← België

Arrest 254076 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/06/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.076 Rolnummer: A. 234893/VII-41232 Zaak: Arrest 254076 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-07 Raadplegingen: 153 - laatst gezien 2026-06-18 17:48 Fiche Arrest nr 254.076 van 23 juni 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 254.076 van 23 juni 2022 in de zaak A. 234.893/VII-41.232 In zake : de BV VC ENERGY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gregory Vermaercke en Daan Vandenbroucke kantoor houdend te 8200 Brugge Dirk Martensstraat 23 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : Claudine DE CLERCQ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sofie De Maesschalck kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 ------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 28 oktober 2021, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2122-0045 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 16 september 2021 in de zaak 2021-RvVb-0142-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 17 maart
  3. Op 20 april 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling VII-41.232-1/5 bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 juni
  4. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Daan Vandenbroucke, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Sofie De Maesschalck, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Overeenkomstig artikel 70, § 1, eerste lid, 2°, van het algemeen procedurereglement geeft het instellen van een cassatieberoep aanleiding tot de betaling van een rolrecht van 200 euro. Volgens artikel 66, 6°, van hetzelfde besluit omvatten de kosten ook “de bijdrage bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’”. Gelet op artikel 71, eerste en tweede lid, van het algemeen procedurereglement moeten het rolrecht en de bijdrage worden gekweten door middel van een overschrijving of een storting op de in die bepaling genoemde VII-41.232-2/5 bankrekening, geopend bij de dienst die binnen de federale overheidsdienst Financiën is aangewezen als bevoegd om de rechten en de bijdrage die betaald moeten worden in het kader van een voor de Raad van State ingediende procedure te innen, en zendt de hoofdgriffier daartoe aan de schuldenaar een overschrijvingsformulier dat een gestructureerde mededeling bevat die het mogelijk maakt om de te verrichten betaling in verband te brengen met de proceshandeling waarop ze betrekking heeft. Artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement schrijft voor dat, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, het ingestelde beroep van de rol zal worden geschrapt.
  7. De hoofdgriffier heeft op 29 oktober 2021 aan de verzoekende partij de mededeling betekend dat haar cassatieberoep werd ingeschreven op de rol en dat dit aanleiding geeft tot de betaling van een recht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Toegevoegd werd dat indien de rekening waarop betaald moet worden niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, overeenkomstig artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement, dan zal worden meegedeeld dat de kamer de vordering of het beroep als niet verricht zal beschouwen of van de rol zal schrappen.
  8. De verzoekende partij heeft de betrokken bankrekening op 30 november 2021 gecrediteerd ten bedrage van 220 euro.
  9. Zij betwist niet dat zij niet tijdig gecrediteerd heeft zoals haar in het schrijven van de Raad van State van 20 april 2022 werd meegedeeld. Zij roept wel overmacht in, meer bepaald dat een aangestelde die verantwoordelijk is op de dienst van boekhouding van het kantoor van haar raadslieden, de geagendeerde betaling op 26 november 2021 niet heeft uitgevoerd omdat zij om persoonlijke reden korte tijd afwezig was op de dienst boekhouding. VII-41.232-3/5
  10. De procedureregels vervat in de voornoemde reglementaire bepalingen zijn duidelijk, nauwkeurig en precies, en verdienen ter wille van de rechtszekerheid, de gelijke behandeling en het verbod van willekeur een consequente toepassing. Zij verdragen geen uitzonderingen om rekening te houden met elke bijzondere omstandigheid eigen aan de een of andere partij, tenzij, zoals artikel 71, voorlaatste lid, van het algemeen procedurereglement voorschrijft, in hoofde van de betrokken partij overmacht of onoverwinnelijke dwaling is bewezen.
  11. Een en ander is onvoldoende om overmacht of onoverwinnelijke dwaling aannemelijk te maken.
  12. Het beroep dient met toepassing van artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement van de rol te worden geschrapt. BESLISSING
  13. Het beroep wordt van de rol geschrapt.
  14. Het laattijdig betaalde rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 20 euro worden terugbetaald aan de verzoekende partij. VII-41.232-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.232-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.076 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.189 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.