id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.386 Rolnummer: A. 236957/XII-9248 Zaak: Arrest 254386 - Overheidsopdrachten - 02/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-05 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-10 07:21 Fiche Arrest nr 254.386 van 2 september 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 254.386 van 2 september 2022 in de zaak A. 236.957/XII-9248 In zake: de NV ROBBERECHTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jorien Van Belle en Aurélien Vandeburie kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV PAMI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Teerlinck kantoor houdend te 1040 Brussel IJzerlaan 19 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 3 augustus 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de gemotiveerde gunningsbeslissing van 19 juli 2022 […] waarbij de XII-9248-1/27 raamovereenkomst voor ‘Kantoormeubilair ontworpen op duurzame en maatschappelijk verantwoorde manier’ volgens bestek nr. FORCMS-MM-129 voor wat betreft percelen 1, 3 en 8 werd gegund aan Pami nv en voor wat betreft perceel 2 werd gegund aan Bedimo sa”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 12 augustus 2022 heeft de nv Pami gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2022, om 14.00 uur. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaten Peter Flamey en Evi Mees, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaten Jorien Van Belle en Aurélien Vandeburie, die verschijnen voor de verwerende partij en advocaten Peter Teerlinck, Wim Mertens en Stefan Geebelen, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. XII-9248-2/27 III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor het sluiten van een raamovereenkomst voor de levering en plaatsing van kantoor- meubilair ontworpen op duurzame en maatschappelijk verantwoorde manier. De opdracht is verdeeld in negen percelen: - perceel 1: ergonomische bureaus en tafels (zit-zit en zit-sta); - perceel 2: plooi- en klaptafels; - perceel 3: bureaukasten; - perceel 4: vestiairekasten en individuele lockers; - perceel 5: gewapende kasten; - perceel 6: rolwagentjes voor kantoor; - perceel 7: brandwerende veiligheidskasten voor het opslaan van ontflambare producten; - perceel 8: scheidingswanden en akoestische elementen; - perceel 9: kapstokken. 3.2. De opdracht wordt gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen op 27 juli 2021 en in het Publicatieblad van de Europese Unie op 30 juli 2021. Er zullen nadien vijf rectificatieberichten gepubliceerd worden ingevolge de door de kandidaat-inschrijvers gestelde vragen en de informatiesessie. 3.3. De opdracht wordt gegund middels de openbare procedure. XII-9248-3/27 3.4. Het bestek met referte FORCMS-MM-129 is van toepassing. Het voorwerp van de opdracht wordt in dit bestek als volgt omschreven: “De basislijst bevat een geheel van artikelen die door de inschrijver verplicht moeten worden voorgesteld. Deze basislijst is opgenomen in het offerteformulier. De inschrijvers zijn verplicht (op straffe van nietigheid van hun offerte) een offerte in te dienen voor alle artikelen van de basislijst. Slechts één artikel moet worden ingediend per post. De gedetailleerde technische specificaties per perceel werden opgenomen in de bijlagen ‘FORCMS-MM-129-XX-FORM.xls’. Deze technische vereisten worden beschouwd als minimumvereisten in toepassing van artikel 76, §1, 3° van het Koninklijk Besluit”. In het bestek worden eveneens verplichte opties voorzien. Deze worden gespecifieerd in het Excel-document “FORCMS-MM-129-XX-FORM” (bijlage aan het bestek) op het blad “Opt.exigées-Vereiste opties 1” en “Opt.exigées-Vereiste opties 2”. 3.5. De opdracht heeft een duurtijd van 48 maanden te rekenen vanaf de datum van aanvang van de uitvoering van de overeenkomst. 3.6. Het bestek voorziet op pagina 19 dat de inschrijver bij zijn offerte een dossier ‘technische bijlagen’ voegt: “Opdat de aanbestedende overheid in staat wordt gesteld te kunnen controleren of de in de offerte vermelde gegevens en informatie m.b.t. de XII-9248-4/27 technische specificaties overeenstemmen met de werkelijkheid, dient de inschrijver de technische documentatie m.b.t. het voorgestelde toestel, toe te voegen ter bewijs. Indien de technische documentatie ontbreekt, of indien deze niet toelaat de vermelde gegevens te controleren, zal de offerte : - Hetzij substantieel onregelmatig zijn, wanneer de desbetreffende technische specificatie in de excelbestanden als een noodzakelijke eigenschap van het artikel wordt beschreven, of wanneer ze dient te voldoen aan een bepaalde minimale of maximale waarde; - Hetzij geen punten scoren voor de evaluatie van de desbetreffende technische specificatie wanneer ze in de excelbestanden als een gunningscriterium wordt beschreven […].” Onder een titel “regelmatigheid van de offertes” valt in het bestek op pagina 27 te lezen: “De offertes van de inschrijvers zullen worden onderzocht op het vlak van hun regelmatigheid voor zover de inschrijvers op basis van het UEA voorlopig geselecteerd werden. De substantieel onregelmatige offertes zullen overeenkomstig art. 76 van het KB geweerd worden. Enkel regelmatige offertes komen in aanmerking om te worden getoetst aan de gunningscriteria. Naar gelang van de percelen waarvoor de inschrijver een offerte indient, worden de MS Excel bestanden “FORCMS-MM-129-ID.xlsx” (“ID”-tabblad en, voor het (
