← België

Arrest 254432 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 09/09/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.432 Rolnummer: A. 237168/X-18231 Zaak: Arrest 254432 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 09/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-13 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-10 07:23 Fiche Arrest nr 254.432 van 9 september 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 254.432 van 9 september 2022 in de zaak A. 237.168/X-18.231 In zake : 1.Filip VANSTEENKISTE

  1. Frank VAN EETVELDE
  2. Kristof VANQUAETHOEVEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lemache kantoor houdend te 3800 Sint-Truiden Tongersesteenweg 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE GINGELOM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 2 september 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Gingelom van 18 augustus 2022 waarbij aan Laura Noppe toelating wordt verleend voor het uitbaten van een pop-up horecazaak in de Jorishoeve, gelegen aan de Boekhoutstraat 35 te Boekhout, tijdens de openingsuren van 9u tot 23u, van maandag tot en met zondag, gedurende de periode van 19 augustus 2022 tot 17 december
  4. X-18.231-1/14 II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 september 2022, om 12.30 uur. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christian Lemache, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Thomas Beelen, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Op 11 maart 2021 vraagt Herman Vanmarsenille een omgevingsvergunning voor een functiewijziging van ontvangstruimte naar bistro zonder verbouwingswerken. De bistro bevindt zich in de Jorishoeve, een vierkantshoeve die onderdeel uitmaakt van een fruitteeltbedrijf, gelegen aan de Boekhoutstraat 35 te Boekhout (Gingelom), en bevindt zich overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgestelde gewestplan St-Truiden – Tongeren in woongebied met landelijk karakter. 3.
  8. Verzoekers zijn allen eigenaar en bewoner van woningen die in de onmiddellijke omgeving van de Jorishoeve zijn gelegen. Aan de hand van de X-18.231-2/14 volgende foto uit hun verzoekschrift, met benaderende aanduidingen, kunnen hun woningen en de Jorishoeve als volgt worden gesitueerd: 3.
  9. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Gingelom willigt op 8 juni 2021 de onder randnummer 3.1 vermelde omgevingsvergunningsaanvraag in. 3.
  10. Tegen de omgevingsvergunning van 8 juni 2021 tekenen de huidige verzoekers op 5 juli 2021 bestuurlijk beroep aan bij de deputatie van de provincieraad van de provincie Limburg (hierna: de deputatie). 3.
  11. Op 23 september 2021 bevindt de deputatie het administratief beroep ongegrond. X-18.231-3/14 3.
  12. Op vordering van de huidige verzoekers schorst de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) met zijn arrest nr. RvVb-S-2122-1036 van 4 augustus 2022 (hierna: het schorsingsarrest van de RvVb van 4 augustus 2022) de tenuitvoerlegging van de onder randnummer 3.5 vermelde beslissing van de deputatie. 3.
  13. Op 17 augustus 2022 vraagt Laura Noppe aan het college van burgemeester en schepenen de toelating tot het uitbaten van een pop-up horecazaak in de onder randnummer 3.1 vermelde Jorishoeve. 3.
