← België

Arrest 254625 - Milieuvergunningen - 29/09/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.625 Rolnummer: A. 229792/VII-40722 Zaak: Arrest 254625 - Milieuvergunningen - 29/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-10-06 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-10 07:31 Fiche Arrest nr 254.625 van 29 september 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 254.625 van 29 september 2022 in de zaak A. 229.792/VII-40.722 In zake : Ann LEGIEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Verstraeten kantoor houdend te 3000 Leuven Fonteinstraat 1A, bus 501 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN OOST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 19 december 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 24 oktober 2019 waarbij de bestuurlijke beroepen ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lochristi van 29 januari 2013 houdende het verlenen aan de bvba Plant Trading van de milieuvergunning voor het exploiteren van een tuinbouwbedrijf, gelegen aan de Verleydonckstraat 44A te Lochristi, gedeeltelijk worden ingewilligd. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 1 maart 2022 een verslag opgesteld. VII-40.722-1/15 De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 juni 2022. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sara Van Genechten, die loco advocaat Johan Verstraeten verschijnt voor verzoekster en jurist Christophe Wille, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lochristi verleent op 8 februari 1994 een milieuvergunning voor een termijn van twintig jaar voor de exploitatie van een tuinbouwbedrijf, gelegen aan de Verleydonckstraat 44A te Lochristi. 3.2. Eind 1996 kopen verzoekster en haar echtgenoot het betrokken tuinbouwbedrijf. In eerste instantie betrekken zij de bedrijfswoning en vervolgens verkopen zij de bedrijfsgebouwen. VII-40.722-2/15 3.3. Op 6 mei 1997 neemt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lochristi akte van de melding van de overname van de exploitatie van de bedrijfsgebouwen door Erwin Bracke. 3.4. Later, meer bepaald op 26 oktober 2004, neemt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lochristi akte van de overname van de inrichting door Geert Willems. 3.5. Op 19 december 2006 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lochristi aan Geert Willems een milieuvergunning voor het veranderen van de inrichting. Hij verkrijgt ook stedenbouwkundige vergunningen voor het bouwen van een loods met burelen en loskaai, voor het aanleggen van opritten, het plaatsen van een poort en voor een kantoor in een bestaande serre. 3.6. De bvba Plant Trading meldt op 12 oktober 2012 de overname van de inrichting en dient een aanvraag in voor het veranderen en het hernieuwen van de vergunning. 3.7. Op 29 januari 2013 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lochristi een milieuvergunning, voor een termijn op proef van twee jaar. Voor de transportactiviteiten worden in artikel 3C de volgende bijzondere vergunningsvoorwaarden opgelegd: “

  1. a)Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, dienen de motoren van de bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd te worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van koelinstallaties, pompen, kranen, hefbruggen, acclimatisatietoestellen, e.d.
  2. b)Transportactiviteiten, inclusief laden en lossen, zijn verboden op werkdagen tussen 20 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen. In uitzonderlijke gevallen te wijten aan omstandigheden buiten de invloed van de exploitant en beperkt tot max. een keer per maand kan op een werkdag een transportactiviteit aanvaard worden tussen 20 en 21 uur.
