← België

Arrest 254624 - Sluitingen van vestigingen - 29/09/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.624 Rolnummer: A. 236031/X-18116 Zaak: Arrest 254624 - Sluitingen van vestigingen - 29/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-10-07 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 07:31 Fiche Arrest nr 254.624 van 29 september 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 254.624 van 29 september 2022 in de zaak A. 236.031/X-18.116 In zake : Guiseppe IEROIANNI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Keulen kantoor houdend te 3500 Hasselt Koningin Astridlaan 77 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 5 april 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de bestuurlijke maatregel van de Burgemeester van Genk d.d. 31 maart 2022 tot sluiting van de uitbating van Café Italo Belga van 2 april 2022 tot en met 1 juni 2022, alsook tot periodieke sluiting van de uitbating van Café Italo Belga in de periode van 2 juni 2022 tot en met 31 december 2022 op dagen van voetbalgerelateerde evenementen in en rond de Cegeka arena en de Jos Vaessen Talent Academy”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. X-18.116-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 september
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kim Poelman, die loco advocaat Jan Keulen verschijnt voor verzoeker, en advocaat Stefano Geebelen, die loco advocaat Wim Mertens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. IV. Feiten
  5. Verzoeker baat te Genk, Paul Trazensterstraat 11, café Italo Belga uit. In een bestuurlijk verslag van 14 maart 2022 signaleert de politie aan de burgemeester van de stad Genk dat er zich binnen de voetbalwereld en in het bijzonder rond de Cegeka-arena een escalatie van het supportersgeweld heeft voorgedaan, met “de steeds weer terugkerende rol van Italo-Belga in de relatie met de sfeergroepen en het gepleegde geweld”. Het jongste, zeer gewelddadige incident is van 13 maart
  6. Met een brief van 21 maart 2022 wordt verzoeker uitgenodigd om te worden gehoord over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel op grond van de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet. De hoorzitting heeft plaats op 23 maart
  7. X-18.116-2/7 De burgemeester besluit op 30 maart 2022 ter handhaving van de openbare orde een sluiting van verzoekers café op te leggen van 2 april 2022 tot en met 1 juni
  8. Bijkomend wordt in de periode van 2 juni 2022 tot en met 31 december 2022 een sluiting van het café opgelegd “op dagen van voetbalgerelateerde evenementen die plaatsvinden in en rond de Cegeka arena, Stadionplein 4, 3600 Genk, en de Jos Vaessen Talent Academy, Stadionplein 7, 3600 Genk”. Op 13 september 2022 beslist de burgemeester de bestuurlijke maatregel van 30 maart 2022 met onmiddellijke ingang op te heffen, uitgezonderd wat zondag 18 september 2022 betreft. IV. Schorsingsvoorwaarden
  9. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. V. Voorwaarde van een ernstig middel A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  10. In een eerste middel voert verzoeker de schending aan van de materiëlemotiveringsplicht. Toegelicht wordt dat niet – deugdelijk – gemotiveerd wordt wat de “steeds wederkerende rol” of de “cruciale rol” van de horecagelegenheid zou zijn “t.o.v. het gebruik van fysiek geweld in de omgeving van het voetbalstadion door individuele personen”. Er is enkel sprake van X-18.116-3/7 gedragingen van individuele personen die buiten verzoekers horecagelegenheid worden gepleegd en die aanleiding geven tot een verstoring van de openbare orde. Er worden geen argumenten bijgebracht die de beweerde feitelijke rol van de horecagelegenheid staven. Op geen enkele wijze wordt enig verband aangetoond tussen de uitbating van het café en het uitoefenen van fysiek geweld door individuele personen in de buurt van het café. Alleszins worden ook incidenten vermeld “waarbij de horeca-uitbating van verzoeker niet wordt vernoemd, zodoende dat van een steeds wederkerend karakter hoegenaamd geen sprake kan zijn”. Beoordeling
