← België

Arrest 254589 - Examens (onderwijs) - 23/09/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.589 Rolnummer: A. 237223/IX-10111 Zaak: Arrest 254589 - Examens (onderwijs) - 23/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-26 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-10 07:30 Fiche Arrest nr 254.589 van 23 september 2022 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Bevolen Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 254.589 van 23 september 2022 in de zaak A. 237.223/IX-10.111 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie, Thomas Fiers en Jade Leenaert kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 12 september 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepsinstantie van het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts van 25 augustus 2022 waarbij het beroep van XXXX ongegrond wordt verklaard en de eerder door de examencommissie genomen beslissing dat zij op het examen 151 op 240 punten behaalt en niet gunstig is gerangschikt, wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.111-1/18 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 september 2022, om 15.00 uur. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij, advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Sofie Logie, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
  3. III. Regelgeving en feiten 3.
  4. De Vlaamse Regering organiseert jaarlijks een toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts (artikel II.187, § 6, 1° en 3°, van de Codex Hoger Onderwijs en artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018 ‘houdende de organisatie van het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts’). Dat toelatingsexamen beoogt het toetsen van de bekwaamheid van de studenten om een tandheelkundige opleiding met succes af te ronden. Een gunstige rangschikking op grond van dit examen geldt als een “bijkomende toelatingsvoorwaarde” voor inschrijving in een bacheloropleiding in het studiegebied Tandheelkunde (artikel II.187, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs). Het examen bestaat uit twee onderdelen: vooreerst een onderdeel ‘wetenschappelijke kennis en inzicht in de vakken biologie, fysica, chemie en IX-10.111-2/18 wiskunde (KIW)’ (hierna: ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’) en voorts een onderdeel ‘generieke competenties die aansluiten bij themata uit de beroepspraktijk van tandartsen (GC)’ (hierna: ‘generieke competenties’) (artikel II.187, § 5, van de Codex Hoger Onderwijs en artikel 22, tweede lid, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). Deze twee onderdelen van het examen hebben hetzelfde gewicht (artikel 27, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). Het examen is vergelijkend van aard. De kandidaten die ten minste de helft van de bepaalde punten behalen op alle onderdelen van het examen zijn geslaagd. De geslaagde kandidaten worden gerangschikt in volgorde van de behaalde numerieke score. De geslaagde kandidaten met de hoogste behaalde scores worden gunstig gerangschikt, rekening houdend met het vooropgestelde quotum, dat thans 180 bedraagt (besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2020 ‘tot vastlegging van het startquotum voor de opleiding arts en voor de opleiding tandarts’). Is het aantal geslaagde kandidaten hoger dan het vooropgestelde quotum, dan wordt een cesuur getrokken. Dit gebeurt principieel tussen de kandidaten met een verschillend examenresultaat (artikel II.187, §§ 3 en 4, van de Codex Hoger Onderwijs). Alle vragen van het toelatingsexamen zijn meerkeuzevragen met vier antwoordmogelijkheden per vraag. Slechts één antwoordmogelijkheid per vraag is juist. Een juist antwoord levert positieve punten op, een fout antwoord levert negatieve punten op en geen antwoord levert nul punten op (artikel 27, vierde lid, 1° en 2°, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). 3.
  5. Nadere voorschriften met betrekking tot het toelatingsexamen georganiseerd in 2022 zijn door de examencommissie vastgesteld in het ‘Werkingsreglement en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2022’ (hierna: het werkings- en examenreglement). IX-10.111-3/18 Luidens dat reglement (artikel 53) zijn de mogelijke scores per vraag: “- + 3 punten bij een correct antwoord - 0 punten als de deelnemer de vraag open laat - - 1 punt bij een fout antwoord.” 3.
  6. Verzoekster neemt op 6 juli 2022 deel aan het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts. 3.
  7. Na beraadslaging kent de examencommissie haar de volgende punten toe: 56 op 120 punten voor het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’, 95 op 120 punten voor het examenonderdeel ‘generieke competenties’ en 151 op 240 punten in het totaal. De cesuur is door de examencommissie bepaald op 134 punten. De examencommissie besluit dat verzoekster niet gunstig gerangschikt is om te worden toegelaten tot de beoogde opleiding, omdat zij niet geslaagd is voor het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’. 3.
