id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juli 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.220 Rolnummer: A. 230176/X-17681 Zaak: Arrest 254220 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 05/07/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-15 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-10 07:13 Fiche Arrest nr 254.220 van 5 juli 2022 Fiscaliteit - Fiscale provinciale en lokale reglementen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 254.220 van 5 juli 2022 in de zaak A. 230.176/X-17.681 In zake:
- de CVBA 7ENERGY
- de CVBA SOLUX INVEST
- de NV ENECO SOLAR BELGIUM
- de VOF FIEVA
- de CVBA BELFUTURE
- de NV ARIGIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christophe Romero Malaver en Bernard Van Vlierden kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86c bus 419 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc De Meyere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 165 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 10 februari 2020, strekt tot de nietigverklaring van “het [p]rovincieraadsbesluit van 4 december 2019 inzake de [a]lgemene [p]rovinciebelasting zoals gepubliceerd in het Bestuursmemoriaal van de [p]rovincie Oost-Vlaanderen op 13 december 2019”. X-17.681-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 16 maart
- Op 19 mei 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het X-17.681-2/4 verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Kosten
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partijen worden, elk voor een zesde, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De onterecht betaalde bijdragen ten bedrage van 100 euro dienen te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. X-17.681-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf juli tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.681-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.220 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.