← België

Arrest 254081 - Media - 23/06/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.081 Rolnummer: A. 231812/IX-9769 Zaak: Arrest 254081 - Media - 23/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-04 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-10 07:07 Fiche Arrest nr 254.081 van 23 juni 2022 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 254.081 van 23 juni 2022 in de zaak A. 231.812/IX-9769 In zake: de VZW RADIO CLUB FM (in vereffening) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan Lesaffer kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 22-24, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE REGULATOR VOOR DE MEDIA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV SBS MEDIA BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte De Wolf kantoor houdend te 9000 Gent Fortlaan 95 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 september 2020, strekt tot de nietigverklaring van beslissing 2020/023 van de algemene kamer van de Vlaamse Regulator voor de Media van 22 juni
  2. IX-9769-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 7 december
  4. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de IXe kamer bij beschikking van 15 april 2022 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 13 juni
  5. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  6. IX-9769-2/9 IX-9769-3/9 III. Feiten 3.
  7. Op 11 februari 2020 dient de vzw Radio Club FM een klacht in bij de Vlaamse Regulator voor de Media tegen de nv SBS Media Belgium. De klacht heeft betrekking op de erkenning van SBS als netwerkradio- omroeporganisatie voor frequentiepakket 1 – generalistisch profiel. Met de thans bestreden beslissing verwerpt de regulator die klacht. 3.
  8. Op een bijzondere algemene vergadering van 1 februari 2021 wordt beslist de vzw Radio Club FM vrijwillig te ontbinden. De redenen voor ontbinding zijn het gebrek aan erkenning als netwerkradio-omroeporganisatie alsook het overlijden van een bestuurder. Een vereffenaar wordt aangesteld. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
  9. De verwerende partij en de tussenkomende partij werpen op dat verzoekster niet langer beschikt over het vereiste actuele belang. Ingevolge haar ontbinding en vereffening zal zij immers geen enkel voordeel meer kunnen verkrijgen uit een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing.
  10. Verzoekster ziet het anders. De vereffening heeft tot doel het vermogen van de vereniging te liquideren en het saldo toe te kennen aan de statutair voorziene bestemming. Verzoekster stelt dat met machtiging van de algemene vergadering die ook na de benoeming gegeven kan worden, de vereffenaar ook de activiteiten van de vereniging in vereffening mag voortzetten. In casu heeft de algemene vergadering van verzoekster de bevoegdheden van de vereffenaar niet beperkt. De vereffenaar kan en mag dus alles doen wat nodig en nuttig is voor de vereffening. De vereffening is nog niet gesloten zodat de IX-9769-4/9 algemene vergadering van verzoekster ook nog op elk moment aan de vereffenaar machtiging kan verlenen om de activiteiten geheel of gedeeltelijk voort te zetten indien dat nuttig of nodig zou zijn voor de vereffening: “Zoals in het inleidend verzoekschrift uiteengezet, was de klacht bij de VRM er op gericht om de erkenning van tussenkomende partij te doen intrekken zodat minstens de mogelijkheid zou ontstaan dat de Vlaamse regering voor het betrokken frequentiepakket een nieuwe erkenningsronde zou organiseren, waaraan elke geïnteresseerde, en dus ook verzoekende partij, dan zou kunnen meedoen, minstens dat een toestand zou ontstaan waarbij het betrokken frequentiepakket terug beschikbaar wordt. Anders dan in het auditoraatsverslag aangevoerd, staat de vereffening daar niet aan in de weg. Voorzetting van deze procedure voor Uw Raad door de vereniging in vereffening biedt minstens de mogelijkheid dat finaal een nieuwe open erkenningsronde voor het betrokken frequentiepakket wordt georganiseerd, minstens dat het betrokken frequentiepakket voor toewijzing beschikbaar wordt. In dat opzicht gaat de verderzetting van deze