  3. c)Teneinde het college van burgemeester en schepenen toe te laten de bijzondere voorwaarde sub
  4. b)te evalueren bij de definitieve uitspraak over de vergunningsaanvraag dient de exploitant elke transportactiviteit buiten de VII-40.722-3/15 dagperiode, i.e. elke transportactiviteit na 19 uur te registreren. Binnen een anderhalve maand legt de exploitant hierover een voorstel ter goedkeuring voor aan het college van burgemeester en schepenen. Het voorstel omvat de wijze van registreren (telslang, ...) en de uitvoeringstermijn. De registratie dient uiterlijk drie maanden na het verlenen van de vergunning te starten”. 3.8. Tegen voormelde vergunningsbeslissing stellen zowel verzoekster als de bvba Plant Trading bestuurlijk beroep in bij de verwerende partij. Verzoekster voert tijdens de beroepsprocedure onder meer aan dat er onvoldoende garanties zijn dat de algemene milieuvoorwaarden inzake geluid, opgelegd bij besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 ‘houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne’ (hierna: Vlarem II), kunnen worden nageleefd. 3.9. Op 4 juli 2013 verleent de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen de gevraagde vergunning voor een termijn van 20 jaar. Er worden een aantal wijzigingen aangebracht in de bijzondere vergunningsvoorwaarden. Wat betreft de transportactiviteiten worden de voorwaarden in artikel 3C.3b) en 3c) vervangen door: “
  5. b)Transportactiviteiten met vrachtwagens vanaf 10 ton, inclusief laden en lossen, zijn verboden op werkdagen tussen 22:00 u en 7:00 u, op zaterdagen tot 8:00 uur en vanaf 19:00 uur, alsmede op zon- en feestdagen. In geval van transportactiviteiten tussen 19:00 u en 22:00 u dient uur van aankomst en vertrek genoteerd in een register, dat steeds ter plaatse is en ter inzage van de toezichthoudende overheid.
  6. c)Bij wijze van uitzondering mogen transporten met vrachtwagens vanaf 10 ton toch maximaal 20 keer per jaar het bedrijf aandoen binnen de in artikel 3C.3b opgenomen verbodsperioden. Ook van deze transportactiviteiten dient uur van aankomst en vertrek genoteerd in een register, dat steeds ter plaatse is en ter inzage van de toezichthoudende overheid”. 3.10. Bij arrest nr. 231.522 van 11 juni 2015 vernietigt de Raad van State de milieuvergunning van 4 juli 2013. 3.11. De deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen herneemt vervolgens de beroepsprocedure en beslist op 19 november 2015 opnieuw om de vergunning te verlenen voor een termijn van 20 jaar. VII-40.722-4/15 VII-40.722-5/15 De vergunningsvoorwaarde in artikel 3C.3b) wordt vervangen door: “Transportactiviteiten met vrachtwagens vanaf 10 ton, inclusief laden en lossen, zijn verboden op werkdagen tussen 22:00 u en 7:00 u, op zaterdagen tot 8:00 en vanaf 19:00 u, alsmede op zon- en feestdagen. In geval van transportactiviteiten tussen 19:00 u en 22:00 u dient uur van aankomst en vertrek genoteerd in een register, dat steeds ter plaatse is en ter inzage van de toezichthoudende overheid”. De vergunningsvoorwaarde van artikel 3C.3c) wordt geschrapt. 3.12. Bij arrest nr. 244.495 van 16 mei 2019 vernietigt de Raad van State ook de milieuvergunning van 19 november 2015. 3.13. In het kader van de herneming van de beroepsprocedure worden onder meer de volgende adviezen verleend:
  7. a)de afdeling GOP stelt voor om het beroepen besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lochristi te bevestigen, mits het te wijzigen als volgt: “- de vergunningsvoorwaarde artikel 3C.3b) te wijzigen als volgt Transportactiviteiten, inclusief laden en lossen, zijn verboden op werkdagen tussen 19 h en 7 h, alsmede op zon- en feestdagen. Personenvervoer en vervoer van personen en goederen voor occasionele gebeurtenissen zoals onderhoud of herstellingen, zijn niet te beschouwen als transportactiviteiten. - de vergunningsvoorwaarde artikel 3c.3c) te schrappen”;