  8. Het verslag van de beraadslaging van de examencommissie van 12 juli 2022 over de examenresultaten maakt melding van het volgende voorval: “Tijdens het KIW-examen ontving de examencommissie enkele meldingen met betrekking tot examenvragen 3 en 7 van wiskunde dat er vermoedelijk telkens een minteken ontbrak. Tijdens het examen werd vastgesteld dat enkele deelnemers effectief geen minteken zagen in één van de antwoordmogelijkheden van vraag 3 van wiskunde (= het correcte antwoord op de vraag) en dat bij vraag 7 het minteken in de ondergrens van de integraal in de opgave ontbrak, waardoor geen correct antwoord mogelijk was. Zodra dit werd gemeld, is er onderzocht enerzijds wat de oorzaak van het probleem was en anderzijds hoeveel deelnemers geïmpacteerd waren. […] De examencommissie stelt vast dat 59 deelnemers […] mogelijks een foute weergave van vragen 3 en 7 van wiskunde tijdens het examen te zien kregen. Bij een aantal deelnemers is dit ook met zekerheid tijdens het examen vastgesteld. IX-10.111-4/18 Hierdoor waren de getroffen deelnemers niet in de mogelijkheid om deze vragen correct op te lossen. De examencommissie zal deze individuele gevallen bekijken na de vaststelling van de algemene resultaten.” Ná de vaststelling van het examenresultaat, maakt het voormelde verslag onder meer gewag van de volgende “[b]ijsturing aantal geslaagden en definitieve resultaten”: “59 deelnemers […] kregen een foute weergave van de vragen 3 en 7 van wiskunde uit het KIW-onderdeel te zien waardoor ze de vraag niet correct konden oplossen. De examencommissie beslist om voor deze groep van 59 deelnemers de vragen 3 en 7 van wiskunde uit het KIW-onderdeel te neutraliseren. Neutraliseren betekent dat de maximale score wordt toegekend op de desbetreffende examenvragen, onafgezien of de deelnemer het juiste antwoord op deze vraag zou gekend hebben of niet. De implicaties voor de gunstige rangschikking van deze aanpassing zijn: - Voor 21 deelnemers heeft dit geen effect vermits zij al voor de neutralisatie gunstig gerangschikt waren. - 4 deelnemers worden door deze aanpassing bijkomstig gunstig gerangschikt voor het toelatingsexamen tandarts. - 34 deelnemers voldoen ook na deze aanpassing niet aan de slaagcriteria en zijn nog steeds niet gunstig gerangschikt.” 3.
  9. Verzoekster stelt op 29 juli 2022 tegen de beslissing van de examencommissie over haar examenresultaat een beroep in bij de “interne beroepsinstantie” (hierna: de beroepsinstantie), die luidens artikel 67 van het werkings- en examenreglement is samengesteld uit “de examencommissie met de voorzitter van de examencommissie als voorzitter”. In haar beroepschrift voert zij aan: “De examencommissie besliste […] om [de] vragen 3 en 7 van wiskunde uit het KIW-onderdeel te neutraliseren weliswaar enkel voor deze groep van 59 deelnemers. De groep van 59 deelnemers krijgt op deze desbetreffende vragen de maximum score toegekend onafgezien of de deelnemer het juiste antwoord op deze vragen zou gekend hebben of niet […]. Ik ga akkoord dat de examencommissie stelt dat de onregelmatigheden niet van die aard zijn om de geldigheid van het examen in zijn geheel te hypothekeren. Ook ga ik akkoord dat deze vragen worden geneutraliseerd. Waar ik niet mee akkoord kan gaan is dat deze vragen enkel geneutraliseerd worden voor de IX-10.111-5/18 59 deelnemers die mogelijks een foute weergave kregen van deze vragen. Door de vraag enkel voor de groep van 59 deelnemers te neutraliseren creëert men ongelijke examencondities! De overige 975 (=1034-59) deelnemers dienen twee vragen meer te beantwoorden. Of men zou kunnen stellen dat bij 59 deelnemers de juiste antwoorden van twee vragen reeds stonden aangeduid. Dit zou men ongetwijfeld hebben recht gezet voor alle deelnemers. Bovendien kan de examencommissie op geen enkele manier aantonen dat de groep van 59 deelnemers deze beide vragen allen correct zouden beantwoord hebben mocht het probleem zich niet hebben voorgedaan. Men kan dus stellen dat deze 59 deelnemers onterecht werden bevoordeeld door de neutralisatie enkel toe te passen op hun examen. Wanneer een vraag na klacht van een deelnemer als niet valide wordt beschouwd, wordt deze vraag geneutraliseerd voor alle deelnemers en niet enkel voor de deelnemer die de klacht formuleerde. Deelnemers aan het examen kunnen geen slachtoffer worden van het falen en/of ontoereikend zijn van de gebruikte software. De verantwoordelijkheid hiervan ligt volledig bij de organisator van het examen. Het probleem dat zich heeft gesteld kan niet anders dan eerlijk worden opgelost door beide vragen te neutraliseren voor alle deelnemers.” 3.
