← België

Arrest 254497 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 15/09/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.497 Rolnummer: A. 234448/VII-41202 Zaak: Arrest 254497 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 15/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-22 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-10 07:26 Fiche Arrest nr 254.497 van 15 september 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 254.497 van 15 september 2022 in de zaak A. 234.448/VII-41.202 In zake : de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BV ELEGNAV bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen De Staercke kantoor houdend te 9550 Hillegem (Herzele) Dries 77 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 1 september 2021, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2021-1226 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 22 juli 2021 in de zaak 1920-RvVb-0764-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 30 september
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-41.202-1/6 Eerste auditeur Tom De Waele heeft op 25 maart 2022 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 juni
  4. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Tinneke Huyghe, die loco advocaat Jürgen De Staercke verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen (hierna: deputatie) weigert op 14 mei 2020 aan de bv Elegnav een omgevingsvergunning te verlenen “voor de wijziging en verbouwing van het aantal vergunde kamers”. VII-41.202-2/6
  7. Het bestreden arrest verklaart het eerste middel waarin de bv Elegnav betoogt dat het Algemeen Bouwreglement van de stad Gent onwettig is en op grond van artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing moet worden gelaten, “in de aangegeven mate gegrond” en vernietigt de vergunningsbeslissing van de deputatie. IV. Onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep Standpunten van de partijen
  8. De stad Gent zet uiteen dat: – “de ontvankelijkheid van het cassatieberoep […] in het licht van de uitkomst van die (derdenverzets)-procedure (moet) beoordeeld worden, dat het aangewezen is dat de uitkomst van [haar] derdenverzet [tegen het bestreden arrest]voor de RvVb wordt afgewacht”; dat het uitsluiten van “beide buitengewone rechtsmiddelen”, i.c. het derdenverzet en onderhavig cassatieberoep, zou neerkomen op “een lacune in de rechtsbescherming” en een schending van artikel 6 EVRM en van “het recht op toegang tot de rechter”; – zij niet is tussengekomen in de procedure voor de RvVb omdat “zij in wezen vooral benadeeld wordt door het arrest, en niet door de bestreden vergunningsweigering” en dat uit het jurisdictioneel beroep van de bv Elegnav “zeker niet redelijkerwijze” kon worden opgemaakt “dat het middel genomen uit de vermeende onwettigheid van het ABR een – en zeker geen ernstige – kans op slagen maakte”; – door van haar te verwachten dat zij had moeten tussenkomen in de procedure voor de RvVb, een situatie zou ontstaan die niet voldoet aan “de vereiste van voorzienbaarheid” en “kennelijk disproportioneel” is; dat door “een grondwetsconforme interpretatie” het voor haar mogelijk moet zijn om ontvankelijk cassatieberoep in te stellen tegen het bestreden arrest; – zij, in ondergeschikte orde, “ten onrechte niet als belanghebbende [werd] opgeroepen” in de procedure voor de RvVb die het annulatieberoep enkel heeft meegedeeld “aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent” in VII-41.202-3/6 “een andere hoedanigheid dan deze waarop de stad Gent zich thans beroept”; dat die kennisgeving niet kan geacht worden te zijn gericht aan de stad zelf.
  9. De bv Elegnav betwist de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De stad Gent was niet betrokken in de bodemprocedure voor de RvVb. De betekening van haar jurisdictioneel beroep bij de RvVb aan het college van burgemeester en schepenen geldt ook als betekening aan de stad omdat “het schepencollege op zich sowieso geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft”, het college de stad vertegenwoordigt en namens de stad in rechte optreedt. Beoordeling
  10. Overeenkomstig artikel 20, § 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State doet de kamer bij wie het cassatieberoep aanhangig is, binnen zes maanden na de beschikking van toelaatbaarheid uitspraak. Ter terechtzitting is gebleken dat de RvVb bij arrest van 12 mei 2022 met nummer RvVb-A-2022-0742 uitspraak heeft gedaan over het derdenverzet van de stad Gent tegen het bestreden arrest.
  11. Uit de gegevens van het dossier waarop de Raad van State acht mag slaan blijkt dat de griffie van de RvVb op 29 september 2020 een afschrift van het verzoekschrift van de bv Elegnav heeft verzonden naar: “College van burgemeester en schepenen Stad GENT Botermarkt 1 9000 Gent”. Met dit schrijven werd de stad Gent gewezen op de mogelijkheid in de zaak tussen te komen binnen een termijn van twintig dagen.
  12. De stelling van de stad Gent dat dit schrijven enkel gericht is aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent in “een andere VII-41.202-4/6 hoedanigheid dan deze waarop de stad Gent zich thans beroept” en derhalve niet kan worden geacht te zijn gericht aan de stad zelf, mist feitelijke grondslag.
  13. Cassatieberoep tegen een arrest van de RvVb kan, gelet op de vereiste van hoedanigheid in artikel 3 van het cassatieprocedurebesluit, enkel worden ingesteld door één der betrokken partijen met inachtneming van de ter zake geldende procedureregels.
  14. Het bestreden arrest willigt het beroep van de bv Elegnav in.
  15. Het cassatieberoep ingesteld door de stad Gent die niet is tussengekomen en derhalve geen partij was voor de RvVb, is onontvankelijk.
  16. Het cassatieberoep wordt verworpen. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  18. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-41.202-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.202-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.497 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.