  14. Op 18 augustus 2022 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Gingelom aan Laura Noppe de toelating tot het uitbaten van een pop-up horecazaak in de Jorishoeve, van maandag tot en met zondag vanaf 9u tot 23u, gedurende de periode van 19 augustus 2022 tot 17 december
  15. Dit is het bestreden besluit, dat de volgende “argumentatie” bevat: “Argumentatie Voor een pop-up horecazaak(=uitbating horeca voor een langere periode maar niet permanent) gelden dezelfde regels als voor een reguliere horecazaak: • Een operator actief in de voedselketen mag geen activiteit uitoefenen zonder een erkenning, registratie of toelating van FAVV. • De inschrijving in het KBO dient uitgebreid te worden met de horeca activiteit. • De uitbater dient te beschikken over een brandveiligheidsattest afgeleverd door de brandweer na een controle ter plaatse. • Er dient een drankvergunning voor vaste drankgelegenheid (vb. café, restaurant, ...) verkregen te worden. Conform de wettelijke bepalingen dient er bijgevolg een controle te gebeuren van moraliteit (uittreksel strafregister model 596.1) en er dient er een hygiënecontrole te gebeuren. Deze controle heeft betrekking op de publiek toegankelijke ruimtes inzake een goede verlichting/verluchting/verwarming/vlotte toegankelijkheid/... en vooral de nodige sanitaire voorzieningen. De aanvrager bezorgde ons de volgende documenten : • Attest vestigingseenheid • Brandveiligheidsattest X-18.231-4/14 • Verzekering brand en ontploffing • Toelating FAVV • Verslag preventieve geluidsmeting - politie • Drankvergunning • Blanco strafregister • Grondplan binnen en buiten.” IV. Ontvankelijkheid van de vordering A. Ratione materiae De aangevoerde exceptie
  16. De verwerende partij betwist in haar nota de ontvankelijkheid van de vordering. Zij meent dat de bestreden beslissing niet beoogt rechtsgevolgen te doen ontstaan of te beletten dat zij tot stand komen, zodat het geen “akte of reglement” betreft waartegen een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State kan worden ingesteld. Zij zet uiteen dat bij haar administratie “het administratieve gebruik” bestaat om bij de opening van elke horecazaak na te gaan of er door de aanvrager voldaan is aan de volgende voorwaarden, die volgen uit hogere wetgeving en de reglementen van verwerende partij: “- Een operator actief in de voedselketen mag geen activiteit uitoefenen zonder een erkenning, registratie of toelating van FAVV. (Koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) - De inschrijving in het KBO dient uitgebreid te worden met de horeca activiteit. - De uitbater dient te beschikken over een brandveiligheidsattest afgeleverd door de brandweer na een controle ter plaatse. (Artikel 4 Politieverordening inzake brandveiligheidsvoorschriften in horecazaken en gelijkaardige inrichtingen) - Er dient een drankvergunning voor vaste drankgelegenheid (vb. café, restaurant, …) verkregen te worden. Conform de wettelijke bepalingen dient er bijgevolg een controle te gebeuren van moraliteit (uittreksel strafregister model 596.1) en er dient er een hygiënecontrole te gebeuren. Deze controle heeft betrekking op de publiek toegankelijke ruimtes inzake X-18.231-5/14 een goede verlichting/verluchting/verwarming/vlotte toegankelijkheid/… en vooral de nodige sanitaire voorzieningen. (Art. 2 en 3 Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het schenken van sterke drank).” De verwerende partij stelt niet te beschikken over een politiereglement dat de uitbating van een horecazaak afhankelijk maakt van een voorafgaandelijke “toelating” van het college van burgemeester en schepenen. Het gaat te dezen om een louter administratief gebruik, dat de aanvrager enkel de zekerheid verschaft dat aan de bovenvermelde voorwaarden is voldaan. Strikt genomen heeft een uitbater van een horecazaak bijgevolg geen dergelijke “toelating” nodig van het college van burgemeester en schepenen. Beoordeling 5.
  17. Luidens het bestreden besluit heeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Gingelom op 17 augustus 2022 van Laura Noppe een “aanvraag” ontvangen om een pop-up horecazaak uit te baten. Overeenkomstig artikel 1 van het bestreden besluit wordt aan Laura Noppe “toelating verleend” voor het uitbaten van een pop-up horecazaak. Luidens artikel 2 ervan wordt de opening van de pop-up horecazaak “toegestaan” van maandag tot en met zondag, van 9u tot 23u, gedurende de periode van 19 augustus 2022 tot 17 december
  18. Voorshands wordt aangenomen dat de bestreden “toelating” tot uitbating van de kwestieuze pop-up horecazaak, verleend onder specifieke openingsvoorwaarden, en dit nauwelijks twee weken nadat de RvVb de omgevingsvergunning heeft geschorst die de functiewijziging van ontvangstruimte naar bistro toelaat (zie randnummer 3.6), wel degelijk rechtsgevolgen beoogt mee te brengen en een voor de Raad van State aanvechtbare rechtshandeling uitmaakt. Het betoog van de verwerende partij dat zij niet over een politiereglement zou beschikken dat de uitbating van een horecazaak van een voorafgaandelijke toelating afhankelijk maakt, kan dat prima facie niet X-18.231-6/14 ontkrachten. Bovendien lijken verzoekers het gebrek aan een dergelijk reglement op het eerste gezicht terecht te betwisten, waar zij verwijzen naar artikel 38 van het GAS-reglement voor de politiezone Sint-Truiden - Gingelom – Nieuwerkerke, dat in een vergunningsplicht voorziet voor onder meer activiteiten op publiek toegankelijke plaatsen. 5.
