← België

Arrest 254425 - Examens (onderwijs) - 08/09/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.425 Rolnummer: A. 237140/IX-10097 Zaak: Arrest 254425 - Examens (onderwijs) - 08/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-09 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-10 07:23 Fiche Arrest nr 254.425 van 8 september 2022 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 254.425 van 8 septemer 2022 in de zaak A. 237.140/IX-10.097 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW VITA ET PAX-COLLEGE SCHOTEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 31 augustus 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Vita et Pax-college Schoten van 19 augustus 2022 waarbij de beslissing van de delibererende klassenraad om aan XXXX een oriënteringsattest C toe te kennen wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september 2022, om 14.30 uur. IX-10.097-1/18 Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Paulina Boamah, die loco advocaat Christophe Vangeel verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoekster is tijdens het schooljaar 2021-2022 leerling van het eerste leerjaar A, basisoptie Latijn, in het Vita et Pax-college te Schoten. 3.
  5. Op het einde van het schooljaar behaalt verzoekster jaartekorten voor ‘klassieke studiën’ (42%), wiskunde (46%) en geschiedenis (46%). Zowel voor Frans als voor natuurwetenschappen behaalt zij 50%. Voor de volgende vakken slaagt zij met ruimere cijfers: godsdienst (79%), Nederlands (63%), mens en samenleving (81%), aardrijkskunde (62%), techniek (78%), lichamelijke opvoeding (77%), beeld (76%) en muziek (80%). 3.
  6. De delibererende klassenraad kent haar een oriënteringsattest C toe. IX-10.097-2/18 Het eindrapport vermeldt daarover: “XXXX heeft in de bovengenoemde instelling, graad 1, leerjaar 1, onderverdeling Latijn het leerjaar niet met vrucht beëindigd en mag overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden niet tot een volgend leerjaar toegelaten worden. Motivering: Gezien de 3 jaartekorten, de zeer zwakke juni-examens en de vele tekorten gedurende het hele schooljaar, ben je niet klaar om te starten in het tweede jaar. Advies: De klassenraad raadt je aan om het jaar over te doen in een eerste jaar met een basisoptie die aansluit bij je mogelijkheden en interesses.” 3.
  7. Verzoekster gaat niet akkoord met het toegekende C-attest en vraagt een overleg aan bij de schooldirectie. 3.
  8. Nadat dat overleg heeft plaatsgehad, neemt de schooldirectie geen initiatief om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen. 3.
  9. Verzoekster en haar ouders stellen op 1 juli 2022 een beroep in bij het schoolbestuur tegen de voormelde beslissing van de delibererende klassenraad. Met een 15 augustus 2022 gedateerd schrijven bezorgt verzoekster aan het schoolbestuur haar “argumenten […] ter aanvulling van het dossier”. 3.
  10. Op 19 augustus 2022 neemt de beroepscommissie de thans bestreden beslissing om de beslissing van de delibererende klassenraad waarbij aan verzoekster een oriënteringsattest C wordt toegekend, te bevestigen. Deze beslissing vermeldt onder meer (met weglating van een voetnoot): “Vordering en standpunt van verzoekers IX-10.097-3/18
  11. Uit de mondelinge uiteenzetting ter zitting blijkt wat volgt. - Verzoekers vragen dat hun dochter de mogelijkheid zou krijgen om het tweede leerjaar aan te vatten met basisoptie Moderne talen - Wetenschappen. Zij zouden hun dochter, met die intentie, reeds aangemeld hebben in het […]college te […]. - Zij wijzen op de negatieve gevolgen van de beslissing van de delibererende klassenraad: om heel wat redenen zou zittenblijven niet aangewezen zijn en meer kwaad doen dan goed. - Zij wijzen ook op het feit dat de delibererende klassenraad enkel rekening zou hebben gehouden met de onvoldoende resultaten en de talloze goede tot zeer goede resultaten blijkbaar niet in zijn beslissing zou hebben betrokken. - Abstractie gemaakt van Latijn, dat XXXX zal laten vallen, zouden de overblijvende resultaten, die van de gevraagde inspanningen voor Latijn te lijden zouden hebben gehad, geen oriënteringsattest C kunnen verantwoorden. - XXXX zou intussen ook niet stilgezeten hebben, en zou klaar zijn om een tweede jaar met succes aan te vatten. Althans de leerkracht van het […]college die XXXX reeds tijdens het schooljaar bijles gaf in Wiskunde, zou dat hebben bevestigd.