  10. Op 25 augustus 2022 beslist de beroepsinstantie dat verzoeksters beroep ontvankelijk, maar ongegrond is en dat de eerder door de examencommissie genomen beslissing dat zij een score van 151 op 240 punten behaalt en niet gunstig gerangschikt is, wordt bevestigd. Dit is de bestreden beslissing. Ze steunt op de volgende motieven: “De beroepsinstantie heeft integraal kennisgenomen van de argumenten zoals die zijn opgenomen in het beroepschrift en formuleert hiernavolgende beschouwingen. U stelt dat er een ongelijke behandeling is tussen enerzijds de groep van 59 deelnemers waarvoor de examenvragen 3 en 7 van wiskunde werden geneutraliseerd en anderzijds de andere deelnemers voor wie deze vragen niet werden geneutraliseerd en waartoe u behoort. Wanneer een vraag na een klacht als niet-valide zou worden beschouwd zou deze niet enkel voor de melder geneutraliseerd moeten worden, maar voor alle deelnemers. U vraagt dat beide vragen geneutraliseerd worden voor alle deelnemers. Volgens artikel 16 van het werkings- en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2022 kan de examencommissie examenvragen neutraliseren voor alle deelnemers na een inhoudelijke analyse van de vraag. Een examenvraag mag niet zomaar geneutraliseerd worden. IX-10.111-6/18 Deelnemers hebben hun kostbare examentijd gestoken in het oplossen van de examenvraag en zij die de vraag juist beantwoord hebben, verliezen bij een neutralisatie hun relatief voordeel in de rangschikking. Een examenvraag mag dus enkel geneutraliseerd worden na een grondige inhoudelijke analyse die wijst op een probleem met de vraag. - Voor examenvraag 3 van wiskunde was er geen afwijking in de itemresponsanalyse en er waren geen inhoudelijke opmerkingen over de vraag. De opmerkingen betroffen enkel de weergave van de examenvraag, waardoor er geen correct antwoord mogelijk was voor de personen die de opmerkingen hebben overgemaakt. - Voor examenvraag 7 van wiskunde was er wel een afwijking in de itemresponsanalyse. Een mogelijke verklaring hiervoor is het feit dat het in de vraag ging om een integraal over een symmetrisch interval, maar waarbij het symmetriepunt van de te integreren functie niet 0 is. Een grote groep deelnemers is echter van symmetriepunt 0 uitgegaan en heeft de integraal dus niet correct berekend. De examencommissie heeft geoordeeld dat de vraag eenduidig en inhoudelijk correct is opgesteld en slechts één juist antwoord heeft dat in de opgave vermeld staat. De vraag behoort tot het leerstofoverzicht. Ook voor deze vraag werden opmerkingen overgemaakt over de weergave van de vraag, waardoor er voor de personen die de opmerkingen hebben overgemaakt geen juist antwoord mogelijk was. De examencommissie heeft op de beraadslagingsvergadering van 12 juli 2022 in eerste instantie beslist beide examenvragen te behouden omdat er geen inhoudelijk probleem is met de vragen en omdat zij tot de leerstof behoren. Vervolgens heeft de examencommissie in kaart gebracht wat het probleem was met de onvolledige weergave van de vraag. - Bij examenvraag 3 van wiskunde was het minteken bij de juiste antwoordmogelijkheid niet zichtbaar bij een aantal personen. Er was voor die personen geen juist antwoord mogelijk. - Bij examenvraag 7 van wiskunde was een minteken in de opgave niet zichtbaar bij een aantal personen. Er was voor die personen geen juist antwoord mogelijk. - Het probleem met de weergave deed zich voor bij bepaalde versies van de webbrowser door een bug in die chromeversie. Enkele leden van de examencommissie hebben dit met eigen ogen kunnen vaststellen bij een aantal deelnemers met chromeversie 87 tijdens het examenonderdeel KIW in het Hendrik Consciencegebouw. De examencommissie heeft eveneens kunnen vaststellen dat