- de)perceel(
- en)waarvoor de inschrijver offerte indient in de “select – x”-tabbladen) en in de offerteformulieren “FORCMS-MM-129-xx-FORM.xlsx” als volgt ingevuld : - alle gele vakken dienen behoorlijk en correct ingevuld te worden; - in alle oranje vakken dient een behoorlijke en correcte keuze worden gemaakt uit de beschikbare waarden; - groene vakken dienen enkel ingevuld te worden indien van toepassing; - in de groene vakken dient er enkel een keuze gemaakt te worden uit de beschikbare waarden indien van toepassing. De voorgestelde artikelen dienen te beantwoorden aan de minimale technische voorschriften zoals vermeld in de technische fiches van de offerteformulieren “FORCMS-MM-129-xx-FORM.xlsx” (bladen “NL-FR Généralités-Algemeenheden”, “Objet principal-hoofdopdracht” en “Opt.exigées-Vereiste opties”). Er dient opgemerkt te worden dat sommige vakken van de offerteformulieren (in verschillende bladen) rood zijn of rood worden als er geen gegevens worden vermeld of als de gegevens niet correct worden vermeld (als de waarde niet aan de technische minimumeisen voldoet).. Naargelang de aard van de in te vullen gegevens zal de sanctie bestaan uit hetzij de onregelmatigheid, hetzij het toekennen van een nulscore. XII-9248-5/27 De proefmodellen worden binnen de vereiste termijn ter beschikking gesteld van de aanbestedende overheid conform punt 8.3.4. Het niet leveren van de proefmodellen binnen de vereiste termijn kan leiden tot het verwerpen van de offerte. Deze proefmodellen moeten identiek zijn met het in de offerte voorgestelde materieel. In geval van niet conformiteit wordt er door de aanbestedende overheid proces-verbaal opgemaakt. Na betekening van dit P.V., beschikt de inschrijver over twee werkdagen om hieraan te verhelpen, bij in gebreke waaraan de betrokken offerte onregelmatig kan verklaard worden.” 3.7. De economisch meest voordelige offerte wordt bepaald aan de hand van de volgende formule van het bestek: “ܳ=ܥ²/ܲ C: Cijfer behaald door de offerte; de economisch meest voordelige offerte is deze die het hoogste cijfer behaalt; P : de prijs [voetnoot 4: In desbetreffend geval, voegt de aanbestedende overheid de gemeenschappelijke artikelprijzen van de Shopping lijst bij alle offertes bij] zal niet als afzonderlijk criterium beoordeeld worden, maar uitsluitend als noemer bij de berekening van de kwaliteit/prijs – verhouding Q² : het kwadraat van de kwaliteitsscore (teller van de breuk) wordt samengesteld uit volgende elementen 3.8. Het gunningscriterium “technische kwaliteit” wordt nader omschreven in het Excel-document “FORCMS-MM-129-XX-FORM” (bijlage aan het bestek) op het blad “Eval Tech”. XII-9248-6/27 Het gunningscriterium “gebruiksvriendelijkheid” wordt nader omschreven in het Excel-document “FORCMS-MM-129-XX-FORM” (bijlage aan het bestek) op het blad “Eval utilisation-gebruik”. Het gunningscriterium “evaluatie” wordt nader omschreven in het Excel-document “FORCMS-MM-129-XX-FORM” (bijlage aan het bestek) op het blad “Eval”. De formules voor de beoordeling van de offerte in het licht van de gunningscriteria zijn raadpleegbaar voor de inschrijvers in de offerteformulieren “door simpelweg een cel aan te klikken. In de formulebalk wordt de toegepaste formule weergegeven. De gebruikte gegevens zijn afkomstig van de verschillende tabbladen uit de offerteformulieren” (pagina 27 van bestek). Het Excel-document “FORCMS-MM-129-XX-FORM” (bijlage bij het bestek) op het blad “Attribution-gunning” geeft de maximaal te behalen score en de weging van de gunningscriteria weer. 3.9. Op 12 augustus 2021 organiseert de verwerende partij een informatiesessie. 3.10. De verzoekende partij dient vervolgens een offerte in voor de percelen 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 8. 3.11. De opening van de offertes vindt plaats op 27 september 2021. 3.12. De verwerende partij stelt vervolgens een verslag van nazicht van de offertes (FORCMS-MM-129: PROCES-VERBAL VAN ONDERZOEK VAN DE OFFERTES) op. Als bijlage aan dit verslag is een verslag van nazicht van de proefmodellen (FORCMS-MM-129: EVALUATIE VERSLAG VAN PROEFMODELLEN) gehecht. XII-9248-7/27 3.13. Op 19 juli 2022 neemt de verwerende partij een gemotiveerde gunningsbeslissing. Per e-mail en een aangetekend schrijven van 20 juli 2022 wordt de verzoekende partij ervan in kennis gesteld van dat de percelen in kwestie gegund worden aan de nv Pami. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Tussenkomst 4. De nv Pami blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Vertrouwelijkheid van de stukken 5. Alle partijen vragen om tal van stukken vertrouwelijk te behandelen. 6. Artikel 26 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ luidt als volgt: “De verhaalinstantie moet de vertrouwelijkheid en het recht op eerbiediging van zakengeheimen waarborgen met betrekking tot de informatie die is vervat in door de betrokken partijen, in het bijzonder door de aanbestedende instantie die het volledige dossier dient over te leggen, aan haar overgelegde dossiers, ook al kan zijzelf van deze informatie kennis nemen en deze in haar beschouwing betrekken. Het komt deze instantie toe te oordelen in welke mate en op welke wijze de vertrouwelijkheid en het geheime karakter van deze informatie moet worden gewaarborgd, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het recht van verweer van de procespartijen en met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt.” XII-9248-8/27 Te dezen kan worden vastgesteld dat de stukken waarvan de vertrouwelijke behandeling wordt gevraagd afzonderlijk zijn neergelegd, dat de vertrouwelijkheid ervan uitdrukkelijk is aangegeven en vermeld in de inventaris en dat de motieven voor die vraag worden weergeven. Er belet dus alvast op formeel vlak de Raad van State niets om in te gaan op de gevraagde vertrouwelijke behandeling. 