  19. De exceptie is ongegrond. B. Ratione personae De aangevoerde exceptie
  20. De verwerende partij betwist in haar nota verzoekers’ belang bij de vordering. Zij meent dat noch de rechtstoestand van de aanvrager van de “toelating”, noch de rechtstoestand van derden, zoals verzoekers, wordt beïnvloed door de bestreden beslissing. Verzoekers ondervinden dan ook geen nadeel van de bestreden beslissing en de nietigverklaring van de beslissing kan hen geen rechtstreeks en persoonlijk voordeel opleveren. Beoordeling 7.
  21. Mede gelet op het gestelde onder randnummer 5.1, wordt aangenomen dat de bestreden toelating de rechtstoestand van de aanvrager wel degelijk beïnvloedt. Het blijkt niet dat de aanvrager de door haar aangevraagde exploitatie van de pop-up zou mogen verderzetten indien de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit beveelt. Ten slotte wordt vastgesteld dat verzoekers in de onmiddellijke nabijheid van de kwestieuze pop-up zaak wonen (randnummer 3.2). 7.
  22. De exceptie is ongegrond. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden X-18.231-7/14 8 Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen 9.
  23. Verzoekers voeren in een tweede middel de schending aan van “de artikelen 5 en 6 van het KB van 28.12.1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen, van het zorgvuldigheidsbeginsel en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen”. Zij zetten uiteen dat handel of dienstverlening in woongebied overeenkomstig artikel 5.1.0 van het besluit van 28 december 1972 ‘betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen’ (hierna: het inrichtingsbesluit) enkel aanvaardbaar zijn voor zoveel aangetoond is dat zij

(1)om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, en zij
(2)verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De handels- en dienstverlenende functies mogen de hoofdfunctie wonen geenszins in het gedrang brengen, en bij de beoordeling daarvan moet onder andere nagegaan worden wat de aard en omvang van de inrichting is, welk karakter het woongebied heeft en welke specifieke kenmerken de onmiddellijke omgeving heeft. Bij de toetsing van de bestaanbaarheid naar de aard en omvang van de inrichting dienen voorts alle op de percelen aanwezige constructies en handelingen betrokken te worden, en niet enkel de bijkomend aangevraagde. Deze aanwezige constructies en handelingen betreffen in casu tevens het landbouwbedrijf, met de X-18.231-8/14 fruitrondleidingen, met de standplaatsen voor campers-mobilhomes (zonder vergunning), en met de picknick-banken in de fruitboomgaard vlakbij de tuin van derde verzoeker. De bestreden beslissing blijft bij de beoordeling van de planologische verenigbaarheid in gebreke. De gewestplanbestemming woongebied met landelijk karakter wordt niet eens vermeld, laat staan dat de bestaanbaarheid van de gehele inrichting met deze bestemming en de verenigbaarheid met de onmiddellijke omgeving in de beoordeling zou betrokken zijn geweest. 9.
  1. De verwerende partij stelt in haar nota dat zij niet over een reglement beschikt dat de opening van een pop-up afhankelijk stelt van het verkrijgen van een voorafgaande toelating. Verzoekers hebben geen belang bij het middel aangezien de vraag of zij de aanvraag al dan niet aan de gewestplanbestemming heeft getoetst, irrelevant is voor de vraag of de pop-up horecazaak mag uitgebaat worden. In het schorsingsarrest van de RvVb van 4 augustus 2022 werd reeds geoordeeld dat de pop-up horecazaak niet bij voorbaat strijdig is met de gewestplanbestemming woongebied met landelijk karakter, dit in tegenstelling tot de gewestplanbestemming ‘agrarisch gebied’. Een verder onderzoek diende door de verwerende partij dan ook niet uitgevoerd te worden in het kader van de aanvraag waarop de bestreden beslissing betrekking heeft. De beoordeling of de horecazaak waarop de bestreden beslissing betrekking heeft om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moet worden afgezonderd, alsook de beoordeling of deze horecazaak verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving, behoort tot de bevoegdheid van de vergunningverlenende overheid die dient te oordelen over een aanvraag tot omgevingsvergunning. Beoordeling 10.