procedure om een daad die minstens nuttig is voor de vereffening. Indien vervolgens dit beroep wordt gegrond verklaard en het finaal leidt tot een intrekking van de erkenning van tussenkomende partij door de VRM zou de vereffenaar machtiging kunnen vragen om lopende de vereffening de activiteiten te hernemen met als voorwerp de indiening van een nieuwe aanvraag tot erkenning als netwerk-radio-omroeporganisatie (dan wel het zetten van de nodige en nuttige stappen om de frequenties toegewezen te krijgen indien de bevoegde minister geen nieuwe open oproep doet). Indien finaal een erkenning wordt bekomen, is dat een actief vermogensbestanddeel in de vereffening dat een bestemming moet krijgen. De algemene vergadering (of de vereffenaar in laatste instantie) zal daarover een beslissing nemen. Tot dan zou verzoekende partij haar activiteiten wel kunnen verderzetten op basis van die nieuwe erkenning. Dat belang is voldoende actueel, persoonlijk en rechtstreeks in de zin dat het ertoe bijdraagt dat de vereffening met een bijkomend te bestemmen actief en/of positief saldo wordt afgesloten. Bovendien kan de erkenning bijvoorbeeld ook bestemd worden ten voordele van een rechtspersoon opgericht door (ook) de huidige leden van verzoekende partij.” Beoordeling
  11. Het belang waarover een verzoekende partij moet beschikken, moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat. IX-9769-5/9
  12. Verzoekster is thans ontbonden als gevolg van een vrijwillig genomen beslissing van haar algemene vergadering. Als vereniging in vereffening is haar handelen beperkt tot de afhandeling van de vereffening en kan zij in beginsel niet meer optreden ter verwezenlijking van haar statutaire doel. Luidens artikel 2:115 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) wordt een vzw “na ontbinding geacht voort te bestaan voor haar vereffening”.
  13. Weliswaar is de vereffenaar bevoegd “voor alle handelingen die nodig of dienstig zijn voor de vereffening van de vzw” (artikel 2:121, § 1, WVV). Luidens artikel 2:122, § 1, WVV mag de vereffenaar evenwel handelingen gericht op “de voortzetting van de activiteiten tot de gebeurlijke tegeldemaking ervan” enkel stellen “met machtiging van de algemene vergadering”.
  14. In de eerste plaats moet worden vastgesteld dat verzoekster op dit ogenblik niet beschikt over een erkenning als netwerkradio- omroeporganisatie. Van uitzenden van radioprogramma’s als “voortzetting van de activiteiten” is dus hoe dan ook geen sprake. Een activiteit die er niet is, kan immers ook niet worden voortgezet.
  15. Wat dan de handelingen betreft die zouden volgen na een eventuele nietigverklaring – inzonderheid het indienen van een nieuwe aanvraag tot erkenning – kan het betoog van verzoekster om meer dan één reden niet slagen. IX-9769-6/9 Ten eerste betreft het indienen van een aanvraag in een nieuwe erkenningsronde geen voortzetting of hernemen van lopende activiteiten, maar het ontwikkelen van nieuwe activiteiten. Ten tweede komt de idee van het zogenaamd “hernemen” van haar activiteiten om als netwerkradio-omroeporganisatie uitzendingen te verzorgen geheel in tegenspraak met het motief van haar ontbinding “op basis van het niet-verkrijgen van de erkenning” – beslissing die de algemene vergadering van verzoekster unaniem heeft genomen hoewel zij op dat ogenblik wist dat zij nog een procedure bij de Raad van State lopende had met de bedoeling die erkenning alsnog te verwerven. Ten derde heeft de algemene vergadering nu eenmaal geen bijzondere machtiging verleend aan de vereffenaar om de activiteiten van de vereniging voort te zetten, laat staan om alsnog een erkenning te verkrijgen.
  16. Verzoekster beroept zich bijgevolg op een onzeker, toekomstig belang dat hoogstens hypothetisch genoemd kan worden. Zij toont geen actueel belang aan.
  17. De exceptie is gegrond. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-9769-7/9 De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. IX-9769-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9769-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.081 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.