  8. b)de Provinciale Milieudeskundige (geluid) adviseert om de bestreden vergunning als volgt aan te passen: “- de vergunningsvoorwaarde artikel 3C. 3b) te wijzigen als volgt: Transportactiviteiten, inclusief laden en lossen, zijn toegelaten, alsmede op zon- en feestdagen. Personenvervoer en vervoer van personen en goederen voor occasionele gebeurtenissen zoals onderhoud of herstellingen, zijn niet te beschouwen als transportactiviteiten - de vergunningsvoorwaarde artikel 3C.3c) te wijzigen als volgt: De exploitant houdt een register van de avondlijke (19u-22u) en nachtelijke (22u-7u) laad- en losverrichtingen bij en houdt dat steeds ter plaatse en ter inzage van de controlerende overheid - Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, dienen motoren van de vrachtwagens tijdens wachtperiodes en periodes van laad- en VII-40.722-6/15 losactiviteiten te worden stilgelegd, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van toestellen zoals koelinstallaties, pompen, kranen, hefbruggen e.d. - laad- en losverrichtingen gebeuren aan de laad- en loszone achteraan (aan de plastic serre) - er mogen maximaal 2 laad- en/of losverrichtingen per nacht (22u-7u) plaatsvinden - er mogen maximaal 6 laad- en/of losverrichtingen per avond (19u-22u) plaatsvinden”; onder “5. Bespreking geluidsaspect” wordt gesteld: “[…] De voornaamste geluidsbronnen bij Plant Trading bvba zijn de vrachtwagenbewegingen, het laden en lossen en de airconditioningstoestellen op de vrachtwagens. Het betreffen hier niet-vergunningsplichtige activiteiten. De exploitant dient evenwel de algemene geluidsnormen van Vlarem te respecteren. In de Algemene definities Geluid van Vlarem wordt in Artikel 1.1.2 volgende definitie gegeven: - ‘specifiek geluid’: de relevante waarde die eventueel aangepast wordt met een beoordelingsgetal; tot het specifieke geluid van een inrichting wordt eveneens geluid (lawaai) gerekend, voortgebracht door transport, laad- en losverrichtingen, verkeer, het opwarmen en laten draaien van motoren op het terrein van de inrichting, evenals het in- en uitgaande verkeer; Verder vermeld[t] Bijlag 4.5.5 van Vlarem II dat de richtwaarden voor fluctuerend, incidenteel, impulsachtig en intermitterend geluid in open lucht van als hinderlijk ingedeelde inrichtingen niet van toepassing zijn op het in- en uitgaande weg- en luchtverkeer. Dit zorgt dat de in Bijlage 4.5.4 vermelde richtwaarden voor het specifieke geluid in open lucht van als hinderlijk ingedeelde inrichtingen van toepassing zijn voor alle geluidsgerelateerde activiteiten van het bedrijf. […] Tabel 3 geeft weer dat gedurende de nacht 1 enkele laad- of losverrichting per uur kan met respect voor de Vlarem II geluidsnormen. Tijdens de avondperiode zijn dit 3 verrichtingen. Voor de dagperiode bedraagt dit aantal 10 verrichtingen per uur, waardoor het bedrijf nagenoeg continu in exploitatie zou zijn en de beoordeling van het Lsp dus niet langer volgens bovenstaande methodiek gebeurt, maar wel volgens de bepaling van Lsp op basis van percentielwaarden of Laeq, T niveaus tijdens exploitatie. Tijdens het plaatsbezoek is meegedeeld dat op dit moment de huurder enkel exploiteert vanuit de voorste, glazen serre. En dat de laad- en losverrichtingen dus ook gebeuren vooraan, naast de waterput. De opgemeten laad- en losverrichtingen zijn op deze locatie uitgevoerd. Vanaf dit najaar echter zal ook de achterste, plastic serre mee in exploitatie genomen worden door dezelfde huurder. Daardoor kan ook gebruik gemaakt worden van de aanwezige overdekte laad- en loszone. De verplaatsing