id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.512 Rolnummer: A. 228953/IX-9599 Zaak: Arrest 254512 - Tucht (openbaar ambt) - 15/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-26 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-13 05:27 Fiche Arrest nr 254.512 van 15 september 2022 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 254.512 van 15 september 2022 in de zaak A. 228.953/IX-9599 In zake: Frank MEUBUS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Vanessa Penninger kantoor houdend te 3600 Genk Aspergerijstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de CV VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR WATERVOORZIENING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp
- Het beroep, ingesteld op 29 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de Directieraad van De Watergroep – Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening cvba dd. 28.06.2019 betreffende een tuchtstraf waarbij [Frank Meubus] in graad werd teruggezet met de salarisschaal U 103”. De verzoekende partij vraagt tevens om de “[v]erwerende partij te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding […] ten belope van € 5.263,70 te verhogen met de wettelijke interest, die verschuldigd is vanaf de gemiddelde datum”. IX-9599-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 248.847 van 9 november 2020 wordt het debat heropend en wordt beslist dat de zaak verder dient te worden behandeld volgens de gewone rechtspleging. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 20 april
- Op 13 juni 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling IX-9599-2/4
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.
- Aangezien er aldus geen aanleiding is om de door verzoeker aangevoerde middelen te onderzoeken en er derhalve ook geen onwettigheid wordt vastgesteld, dient het verzoek tot schadevergoeding tot herstel overeenkomstig artikel 25/3, § 3, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ te worden verworpen.
- Met toepassing van artikel 70, § 1, vijfde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ zijn het rolrecht en de bijdrage voor het verzoek tot schadevergoeding tot herstel niet verschuldigd en dienen ze aan verzoeker te worden terugbetaald. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. IX-9599-3/4
- De Raad van State verwerpt het verzoek tot schadevergoeding tot herstel.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring en van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Het onverschuldigde rolrecht van 200 euro en de onverschuldigde bijdrage van 20 euro voor het verzoek tot schadevergoeding tot herstel dienen aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-9599-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.512 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.354 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.847 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.