id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.079 Rolnummer: A. 232816/IX-9835 Zaak: Arrest 254079 - Varia (onderwijs en cultuur) - 23/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-04 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-10 07:07 Fiche Arrest nr 254.079 van 23 juni 2022 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 254.079 van 23 juni 2022 in de zaak A. 232.816/IX-9835 In zake:
- Bart DE SCHUTTER
- Johan DHONDT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven Van Geeteruyen kantoor houdend te 3700 Tongeren Piepelpoel 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de ERASMUSHOGESCHOOL BRUSSEL Tussenkomende partij: Kathleen COESSENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander De Becker kantoor houdend te 1170 Brussel Vorstlaan 90 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 februari 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het college van beroep inzake tucht van de Erasmushogeschool van 26 januari 2021 waarbij uitspraak wordt gedaan over het beroep ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter van het college van bestuur van 1 december 2020 en de beslissing van het college van bestuur van 9 december
- IX-9835-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 249.814 van 10 februari 2021 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij op 7 februari 2022 en aan de tussenkomende partij op 1 februari 2022 ter kennis gebracht. Op respectievelijk 26 april 2022 en 13 april 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij en aan de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- IX-9835-2/4 III. Beoordeling
- Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
- In het auditoraatsverslag wordt vastgesteld dat het college van beroep inzake tucht, zoals uiteengezet in het enige middel, de hem bij artikel V.
- VCHO toegewezen bevoegdheden inzake tucht te buiten gaat door zich uit te spreken over de wettigheid van de ter uitvoering van artikel 30 van het bijzonder hogescholendecreet genomen beslissingen van (de voorzitter van) het college van bestuur, ongeacht of deze maatregelen als een verdoken tuchtmaatregel te karakteriseren zijn.
- De verwerende en de tussenkomende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Kennelijk kunnen zij zich vinden in de beoordeling van het auditoraatsverslag.
- De Raad van State ziet het niet anders. Het enige middel is in de aangegeven mate gegrond. IX-9835-3/4 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van het college van beroep inzake tucht van de Erasmushogeschool van 26 januari 2021 waarbij uitspraak wordt gedaan over het beroep ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter van het college van bestuur van 1 december 2020 en de beslissing van het college van bestuur van 9 december
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro en een bijdrage van 40 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9835-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.079 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.814 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.