id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.422 Rolnummer: A. 231098/VII-40862 Zaak: Arrest 254422 - Natuurbehoud - Vergunningen - 08/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-15 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-10 07:23 Fiche Arrest nr 254.422 van 8 september 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 254.422 van 8 september 2022 in de zaak A. 231.098/VII-40.862 In zake :
- de BVBA KEMPENHOEVE
- Marc DRIES
- Mieke DRIES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Geoffry Steenbergen kantoor houdend te 3560 Lummen Pastorijstraat 39 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 juni 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 24 maart 2020 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos van 27 november 2019 houdende het opleggen van diverse bestuurlijke maatregelen tot herstel van percelen bos, gelegen aan de Kempenstraat te Balen, ongegrond wordt verklaard en de bestuurlijke maatregelen worden bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging VII-40.862-1/6
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft op 30 december 2021 een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 juni
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Alper Darici, die loco advocaat Geoffry Steenbergen verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Toezichthouders van het Agentschap voor Natuur en Bos stellen op 7 oktober 2019 vast dat op percelen gelegen aan de Kempenstraat te Balen bomen werden gekapt in het kader van het bosbeheerplan BBB-AN-160002 ‘Straalheide-Stortert’. In 2016 werd een machtiging verleend voor een eenmalige dunningskap in een naaldhoutbestand voor grove den. Er wordt echter ook VII-40.862-2/6 vastgesteld dat er paarden in het bos staan, dat er nieuwe houten afsluitingen zijn geplaatst rond het bosperceel en dat alle struik- en kruidvegetatie werd verwijderd. 3.
- Op 9 oktober 2019 worden bestuurlijke maatregelen opgelegd die strekken tot het herstel van de bosfunctie: de paarden moeten uit het bos worden verwijderd, de afsluitingen moeten worden afgebroken en de bosvegetatie moet worden hersteld. Voormelde beslissing wordt op 13 november 2019 vervangen door een nieuwe beslissing waarbij dezelfde bestuurlijke maatregelen worden opgelegd ten aanzien van de drie verzoekende partijen. Laatstgenoemde beslissing wordt op 27 november 2019 opnieuw vervangen, waarbij de uitvoeringstermijn wordt gecorrigeerd naar 1 maart
- 3.
- Tegen de beslissing tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen stellen de verzoekende partijen bestuurlijk beroep in. 3.
- Met een besluit van 24 maart 2020 verklaart de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme het beroep ongegrond en bevestigt zij de bestuurlijke maatregelen. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Ambtshalve exceptie
- In het verslag van de auditeur wordt ambtshalve opgeworpen dat de bestreden beslissing op grond van artikel 16.4.10, § 6, van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’ (DABM) “geacht [moet] worden te zijn opgeheven”. Naar luid van voormelde bepaling kan “[a]ls de uitvoeringstermijn van een bestuurlijke maatregel is verstreken en die niet of maar gedeeltelijk is uitgevoerd, […] een nieuwe bestuurlijke maatregel, desgevallend gepaard gaande met een dwangsom, worden opgelegd”. Alsdan “wordt de voorgaande bestuurlijke maatregel opgeheven met inbegrip van de in VII-40.862-3/6 voorkomend geval eraan gekoppelde dwangsom, met behoud van de toepassing van artikel 16.4.11 tot en met artikel 16.4.15”. Ingevolge de vaststelling dat de verzoekende partijen geen uitvoering hebben gegeven aan de met de bestreden beslissing opgelegde bestuurlijke maatregelen, heeft de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme bij besluit van 16 juli 2021 nieuwe bestuurlijke maatregelen opgelegd die strekken tot het herstel van de bospercelen in kwestie, onder verbeurte van een dwangsom van 75 euro per dag vertraging indien de vastgestelde uitvoeringstermijn niet wordt gerespecteerd. Beoordeling
- Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en hij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar verzoeker moet minstens aannemelijk maken dat de vernietiging hem een concreet voordeel oplevert. Een partij heeft in beginsel geen actueel belang meer om de nietigverklaring te vorderen van een besluit dat in de loop van het geding werd opgeheven en vervangen door een ander besluit, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep heeft behouden. In deze gewijzigde context staat het derhalve aan de verzoekende partij om nader toe te lichten waarin haar actueel belang bij het annulatieberoep nog bestaat.
- Ter adstructie van hun actueel belang, voeren de verzoekende partijen in hun laatste memorie aan dat zij op het ogenblik dat het verzoekschrift tot nietigverklaring werd ingediend over een “rechtmatig belang” beschikten en dat de VII-40.862-4/6 bestreden bestuurlijke maatregelen in elk geval niet op wettige wijze aan tweede verzoeker konden worden opgelegd. Aangezien de verzoekende partijen geen (begin van) uitvoering hebben gegeven aan de bestuurlijke maatregelen die met de bestreden beslissing werden opgelegd en mede in acht genomen het feit dat de bij ministerieel besluit van 16 juli 2021 opgelegde nieuwe bestuurlijke maatregelen eveneens gericht zijn tot tweede verzoeker, valt niet in te zien welk concreet voordeel de nietigverklaring van de bestreden beslissing de verzoekende partijen zou kunnen verschaffen.
- Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor een derde, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter VII-40.862-5/6 Elisabeth Impens Carlo Adams VII-40.862-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.422 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.734 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div