← België

Arrest 254409 - Natuurbehoud - Vergunningen - 08/09/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.409 Rolnummer: A. 235021/VII-41245 Zaak: Arrest 254409 - Natuurbehoud - Vergunningen - 08/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-08 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 07:22 Fiche Arrest nr 254.409 van 8 september 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 254.409 van 8 september 2022 in de zaak A. 235.021/VII-41.245 In zake:

  1. Iosif SAMSI
  2. Domna DIMOVA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thierry De Moor kantoor houdend te 1050 Brussel G. Brugmannplein 12, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 29 oktober 2021, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 30 augustus 2021 houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen het onderdeel van de beslissing van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij van 12 maart 2018 waarbij deze beslist dat de verzoekende partijen niet voldoen aan de vrijstellingsvoorwaarden vermeld in artikel 12, § 2, van het bodemdecreet van 27 oktober 2006 voor wat betreft het deel van de nieuwe bodemverontreiniging met minerale olie in het vaste deel van de aarde en het grondwater dat tot stand gekomen is op hun grond vanaf de eigendomsverwerving op 2 september
  4. VII-41.245-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 12 mei 2022 een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 18 mei
  6. Op 13 juli 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling
  8. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een VII-41.245-2/4 vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  9. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  10. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  11. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter VII-41.245-3/4 Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.245-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.409 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.