← België

Arrest 254145 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 29/06/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.145 Rolnummer: A. 231033/IX-9720 Zaak: Arrest 254145 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 29/06/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-07 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-10 07:10 Fiche Arrest nr 254.145 van 29 juni 2022 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 254.145 van 29 juni 2022 in de zaak A. 231.033/IX-9720 In zake: Lieve RAMPELBERGH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door:

  1. de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
  2. de staatssecretaris voor Digitalisering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Evrard de Lophem en Jasper De fauw kantoor houdend te 1050 Brussel Eugène Flageyplein 7 bij wie woonplaats wordt gekozen
  3. de staatssecretaris voor Begroting -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 8 juni 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 14 april 2020 van de voorzitter van het directiecomité ad interim van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning waarbij het beroep van Lieve Rampelbergh betreffende de berekening van de geldelijke anciënniteit – valorisatie van verworven beroepservaring onontvankelijk wordt verklaard. IX-9720-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  5. De tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord en een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de vertegenwoordigers van de verwerende partij ter kennis gebracht op respectievelijk 9 november 2021 en 16 november
  6. Op respectievelijk 12 januari 2022 en 13 januari 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de vertegenwoordigers van de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De vertegenwoordigers van de verwerende partij hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling en kosten
  8. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de IX-9720-2/4 nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
  9. In het auditoraatsverslag wordt de nietigverklaring van de bestreden beslissing voorgesteld.
  10. Met een brief van 9 december 2021 delen de raadslieden van de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij mee dat de bestreden beslissing is ingetrokken bij besluit van 8 december 2021 van de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning. Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden.
  11. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep.
  13. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. IX-9720-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-9720-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.145 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.