  12. Een en ander is als volgt samengevat in de pleitnota: ‘Verzoekers vragen dan ook dat u rekening houdt met het volledige dossier en om deze redenen verzoekers te horen en de beslissing te herzien en dat een A-attest zou worden toegekend, daar XXXX zal overstappen naar een richting zonder het component Latijn. Minstens dient aan XXXX een B-attest met clausulering voor Latijn te worden toegekend opdat zij het tweede jaar in de richting Moderne Talen - Wetenschappen kan aanvatten. Verzoeker[s] hebben geen bezwaar om indien de interne beroepscommissie dit nodig acht een alternatieve maatregel uit te voeren teneinde alle twijfel over het kunnen van verzoek[st]er weg te nemen (vakantietaak, literatuurstudie, ...). Om al deze redenen vragen verzoekers de beslissing te hervormen, verzoekers te horen en in kennis te stellen van de nieuwe beslissing.’ Ten gronde
  13. Verzoekers werden op 13 juli uitgenodigd voor de zitting van de beroepscommissie om gehoord te worden samen met hun dochter. Zij zijn niet verschenen.
  14. Het standpunt omtrent ‘bissen’ laat de beroepscommissie voor rekening van verzoekers. Het jaar overdoen is wel degelijk een hulp voor een leerling om opnieuw aan te pikken en een studieloopbaan succesvol voort te zetten. Voorwaarde is wel dat de leerling de gekozen richting aankan en bereid is zich in te spannen. Wat de beroepscommissie ter zitting mocht vernemen over XXXX wordt niet bevestigd door de interne leden van de commissie, waaronder de klassenleraar. IX-10.097-4/18 XXXX zelf ging zeer ver waar zij de schijn hoog wilde houden van wel mee te kunnen. Zij toonde aanvankelijk thuis slechts de goede toetsen en vertelde dat haar rapport fout was en dat er een nieuw rapport zou komen. Uiteraard viel zij snel door de mand. De neiging om desnoods via slinkse middelen haar doel te bereiken, maakt de beroepscommissie wantrouwig waar er van haar blijkbaar verwacht wordt allerlei beweringen over het doorzettingsvermogen, de motivatie, de inzet, ... van XXXX zonder meer als waar aan te nemen, of erop te vertrouwen dat zij vakantietaken of een literatuurstudie – die als ‘alternatieve maatregel’ voorgesteld werden – niet met hulp van anderen zou maken.
  15. Beide leerkrachten-leden omschrijven haar als een kwetsbaar kind, dat bezweken is onder de druk van een te hoog gegrepen studierichting. Maar dat is niet de enige verklaring voor haar falen: het ontbrak XXXX volgens hen ook aan de nodige maturiteit. De analyse van de klassenraad ter attentie van de beroepscommissie luidt: ‘De klassenraad is van oordeel dat deze zware tekorten te wijten zijn aan onvoldoende schoolse bekwaamheid, mogelijk ook aan onvoldoende maturiteit. In beide gevallen oordeelt de klassenraad dat het eerste jaar overzitten voor XXXX de enige gezonde beslissing is: het geeft haar de kans om een voldoende basis te leggen voor een studieloopbaan aangepast aan haar huidige mogelijkheden.’ De motivering in de notulen van de delibererende klassenraad: ‘Met kerst de ouders opgebeld om een overstap te overwegen. Dit wilden de ouders echt niet. Pasen was wat beter, maar de examens van juni waren slecht. Jaartotaal-tekorten: wiskunde, Latijn, geschiedenis. XXXX is heel zwak. Latijn: Ze verstaat niet waarover het gaat en antwoordt naast de kwestie. We vermoeden dat ze gebaat is om het jaar over te doen en succes te ervaren binnen een andere richting, vandaar het C-attest. We schatten haar intelligentie minder hoog in en zijn ervan overtuigd dat ze beter past in een andere richting. We hebben dit vanaf het begin van het schooljaar zo aangevoeld en hebben dit dan reeds aan de ouders gemeld. De rest van het schooljaar bevestigt onze eerste indruk. Het C-attest geeft haar een extra jaar om een steviger fundament te bouwen voor de rest van haar loopbaan.’