7. In de huidige stand van het geding kan het verzoek tot vertrouwelijke behandeling van de als dusdanig aangemerkte stukken worden ingewilligd. VI. Ontvankelijkheid van de vordering 8. De verwerende partij werpt op dat de vordering niet ontvankelijk is in zoverre ze betrekking heeft op de percelen 2 en 8. 9. Aangezien hierna zal blijken dat geen ernstige middelen worden aangevoerd en de vordering om die reden hoe dan ook moet worden verworpen, hoeft de exceptie in de huidige stand van de rechtspleging niet te worden onderzocht. VII. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 10. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. XII-9248-9/27 VIII. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Standpunt van de verzoekende partij 11. In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van: “- Artikel 81 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten (hierna: Overheidsopdrachtenwet 2016), op zichzelf genomen en geïnterpreteerd in overeenstemming met artikel 67 Richtlijn 2014/24/EU en rekening houdend met de rechtspraak van het Hof van Justitie; - Het mededingingsbeginsel met openbare orde karakter; - Het beginsel van de gelijkheid der inschrijvers als bijzondere toepassing van het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het transparantiebeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het materieel motiveringsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het redelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het patere legem quam ipse fecisti-beginsel; - En uit ontstentenis van de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag”. Een eerste middelonderdeel wordt geput uit een “schending aangekondigde weging prijscriterium”. De verzoekende partij vergelijkt meer bepaald de aankondiging van de opdracht met het bestek. In het eerste worden de prijs en de kwaliteit vermeld als gunningscriteria met elk een weging van 50%, terwijl volgens de formule die het bestek hanteert, de kwaliteit meetelt voor 100% van de weging en de prijs niet afzonderlijk wordt beoordeeld. Minstens kan aan de hand van die formule niet worden achterhaald of het prijscriterium effectief heeft meegeteld in de weging en zo ja, voor welk aandeel. Het zou volgens de verzoekende partij in elk geval vaststaan dat het kwaliteitscriterium zwaarder heeft doorgewogen dan de prijs. Deze discrepantie tussen de opdrachtdocumenten kan niet worden verzoend aan de hand van een praktische interpretatie. De aankondiging heeft dan ook voorrang op het bestek aangezien het relatieve gewicht XII-9248-10/27 van de gunningscriteria ongewijzigd dient te blijven gedurende de gehele procedure. In een tweede onderdeel bekritiseert de verzoekende partij dat het prijscriterium niet autonoom is beoordeeld. Artikel 81, § 2, eerste lid Overheidsopdrachtenwet 2016, in samenlezing met de memorie van toelichting, bepaalt dat het criterium betreffende de beste prijs-kwaliteitsverhouding steeds een kostencriterium moet omvatten. Het louter incorporeren van een prijscriterium in een kwalitatief criterium is niet voldoende. Artikel 81, § 4, eerste lid Overheidsopdrachtenwet 2016 schrijft immers voor dat, bij overheidsopdrachten die een hogere waarde hebben dan de Europese aanbestedingsdrempels, de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten het relatieve gewicht moet specificeren dat zij aan elk van de gekozen criteria toekent. Het feit dat de prijs alsnog wordt meegenomen in de noemer van de formule doet hieraan geen afbreuk. Er heeft immers geen vergelijkende beoordeling van de offertes plaatsgevonden op grond van de aangeboden prijzen en de prijzen hebben ook geen relatief gewicht gekend bij de beoordeling van de offertes, minstens is onmogelijk na te gaan wat het gewicht daarvan is geweest in de noemer van de formule. In casu liggen geen objectieve redenen voor ter rechtvaardiging van de ontstentenis van enige weging of afzonderlijke beoordeling van het prijscriterium. In een derde onderdeel betoogt de verzoekende partij dat de gunningscriteria in elk geval niet zijn vermeld in dalende volgorde van belangrijkheid, zodat de weging om objectieve redenen niet mogelijk is geweest. In het kader van haar belang bij het middel zet de verzoekende partij nog uiteen dat zij “vóór de kennisname van de gemotiveerde gunningsbeslissing niet (kon) bevroeden dat de aanbestedende overheid de in de aankondiging van de opdracht opgegeven gunningscriteria en hun weging en cours de route volledig zou neutraliseren. Het is pas bij kennisname van de concrete toepassing van de gunningsformule in de gemotiveerde gunningsbeslissing dat het verzoekende partij duidelijk is geworden dat de score inzake kwaliteit niet werd XII-9248-11/27 teruggebracht tot de in de aankondiging vooropgestelde weging van 50% en dat er daarnaast niet effectief een beoordeling van de prijs werd doorgevoerd aan de hand van een quotering die eveneens meetelde voor 50% van de eindscore”. Beoordeling 12. In