het probleem zich niet voordeed bij andere versies op diezelfde locatie. Op basis van de logs in het examenplatform heeft de examencommissie vastgesteld dat 59 deelnemers gebruik hebben gemaakt van de getroffen browserversies. De examencommissie heeft op 12 juli 2022 beslist om in eerste instantie alle examenvragen te behouden. De cesuur en de rangschikking werden bepaald op basis van de 80 examenvragen zonder neutralisaties. Pas na het bepalen van de cesuur, heeft de examencommissie beslist om de twee examenvragen te neutraliseren voor de groep van 59 deelnemers bij wie het minteken in de vragen 3 en 7 van wiskunde mogelijks niet zichtbaar was op het scherm ten gevolge van de bug in de browserversie. De keuze om dit na de vaststelling van IX-10.111-7/18 de resultaten te doen is enerzijds omdat het slechts een kleine groep betrof waardoor de impact op het aantal gunstig gerangschikten gering was en anderzijds omdat het geen negatieve impact heeft op de cesuur en dus op de overige deelnemers. De beroepsinstantie bevestigt de beslissing om de examenvragen niet te neutraliseren voor de hele groep en stelt vast dat u niet benadeeld bent. De beroepsinstantie wijst erop dat er geen sprake is van een ongelijke behandeling, want de situatie was verschillend: de examenvragen 3 en 7 van wiskunde werden wel correct weergegeven op uw examen en niet bij de 59 getroffen deelnemers. U hebt trouwens examenvraag 3 van wiskunde correct kunnen oplossen. De beroepsinstantie herhaalt dat de neutralisatie van de twee vragen voor de groep van 59 deelnemers geen (negatieve) impact had op de cesuur en dus op de overige deelnemers, waartoe u behoort. Tot slot wijst de beroepsinstantie erop dat de bepaling in artikel 16 van het werkings- en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2022 betrekking heeft op de neutralisering van een invalide vraag na inhoudelijke analyse. Aangezien dit alle deelnemers treft is het evident dat alle deelnemers de maximumscore voor de geneutraliseerde vraag bekomen. De neutralisering van de examenvragen 3 en 7 van wiskunde vond evenwel in een andere context plaats. In beide gevallen gaat het hier immers om een in se valide vraag die evenwel om technische redenen voor een beperkte subgroep van deelnemers niet oplosbaar was. De bepaling van artikel 16 met betrekking tot de neutralisering voor alle deelnemers kan dus niet naar deze situatie doorgetrokken worden. Het middel is ongegrond.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  11. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid IX-10.111-8/18
  12. Verzoekster doet terecht gelden dat het dreigende, onomkeerbare verlies van een academiejaar een nadeel uitmaakt dat met een gewone schorsingsprocedure niet tijdig kan worden afgewend. De verwerende partij betwist dit overigens niet. Aan de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid van de vordering is voldaan. VI. Ernst van het tweede middel Standpunt van de partijen
  13. Verzoekster voert in een tweede middel de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, alsook van het gelijkheidsbeginsel, het materiëlemotiveringsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur. Zij betoogt dat zij in haar beroep duidelijk heeft aangekaart dat het toekennen van de maximumscore voor de vragen 3 en 7 ‘wiskunde’ van het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ ten voordele van slechts 59 deelnemers, een ongelijke behandeling genereert. Volgens haar staat het vast dat er voor bepaalde deelnemers een technische storing heeft plaatsgevonden tijdens het examen en zij erkent dat daarvoor gepaste maatregelen kunnen worden genomen. Het toekennen van een maximumscore aan slechts een deel van de deelnemers is in dit geval evenwel