id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.446 Rolnummer: A. 237187/X-18235 Zaak: Arrest 254446 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 12/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-13 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-10 07:23 Fiche Arrest nr 254.446 van 12 september 2022 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 254.446 van 12 september 2022 in de zaak A. 237.187/X-18.235 In zake : Jef HUYGHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE HEUVELLAND bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Inge Derde kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 166 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 6 september 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heuvelland van 15 juni 2022 om bewarende maatregelen op te leggen zoals voorgesteld door de preventieadviseur psychosociale aspecten. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 september 2022, om 12 uur. X-18.235-1/7 Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaten Cloé Van Landeghem en Jonas De Pauw, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnen voor verzoeker, en advocaat Inge Derde, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is algemeen directeur van de gemeente Heuvelland. Op 23 maart 2022 meldt het college van burgemeester en schepenen mogelijke tuchtvergrijpen van verzoeker aan de gemeenteraad. Op 28 maart 2022 stelt de gemeenteraad een tuchtonderzoeker aan. Met een brief van 3 juni 2022 signaleert verzoeker aan de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen “onaanvaardbare gedragingen en uitspraken van de heer burgemeester van de gemeente Heuvelland”, en vraagt hij om als toezichthoudende overheid te willen bemiddelen. Naar aanleiding van een formeel verzoek tot psychosociale interventie bij Liantis, externe dienst voor preventie en bescherming, in verband met een situatie die hoofdzakelijk betrekking heeft op risico’s die een collectief karakter vertonen, acht de preventieadviseur psychosociale aspecten het in een schrijven van 13 juni 2022 nodig om volgende bewarende maatregelen voor te stellen: X-18.235-2/7 “
- De algemeen directeur neemt voorlopig niet deel aan de vergaderingen van het managementteam.
- Tussen de algemeen directeur enerzijds en de financieel directeur en de afdelingshoofden anderzijds vindt er voorlopig geen individueel overleg plaats. De algemeen directeur kan wel via e-mail communiceren met de financieel directeur en de afdelingshoofden. Vragen worden zoveel mogelijk gebundeld.
- Tussen de algemeen directeur en de diensten vindt er voorlopig geen individueel of gezamenlijk overleg plaats. De algemeen directeur kan wel via e-mail communiceren met de diensten, met de financieel directeur of het afdelingshoofd in CC. Ook de communicatie met de preventiedienst verloopt via e-mail. Vragen worden zoveel mogelijk gebundeld.” In fine van de brief schrijft de preventieadviseur psychosociale aspecten: “De werkgever voert zo snel mogelijk de maatregelen uit die werden voorgesteld door de preventieadviseur psychosociale aspecten of maatregelen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden.” Door de vakbondsafvaardiging wordt geadviseerd om het voorstel van de preventieadviseur psychosociale aspecten te volgen. Op 15 juni 2022 keurt het college van burgemeester en schepenen – met de bestreden beslissing – de voorgestelde bewarende maatregelen goed. Met een bezwaarschrift van 23 juni 2022 vraagt verzoeker de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen om de beslissing van 15 juni 2022 te vernietigen in het belang van zijn fysiek en mentaal welzijn en om hem in de mogelijkheid te stellen “actief mee te denken over realistische bewarende maatregelen die hem alsnog in staat stellen zijn functie op een nuttige en correcte wijze uit te oefenen, en dit zonder dat hij compleet geïsoleerd wordt”. De gouverneur antwoordt op 23 augustus 2022 dat hij niet zal optreden. X-18.235-3/7 Op 30 augustus 2022 verstuurt verzoeker een “communicatiebericht” aan het personeel, waarin hij meedeelt dat er een tuchtprocedure tegen hem gestart is, dat er ook een verzoek tot psychosociale interventie bij Liantis is ingediend, als gevolg waarvan het schepencollege bewarende maatregelen heeft opgelegd waardoor hij zijn functie niet zoals gebruikelijk kan uitoefenen, maar dat hij in het kader van zijn functie beschikbaar blijft voor vragen, weliswaar via e-mail, en dat hij binnen de opgelegde limieten al het nodige doet om de werking van de diensten en de medewerkers te vrijwaren en om zijn taken zo goed als mogelijk op te nemen. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van verzoeker