de eerste plaats wordt vastgesteld dat de verzoekende partij geen vragen heeft gesteld, noch opmerkingen heeft geformuleerd op het moment van de kennisname van de opdrachtdocumenten. Daarnaast is het veelzeggend dat zij de uittredende opdrachtnemer is voor de percelen 1, 3, 5 en 8 en het huidige bestek en de bijlagen quasi identiek zijn aan het bestek en de bijlagen van de vorige opdracht in 2017. Hoewel deze vaststellingen op zich niet het belang bij het middel ontnemen, ondergraven zij in elk geval de ernst van de aangevoerde wettigheidskritieken. a. Eerste onderdeel 13. Uit het Excel-document “FORCMS-MM-129-XX-FORM” (bijlage bij het bestek) en het blad “Attribution-gunning” blijkt dat het prijscriterium wordt afgewogen tegen de kwaliteitsgunningscriteria. De optelsom van de “kwaliteitsweging” bedraagt 100% en vormt de teller van de breuk. De gehanteerde formule kan op het eerste gezicht niet anders worden begrepen dan dat het “bedrag van de offerte” in de noemer van de breuk ook een 100% en dus gelijke weging heeft. Op dit punt kan er geen tegenstrijdigheid in de opdrachtdocumenten worden vastgesteld. Als de inhoud van een aankondiging van een opdracht en het bestek afwijken, hebben de vermeldingen in het bestek bovendien voorrang, in essentie omdat een tegenstrijdigheid veronderstelt dat de vastgestelde tegenstrijdigheid het gevolg is van twee beslissingen van het bevoegde orgaan van de aanbestedende dienst, terwijl, zoals in dit geval, de opstelling van de XII-9248-12/27 aankondiging van de opdracht een maatregel is ter uitvoering van het daaraan voorafgaande besluit van het bevoegde orgaan tot vaststelling van het bestek. Tot slot toont de verzoekende partij niet aan op welke wijze de vermeende tegenstrijdigheid haar belangen heeft geschaad. De toepassing van de regel van drie, zou er immers niet toe leiden dat haar offerte voor de percelen in kwestie als eerste wordt gerangschikt. 14. Het eerste onderdeel is niet ernstig. b. Tweede onderdeel 15. Artikel 81 Overheidsopdrachtenwet 2016 bepaalt: “§ 1. De aanbestedende overheid baseert de gunning van overheidsopdrachten op de economisch meest voordelige offerte. § 2. De economisch meest voordelige offerte uit het oogpunt van de aanbestedende overheid wordt, naar keuze, vastgesteld : 1° op basis van de prijs; 2° op basis van de kosten, rekening houdend met de kosteneffectiviteit, zoals de levenscycluskosten, overeenkomstig artikel 82; 3° rekening houdend met de beste prijs-kwaliteitsverhouding die bepaald wordt op basis van de prijs of de kosten alsook criteria waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. Het kan onder meer gaan om de volgende criteria :
- a)kwaliteit, waaronder technische verdienste, esthetische en functionele kenmerken, toegankelijkheid, geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, sociale, milieu- en innovatieve kenmerken, de handel en de voorwaarden waaronder deze plaatsvindt;
- b)de organisatie, de kwalificatie en de ervaring van het personeel voor de uitvoering van de opdracht, wanneer de kwaliteit van dat personeel een aanzienlijke invloed kan hebben op het niveau van de uitvoering van de opdracht;
- c)klantenservice en technische bijstand, alsook leveringsvoorwaarden zoals de leveringsdatum, de leveringswijze en de leverings- of uitvoeringstermijn. Het kostenelement kan ook de vorm aannemen van een vaste prijs of vaste kosten op basis waarvan de ondernemers zullen concurreren op kwaliteitscriteria alleen. § 3. […] XII-9248-13/27 § 4. Voor de overheidsopdrachten die gelijk zijn aan of hoger dan de voor de Europese bekendmaking bepaalde bedragen, specificeert de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, behalve wanneer dit uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald. Dit relatieve gewicht kan worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen het minimum en het maximum. Wanneer weging om objectieve redenen niet mogelijk is, vermeldt de aanbestedende overheid de criteria in dalende volgorde van belangrijkheid. Voor de overheidsopdrachten lager dan de voormelde bedragen, specificeert de aanbestedende overheid ofwel het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, ofwel de dalende volgorde van belangrijkheid ervan. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde. § 5. De Koning kan nadere regels inzake de gunningscriteria bepalen.” De memorie van toelichting bij die bepaling vermeldt: “Het criterium betreffende de beste prijs-kwaliteitsverhouding omvat de prijs of de kosten, alsook andere criteria, waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. Dit betekent dat de criteria het ene, het andere of de drie voornoemde aspecten kunnen omvatten. Opgemerkt wordt evenwel dat de gunningsbeslissing niet uitsluitend gebaseerd mag zijn op andere dan kostengerelateerde criteria. De criteria moeten immers steeds een kostencriterium omvatten, naar keuze van de aanbestedende overheid, ofwel de prijs of een kosteneffectiviteitsfactor zoals de levenscyclus-kosten kan zijn.” 16. Het standpunt van de verwerende partij dat enkel rekening moet worden gehouden met de prijs en/of de kosten bij de bepaling van de beste prijs-kwaliteitsverhouding, waarbij het haar vrij staat het prijscriterium in de andere gunningscriteria te integreren, lijkt op het eerste gezicht niet onverzoenbaar met artikel 81 Overheidsopdrachtenwet 2016 zoals toegelicht in de voorbereidende werken. Hieruit volgt dat de strikte lezing die de verzoekende partij voorstaat, waarbij alleen een autonoom prijscriterium de toets aan artikel 81 kan doorstaan, in deze stand van het geding niet wordt bijgetreden. XII-9248-14/27 17. In voorliggend geval vormt de prijs de noemer van de breuk bij de formule die wordt gehanteerd om de economisch meest voordelige offerte te bepalen. De prijs wordt op die manier wel degelijk in rekening gebracht bij de bepaling van de economisch meest voordelige offerte en mee betrokken in de vergelijkende beoordeling van de diverse offertes. Het standpunt van de verzoekende partij dat het relatief gewicht van het prijscriterium niet gekend is, is bij de beoordeling van het eerste onderdeel reeds weerlegd. 