van de laad- en loszone vooraan naar de zone achteraan doet de afstand tussen de beroepers woning en de laad- en loszone ongeveer verdubbelen (van 38m naar 83m). Dit betekent dat het aantal verrichtingen in VII-40.722-7/15 deze achterste zone mag verdubbelen ten opzichte van de zone vooraan om nog steeds de Vlarem II geluidsnormen na te leven. […] Enerzijds is de exploitatie in orde met de Vlarem regelgeving wanneer het aantal avond- en nachtleveringen beperkt blijven zoals hierboven aangegeven. Er stelt zich geen probleem voor de werking overdag. Anderzijds ligt het OOG in het meetpunt duidelijk lager dan de milieukwaliteitsnorm. Dit betekent dat elke verhoging van het geluidsdrukniveau, zelfs wanneer deze tot de wettelijke waarde beperkt is, duidelijk hoorbaar is en mogelijk als hinderlijk kan ervaren worden door omwonenden en kan leiden tot slaapverstoring. Bijgevolg is het zinvol het totaal aantal avondlijke en nachtelijke laad- en losverrichtingen te beperken tot respectievelijk 6 en 2”;
  9. c)de Provinciale Milieudeskundige (algemeen) adviseert om de vergunning te verlenen mits wijziging van de vergunningsvoorwaarden in artikel 3C.3b) en 3C.3c), zoals voorgesteld door de Provinciale Milieudeskundige (geluid);
  10. d)de Provinciale Milieuvergunningscommissie treedt het voornoemde advies van de Provinciale Milieudeskundige bij. 3.14. Op 24 oktober 2019 verleent de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen de vergunning voor een termijn van 20 jaar. Wat betreft de transportactiviteiten wordt de vergunningsvoorwaarde in artikel 3C.3b) vervangen door: “Personenvervoer en vervoer van personen en goederen voor occasionele gebeurtenissen zoals onderhoud of herstellingen, mogen steeds plaatsvinden”. De vergunningsvoorwaarde in artikel 3C.3c) wordt vervangen door: “De exploitant houdt een register van de avondlijke (19u-22u) en nachtelijke (22u-7u) laad- en losverrichtingen bij en houdt dat steeds ter plaatse en ter inzage van de controlerende overheid”. VII-40.722-8/15 Aan artikel 3C worden ook nog de volgende bijzondere voorwaarden toegevoegd: “- Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, dienen motoren van de vrachtwagens tijdens wachtperiodes en periodes van laad- en losactiviteiten te worden stilgelegd, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van toestellen zoals koelinstallaties, pompen, kranen, hefbruggen e.d. - laad- en losverrichtingen gebeuren aan de laad- en loszone achteraan (aan de plastic serre) - er mogen maximaal 2 laad- en/of losverrichtingen per nacht (22u-7u) plaatsvinden - er mogen maximaal 6 laad- en/of losverrichtingen per avond (19u-22u) plaatsvinden”. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 4. In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van de geluidsrichtwaarden opgenomen in bijlage 4.5.5 van Vlarem II. Verzoekster licht toe: “Bijlage 4.5.5 van Vlarem II bepaalt dat de richtwaarden ‘voor het fluctuerend, incidenteel, impulsachtig en intermitterend geluid in open lucht van als hinderlijk ingedeelde inrichtingen niet van toepassing zijn op het in- en uitgaande weg- en luchtverkeer.’ Een parlementaire vraag en antwoord […] geeft aan dat met deze bepaling het openbaar wegverkeer wordt bedoeld en niet het verkeer op de inrichting zelf: ‘Transportbewegingen op een van het openbaar domein afgesloten privé-terrein zijn dus zeker geen wegverkeer en de voorschriften van de bijlage 4.5.5. zijn er ondubbelzinnig op van toepassing, uiteraard indien het gaat om transportbewegingen op inrichtingen die meldings- of milieuvergunningplichtig zijn volgens Vlarem.’ Evenwel, de adviserende geluidsdeskundige meent dat de bepalingen van Bijlage 4.5.5 van Vlarem II precies niet van toepassing zijn. Maar, zoals blijkt uit het antwoord van de Minister, is dit een foute lezing van de genoemde bijlage. Gezien de Deputatie in het overwegend gedeelte, pagina 19, schrijft dat ze het advies van de geluidsdeskundige integraal bijtreedt, -wat ten andere ook VII-40.722-9/15 blijkt uit het beschikkend gedeelte van haar besluit-, miskent de Deputatie de toepasbaarheid van Bijlage 4.5.5 van Vlarem II en dit tevens in het zicht van het arrest van de Raad van State van 11 juni 2015 […] bepalende dat de vergunning waarden had moeten bevatten ter zake van het incidenteel geluid, waarden die precies bepaald worden in Bijlage 4.5.5”. 5. De verwerende partij verwijst in de eerste plaats naar het advies van de provinciale geluidsdeskundige. Vervolgens merkt zij op dat verzoekster haar grief reeds voorheen heeft geuit in een klacht tijdens de bestuurlijke beroepsprocedure, terwijl de inzichten intussen verder zijn gerijpt. Daarnaast benadrukt zij dat de vrachtwagens niet-vergunningsplichtig zijn en geen onderdeel vormen van de voor de betrokken inrichting te vergunnen indelingsrubrieken. De verwerende partij meent dat de bepalingen van Vlarem II correct werden toegepast omdat het gaat om vrachtwagens die enkel het terrein oprijden vanop de openbare weg om geladen of gelost te worden, om vervolgens weer de openbare weg op te rijden, zodat de richtwaarden van bijlage 4.5.5 van Vlarem II niet van toepassing zijn. Ter ondersteuning van haar standpunt wijst zij op het antwoord op een parlementaire vraag van september 2004, waarbij de minister heeft geantwoord dat “zelfs wanneer het gaat om een ingedeelde inrichting - bijvoorbeeld een veehouderij - het geluid van het in- en uitgaande wegverkeer, zijnde alle voertuigen die vanaf de openbare weg het bedrijfsterrein oprijden of omgekeerd, niet onder de toepassing valt van de richtwaarden van deze bijlage 4.5.5”. 6. Verzoekster wederantwoordt dat het in- en uitgaande verkeer op de private terreinen van een ingedeelde inrichting te onderscheiden is van het in- en uitgaande verkeer op de openbare weg ten behoeve van diezelfde ingedeelde inrichting. Zulks zou ondubbelzinnig blijken uit het antwoord op de in het verzoekschrift aangehaalde parlementaire vraag. Voorts stelt zij dat de verwerende partij het geluid van de inrichting enkel aanmerkt als specifiek geluid, terwijl volgens Vlarem II het geproduceerde geluid in voorkomend geval ook beschouwd moet worden als incidenteel, intermitterend, fluctuerend of impulsachtig geluid. Ter zake werd in het arrest van 11 juni 2015 er reeds op gewezen dat de vergunning voorwaarden moest bevatten “die garanderen dat het incidenteel geluid beperkt blijft tot minder VII-40.722-10/15 dan 60dB(A) (50+10) in de avondperiode, en tot minder dan 55dB(A) (45+10) in de nachtperiode”. Volgens haar heeft het geluidsadvies enkel betrekking op het specifiek geluid. Om dat specifiek geluid te bepalen, werd ‘één beweging’ (oprijden, laden/lossen en wegrijden) geanalyseerd tot op secondenniveau. Vervolgens werd bepaald hoeveel laad- en losverrichtingen mogelijk zijn per uur, waarbij de geluidsdeskundige in zijn berekeningen aan één laad- en losverrichting dezelfde betekenis geeft als aan ‘één beweging’. De voorwaarden in de bestreden vergunning spreken echter over laad- en losverrichtingen, ongeacht hoelang deze duren. Men hoeft volgens verzoekster geen deskundige te zijn om in te zien dat de toetsing aan de geldende normen voor het specifiek geluid geen steek houdt, aangezien die benadering tot de conclusie leidt dat 18 nachtelijke laad- en/of losverrichtingen mogelijk zijn. Bovendien, zo stelt zij, is de beoordeling van het specifiek geluid gebrekkig omdat de metingen zijn uitgevoerd met een kleine vrachtwagen, zonder