niet correct. Het staat immers niet vast dat die beperkte groep in de juiste omstandigheden het maximum aantal punten op de beide voormelde vragen zou hebben behaald. Bovendien stelt de bestreden beslissing dat er “mogelijks” een foute weergave te zien was, zodat niet kan worden uitgesloten dat van de betrokken 59 deelnemers, er één of meerderen de vragen wel juist weergegeven kregen en zij één of beide vragen foutief beantwoordden, terwijl zij toch de maximum score voor beide vragen kregen. IX-10.111-9/18 Volgens verzoekster is aldus een ongelijkheid gecreëerd ten aanzien van de andere deelnemers en in het bijzonder ten aanzien van haar. Zij wijst erop dat zijzelf op één van die twee vragen correct antwoordde en op de andere foutief. Indien zij één van “deze 59 (bevoorrechte) deelnemers” was geweest, dan was zij voor beide examenonderdelen geslaagd geweest en was zij ook gunstig gerangschikt. Volgens verzoekster had er moeten worden gekozen voor “een neutrale oplossing van het probleem waarbij iedereen gelijk wordt behandeld en er alleszins geen niet gerechtvaardigde of noodzakelijke voordelen worden gecreëerd voor deelnemers”. Er moeten immers “gelijkwaardige examencondities” zijn en wat het aantal te beantwoorden vragen betreft, zo stelt verzoekster, “is er geen discussie mogelijk: dit dient voor alle deelnemers gelijk te zijn”. Zij argumenteert dat er “zonder twijfel sprake [is] van een ongelijkheid wanneer een aantal deelnemers het antwoord op 10 van de 10 vragen moet geven en een aantal deelnemers slechts op 8 van de 10 vragen omdat zij voor 2 vragen, ongeacht hun kennis, het antwoord cadeau krijgen”. Verzoekster benadrukt dat de gecreëerde ongelijkheid “impact” heeft gehad. Zo kan er in het verslag van de beraadslaging van de examencommissie van 12 juli 2022 worden gelezen dat vier deelnemers bijkomend gunstig werden gerangschikt. En mochten de vragen, na het berekenen van de resultaten, voor elke deelnemer geneutraliseerd zijn, dan was zijzelf alsnog gunstig gerangschikt.
  14. De verwerende partij antwoordt vooreerst dat de Raad van State als wettigheidsrechter niet in de plaats van de examencommissie zich een eigen oordeel mag vormen over het al dan niet slagen en daaropvolgend gunstig of ongunstig gerangschikt worden van een kandidaat. Zij wijst er ook op dat uit menig arrest van de Raad van State blijkt dat “de grens om de deskundigheid van de IX-10.111-10/18 Examencommissie, alsook vervolgens de beroepsinstantie, met succes in vraag te stellen […] bijzonder hoog [ligt]”. IX-10.111-11/18 De verwerende partij leidt voorts uit het verslag van de beraadslaging van de examencommissie van 12 juli 2022 af dat de werkwijze van deze commissie geenszins ‘willekeurig’ te noemen is. Zij stelt in dit verband: “Er werd effectief onderzocht welke van de Chrome versies het probleem vertoonden. Er is op meer dan één locatie de melding gekomen en er is getest in welke chromeversie het probleem zich voordeed. 1 deelnemer heeft de chromeversie 85 gebruikt en 58 deelnemers de chromeversie
  15. Deze computers stonden op enkele locaties. Op minimum 2 locaties zijn er meldingen binnengekomen tijdens het examen en aangezien 1 van de locaties ook het examencentrum in Brussel was, hebben enkele aanwezige commissieleden dit ook met eigen ogen kunnen vaststellen. Zij hebben eveneens kunnen vaststellen dat andere deelnemers op diezelfde locatie, maar met een recente versie wel een correcte weergave van de examenvragen 3 en 7 wiskunde hadden.” Volgens de verwerende partij heeft de examencommissie op een deskundige wijze onderzocht hoe deze onvoorziene omstandigheid kon worden geremedieerd en heeft de beroepsinstantie vervolgens opheldering gegeven over de bezwaren en bedenkingen die