheid van paarden en een stal op een ander bosperceel. Tevens stellen de toezichthouders vast dat op de bospercelen nr. 3 C 106 en nr. 3 C 109 paarden gelopen hebben, dat de onderetage verdwenen is, dat de bodem kaal is, dat er bomen gekapt en ontworteld zijn, dat er bomen beschadigd zijn door de paarden en dat er een grote put gegraven is. Tevens wordt vastgesteld dat het perceel nr. 3 C 103 (0,34

  1. ha)volledig ontbost werd. De totale oppervlakte van beschadigd en verdwenen bos wordt geschat op 18,44 ha. 3.5. Het Agentschap voor Natuur en Bos neemt op 14 januari 2021 een beslissing waarbij de voorheen opgelegde bestuurlijke maatregelen worden hernieuwd en tegelijk bijkomende maatregelen worden opgelegd. 3.6. Ook tegen deze beslissing stellen de verzoekende partijen bestuurlijk beroep in. 3.7. Op 5 mei 2021 wordt de bvba Kempenhoeve nogmaals aangemaand om de bestuurlijke maatregelen uit te voeren. VII-41.219-3/6 3.8. Met een besluit van 16 juli 2021 verklaart de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme het ingestelde bestuurlijk beroep ongegrond en bevestigt zij de in eerste aanleg opgelegde bestuurlijke maatregelen. Dit ministerieel besluit vormt het voorwerp van voorliggende vordering tot schorsing. IV. Onderzoek van de vordering 4. Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. Spoedeisendheid 5. Aangaande de spoedeisendheid van de vordering stellen de verzoekende partijen: “Aangezien verzoekende partijen zich genoodzaakt zien tevens de schorsing na te streven van de bestreden beslissing. Dat zij in de bestreden beslissing immers worden geconfronteerd met een bestuurlijke dwangsom van 75 euro per dag dewelke van aard is de effectiviteit van onderhavige procedure te ondermijnen. Gelet op de omvang van de opgelegde dwangsommen zouden verzoekende partijen immers niet anders kunnen dan de nochtans bestreden bestuurlijke maatregelen uit te voeren. Dat het derhalve gepast voorkomt in afwachting van het arrest houdende de nietigverklaring de schorsing van de bestreden maatregelen te bevelen”. VII-41.219-4/6 Beoordeling 6. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een voortdurende tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Bijgevolg mag het kort geding worden gehanteerd wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. 7. Ter adstructie van de spoedeisendheid beroepen de verzoekende partijen zich in essentie op een financieel nadeel in zoverre zij verwijzen naar de met de bestreden beslissing opgelegde dwangsom in geval de bestuurlijke maatregelen niet tijdig worden uitgevoerd. Een financieel nadeel volstaat in beginsel niet om de behandeling van een zaak bij spoedeisendheid te verantwoorden. Een dergelijk nadeel kan immers in principe na een annulatiearrest hersteld worden. Dit is uitzonderlijk anders, indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de omvang van het financiële nadeel op de situatie van de verzoekende partijen een zodanige impact heeft dat zij dit niet kunnen dragen tot de uitspraak ten gronde. Opdat een financieel nadeel de spoedeisendheid van de vordering zou kunnen aantonen is vereist dat de verzoekende partijen concreet aannemelijk maken dat zij de duur van de annulatieprocedure niet zouden kunnen overbruggen zonder dat zij door de bestreden beslissing in een dermate precaire situatie terechtkomen dat de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden VII-41.219-5/6 beslissing voor hen persoonlijk veroorzaakt, niet kunnen worden gedragen gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure. In dit geval brengen de verzoekende partijen in hun uiteenzetting geen concrete noch verifieerbare gegevens bij nopens hun financiële toestand, noch over de impact van het financieel nadeel. De spoedeisendheid van de vordering wordt niet aangetoond. 8. Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.219-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.071 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.734 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.