  16. Een analyse van de cijfers leert ons het volgende: • Het lesuur ‘Individueel traject Ned.-Lat.’ krijgt geen quotering. • XXXX haalt zeer behoorlijke resultaten voor de vakken o Mens en Samenleving: 81 % (I: /, II: 83, III: 80) o Muziek: 80% (80, 80, 82) o Godsdienst: 79% (68, 79, 91), o Techniek: 78% (80, 77, 77) o Beeld: 76% (74, 84, 72) o LO: 77% (83, 81, 68) Die vakken vertegenwoordigen 9 weekuren van de
  17. IX-10.097-5/18 • Minder goed zijn de resultaten voor de vakken o Nederlands 63% (63, 57, 70) o Aardrijkskunde 62% (55, 66, 64) Die vakken vertegenwoordigen 7 weekuren van de
  18. • Zij haalt net de helft voor de vakken o Frans 50% (39, 56, 55) o Natuurwetenschappen 50% (47, 50, 51) Die vakken vertegenwoordigen 6 weekuren van de
  19. • Zij voldoet niet voor de vakken o Klassieke Studiën 42% (46, 42, 39), o Wiskunde 46% (42, 42, 54) o Geschiedenis 46% (48, 48, 42) Die vakken vertegenwoordigen 9 weekuren van de
  20. Verzoekers wensen een overgang naar 2A met basisoptie Moderne Talen en Wetenschappen in het […]college van […]. De lessentabel van het tweede leerjaar A, basisoptie Moderne Talen en Wetenschappen, ziet er, in het […]college van […], als volgt uit: Talen Nederlands 5 Frans 5 Engels 2 Wiskunde / Wetenschappen Wiskunde 5 aardrijkskunde 1 natuurwetenschappen 1 techniek 2 wetenschappen 1 Algemene vorming geschiedenis 2 godsdienst 2 lichamelijke opvoeding 2 artistieke vorming 2 keuze

(2)Het mag duidelijk zijn dat, zelfs abstractie gemaakt van Klassieke Studiën, voor 13 van de 30 lesuren een overgang zich als problematisch aankondigt (vetjes), omdat in het eerste jaar de basis ofwel niet ofwel zo goed als niet verworven werd. Er komen 3 lesuren bij (Engels en Wetenschappen - schuin) die nieuw zijn, maar aansluiten bij die vakgebieden waarmee XXXX het duidelijk zeer moeilijk heeft.
  1. In het eerste leerjaar A worden geen oriënteringsattesten B verleend. Wel voorziet het organisatiebesluit bij het oriënteringsattest A eventueel bijkomende voorwaarden: - opleggen van verplichte remediëring (verplicht zowel voor de instelling als voor de leerling); - uitsluiten van bepaalde basisopties in het tweede leerjaar. IX-10.097-6/18 Het mag duidelijk zijn dat de resultaten die voorliggen (onvoldoende resultaat voor 3 vakken die 9 van de 31 weekuren vertegenwoordigen en net de helft voor 2 vakken die 6 weekuren vertegenwoordigen), een oriënteringsattest C verantwoorden, temeer daar het gaat om de vakken Klassieke Studiën, Wiskunde, Geschiedenis, Frans en Natuurwetenschappen.
