← België

Arrest 254263 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 08/07/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juli 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.263 Rolnummer: A. 236751/X-18191 Zaak: Arrest 254263 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 08/07/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-08 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-10 07:15 Fiche Arrest nr 254.263 van 8 juli 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 254.263 van 8 juli 2022 in de zaak A. 236.751/X-18.191 In zake:

  1. Stein NAGELS
  2. Kristof DULLAERT
  3. Hendrik DE BLANGER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Igor Rogiers kantoor houdend te 9270 Laarne Kalkendorp 17, bus A bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bouwmeestersstraat 11 tegen: de GEMEENTE BEVEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV ELIA ASSET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Günther L’heureux en Leontien Beernaert kantoor houdend te 1200 Brussel Gulledelle 96/3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-18.191-1/9 I. Voorwerp van de vordering
  4. De vordering, ingesteld op 5 juli 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Beveren van 29 juni 2022, waarbij wordt besloten om een dadingsovereenkomst af te sluiten met de nv Elia Asset”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 7 juli 2022 heeft de nv Elia Asset gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op vrijdag 8 juli 2022, om 10 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaten Igor Rogiers, Gregory Verhelst en Bert D’Hondt, die verschijnen voor de verzoekers, advocaat Willem-Jan Ingels, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Günther L’heureux, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973 (hierna: Raad van State-wet). X-18.191-2/9 III. Feiten
  6. Op 7 december 2021 heeft de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme aan de nv Elia Asset de omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een verzwaarde bovengrondse hoogspanningslijn van 380 kV van Liefkenshoek (9120 Beveren) tot het hoogspanningsstation Mercator (9150 Kruibeke), ter vervanging van een bestaande 150 kV-hoogspanningslijn. Verzoekers wonen onder of naast de huidige/toekomstige hoogspanningslijn. Tegen de omgevingsvergunning stellen de gemeente Beveren en het college van burgemeester en schepenen het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen gekend onder nr. 2122-RvVB-0385-A in. Het college van burgemeester en schepenen adviseerde de omgevingsvergunning op 27 september 2021 weliswaar gunstig, maar vroeg daarbij om de mogelijkheid om de betrokken leiding ondergronds te laten lopen, tenminste ter hoogte van de bestaande bebouwing, grondig te onderzoeken en een weigering van de ondergrondse doorgang uitvoerig te motiveren. Ook een aantal inwoners, onder wie derde verzoeker, hebben tegen de omgevingsvergunning een beroep ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (het beroep gekend onder het nr. 2122-RvVB-0401-A). Op 29 juni 2022 beslist de gemeenteraad van de gemeente Beveren om akkoord te gaan “met de dadingsovereenkomst van de NV Elia Asset, met het oog op het intrekken van het ingestelde beroep tegen de omgevingsvergunning verleend door de Vlaamse Regering aan nv Elia Asset voor het aanleggen van een bovengrondse 380kV-lijn van Liefkenshoek (Beveren) tot hoogspanningsstation Mercator (Kruibeke)”. Gemotiveerd wordt onder meer dat de nv Elia Asset ondertussen afdoend heeft aangetoond dat het ondergrondse alternatief van de bovengrondse geleiders “geen werkbaar alternatief” is. Elia X-18.191-3/9 verbindt er zich toe om een bedrag van 1.150.000 euro te betalen aan de gemeente binnen dertig dagen nadat de omgevingsvergunning definitief en uitvoerbaar is geworden, daaronder verstaan zijnde dat de vergunning “niet langer kan worden aangevochten, door om het even welke derde of Partijen, voor de gerechtelijke en/of andere administratieve instanties en dus zonder probleem kan uitgevoerd worden”. IV. Tussenkomst
  7. De nv Elia Asset vraagt terecht in het geding te mogen tussenkomen. Haar belangen zijn bij de zaak betrokken. V. Rechtsmacht Exceptie
  8. Volgens de tussenkomende partij is de Raad van State zonder rechtsmacht omdat het werkelijk en rechtstreeks voorwerp van de vordering subjectieve rechten betreft. Namelijk zouden verzoekers met hun vordering trachten hun recht op gezondheid af te dwingen en beroepen zij zich op “allerlei grondrechten”. Beoordeling
  9. De voorliggende betwisting betreft de schorsing van een gemeenteraadsbeslissing die aan een dadingsovereenkomst voorafgaat, en ervan afsplitsbaar is, in essentie omdat de gemeente het zichzelf door de dading onmogelijk maakt om haar bevoegdheden nog op onafhankelijke en vrije wijze in te zetten, omdat de gemeenteraadsbeslissing gebrekkig gemotiveerd is en haaks staat op het eerder beleid van de gemeente, en omdat de gemeenteraadsbeslissing het voorzorgsbeginsel en de wettelijke verplichtingen inzake de opmaak van een milieueffectrapport schendt. X-18.191-4/9 Als zodanig laat deze betwisting zich niet kwalificeren als een geschil waarvan de kennisneming de rechtsmacht van de Raad van State te buiten gaat. De eventuele weerslag bij inwilliging van de vordering op de grondrechten van verzoekers doet daar geen afbreuk aan. VI. Belang