  2. Prima facie moet de bestreden toelating om wettig te zijn, zoals iedere individuele overheidsbeslissing, kunnen worden ingepast in de bestaande regelgeving, waaronder te dezen de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan. X-18.231-9/14 10.
  3. De kwestieuze pop-up horecazaak is overeenkomstig het gewestplan St-Truiden – Tongeren gesitueerd in woongebied met landelijk karakter. 10.
  4. Artikel 5.1.0 van het inrichtingsbesluit bepaalt: “
  5. De woongebieden: 1.0 De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.” Uit deze bepaling volgt dat “handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf” als “taken” of “nevenfuncties” in principe niet verboden zijn, maar in woongebied alleen onder de volgende cumulatieve voorwaarden toegelaten zijn: de activiteiten, taken of nevenfuncties moeten bestaanbaar zijn met de hoofdbestemming wonen, hetgeen betekent dat ze “om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd”, én ze moeten “verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving”. 10.
  6. In de huidige stand van de rechtspleging wordt aangenomen dat niet alleen (stedenbouwkundige) omgevingsvergunningen, maar ook andere individuele overheidsbeslissingen, zoals de bestreden toelating, de overeenstemming van het gevraagde met de bestemmingsvoorschriften van het geldende ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg dienen na te gaan. De verwerende partij diende op het eerste gezicht dan ook na te gaan of de gevraagde pop-up horecazaak aan de door artikel 5.1.0 van het inrichtingsbesluit gestelde cumulatieve voorwaarden voldoet. Het betoog van de verwerende partij dat in het schorsingsarrest van de RvVb van 4 augustus 2022 reeds werd geoordeeld dat de pop-up horecazaak niet bij voorbaat strijdig is met de gewestplanbestemming X-18.231-10/14 woongebied met landelijk karakter, vermag daar prima facie geen afbreuk aan te doen. De Raad van State merkt in dit verband op dat de functiewijziging als horecazaak door de deputatie reeds op 23 september 2021 werd vergund, waarna de tenuitvoerlegging van die vergunning door het schorsingsarrest van de RvVb van 4 augustus 2022 ex nunc werd geschorst. Op het eerste gezicht moet met verzoekers dan ook worden aangenomen dat het gewijzigde gebruik als horecazaak langer duurt dan vier periodes van dertig aaneengesloten dagen per kalenderjaar, zodat artikel 7.3, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 ‘tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is’ – dat in een vergunningsvrijstelling voorziet voor een tijdelijke wijziging van de hoofdfunctie van een bestaand, hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw, als de tijdelijke functiewijziging een maximale duur van vier periodes van dertig aaneengesloten dagen per kalenderjaar niet overschrijdt – te dezen geen toepassing lijkt te vinden, evenmin als artikel 4.4.1, § 3, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dat handelingen betreft die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht voor stedenbouwkundige handelingen. 10.
  7. Prima facie blijkt noch uit de tekst van het bestreden besluit, noch uit enig stuk van het administratief dossier, dat de verwerende partij is ingegaan op het voldaan zijn van de voorwaarden van artikel 5.1.0 van het inrichtingsbesluit. Voorshands wordt een miskenning van deze bepaling van het inrichtingsbesluit aangenomen. 10.
  8. Het betoog van de verwerende partij dat verzoekers geen belang hebben bij het middel “aangezien het feit of [zij] de aanvraag al dan niet toetste aan de gewestplanbestemming irrelevant [is] voor de vraag of de betreffende pop- up mag uitgebaat worden of niet”, kan gelet op wat voorafgaat geen bijval vinden. 10.
  9. Het middel is in de aangegeven mate ernstig. X-18.231-11/14 VII. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen 11.