  2. Het organisatiebesluit bepaalt dat in het eerste leerjaar van de eerste graad een oriënteringsattest C kan verleend worden in uitzonderlijke omstandigheden. Volgens de beroepscommissie zijn die in dit geval wel degelijk aanwezig. Verzoekers wensen, dat is wel duidelijk, de beslissing van de delibererende klassenraad hervormd te zien om één enkele reden: een overgang mogelijk te maken naar 2A met basisoptie Moderne Talen en Wetenschappen, zelfs nog preciezer: in het […]college van […]. Het mag duidelijk zijn dat een oriënteringsattest A zonder meer uitgesloten moet worden op basis van de resultaten die voorliggen. Het opleggen van verplichte remediëring zou ertoe leiden dat er in het tweede jaar wekelijks geremedieerd moet worden voor de vakken: - Wiskunde, - Geschiedenis - Frans - Natuurwetenschappen In acht genomen dat XXXX het al lastig zal hebben om om te gaan met de druk die het verwerken van de leerstof van het tweede leerjaar meebrengt, lijkt het de beroepscommissie niet realistisch te verwachten dat zij daar ook nog de verplichte remediëring kan bijnemen die noodzakelijk is om de grote achterstand weg te werken die zij in het eerste leerjaar heeft opgebouwd. XXXX zit, in acht genomen de stellige verzekering van verzoekers dat zij zich sterk heeft ingezet, zo goed als aan haar plafond. Dat, door het wegvallen van het vak Latijn, zij zich beter zal kunnen wijden aan de andere vakken is een klassiek argument, dat wel opgaat indien zij haar eerste jaar overdoet, maar niet indien zij zou overgaan naar het tweede leerjaar, waar er al van in het begin extra aandacht zal gaan naar andere onbekende vakken, in casu Engels, ‘wetenschappen’ en (een) keuzevak(ken). Het uitsluiten van basisopties zou precies als gevolg hebben dat naast Klassieke Studiën ook, onder meer, die basisoptie uitgesloten moet worden waar zij absoluut naar toe zou willen. Onder randnummer 8 en hierboven is duidelijk uiteengezet waarom. Een combinatie van de beide voorwaarden (remediëring en uitsluiting basisopties) is niet mogelijk: het is of het één of het ander.
  3. De beroepscommissie ziet als de enige beslissing die in het belang is van verzoekers en vooral dan van hun dochter om de beslissing van de delibererende klassenraad niet te hervormen. Zonder meer overgaan naar het tweede leerjaar is, op basis van de resultaten die voorliggen, ondenkbaar. Haar laten overgaan naar het tweede leerjaar A met basisoptie Moderne Talen en Wetenschappen is, op basis van de voorliggende resultaten, eveneens ondenkbaar. IX-10.097-7/18 Indien XXXX het eerste leerjaar A opnieuw doet, zonder het vak Latijn, kan zij de nodige basis verwerven om met succes het tweede leerjaar A aan te vatten en er de rest van haar studieloopbaan op te bouwen.” IX-10.097-8/18 IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  4. Vooralsnog is er geen noodzaak om uitspraak te doen over de exceptie van onontvankelijkheid van de vordering die door de verwerende partij in haar nota wordt opgeworpen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Ernst van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  6. Verzoekster voert in een eerste middel de schending aan van de artikelen 38 en 39 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 ‘betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs’ (hierna: het organisatiebesluit), de materiëlemotiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. IX-10.097-9/18 Volgens verzoekster moet de mogelijkheid dat een leerling in een volgend leerjaar haar studies kan voortzetten, steeds in overweging worden genomen. Zittenblijven, zo stelt zij, is “absoluut te mijden”. Bij een deliberatievraag moet, aldus verzoekster, “de blik op de toekomst” worden gehouden, waarbij het “prospectief denken voorrang [heeft] op het retrospectieve”. De delibererende klassenraad en de beroepscommissie moeten “vooral aandacht [hebben] voor het positieve en de sterke kanten van de leerling”. De beoordeling van de leerling moet gebeuren vanuit “[haar] globale vorming, het totaal van [haar] talenten en aanleg”. Dat is volgens verzoekster in dit geval niet zo gebeurd. Zij betoogt dat de bestreden beslissing, niettegenstaande hetgeen zij daarover heeft aangevoerd in het kader van haar beroep, “nergens enige gegronde motivering [bevat] waarom [zij] niet in staat zou zijn het tweede jaar ASO, Moderne Talen - Wetenschappen aan te vatten”. Zij doet gelden dat de bestreden beslissing ten onrechte gewag maakt van dertien van de dertig lesuren in de door haar geambieerde basisoptie die problematisch zouden zijn. Volgens verzoekster zijn daarbij ook vakken betrokken waarvoor zij slaagcijfers kan voorleggen. Er wordt bovendien geen rekening mee gehouden dat door Latijn te verlaten er veel tijd zal vrijkomen die zij aan andere vakken van de geambieerde studierichting zal kunnen spenderen. Voor haar “andere hoofdvakken” stelt zij al te hebben aangetoond dat zij grotere leerstofhoeveelheden kan verwerken. Beoordeling
