← België

Arrest 254231 - Dierenwelzijn - 06/07/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juli 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.231 Rolnummer: A. 234015/VII-41159 Zaak: Arrest 254231 - Dierenwelzijn - 06/07/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-12 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-10 07:14 Fiche Arrest nr 254.231 van 6 juli 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 254.231 van 6 juli 2022 in de zaak A. 234.015/VII-41.159 In zake: Sylvie JABLONSKI woonplaats kiezend te 3090 Overijse Snijdersdreef 14 tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 1 juli 2021, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur d.d. 12 mei 2021 (OVB/2021/157)” waarbij “[h]et beroepschrift van [verzoekster] d.d. 6 april 2021 tegen de weigeringsbeslissing van de dienst Dierenwelzijn om een afschrift te bezorgen van de retrospectieve analyses betreffende de onderzoeksprojecten die niet-menselijke primaten gebruikten en die tussen 2017 en 2020 afgelopen zijn, […] als ontvankelijk doch ongegrond [wordt] beschouwd”. II. Verloop van de rechtspleging VII-41.159-1/4
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoekster ter kennis geacht te zijn gebracht op 3 december
  3. Verzoekster heeft op 24 februari 2022 een memorie van wederantwoord ingediend. Op respectievelijk 6 en 7 april 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). Verzoekster heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 juni
  4. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Verzoekster, die in persoon verschijnt, en advocaat Dieter Janssen, die loco advocaat Patrick Devers verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling VII-41.159-2/4
  6. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord dient de hoofdgriffier melding te maken van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van het algemeen procedurereglement. Aangezien uit het dossier niet onomstotelijk blijkt dat verzoekster kennis kon krijgen van voormelde inlichting over de gevolgen van de niet-naleving van de termijn van zestig dagen waarin zij haar memorie van wederantwoord moet overzenden, kan het ontbreken van het vereiste belang van verzoekster niet worden vastgesteld. BESLISSING
  7. De Raad van State heropent het debat.
  8. De zaak wordt volgens de gewone rechtspleging voortgezet. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes juli tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter VII-41.159-3/4 Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.159-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.231 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.