verzoekster heeft geformuleerd in haar beroepschrift. De verwerende partij betwist ten slotte het belang van verzoekster bij haar argument dat, indien zij de technische storing ondervonden zou hebben, zij op de vragen 3 en 7 ‘wiskunde’ de maximumscore zou hebben behaald en gunstig zou zijn gerangschikt. Verzoekster heeft nu eenmaal zelf geen technische storing ondervonden, noch enig nadeel erdoor geleden. Het is, aldus de verwerende partij, dan ook logisch dat voor haar die examenvragen niet zijn geneutraliseerd. Verzoekster heeft de mogelijkheid gehad om zowel bedoelde vraag 3 als vraag 7 correct op te lossen, terwijl dat voor de desbetreffende groep van 59 deelnemers niet het geval was. Dit maakt volgens de verwerende partij “de ongelijkheid [uit] tussen twee groepen van deelnemers aan het toelatingsexamen” en gaat het gelijkheidsbeginsel niet zover dat ongelijke groepen gelijk zouden moeten worden behandeld. IX-10.111-12/18 Beoordeling
  16. Blijkens het verslag van haar beraadslaging van 12 juli 2022 heeft de examencommissie de vragen 3 en 7 ‘wiskunde’ van het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ van het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts geneutraliseerd omwille van een technisch voorval waardoor 59 deelnemers “mogelijks een foute weergave van vragen 3 en 7 van wiskunde tijdens het examen te zien kregen”.
  17. Artikel 16 van het werkings- en examenreglement bepaalt in verband met de neutralisatie van vragen: “De examencommissie kan op de beraadslagingsvergadering beslissen om de vragen die op basis van de itemresponsanalyse of die door de deelnemers gesignaleerd zijn, na inhoudelijke analyse te neutraliseren door aan iedere deelnemer het maximum te behalen punten op die vragen toe te kennen. De neutralisatie van een vraag heeft de volgende gevolgen voor de deelnemers: - Wie de vraag juist heeft beantwoord volgens de vooropgestelde correctiesleutel, behoudt de punten voor die vraag. - Wie de vraag niet heeft beantwoord, krijgt drie punten voor die vraag. - Wie de vraag fout heeft beantwoord volgens de vooropgestelde correctiesleutel, krijgt drie punten voor die vraag en het negatieve punt voor die vraag vervalt. Wanneer na de bekendmaking van de resultaten een vraag alsnog als niet-valide wordt geïdentificeerd, wordt deze vraag eveneens geneutraliseerd.”
  18. In dit geval lijkt de examencommissie terecht tot een neutralisatie van de vragen 3 en 7 ‘wiskunde’ te hebben beslist, nu tussen de partijen niet is betwist dat met betrekking tot de voormelde vragen een onregelmatigheid werd gesignaleerd die hun validiteit in het gedrang heeft gebracht. De omstandigheid dat dit gebrek aan validiteit een louter technische oorzaak zou hebben, verandert niets daaraan. Omwille van die technische oorzaak lijken de betrokken vragen immers foutief te zijn gepresenteerd en konden ze “inhoudelijk” niet correct worden beantwoord. IX-10.111-13/18 Anders dan de verwerende partij in haar nota beweert, lijkt artikel 16 van het werkings- en examenreglement in dit geval derhalve wel degelijk van toepassing. Alleszins wijst de verwerende partij geen andere rechtsgrond aan voor haar handelwijze en ook de bestreden beslissing maakt geen gewag daarvan.
  19. De examencommissie heeft tot die neutralisatie uitsluitend beslist ten voordele van de 59 deelnemers die “mogelijks een foute weergave van vragen 3 en 7 van wiskunde tijdens het examen te zien kregen”. Alleen deze deelnemers hebben dienvolgens, overeenkomstig artikel 16 van het werkings- en examenreglement, de maximale score op die vragen verkregen – zoals de beroepsinstantie zelf in de bestreden beslissing stelt: “onafgezien of de deelnemer het juiste antwoord op deze vraag zou gekend hebben of niet”.