18. Het tweede onderdeel is niet ernstig. c. Derde onderdeel 19. Het derde middelonderdeel vooronderstelt dat geen weging is toegekend aan elk van de gunningscriteria. Uit de beoordeling van de vorige middelonderdelen volgt dat het uitgangspunt van het derde middelonderdeel feitelijke grondslag mist. 20. Het derde onderdeel is niet ernstig. d. Conclusie 21. Het eerste middel is niet ernstig. B. Tweede middel Standpunt van de verzoekende partij 22. Een tweede middel wordt geput uit de schending van: “- Artikelen 81 en 83 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten (hierna: Overheidsopdrachtenwet 2016); - Artikelen 75-76 en 87 van het Koninklijk Besluit van 18 april 2017 inzake plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren (hierna: KB Plaatsing 2017); XII-9248-15/27 - Het mededingingsbeginsel met openbare orde karakter; - Het beginsel van de gelijkheid der inschrijvers als bijzondere toepassing van het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het materieel motiveringsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het redelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - En uit ontstentenis van de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag.” In een eerste onderdeel voert de verzoekende partij aan dat het gunningscriterium technische kwaliteit niet gepaard gaat met specificaties aan de hand waarvan de inschrijvers op voorhand konden toetsen in welke mate hun offertes aan het betrokken gunningscriterium voldoen. Het bestek verwijst alleen naar minimale technische voorschriften. De begrippen die worden gehanteerd op de tabbladen “EVAL Tech” kunnen bezwaarlijk doorgaan voor technische specificaties. Het gunningscriterium technische kwaliteit kan volgens verzoekende partij dan ook niet worden geacht voorafgaandelijk afdoende te zijn bekendgemaakt of vastgelegd en laat de aanbestedende overheid een onbeperkte keuzevrijheid inzake aspecten van technische kwaliteit om de offertes te beoordelen. Het gunningscriterium technische kwaliteit waarborgt aldus geen daadwerkelijke mededinging. Uit de uiteindelijke beoordeling zou volgens de verzoekende partij blijken dat er per inschrijver verschillende aspecten werden bekeken zonder een daadwerkelijke vergelijking van de offertes inzake dezelfde aspecten. Bijgevolg stelt zij vast dat uit de opdrachtdocumenten niet kan worden afgeleid of de uiteindelijk beoordeelde elementen ook effectief voor alle inschrijvers golden. Specifiek voor perceel 8 werpt de verzoekende partij nog op dat een gunningscriterium “evaluatie” wordt gehanteerd dat niet op voorhand werd bekendgemaakt. In een tweede onderdeel wordt de neutralisering van het regelmatigheidsonderzoek als kritiek aangevoerd. De verzoekende partij licht toe dat het regelmatigheidsonderzoek niet mag worden verward met de inhoudelijke beoordeling van de offertes. Het voldaan zijn aan de -minimale- technische specificaties van het bestek kan slechts het voorwerp uitmaken van een gunningscriterium, voor zover dit gunningscriterium ertoe leidt dat punten worden XII-9248-16/27 toegekend aan een inschrijver wiens offerte verder gaat dan de technische eisen van het bestek, dus zonder dat punten worden afgetrokken voor offertes die niet voldoen aan die eisen. Enkel een positieve beoordeling bovenop het regelmatigheidsonderzoek is aldus gerechtvaardigd. Door voor het gunningscriterium technische kwaliteit dezelfde aspecten te hanteren die reeds als minimale technische eisen werden aangemerkt, komt de negatieve beoordelingsmethode van de verwerende partij neer op een neutralisering van de resultaten van het regelmatigheidsonderzoek. De verzoekende partij geeft als voorbeeld onder meer de beoordeling in het gunningsbesluit, bij de technische evaluatie van de beenbeschermingsplaat aan de door haar voorgestelde bureaus, die zij niet te rijmen acht met de regelmatigverklaring van haar offerte. Dit alles zou volgens de verzoekende partij des te meer klemmen nu in het bestek was voorzien dat de proefmodellen van de aangeboden materialen een exacte weergave van het in de offerte beschreven model moesten zijn, en zo niet zou de offerte onregelmatig worden verklaard. Beoordeling 23. Blijkens het bestreden besluit worden de offertes onder meer beoordeeld op grond van een criterium “technische kwaliteit”, waarbij binnen de grenzen van de aspecten geïdentificeerd in de bij het bestek gevoegde Excel-bestanden (telkens tabblad “EVAL TECH”), een vergelijkende evaluatie van modellen wordt uitgevoerd, waarbij het materiaal dat geen enkele negatieve commentaar oplevert het maximum van de punten krijgt en elke negatieve commentaar wordt bestraft met het verlies van een punt zonder dat evenwel de score negatief wordt, waarna elk verloren punt vermenigvuldigd wordt met het gewicht van het betrokken aspect en wordt afgetrokken van de maximumscore voor de technische kwaliteit. XII-9248-17/27 a. Eerste onderdeel 24. Artikel 2, 44°,
