← België

Arrest 254577 - Concessies - 22/09/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.577 Rolnummer: A. 234019/XII-9107 Zaak: Arrest 254577 - Concessies - 22/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-27 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-10 07:29 Fiche Arrest nr 254.577 van 22 september 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Concessies Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 254.577 van 22 september 2022 in de zaak A. 234.019/XII-9107 In zake: Bart CUYPERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jeroen De Coninck kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 211 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF VOOR VASTGOEDBEHEER EN STADSPROJECTEN – VESPA (AG VESPA) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Simon Verhoeven, Steven Van Garsse en Alexander Verschave kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 juli 2021, strekt, enerzijds, tot de nietigverklaring van de beslissing van het autonoom gemeentebedrijf voor vastgoedbeheer en stadsprojecten Antwerpen (Vespa) van 22 maart 2021 (lees: 19 april 2021) waarbij de concessie voor de uitbating van een frituur op het openbaar domein, gelegen Frederik Van Eedenplein te 2050 Antwerpen, wordt gegund aan Diego Cobbaert, en anderzijds, tot de veroordeling van Vespa tot het betalen van een schadevergoeding van 729.000 euro, te vermeerderen met de wettelijke interesten vanaf de datum van neerlegging van het verzoekschrift tot vernietiging. XII-9107-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 253.475 van 7 april 2022 is de vordering tot schadevergoeding als niet verricht beschouwd. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 8 april
  3. De verzoekende partij heeft op 8 juni 2022 een memorie van wederantwoord ingediend. Op 22 juni 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. XII-9107-2/4 Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  6. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt het beroep.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-9107-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Paul Lemmens XII-9107-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.577 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.475 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.085 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.