  10. Verzoekers voeren aan dat hun vordering uiterst dringend is, nu bij gebrek aan een arrest op korte termijn de bestreden beslissing grotendeels of zelfs volledig uitvoering zal hebben gekregen. Met de bestreden beslissing verliezen verzoekers niet alleen het voordeel van het schorsingsarrest van de RvVb van 4 augustus 2022, op grond waarvan de “uitbating van de bistro, waaruit de opgeworpen nadelen voortvloeien, stopgezet moet worden”, maar zien zij de nadelen zich terug manifesteren en zelfs toenemen. De horecazaak is voortaan immers geopend van maandag tot en met zondag, van 9u tot 23u, en dit zonder over een eigen parking te beschikken en zonder het opleggen van akoestische maatregelen. Verzoekers’ woningen en tuinen situeren zich in de onmiddellijke nabijheid van de kwestieuze pop-up horecazaak en zijn, zoals onder meer uit het schorsingsarrest van de RvVb van 4 augustus 2022 blijkt, gelegen in “een stil gebied […] dat gevoelig is voor omgevingsgeluid”. Hun woon- en leefklimaat dreigt ernstig aangetast te worden door verkeers-, parkeer-, geluids- en geurhinder. 11.
  11. De verwerende partij betwist in haar nota de uiterst dringende noodzakelijkheid van de vordering, daar de bestreden beslissing geen rechtsgevolgen heeft en de mogelijkheid om deze horecazaak al dan niet te openen niet afhankelijk is van de “toelating” die door de bestreden beslissing wordt verleend. De hinder die verzoekers stellen te ondervinden, is dan ook niet het gevolg van de bestreden beslissing, noch kan deze verholpen worden door de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Bovendien brengen verzoekers ten bewijze van de hinder die zij beweren te ondervinden enkel niet-gedateerde foto’s bij, waarvan het bijgevolg X-18.231-12/14 niet duidelijk is of deze dateren van nà de datum waarop de bestreden beslissing werd genomen. Beoordeling 12.
  12. Gelet op het gestelde onder de randnummers 5.1 en 7.1, kan het betoog van de verwerende partij dat de door verzoekers aangevoerde hinder niet het gevolg is van de bestreden beslissing, en dat deze niet kan verholpen worden door de schorsing van de tenuitvoerlegging van die beslissing, op het eerste gezicht geen bijval vinden. 12.
  13. Verzoekers zijn allen eigenaars en bewoners van woningen die in de onmiddellijke omgeving van de pop-up horecazaak zijn gelegen. Zij maken het stil en rustig karakter van hun omgeving aannemelijk, gelet op de ligging ervan op de rand van de bebouwing naast een omvangrijk agrarisch gebied, en gezien het feit dat de Boekhoutstraat, waaraan zij wonen, een weg is met een enkele rijbaan, die niet bestemd lijkt te zijn voor doorgaand verkeer. Verzoekers doen aannemen dat de toename van verkeersdrukte op de Boekhoutstraat ingevolge de uitbating van de pop-up horecazaak, en het gebruik van die straat voor het stilstaan en parkeren van voertuigen van bezoekers van de pop-up horecazaak, voor hun ernstige verkeers- en parkeerhinder met zich kan meebrengen. 12.
  14. Voor de bereiding van de gerechten lijkt de horecazaak gebruik te zullen maken van de keuken, waarvan de afzuiginginstallatie zich op korte afstand van derde verzoekers woning bevindt. Alvast voor deze verzoeker wordt in de huidige stand van het geding aangenomen dat de uitbating van de bistro, die open is van maandag tot en met zondag, van 9u tot 23u, ernstige geurhinder met zich kan meebrengen. 12.
  15. Verzoekers maken met voldoende concrete gegevens aannemelijk dat de met de bestreden beslissing toegestane pop-up horecazaak hun levens- en woonkwaliteit zodanig nadelig dreigt te beïnvloeden, dat dit de onmiddellijke X-18.231-13/14 schorsing van de tenuitvoerlegging verantwoordt. De conclusie is dat er voldaan is aan de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Gingelom van 18 augustus 2022 waarbij aan Laura Noppe toelating wordt verleend voor het uitbaten van een pop-up horecazaak in de Jorishoeve, gelegen aan de Boekhoutstraat 35 te Boekhout, tijdens de openingsuren van 9u tot 23u, van maandag tot en met zondag, gedurende de periode van 19 augustus 2022 tot 17 december
  16. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Stephan De Taeye X-18.231-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.432 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.053 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.