- b)Overheidsopdrachtenwet 2016 definieert het begrip “technische specificatie” in geval van overheidsopdrachten voor leveringen als volgt: “in geval van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten : een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals het niveau van kwaliteit, het niveau van milieuvriendelijkheid en klimaatprestaties, een ontwerp dat aan alle vereisten voldoet, met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten, en de overeenstemmingsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en -methoden tijdens de verschillende stadia van de levenscyclus van de levering of dienst, en conformiteitsbeoordelingsprocedures”. 25. Het komt aan de aanbestedende overheid toe om haar behoeften en dus het voorwerp van de opdracht te bepalen. Daarbij stelt zij de technische specificaties in de opdrachtdocumenten vast. In dat verband staat het haar vrij om passende kwaliteitsnormen vast te stellen door middel van technische specificaties of contractvoorwaarden. De aanbestedende overheid beschikt over een ruime beoordelingsmarge in het kader van de formulering van de technische specificaties van een opdracht. Die beoordelingsmarge wordt gerechtvaardigd door het feit dat de aanbestedende overheid het best op de hoogte is van welke leveringen zij nodig heeft en het best geplaatst is om de eisen te bepalen waaraan moet worden voldaan om de gewenste resultaten te bereiken. Deze vrijheid wordt begrensd door de eis dat de technische specificaties de ondernemers gelijke toegang tot de plaatsingsprocedure moeten bieden en er niet mogen toe leiden dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging worden opgeworpen. XII-9248-18/27 26. In casu voorziet het bestek voor de verschillende percelen minimale technische voorschriften. Deze worden, voor de percelen 1, 2, 3 en 8, nader omschreven in het Excel-document “FORCMS-MM-129-xx-FORM.xlsx” (bladen “NL-FR Généralités-Algemeenheden”, “Objet principal-hoofdopdracht” en “Opt.exigées-Vereiste opties”). Het bestek voorziet voorts dat de inschrijver technische fiches bij zijn offerte moet voegen zodat “de aanbestedende overheid in staat wordt gesteld te kunnen controleren of de in de offerte vermelde gegevens en informatie m.b.t. de technische specificaties overeenstemmen met de werkelijkheid”. De minimale technische voorschriften, zoals omschreven in het Excel-document “FORCMS-MM-129-xx-FORM.xlsx” (bladen “NL-FR Généralités-Algemeenheden”, “Objet principal-hoofdopdracht” en “Opt.exigées-Vereiste opties”) omvatten de vereiste kenmerken van het materiaal in functie van de wensen van de verwerende partij. Er worden technische vereisten voorzien voor het onderstel, het werkblad, de vereiste kleuren van het onderstel en het topblad. Het bestek en het Excel-document (bijlage bestek) maken voorts uitdrukkelijk een onderscheid tussen de minimale technische specificaties en de technische eigenschappen van het voorgestelde materiaal die bij de toetsing aan het gunningscriterium “technische kwaliteit” zullen worden betrokken. In dit verband kan worden gewezen op de volgende passage in het bestek: “8.3.3. Dossier “technische bijlagen” Opdat de aanbestedende overheid in staat wordt gesteld te kunnen controleren of de in de offerte vermelde gegevens en informatie m.b.t. de technische specificaties overeenstemmen met de werkelijkheid, dient de inschrijver de technische documentatie m.b.t. het voorgestelde toestel, toe te voegen ter bewijs. Indien de technische documentatie ontbreekt, of indien deze niet toelaat de vermelde gegevens te controleren, zal de offerte : XII-9248-19/27 - Hetzij substantieel onregelmatig zijn, wanneer de desbetreffende technische specificatie in de excelbestanden als een noodzakelijke eigenschap van het artikel wordt beschreven, of wanneer ze dient te voldoen aan een bepaalde minimale of maximale waarde; - Hetzij geen punten scoren voor de evaluatie van de desbetreffende technische specificatie wanneer ze in de excelbestanden als een gunningscriterium wordt beschreven [voetnoot 2: Met dien verstande dat voor sommige technische specificaties de waarde ervan als gunningscriterium wordt beschreven voor zover tegelijk een vooropgelegd minimum - of maximumniveau wordt gerespecteerd en dit op straffe van onregelmatigheid].” 27. De verzoekende partij kan dan ook niet worden bijgevallen in haar conclusie dat het gunningscriterium technische kwaliteit de aanbestedende overheid een onbeperkte keuzevrijheid zou laten inzake aspecten van technische kwaliteit om de offertes te beoordelen en een daadwerkelijke mededinging zou verhinderen. Specifiek wat betreft perceel 8, wordt vastgesteld dat het gunningscriterium “evaluatie” nader wordt omschreven in het Excel-document “FORCMS-MM-129-08-FORM” (bijlage bestek) op het blad “Eval”. De verzoekende partij stelt dan ook ten onrechte dat de offertes zouden zijn beoordeeld aan de hand van een gunningscriterium dat niet was voorzien in het bestek. 