id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juli 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.235 Rolnummer: A. 231920/IX-10231 Zaak: Arrest 254235 - Individuele akten (fiscaliteit) - 07/07/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-15 Raadplegingen: 211 - laatst gezien 2026-06-19 05:20 Fiche Arrest nr 254.235 van 7 juli 2022 Fiscaliteit - Individuele akten (fiscaliteit) Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 254.235 van 7 juli 2022 in de zaak A. 231.920/IX-9777 In zake : Kevin MCCABE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frank Mortier kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 57-59 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy - Toren B - 26e verdieping Koning Albert II-laan 33, bus 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 oktober 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissingen van respectievelijk 30 juni 2020 en 19 augustus 2020, van de adviseur-generaal van de Centrale diensten Internationale Betrekkingen van de algemene administratie van de Fiscaliteit van de federale overheidsdienst Financiën tot weigering van inzage aan Kevin McCabe in de correspondentie en het administratief dossier over de onderlinge overlegprocedure met het Verenigd Koninkrijk. II. Verloop van de rechtspleging IX-9777-1/8
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 april
- Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frank Mortier, die verschijnt voor de verzoekende partij en attaché Selim Dedeli, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker heeft een fiscaal geschil met de belastingadministraties van België en het Verenigd Koninkrijk. In de periode tussen 5 april 2006 en 20 februari 2014 had verzoeker zijn woonplaats in België en was hij onderworpen aan de Belgische fiscale reglementering. De belastingadministratie van het Verenigd Koninkrijk is evenwel van oordeel dat verzoeker gedurende die periode ook belast kan worden op grond van de fiscale IX-9777-2/8 regelgeving van het Verenigd Koninkrijk – wat verzoeker betwist – waardoor hij dus het risico loopt te worden onderworpen aan een dubbele belasting. 3.
- Bij arrest van 247.694 van 2 juni 2020 vernietigt de Raad van State de beslissing van 8 januari 2018, genomen door de adviseur-generaal van de Centrale diensten Internationale Betrekkingen van de algemene administratie van de Fiscaliteit van de federale overheidsdienst Financiën tot weigering van inzage aan verzoeker in de correspondentie en het administratief dossier over de onderlinge overlegprocedure met het Verenigd Koninkrijk. In dat arrest heeft de Raad van State geoordeeld dat de verwerende partij niet in overeenstemming met de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel 6, § 1, 3°, van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de openbaarheid van bestuur’ (hierna: ‘wet openbaarheid bestuur’ of ‘wet van 11 april 1994’) heeft gehandeld. 3.
- Met een e-mail van 4 juni 2020 vraagt verzoeker om op korte termijn inzage te krijgen van het onderling overlegdossier tussen de belastingdiensten van België en het Verenigd Koninkrijk, met de mogelijkheid tot het kopiëren ervan. 3.
- Met een brief van 19 juni 2020 verzet de belastingdienst van het Verenigd Koninkrijk zich tegen de vraag van verzoeker tot openbaarmaking. 3.
- Op 30 juni 2020 weigert de verwerende partij om in te gaan op het verzoek tot openbaarheid. Dat is de eerste bestreden beslissing. IX-9777-3/8 3.
- Op 6 juli 2020 verzoekt verzoeker de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten (hierna: de Commissie) opnieuw om advies. 3.
- Bij advies 2020-109 van 17 augustus 2020 gaat de Commissie niet in op de nieuwe adviesaanvraag. Zij stelt: IX-9777-4/8 “De Commissie is van mening dat zij niet kan ingaan op de nieuwe adviesaanvraag. De Commissie stelt immers vast dat de beslissing die werd vernietigd door het arrest nr. 247.694 van 2 juni 2020 een beslissing was over het verzoek tot heroverweging van 8 januari
- Als gevolg van dit arrest heeft de FOD Financiën, na ’s Raads arrest, een nieuwe beslissing genomen over het meergenoemde verzoek tot heroverweging van 30 november 2017 waarover de Commissie reeds heeft geadviseerd. De Commissie is enkel bevoegd om een advies uit te brengen over de beslissing over een oorspronkelijke aanvraag en niet over een eindbeslissing over een verzoek tot heroverweging. Tegen een eindbeslissing over een verzoek tot heroverweging staat enkel een annulatieberoep open bij de Raad van State.” 3.