  7. Artikel 39 van het organisatiebesluit, voor zoveel als hier van belang, luidt als volgt: IX-10.097-10/18 “Art.
  8. §
  9. Als oriënteringsattesten worden onderscheiden: het oriënteringsattest A, het oriënteringsattest B en het oriënteringsattest C. §
  10. Het oriënteringsattest A kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het tweede leerjaar en derde leerjaar van de derde graad. Het attest vermeldt dat de leerling het leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de school in kwestie en bijgevolg tot het volgende leerjaar mag worden toegelaten. In het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B kan het oriënteringsattest A ook remediëring in het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B opleggen of de toegang tot een of meer basisopties of pakketten van de basisopties van het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B uitsluiten. Als remediëring wordt opgelegd, is het zowel een recht als een plicht voor de leerling, ongeacht de school van inschrijving. […] §
  11. Het oriënteringsattest B kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het eerste leerjaar A, het eerste leerjaar B, het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen, het kunst- en het beroepssecundair onderwijs, en het tweede leerjaar en derde leerjaar van de derde graad. […] §
  12. Het oriënteringsattest C kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen en het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs. In het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B kan het oriënteringsattest C alleen toegekend worden in uitzonderlijke gevallen. […].”
  13. Verzoekster voert op het eerste gezicht niet aan dat de beroepscommissie, naar luid van artikel 39, § 4, eerste lid, van het organisatiebesluit, slechts “in uitzonderlijke gevallen” tot de toekenning van een C-attest kan besluiten en dat in haar geval dit uitzonderlijk karakter niet zou zijn aangetoond. Haar kritiek luidt, meer in het algemeen, dat de bestreden beslissing niet ervan doet blijken waarom zij haar studies niet in een volgend leerjaar kan voortzetten. In die omstandigheden mag voorlopig onbesproken blijven wat de precieze aard is van die “uitzonderlijke gevallen” en of daaraan in dit geval is voldaan. IX-10.097-11/18
  14. Anders dan verzoekster het ziet, lijkt de bestreden beslissing wel degelijk aan te geven waarom de overgang naar het tweede leerjaar A in de basisoptie moderne talen - wetenschappen, thans voor haar niet haalbaar wordt geacht. Met verwijzing naar de lessentabel voert de beroepscommissie namelijk aan dat “voor 13 van de 30 lesuren een overgang zich als problematisch aankondigt […] omdat in het eerste jaar de basis ofwel niet ofwel zo goed als niet verworven werd”, dat er “3 lesuren [bijkomen] (Engels en Wetenschappen […]) die nieuw zijn, maar aansluiten bij die vakgebieden waarmee [verzoekster] het duidelijk zeer moeilijk heeft”, dat ook het opleggen van remediëring voor vier vakken geen oplossing kan bieden omdat verzoekster “het al lastig zal hebben om om te gaan met de druk die het verwerken van de leerstof van het tweede leerjaar meebrengt”, zodat het “niet realistisch [lijkt] te verwachten dat zij daar ook nog de verplichte remediëring kan bijnemen die noodzakelijk is om de grote achterstand weg te werken die zij in het eerste leerjaar heeft opgebouwd”, en dat verzoekster, “in acht genomen [haar] stellige verzekering […] dat zij zich sterk heeft ingezet, zo goed als aan haar plafond [zit]”. De beroepscommissie ziet in het wegvallen van Latijn evenmin een afdoende kans om meer tijd te besteden aan andere vakken; zij stelt dat “dat wel opgaat indien [verzoekster] haar eerste jaar overdoet, maar niet indien zij zou overgaan naar het tweede leerjaar, waar er al van in het begin extra aandacht zal gaan naar andere onbekende vakken, in casu Engels, ‘wetenschappen’ en (een) keuzevak(ken)”. 10.