  10. Naar de mening van de verwerende partij en de tussenkomende partij missen verzoekers het rechtens vereiste belang. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden zich alleen opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VII. Schorsingsvoorwaarden
  11. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de bestreden akte of het bestreden reglement prima facie kan verantwoorden. VIII. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van verzoekers
  12. Verzoekers zetten uiteen dat de hoogdringendheid hieruit voortvloeit dat de overeenkomst tegen uiterlijk 31 juli 2022 zou worden ondertekend en vanaf de ondertekening in werking treedt. Zij willen vermijden dat X-18.191-5/9 “er finaal een onherroepelijke afstand van het geding bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen zou plaatsvinden”. Uiteengezet wordt voorts, dat eerste en tweede verzoeker niet ten kwade mag worden geduid dat zij niet zelf een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen instelden. Het was immers bekend dat de gemeente beroep zou instellen en zij konden redelijkerwijze niet weten dat de gemeente vervolgens zonder nieuwe elementen zou afzien van het ingestelde beroep in ruil voor een geldsom. Wat derde verzoeker betreft, die wel een beroep instelde tegen de omgevingsvergunning, volgt de uiterst dringende noodzakelijkheid mede “uit het gegeven dat de gemeente Beveren zich naar de toekomst toe reeds ‘gewillig’ toont c.q. het ‘engagement’ aangaat om zich te onthouden van initiatieven die het project van de hoogspanningslijn zouden kunnen schaden of vertragen”. Ten slotte argumenteren verzoekers dat wonen in de buurt van hoogspanningslijnen en blootstelling aan elektromagnetische velden voor verzoekers en hun kinderen mogelijk zware gezondheidseffecten heeft en bovendien een zware hypotheek legt op het landschap en hun leefkwaliteit. Beoordeling
  13. De aangevoerde eventuele schade aan de gezondheid, het landschap en de leefkwaliteit is wezenlijk toe te schrijven aan de omgevingsvergunning en haar uitvoering, en niet aan, in voorkomend geval, de afstand door de verwerende partij van haar beroep tegen die omgevingsvergunning bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
  14. Daarbij komt dat verzoekers zelf de mogelijkheid hadden om tegen de omgevingsvergunning een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen in te stellen. Het is de eigen keuze van eerste en tweede verzoeker geweest om geen dergelijk beroep in te stellen en het instellen ervan aan anderen over te laten. X-18.191-6/9 Zoals zij goed wisten, of goed moésten weten, is het gevolg daarvan dat die beroepen hun beslag krijgen buiten hen om en dat zij, als buitenstaander, zonder meer de gevolgen dienen te ondergaan van de gebeurlijk gewijzigde inzichten en houding van de beroepsindieners.
  15. Overigens brengt de afstand van de gemeente en het college van burgemeester en schepenen geenszins mee dat er geen enkel beroep meer overblijft tegen de omgevingsvergunning. Nota bene derde verzoeker zelf stelde er ook een beroep tegen in, waarin hij volhardt. In dat beroep wordt dezelfde onwettigheid aangevoerd als in het beroep waarvan de verwerende partij thans afstand wenst te doen.
  16. Rest nog het nadeel dat de verwerende partij zich in de dading beweerdelijk ertoe geëngageerd heeft om niets te doen wat het project van de hoogspanningslijn, inbegrepen een toekomstige verzwaring ervan, kan schaden of vertragen. Dit nadeel betreft eventuele, toekomstige handelingen. Verzoekers maken niet aannemelijk dat er hic et nunc een dringende noodzaak bestaat om erop vooruit te lopen. Als evenwel mocht blijken dat de goedgekeurde dading de verwerende partij effectief in een positie van vooringenomenheid plaatst zodat zij niet meer onbevooroordeeld kan beslissen over de hoogspanningslijn en eventuele wijzigingen of verzwaringen ervan, dan zullen de latere beslissingen die de verwerende partij ter zake neemt, op goede grond van onwettigheid beticht kunnen worden.
  17. In de huidige stand van zaken overtuigen verzoekers er niet van dat er met hun vordering tot schorsing een uiterste urgentie gemoeid is. X-18.191-7/9 Alvast de cumulatieve schorsingsvoorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. IX. Kosten
  18. Aan de in het gelijk gestelde verwerende partij komt een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe, zonder indexatie. Het ministerieel besluit van 22 juni 2022 dat de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding voor de procedures bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State indexeert, treedt pas op 9 juli 2022 in werking.
  19. De tussenkomende partij vraagt tevergeefs een rechtsplegingsvergoeding. Artikel 30/1, § 2, laatste lid, van de Raad van State-wet schrijft voor dat de tussenkomende partijen geen betaling van de rechtsplegingsvergoeding kunnen genieten. BESLISSING
  20. Het verzoek van de nv Elia Asset tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  21. De Raad van State verwerpt de vordering.
  22. Verzoekers worden, elk voor een derde, verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 22 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-18.191-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht juli tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.191-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.263 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.838 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.