28. Het eerste onderdeel is niet ernstig. b. Tweede onderdeel 29. Uit het verslag van nazicht van de offertes en haar bijlagen en de gemotiveerde gunningsbeslissing kan worden afgeleid dat eerst de offertes op hun regelmatigheid zijn onderzocht op basis van het Excel-document “FORCMS-MM-129-xx-FORM.xlsx” (bladen “NL-FR Généralités-Algemeenheden”, “Objet principal-hoofdopdracht” en “Opt.exigées-Vereiste opties”) en de overeenstemming ervan met de door de inschrijver bij te brengen technische fiches. Deze minimale technische XII-9248-20/27 voorschriften leggen het minimumniveau vast waaraan het materiaal moet voldoen. Is hieraan voldaan, dan is de offerte regelmatig. Vervolgens zijn de gunningscriteria beoordeeld aan de hand van proefmodellen van het in de offerte voorgestelde materiaal. De wijze waarop de verwerende partij het derde gunningscriterium “technische kwaliteit” beoordeelt, wordt nader omschreven in het Excel-document “FORCMS-MM-129-XX-FORM” (bijlage bestek) op het blad “Eval Tech” aan de hand van de aldaar vermelde technische aspecten en waarbij, vertrekkende van een beginscore van 5 punten per aspect, minpunten worden toegekend zonder dat de score evenwel negatief kan worden. 30. Van belang is dat de verwerende partij in het kader van haar technisch onderzoek van de ter beschikking gestelde proefmodellen, andere technische eigenschappen blijkt te hebben getest dan oorspronkelijk vervat in de minimale technische specificaties. Hieruit volgt dat onder het gunningscriterium technische kwaliteit punten worden toebedeeld voor technische eigenschappen van de aangeboden materialen die verder gaan dan de minimale technische vereisten hetgeen de door de verzoekende partij vermeende neutralisering van het regelmatigheidsonderzoek weerspreekt. De omstandigheid dat de verwerende partij daarbij heeft geopteerd voor een systeem van puntenaftrek in de plaats van een positieve evaluatie, doet daaraan geen afbreuk. Anders dan de verzoekende partij meent, lijkt de startscore van 5 punten immers geen equivalent van een regelmatige offerte, maar een te behalen score voor die offerte die zich op het vlak van technische kwaliteit van het aangeboden materiaal het meest in positieve zin onderscheidt van de andere offertes. Daarenboven moet de gehanteerde “negatieve” beoordeling op het eerste gezicht niet zo worden opgevat dat de beoordeelde aspecten niet effectief op alle inschrijvers van toepassing waren. Het bestek en haar bijlagen, alsook het XII-9248-21/27 verslag van nazicht en haar bijlagen, vermelden uitdrukkelijk dat de evaluatie “op een vergelijkbare wijze” zal worden uitgevoerd. De toegepaste beoordelingsmethode stelt een normaal zorgvuldige inschrijver ook in staat te begrijpen dat het niet vermelden van een bepaald element betekent dat hij positief scoort voor dat element en dus geen minpunt verkrijgt. 31. Het tweede onderdeel is evenmin ernstig. c. Conclusie 32. Het tweede middel is niet ernstig. C. Derde middel Standpunt van de verzoekende partij 33. In een derde middel wordt de schending aangevoerd van: “- Artikel 81 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten (hierna: Overheidsopdrachtenwet 2016); - Het beginsel van de gelijkheid der inschrijvers als bijzondere toepassing van het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het transparantiebeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het materieel motiveringsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - Het redelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; - En uit ontstentenis van de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag”. Samengevat roept de verzoekende partij in dat de beoordeling van de offertes op grond van de criteria technische kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid “herhaaldelijk […] op foutieve wijze, niet of onvoldoende gemotiveerde wijze dan wel kennelijk onredelijke wijze gebeurd is, inzonderheid voor wat betreft percelen 1 en 3”. XII-9248-22/27 De verzoekende partij roept dit middel in ondergeschikte orde in, “d.w.z. voor zover Uw Raad zou oordelen dat de neutralisering van het prijscriterium (zie eerste middel) en de neutralisering dan wel vermenging van de technische conformiteit en kwaliteit (zie tweede middel) de bestreden gunningsbeslissing niet zouden aantasten met wettigheidsgebreken”. Een eerste onderdeel wordt ontleend aan een schending van de formelemotiveringsplicht. De verzoekende partij beweert bij zowat alle overwegingen van het bestreden besluit inzake technische kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid bij de percelen 1 en 3 in het duister te tasten, niet alleen wat de beoordeling van haar eigen offerte betreft, maar ook wat betreft de vergelijking van haar offerte met die van de overige inschrijvers. In een tweede onderdeel hekelt de verzoekende partij de kennelijk onredelijke beoordeling van de technische kwaliteit. Zij bekritiseert in het bijzonder, voor wat betreft perceel 1 de beoordeling van de aspecten “beenbeschermingsplaat”, “rigide opzetwanden (constructie, bevestiging, stevigheid, …), “pennenlade (constructie)” en “glijders (constructie, afscherming)” en voor wat betreft perceel 3 de beoordeling van de aspecten “constructie, afwerking, metalen structuur, nuttig inwendig volume (hoogte, breedte, diepte)”, “akoestische rugpanelen (constructie, vasthechting)” en “constructie, afwerking, metalen structuur”. In essentie voert de verzoekende partij aan dat het bestek geen technische eisen in die zin voorziet, dat de beoordeling niet rijmt met de regelmatigverklaring van haar offerte en dat het bestreden besluit geen vergelijking maakt met de andere offertes voor dezelfde aspecten. In een derde onderdeel wordt uiteengezet dat de gebruiksvriendelijkheid kennelijk onredelijk werd beoordeeld. De verzoekende partij bekritiseert in het bijzonder, voor wat betreft perceel 1: de aspecten “niveauregeling en de hoogteregeling (gemak,…)”, “elektrificatie unit en XII-9248-23/27 horizontale/verticale bekabeling (toegankelijkheid, beschikbare ruimte, …)”, “lade(