  15. Tegen die motivering van de bestreden beslissing brengt verzoekster in dat het argument van de beroepscommissie dat dertien van de dertig lesuren in de door haar geambieerde basisoptie in het tweede leerjaar problematisch zouden zijn, “zeer kort door [de] bocht” is. Verzoekster stelt dat daarbij “allerlei vakken” werden betrokken “waarvoor weldegelijk slaagcijfers voorliggen”. IX-10.097-12/18 Wanneer verzoekster het heeft over “allerlei vakken” lijkt het om twee vakken te gaan: Frans en natuurwetenschappen. Voor die vakken behaalde verzoekster telkens een jaartotaal van 50%. Weliswaar mag verzoekster dat slaagcijfers noemen en vermogen zulke slaagcijfers op zich niet een beslissing te staven dat een leerling het schooljaar niet met vrucht heeft beëindigd. Dit sluit op het eerste gezicht evenwel niet uit dat een klassenraad of, na beroep, de beroepscommissie die prestaties van de leerling bij de beoordeling betrekt ter ondersteuning of aanvulling van elders vastgestelde tekorten. Dat geldt des te meer, zo lijkt, wanneer de cijfers voor die vakken de ondergrens van 50% niet overstijgen. 10.
  16. Verzoekster verliest voorts op het eerste gezicht uit het oog dat de beroepscommissie ook heeft gewezen op twee nieuwe vakken in de door haar geambieerde basisoptie, namelijk Engels en wetenschappen, en hun specifieke betekenis in het licht van het door de beroepscommissie in hoofde van verzoekster vastgestelde gebrek aan basiskennis. Dat motief lijkt verzoekster niet te bekritiseren. 10.
  17. Op haar kritiek dat door het wegvallen van Latijn “zeer veel tijd [vrijkomt]” om aan de andere vakken te besteden, heeft verzoekster in de bestreden beslissing reeds een antwoord gekregen. Zij beperkt zich in haar inleidend verzoekschrift op het eerste gezicht tot het herhalen van haar kritiek, zonder nader in te gaan op de argumentatie van de beroepscommissie. In zoverre vermag het middel dan ook niet tot de beoogde schorsing te leiden. IX-10.097-13/18 10.
  18. Verzoekster heeft het nog over haar “andere hoofdvakken”, waarvoor zij zou hebben aangetoond grotere leerstofgehelen te kunnen verwerken. Die opmerking lijkt alleen te kunnen worden betrokken op het vak Nederlands. Alle andere vakken (godsdienst, mens en samenleving, aardrijkskunde, techniek, lichamelijke opvoeding, beeld en muziek) zijn op het eerste gezicht niet inpasbaar in het begrip ‘hoofdvak’. Geplaatst tegenover de drie jaartekorten en de twee jaartotalen van 50%, lijkt die opmerking van verzoekster redelijkerwijze niet van aard de beroepscommissie tot andere gedachten te hebben moeten brengen.
  19. Het eerste middel is derhalve niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  20. In een tweede middel voert verzoekster de schending aan van artikel 123/17, § 2, 6°, van de Codex Secundair Onderwijs, de artikelen 5 en 57 van het organisatiebesluit, de motiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, “[d]oordat de leerling uitdrukkelijk heeft gevraagd om ook de positieve elementen in de beslissing te betrekken alsook het al dan niet behalen van leerplandoelstellingen op graadniveau te beoordelen”, “[t]erwijl de beslissing geen spoor vertoont van positieve elementen of hoe deze mee in de beslissing zijn betrokken of waarom deze niet doorslaggevend zouden kunnen zijn”. Zij betoogt dat de beroepscommissie haar argumentatie in dit verband negeert en “in hoofdzaak de vakken en momenten [overloopt] waarop [zij] een onvoldoende of zwak resultaat zou hebben neergezet”. Er valt louter een IX-10.097-14/18 opsomming van de tekorten te lezen en de conclusie dat op basis daarvan een C-attest gerechtvaardigd is. Van een concrete afweging is volgens verzoekster geen sprake, ondanks een uitdrukkelijke vraag daartoe in het kader van haar beroep. Verzoekster merkt voorts op dat de bestreden beslissing niet duidelijk maakt op welke wijze de onvoldoende resultaten zich verhouden tot de rest van haar dossier en zij benadrukt dat “[e]en tekort zelfs voor ‘het meest gegeven vak’ […] het bereiken van de finaliteit van de algemene vorming van het secundair onderwijs niet noodzakelijk [uitsluit]”. Dat er geen globale, correcte of zorgvuldige beoordeling is gebeurd, blijkt volgens verzoekster uit het loutere feit dat er in de bestreden beslissing geen positieve elementen worden vernoemd, zodat deze al zeker niet afgewogen kunnen zijn tegen de negatieve elementen. Beoordeling
  21. Verzoekster legt in haar inleidend verzoekschrift op het eerste gezicht niet uit op welke wijze de bestreden beslissing “artikel 123/17, § 2, 6°” (bedoeld lijkt: artikel 123/17, § 2, tweede lid, 6°) van de Codex Secundair Onderwijs schendt. In de huidige stand van de rechtspleging wordt het middel in zoverre onontvankelijk bevonden.
