← België

Arrest 254410 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/09/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.410 Rolnummer: A. 235508/VII-41285 Zaak: Arrest 254410 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-15 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-10 07:22 Fiche Arrest nr 254.410 van 8 september 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 254.410 van 8 september 2022 in de zaak A. 235.508/VII-41.285 In zake : de BVBA ESK PROJECTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE ANTWERPEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 20 januari 2022, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2122-0288 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 16 december 2021 in de zaak 2021-RvVb-0509-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 17 maart 2022 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft op 29 juni 2022 een verslag opgesteld. VII-41.285-1/3 Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 6 juli 2022, samen met de mededeling, bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.
  5. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing. BESLISSING
  6. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. VII-41.285-2/3
  7. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.285-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.410 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.