  11. Tevergeefs, althans in de huidige stand van de procedure, tracht verzoeker te doen aannemen dat er geen enkel verband wordt aangetoond tussen de uitbating van het café en het geweld dat de aanleiding tot de bestreden beslissing uitmaakt. Naar hij tijdens de hoorzitting aangaf, begrijpt hij goed dat zijn café “een gemeenschappelijke deler is in het verhaal”. Het is de uitvalsbasis van de supportersgroepen van KRC Genk, de plaats waar zij samenkomen en vertrekken. Een sluiting, aldus verzoeker tijdens de hoorzitting, zou misschien de simpelste oplossing zijn, “maar de feiten gaan zich verplaatsen”. Als “de feiten”, of de openbare-ordeverstoring, bij sluiting van het café niet meer voortduren en zich (mogelijk) naar elders verplaatsen, houden ze blijkbaar effectief verband met het café. Met andere woorden kan verzoekers verklaring op het eerste gezicht tellen als de uitdrukkelijke bevestiging van de link tussen zijn café en de verstoring van de openbare orde. Zijn detailkritiek in het middel, wat de onderscheiden in aanmerking genomen incidenten betreft, lijkt daar niet tegen op te wegen. Het middel is niet ernstig. X-18.116-4/7 B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  12. In een tweede middel, afgeleid uit de schending van “de redelijkheidsnorm”, voert verzoeker aan dat iedere redelijke overheid, geplaatst in gelijkaardige omstandigheden, een andere bestuurlijke maatregel zou hebben genomen en dat de getroffen maatregel “in ieder geval buiten elke redelijke proportie” is. De betrokken agressors zijn individueel gekend en geïdentificeerd. In die omstandigheden mocht van de burgemeester verwacht worden dat hij ter handhaving van de openbare orde rechtstreeks tegen hen zou optreden, meer bepaald door het opleggen van een tijdelijk plaatsverbod op grond van artikel 134sexies, § 1, van de nieuwe gemeentewet. Een redelijke overheid zou individuele bestuurlijke maatregelen hebben opgelegd en gehandhaafd jegens de verstoorders van de openbare orde. Beoordeling
  13. In de nota werpt de verwerende partij onder andere tegen dat maatregelen gelijkaardig aan een plaatsverbod, zoals een stadionverbod, niet verhinderen dat de betrokkenen toch deelnemen aan de incidenten, dat het plaatsverbod “moeilijk hanteerbaar” is aangezien de groep geweldplegers doorgaans uit 100 personen bestaat, waarvan het overgrote deel een bivakmuts draagt, en dat er een maatregel “met onmiddellijke effecten” nodig was. Deze argumentatie kan er de Raad van State, alleszins voorlopig, van overtuigen dat de verwerende partij niet het redelijkheidsbeginsel heeft geschonden door niet voor een plaatsverbod, maar voor een sluiting te hebben gekozen. Het middel is niet ernstig. X-18.116-5/7 C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
  14. Volgens een derde middel is het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden, doordat de overheid niet met alle relevante factoren en omstandigheden rekening heeft gehouden. Uit de bestreden beslissing blijkt niet waarom geen “andere, specifieke bestuurlijke maatregel” werd genomen, noch in welke mate rekening werd gehouden met de opmerkingen die verzoeker maakte tijdens de hoorzitting van 23 maart
  15. Nochtans moeten alle elementen in een zorgvuldige afweging worden betrokken. Beoordeling
  16. Er door de burgemeester tijdens de hoorzitting uitdrukkelijk om gevraagd “wat [de] andere opties dan een sluiting zijn”, kwam verzoeker niet verder dan dat hij wilde “meedenken”. Naar verzoeker ter terechtzitting verklaarde, bleef dit “meedenken”, ook na de hoorzitting, zonder resultaat.
  17. Voor het overige blijkt dat de argumentatie die verzoeker tijdens de hoorzitting naar voor bracht, in de bestreden beslissing wordt samengevat en dat in de beslissing wordt verantwoord waarom niettegenstaande deze argumentatie toch tot een sluiting is besloten. Wat specifiek verzoekers argument betreft dat hij geen controle heeft over de acties van supportersgroepen buiten het café en niet zelf aanwezig is tijdens de escalaties en geweldplegingen wordt gemotiveerd dat er een “ontegensprekelijke relatie tussen de uitbating van Italo Belga en de supportersgroepen/harde kern van KRC Genk” bestaat en dat het café “een cruciale rol” speelt in het ondermijnen van de openbare orde.
  18. Verzoeker doet, tenminste vooralsnog, niet aannemen dat er sprake zou zijn van een gebrek aan zorgvuldige afweging. Het middel is niet ernstig. X-18.116-6/7 VI. Conclusie
  19. Verzoeker voert geen ernstige middelen aan. Aldus is niet voldaan aan minstens één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.116-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.624 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.860 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.