  20. Artikel 16 van het werkings- en examenreglement bepaalt nochtans dat in het geval van een neutralisatie van vragen “aan iedere deelnemer het maximum te behalen aantal punten op die vragen [wordt toegekend]”. Voor zover die bepaling slechts zou beogen te voorzien in een regeling voor het geval dat élke deelnemer de niet-valide vragen te beantwoorden heeft gekregen – zoals de beroepsinstantie in de bestreden beslissing lijkt aan te nemen – terwijl dit in casu slechts voor een deel van de deelnemers het geval is geweest, rijst niettemin de vraag of het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, waarvan in het middel de schending wordt aangevoerd, de examencommissie niet ertoe noopt om wanneer een neutralisatie van vragen noodzakelijk blijkt, die neutralisatie met al haar gevolgen, alvast in beginsel, toe te passen ten aanzien van álle deelnemers. Krachtens het voornoemde gelijkheidsbeginsel kunnen immers alle deelnemers aan het enige en zelfde toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts aanspraak maken op gelijke kansen om voor dat examen te slagen en bovendien gunstig te worden gerangschikt. IX-10.111-14/18
  21. Verzoekster stelt dat indien zij op de vragen 3 en 7 ‘wiskunde’ een correct antwoord zou hebben gegeven, zij voor de beide onderdelen van het toelatingsexamen geslaagd zou zijn geweest en gunstig gerangschikt zou zijn geworden. De verwerende partij betwist dit terecht niet. Verzoekster beantwoordde immers slechts vraag 3 juist en indien zij voor vraag 7 de positieve score van drie punten zou verkrijgen, terwijl het negatieve punt voor haar foutieve antwoord dan zou vervallen, was zij ook voor het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ geslaagd en was zij met een totaalscore van meer dan 151 punten op 240 punten, ook gunstig gerangschikt. Volgens verzoekster is er “zonder twijfel sprake van een ongelijkheid wanneer een aantal deelnemers het antwoord op 10 van de 10 vragen moet geven en een aantal deelnemers slechts 8 op de 10 vragen omdat zij voor 2 vragen, ongeacht hun kennis, het antwoord cadeau krijgen”. Zij kan op het eerste gezicht in dat standpunt worden bijgevallen. Door het neutraliseren van twee vragen voor 59 deelnemers, worden immers verschillende examencondities gecreëerd, terwijl alle deelnemers aan hetzelfde toelatingsexamen hebben deelgenomen. Beide categorieën van kandidaten hebben dus niet dezelfde kansen gehad om te slagen en gunstig te worden gerangschikt. De omstandigheid dat, zoals de beroepsinstantie in de bestreden beslissing opmerkt, deelnemers hun kostbare examentijd hebben gestoken in het oplossen van de voormelde vragen en zij die de vragen juist hebben beantwoord, bij een neutralisatie hun relatief voordeel in de rangschikking verliezen, doet geen afbreuk aan de zo-even vastgestelde ongelijke behandeling.
  22. Het gelijkheidsbeginsel sluit een onderscheiden behandeling van bepaalde categorieën van personen niet uit, voor zover althans voor dat onderscheid een objectieve, pertinente en redelijke verantwoording bestaat. IX-10.111-15/18 De examencommissie, hierin gevolgd door de beroepsinstantie, verantwoordt haar beslissing om twee examenvragen te neutraliseren voor 59 deelnemers, door te overwegen dat deze beslissing enerzijds slechts een kleine groep betreft, waardoor de impact op het aantal gunstig gerangschikten gering is, en ze anderzijds geen negatieve impact heeft op de cesuur en dus op de overige deelnemers. Die verantwoording biedt op het eerste gezicht geen antwoord op de vraag waarom een aantal deelnemers voor het vak ‘wiskunde’ van het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ slechts acht antwoorden dienden te geven, en de overige deelnemers tien antwoorden. Ze lijkt ten aanzien van een examensituatie waarin alle kandidaten dezelfde kansen moesten krijgen om te kunnen slagen, niet pertinent om een verschil in behandeling te rechtvaardigen.
  23. Het tweede middel is in die mate ernstig.
  24. Bijgevolg is er voldaan aan de beide voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, opdat een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zou kunnen worden ingewilligd. BESLISSING
  25. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepsinstantie van het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts van 25 augustus 2022 waarbij het beroep van XXXX ongegrond wordt verklaard en de eerder door de examencommissie genomen beslissing dat zij op het examen 151 op 240 punten behaalt en niet gunstig is gerangschikt, wordt bevestigd. IX-10.111-16/18
  26. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.111-17/18 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-10.111-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.589 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.159 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.