- n)(geremd, geluid, klassement,…)”, en voor wat betreft perceel 3: het aspect “lade(
- n)(geremd, geluid, klassement, …). Beoordeling a. Eerste onderdeel 34. Het verslag van nazicht van de offertes en haar bijlagen bevat een vergelijking van de offertes van de verschillende inschrijvers. Wat betreft de evaluatie van het gunningscriterium “technische kwaliteit”, wordt het blad “Eval Tech” uit het Excel-document “FORCMS-MM-129-XX-FORM” (bijlage bestek) overgenomen in het verslag van nazicht van de offertes en haar bijlagen. Het blad is ingevuld door de verwerende partij en omvat de neerslag van de vergelijkende beoordeling van de door de verschillende inschrijvers geleverde proefmodellen. Zo wordt, voor perceel 1, het ingevulde blad “Eval Tech” inzake de evaluatie van de proefmodellen van Ahrend nv, voor Pami nv en de verzoekende partij weergegeven. Voor perceel 3 wordt dezelfde werkwijze gehanteerd en wordt het ingevulde blad “Eval Tech” inzake de evaluatie van de proefmodellen van Pami nv en de verzoekende partij weergegeven. Dezelfde werkwijze geldt voor de evaluatie van het gunningscriterium “gebruiksvriendelijkheid”. Ook hier wordt het blad “Eval utilisation-gebruik” uit het Excel-document “FORCMS-MM-129-XX-FORM” (bijlage bestek) overgenomen in het verslag van nazicht van de offertes en haar bijlagen. Het blad is ingevuld door de verwerende partij en omvat de neerslag van de vergelijkende beoordeling van de door de verschillende inschrijvers geleverde proefmodellen. Zo wordt, voor perceel 1, het ingevulde blad “Eval Tech” inzake de evaluatie van de proefmodellen van Ahrend nv, Pami nv en de verzoekende partij weergegeven. Voor perceel 3 wordt dezelfde werkwijze gehanteerd en wordt het ingevulde blad “Eval utilisation-gebruik” inzake de evaluatie van de proefmodellen van Pami nv en de verzoekende partij weergegeven. XII-9248-24/27 In deze vergelijkende tabellen neemt de verwerende partij de motivatie inzake haar technisch onderzoek op. Bij het verslag van nazicht van de offertes zijn bijlagen gevoegd waarin eveneens foto’s en video’s van het “technisch onderzoek” zijn opgenomen. Uit niets blijkt dat het technisch onderzoek niet op objectieve wijze door dezelfde personen voor alle proefmodellen zou zijn verricht. De motieven opgenomen in het verslag van nazicht van de offertes en haar bijlagen zijn op identieke wijze overgenomen in de gemotiveerde gunningsbeslissing die aan de verzoekende partij werd overgemaakt. 35. Teneinde te voldoen aan de formelemotiveringsverplichting volstaat voorts dat de verzoekende partij als niet-gekozen inschrijver in de bestreden beslissing de redenen heeft kunnen terugvinden waarom uiteindelijk haar eigen offerte niet werd uitgekozen ten voordele van de offerte van de gekozen inschrijver. Door de beoordeling van de verwerende partij ook inhoudelijk te betwisten, maakt de verzoekende partij niet aannemelijk dat zij volledig in het duister zou tasten over de beweegredenen van de aanbestedende overheid om niet voor haar offerte te kiezen. 36. Het eerste onderdeel is niet ernstig. b. Tweede en derde onderdeel 37. Het komt niet aan de Raad van State toe om de beoordeling van de offertes over te doen en aldus zijn visie op de evaluatie van de offertes in de plaats te stellen van deze van de aanbestedende overheid. Het is in eerste instantie de aanbestedende overheid die bepaalt wat zij als sterke en zwakke punten in de offertes beschouwt en om er dienovereenkomstig punten aan toe te kennen. De Raad van State mag desgevraagd enkel een beoordeling door de aanbestedende overheid die op het eerste gezicht strijdig is met de algemene beginselen van XII-9248-25/27 behoorlijk bestuur sanctioneren met een schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing. 38. De wezenlijke grieven van de verzoekende partij, meer bepaald dat zij zou zijn afgestraft voor niet bestaande technische bestekseisen, dat de gedane beoordeling niet te rijmen valt met de regelmatigverklaring van haar offerte en dat de diverse aspecten niet voor alle inschrijvingen lijken te gelden, zijn reeds verworpen bij de beoordeling van het tweede middel. Voor het overige toont de verzoekende partij vooralsnog niet aan dat de bestreden gunningsbeslissing deugdelijke motieven ontbeert, noch dat die motieven het toegekende puntenverschil tussen de offertes voor de gunningscriteria “technische kwaliteit” en “gebruiksvriendelijkheid” niet kunnen verantwoorden. 39. Het tweede en derde onderdeel zijn niet ernstig. c. Conclusie 40. Het derde middel is niet ernstig. BESLISSING 1. Het verzoek van de nv Pami tot tussenkomst wordt ingewilligd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering. 3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-9248-26/27 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Peter Sourbron XII-9248-27/27 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.386 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div