id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juli 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.225 Rolnummer: A. 236693/X-18183 Zaak: Arrest 254225 - Sluitingen van vestigingen - 05/07/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-07 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-10 07:13 Fiche Arrest nr 254.225 van 5 juli 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 254.225 van 5 juli 2022 in de zaak A. 236.693/X-18.183 In zake: NV BOUDOIR CHIQUE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Verbelen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 122 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD MORTSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 27 juni 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de burgemeester van de stad Mortsel van 16 juni 2022 om Boudoir Chique, Mechelsesteenweg 81 te 2640 Mortsel, te sluiten gedurende de periode van 17 juni 2022 tot en met 31 augustus
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 juli 2022, om 10.00 uur. X-18.183-1/7 Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lisse Smets, die loco advocaat Bart Verbelen verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster baat een horecazaak uit te Mortsel, Mechelsesteenweg
- Naar aanleiding van onder andere een politiecontrole op 16 april 2022 waarbij in de inrichting een persoon werd aangetroffen die in het bezit is van verkoopshoeveelheden drugs en een precisieweegschaal, wordt op 13 mei 2022 een nieuwe controle uitgevoerd, onder meer door de politie en de brandweer. De brandweer stelt inbreuken inzake de brandveiligheid vast. De politie van haar kant vindt onder meer een schoudertas met hersluitbare zakjes voor de verkoop van cannabis en een grote zak waarin vermoedelijk cannabis heeft gezeten. In verschillende ruimtes wordt door middel van swipes cocaïnegebruik vastgesteld. Bij beslissing van 18 mei 2022 besluit de burgemeester om verzoeksters inrichting een brandveiligheidsattest C te geven, waardoor de X-18.183-2/7 uitbating moet worden stopgezet en de inrichting met onmiddellijke ingang moet worden gesloten tot de vereiste aanpassingen zijn gebeurd en er een A- of B-attest is verkregen. Daaraan is tot op vandaag nog niet voldaan. Op 13 juni 2022 zijn de zaakvoerders van verzoekster door de burgemeester gehoord in verband met een sluiting op grond van artikel 9bis van de wet van 24 februari 1931 ‘betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen’ (hierna: de drugwet). De burgemeester beslist op 16 juni 2022 om verzoeksters inrichting op grond van artikel 9bis van de drugwet te sluiten, van 17 juni 2022 tot en met 31 augustus
- Dit is het voorwerp van de voorliggende vordering. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. X-18.183-3/7 V. Voorwaarde van een ernstig middel A. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoekster voert in een tweede middel de schending aan “van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen”. Geargumenteerd wordt dat de bestreden beslissing niet afdoende motiveert waarop ze “is gebaseerd”. Nochtans beschikt de burgemeester over een discretionaire bevoegdheid, die meebrengt dat hij zijn keuze moet verantwoorden: “Dergelijke motivering ontbreekt evenwel”. Beoordeling
- De bestreden beslissing bevat een gedetailleerde beschrijving van haar aanleiding en context, waarna wordt geëxpliciteerd waarom de voorwaarden voor de toepassing van artikel 9bis van de drugwet vervuld worden geacht, waarom niet wordt meegegaan met de zienswijze van verzoekster op de hoorzitting, en waarom de opgelegde sluitingsduur als “noodzakelijk en verantwoord” wordt beschouwd. Verzoekster gaat op niets daarvan concreet in. In welk opzicht die motivering tekortschiet, is op het eerste gezicht dan ook niet duidelijk. Het middel is niet ernstig. B. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoekster leidt een eerste middel af uit de schending van het redelijkheidsbeginsel. X-18.183-4/7 Er is, volgens haar, sprake van “een kennelijke wanverhouding tussen de opgelegde maatregel en de motieven waarop de beslissing gesteund is”: de sluiting kan niet gerechtvaardigd worden door “een eenmalig feit” of “een eenmalige controle”, waarbij de aangetroffen drugs niet aan verzoekster toebehoren “doch wellicht door klanten of vrienden, die eveneens toegang tot de privéruimten hebben, werden meegebracht”. Verzoekster kan hiervoor niet aansprakelijk gesteld worden. Andere, minder verregaande bestuurlijke maatregelen – “bv. een berisping waarbij preventieve maatregelen worden opgelegd” – kunnen eveneens het nagestreefde doel, “de bescherming van jongeren”, bereiken. Beoordeling
- De bestreden beslissing is essentieel een preventieve maatregel, gericht tegen de inrichting in kwestie en niet tegen de persoon van de zaakvoerders van verzoekster. Met zijn sluitingsbeslissing doet de burgemeester louter uitspraak over het bestaan van “ernstige aanwijzingen” dat er in de inrichting herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van drugs, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komen. Overigens lijken de zaakvoerders zelf toe te geven niet helemaal zonder verantwoordelijkheid te zijn voor de gedane vaststellingen. In hun stuk 9 ("Plan van aanpak intern beleid + sensibilisering betreffende soft en hard drugs”) schrijven zij: “Wij maken zelf geen gebruik van verdovende middelen maar geven wel toe dat we no[n]chalant zijn geweest in het verder opvolgen en controleren van eventueel gebruik en gebruikers”.
- Voorts gaan verzoekers voorbij aan de verantwoording in de bestreden beslissing dat er wel degelijk sprake is van (illegale) activiteiten die “herhaaldelijk” plaatshadden. X-18.183-5/7
- Tijdens de hoorzitting stelden de zaakvoerders als maatregel tegen het druggebruik en de drugverkoop in hun inrichting alleen voor om aan de ramen te afficheren dat er geen drugs gebruikt mogen worden. In de bestreden beslissing wordt dat als onvoldoende bestempeld en wordt vervolgens gemotiveerd waarom een sluitingsperiode van “+/-3,5 maanden” noodzakelijk en verantwoord is. Verzoekster besteedt aan die motieven geen concrete aandacht. Zij overtuigt er vooralsnog niet van dat ze ondeugdelijk zijn.
- Het middel is niet ernstig. C. Conclusie
- Minstens is er reden om de vordering te verwerpen omdat niet is voldaan aan de cumulatieve grondvoorwaarde dat minstens één ernstig middel moet worden aangevoerd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.183-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf juli tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Johan Lust X-18.183-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.225 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div