  22. Voorts moet op het eerste gezicht worden vastgesteld dat, anders dan zij laat uitschijnen, verzoekster de beroepscommissie weliswaar uitdrukkelijk heeft gevraagd om alle concrete elementen van haar dossier in rekening te brengen, maar niet om de leerplandoelstellingen op graadniveau te beoordelen. Het middel lijkt in zoverre feitelijke grondslag te missen. IX-10.097-15/18 15.
  23. Verzoekster voert de schending aan van de artikelen 5 en 57 van het organisatiebesluit. Uit artikel 5, § 5, van het organisatiebesluit volgt dat bij de beraadslaging over een leerling rekening moet worden gehouden met álle elementen van het dossier van die leerling: niet alleen met de resultaten die onvoldoende zijn, maar ook met de resultaten voor dagelijks werk, voor de andere vakken of vakonderdelen, met de evolutie van de resultaten, met eventueel tijdens het schooljaar opgelegde remediëringsmaatregelen, met eventuele opmerkingen van de begeleidende klassenraad tijdens het jaar, eventueel met de inzet van de leerling, het medisch dossier van de leerling of met andere relevante gegevens eigen aan de betrokken leerling. Artikel 57 van het organisatiebesluit bepaalt dat, onverminderd het in dit geval niet toepasselijke artikel 56 van hetzelfde besluit, “het met vrucht beëindigen van leerjaren van het voltijds secundair onderwijs niet noodzakelijk gebonden [is] aan het slagen voor afzonderlijke toetsen, examens of proeven over een deel of het geheel van de vorming”. 15.
  24. Verzoekster moet zich er echter rekenschap van geven, zo lijkt, dat in haar geval niet één maar drie jaartekorten voorliggen en dat zij voor twee andere vakken maar net 50% heeft behaald. Aldus bevindt zij zich op het eerste gezicht niet in de situatie waaraan zij in haar inleidend verzoekschrift refereert, namelijk dat “[e]en tekort zelfs voor ‘het meest gegeven vak’ […] het bereiken van de finaliteit van de algemene vorming van het secundair onderwijs niet noodzakelijk [uitsluit]”. 15.
  25. De beroepscommissie heeft, zoals hiervóór gezien, in de bestreden beslissing omstandig toegelicht waarom zij verzoekster thans geen IX-10.097-16/18 slaagkansen toedicht in het tweede leerjaar van de door haar geambieerde basisoptie moderne talen - wetenschappen. Daarvan is al gebleken dat verzoekster die motieven zonder succes betwist. In die beslissing worden, anders dan verzoekster het ziet, ál haar cijfers vernoemd, óók de slaagcijfers – enkele ervan worden zelfs als “zeer behoorlijke resultaten” bestempeld. Daaruit vloeit ook voort – impliciet, maar zeker – dat de beroepscommissie van mening is dat de slaagcijfers voor de andere vakken niet van aard zijn een tegengewicht te bieden voor het belang dat zij hecht aan de vakken waarvoor verzoekster een jaartekort behaalde en de vakken waarvoor zij maar net 50% scoorde. Aldus is er op het eerste gezicht wel degelijk sprake van een ‘globale appreciatie’ betreffende de vraag of verzoekster de leerplandoelstellingen in hun geheel genomen en in voldoende mate heeft bereikt.
  26. Het tweede middel is derhalve evenmin ernstig.
  27. Aldus is er alvast niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumulatief vervuld moeten zijn, opdat een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zou kunnen worden ingewilligd. BESLISSING
  28. De Raad van State verwerpt de vordering.
  29. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van IX-10.097-17/18 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  30. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-10.097-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.425 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.