- Op 19 augustus 2020 weigert de verwerende partij nogmaals om in te gaan op het verzoek tot openbaarheid. 3.
- Op 27 augustus 2020 dagvaardt verzoeker de verwerende partij voor de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel om een schadevergoeding te betalen, provisioneel begroot op 85.987,00 euro en om het administratief dossier inzake de onderlinge overlegprocedure en een kopie van alle correspondentie inzake dit dossier tussen de bevoegde autoriteiten aan verzoeker te bezorgen. 3.
- Met een tussenvonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel van 18 december 2020 wordt niet ingegaan op dat verzoek, omdat in de stand van het geding de gevraagde stukken niet dienend zijn om over de grond van de zaak te kunnen oordelen. 3.
- In het Verenigd Koninkrijk is het beroep van verzoeker om openbaarheid te krijgen van documenten van de belastingdiensten op 21 september 2020 afgewezen door het “Upper Tribunal Tax and Chancery Chamber”. Het verzoek om beroep te mogen instellen tegen dat vonnis is op 28 oktober 2020 door het “Upper Tribunal Tax and Chancery Chamber” afgewezen. IX-9777-5/8 IV. Bevoegdheid van de Raad van State
- Door de verwerende partij wordt opgeworpen dat de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep. Zij stelt dat uit het administratief dossier blijkt dat verzoeker een procedure heeft ingeleid voor de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel waarmee hij schadevergoeding wenst te verkrijgen wegens onjuiste toepassing van de onderlinge overlegprocedure met het Verenigd Koninkrijk. In die procedure vraagt hij tevens, alvorens recht te doen, de overlegging te bevelen van het administratief dossier inzake de onderlinge overlegprocedure en alle correspondentie die naar aanleiding daarvan werd gevoerd tussen de Belgische fiscale overheden en de fiscale overheden van het Verenigd Koninkrijk. Met verwijzing naar arresten nr. 51.549 van 6 februari 1995, nr. 181.544 van 31 maart 2008 en nr. 219.357 van 15 mei 2012 benadrukt de verwerende partij dat de Raad van State steeds heeft geoordeeld dat de bevoegdheid, hem verleend bij artikel 8, § 2, vierde lid, van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de openbaarheid van bestuur’ ophoudt te bestaan op het ogenblik dat een rechtscollege wordt geadieerd dat zelf de neerlegging van documenten met inachtneming van de rechten van verdediging kan bevelen. De Raad van State is bijgevolg niet bevoegd om uitspraak te doen inzake beroepen ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek om op grond van de voormelde wet van 11 april 1994 inzage en afschrift te verlenen wanneer er reeds een vordering is ingeleid voor een rechtscollege.
- In het auditoraatsverslag wordt echter gewezen op arrest nr. 252.192 van 23 november
- In dat arrest wordt gesteld dat, hoewel artikel 877 Ger.W. de justitiële rechter de bevoegdheid verleent om partijen of een derde te gelasten een stuk over te leggen dat het bewijs inhoudt van een ter zake dienend feit, dit echter IX-9777-6/8 een aparte regeling met een eigen finaliteit en met eigen voorwaarden betreft, gericht op de feitenvinding in een concreet geschil, die geen wettigheidscontrole inhoudt op de voorwaarden, waaronder in voorkomend geval de vereiste belangenafweging tussen enerzijds het belang van de openbaarheid en anderzijds de bescherming van de rechtsgang en de mogelijkheid voor een persoon om een eerlijk proces te krijgen. De mogelijkheid van de rechter om een partij in een gerechtelijk geding te verplichten documenten over te leggen, vormt volgens dit arrest dan ook geen alternatief voor de toepassing van de openbaarheidsregels. Indien de Raad van State zich in het kader van een beroep uitspreekt over de wettigheid van een beslissing in dit verband, mengt hij zich dan ook niet in het geding dat bij het justitiële rechtscollege aanhangig is.
- Met het oog op de eenheid van rechtspraak is er dan ook reden om de zaak voor te leggen aan de eerste voorzitter van de Raad van State, die de verantwoordelijkheid heeft over de afdeling Bestuursrechtspraak, voor een eventueel bevel, overeenkomstig artikel 92, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, tot verwijzing van de zaak naar de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak. BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- De zaak wordt voorgelegd aan de eerste voorzitter van de Raad van State. IX-9777-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven juli tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9777-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.235 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.076 ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.923 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div