- Verzoeker argumenteert ter staving van de uiterst dringende noodzakelijkheid dat de concrete beknotting in zijn contacten ervoor zorgt dat hij niet op een normale wijze zijn functie kan uitoefenen. Dit zorgt op zijn beurt “voor een enorme morele schandvlek en voor imagoschade die onherroepelijk dreigen te worden indien hij zou moeten wachten op een uitspraak volgens de gewone schorsings[procedure] of in een beroep tot nietigverklaring”. De bewarende maatregelen leiden tot verwarring en consternatie op de werkvloer. Zijn zorgvuldig opgebouwd netwerk van contacten komt in het gedrang en de X-18.235-4/7 “strijd met betrekking tot het correct kunnen uitoefenen van zijn ambt” tast zijn gezondheid, sociale relaties en gezag zwaar aan. Beoordeling
- Zoals genoegzaam bekend, houdt de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid een ernstige verstoring van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State in, herleidt ze de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt ze in grote mate de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij. Het gebruik ervan moet dan ook uitzonderlijk blijven, in die zin dat de procedure alleen mag worden aangewend in die enkele gevallen waarin de verzoekende partij het intrinsieke, uiterst urgente karakter van de zaak met precieze en concrete gegevens aannemelijk maakt. Bovendien moet een verzoekende partij die pretendeert in een zodanig geval van uiterst dringende noodzakelijkheid te verkeren dat zij noch de uitkomst van een beroep tot nietigverklaring kan afwachten, noch zelfs maar een schorsing die volgens de gewone procedure zou zijn bevolen, zich daar ook naar gedragen. Een verzoekende partij die, zonder daarvoor over een overtuigende reden te beschikken, met het instellen van haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid talmt, ontkracht zelf dat er van een uitzonderlijke urgentie sprake is.
- Vastgesteld wordt dat toen verzoeker kennis nam van de bestreden beslissing, hij de gevolgen ervan voor zijn situatie niet als zodanig penibel heeft beschouwd dat hij het nodig heeft geacht zich bij hoogdringendheid tot de Raad van State te wenden om er ijlings een (voorlopig) einde aan te doen stellen. X-18.235-5/7 Integendeel volstond hij er toen mee een klacht te formuleren in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht. Dit toezicht is wezenlijk facultatief; de klacht verplicht niet tot een optreden. Zoals ook al in het arrest nr. 249.321 van 22 december 2020 werd opgemerkt, is de klacht geen demarche waarvan de indiener redelijkerwijze mag verwachten dat ze hem op heel korte termijn soelaas zal brengen.
- In afwachting van het ongewisse gevolg aan zijn klacht, heeft verzoeker gewoon laten betijen en de bestreden beslissing ondergaan en verdragen. Zelfs heeft hij op 30 augustus 2022 een bericht aan het personeel bezorgd waarin hij uitlegde dat er een onderzoek van Liantis liep en zijn communicatie met het personeel beperkt was geworden, waarin hij benadrukte beschikbaar te blijven voor vragen, begrip vroeg voor de situatie, en bedankte voor het geduld en de flexibiliteit.
- Het blijkt ten slotte niet dat sinds de ontvangst van het antwoord van de gouverneur en sinds verzoekers communicatie van 30 augustus 2022, de zaak zich voor hem betekenisvol anders is gaan voordoen en meer bepaald meer spoedeisend is geworden dan voordien.
- Uit een en ander wordt afgeleid dat verzoeker niet in een geval verkeert van een urgentie die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. De Raad van State kan er in deze omstandigheden niet toe komen de tweede cumulatieve grondvoorwaarde voor een schorsing – die van een uiterst dringende noodzakelijkheid – vervuld te achten. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. X-18.235-6/7
- Verzoeker wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, begroot op het rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.235-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.446 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.308 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.