stationair draaiende motor en zonder airco, terwijl door de verwerende partij erkend werd dat ook vrachtwagens van meer dan 10 ton het bedrijf aandoen, die wel uitgerust zijn met draaiende airco’s. De laad- en losactiviteiten vereisen voorts het laten draaien van de voertuigmotoren. Derhalve is er geen meting voorhanden die een werkelijk beeld geeft. Beoordeling 7. Overeenkomstig artikel 1.1.2 van Vlarem II omvat het specifiek geluid van een inrichting ook het geluid of lawaai “voortgebracht door transport, laad- en losverrichtingen, verkeer, het opwarmen en laten draaien van motoren op het terrein van de inrichting, evenals door het in- en uitgaande verkeer”. Het incidenteel geluid slaat volgens dezelfde bepaling op het “geluid waarvan het niveau weinig frequent verhoogt ingevolge gebeurtenissen die langer dan 2 seconden duren; de niveauverhogingen worden gemeten als LAeq, 1s en duren in het totaal niet langer dan 10% van de duur van de desbetreffende beoordelingsperiode(n)”. Bijlage 4.5.5 bij Vlarem II legt de richtwaarden vast voor fluctuerend, incidenteel, impulsachtig en intermitterend geluid in open lucht van VII-40.722-11/15 als hinderlijk ingedeelde inrichtingen en bepaalt dat deze richtwaarden niet van toepassing zijn op het in- en uitgaande weg- en luchtverkeer. 8. Uit de zich aandienende gegevens van het milieuvergunningsdossier blijkt dat er sprake is van een geluidshinderproblematiek veroorzaakt door het laden en lossen van goederen door vrachtwagens en door de werking van airconditioningtoestellen op deze vrachtwagens. Deze bijzondere geluidshinderproblematiek heeft de vergunningverlenende overheid er in het verleden toe aangezet om te onderzoeken of de richtwaarden voor incidenteel geluid worden nageleefd. Uit de actuele bedrijfsprocessen blijkt niet dat dezelfde geluidsbronnen, die moeten voldoen aan de richtwaarden van bijlage 4.5.5 bij Vlarem II, niet meer aanwezig zijn. De omstandigheid dat de verwerende partij bij het nemen van de thans bestreden beslissing is uitgegaan van praktische berekeningen in de plaats van modellen, doet niet anders besluiten. Ook het gegeven dat de laad- en losverrichtingen thans aan de achterzijde van het terrein plaatsvinden, neemt niet weg dat dezelfde geluidsbronnen, die als incidenteel werden aangemerkt, nog steeds aanwezig zijn bij de exploitatie van de betrokken inrichting. 9. Door in de bestreden beslissing te oordelen dat het in- en uitrijdend verkeer tot het specifiek geluid behoort en de richtwaarden voor incidenteel geluid niet van toepassing zijn op het in- en uitgaand verkeer, en door op die grond te besluiten dat bijlage 4.5.4 bij Vlarem II van toepassing is voor “alle” geluidsgerelateerde activiteiten van het bedrijf, gaat de verwerende partij voorbij aan het incidenteel geluid, waarvan voorheen werd aangenomen dat het door de betrokken exploitatie wordt geproduceerd. Aldus onttrekt de verwerende partij zich ten onrechte aan de toepasbaarheid van de richtwaarden vastgelegd in bijlage 4.5.5 bij Vlarem II. 10. Het eerste middel is gegrond. VII-40.722-12/15 V. Verzoek tot toepassing van artikel 36, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State 11. Verzoekster vraagt, in toepassing van artikel 36, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, om het arrest in de plaats te stellen van de bestreden beslissing en de gevraagde vergunning te weigeren. Zij meent dat “de vergunning niet kan verleend worden wegens overschrijding van de [geluids]normen”, dat de verwerende partij “de vergunningverlening [lijkt] te beschouwen als het vooruit afkopen van een onwettige toestand door steeds opnieuw een vergunning te verlenen” en dat de verwerende partij haar appreciatiebevoegdheid heeft uitgeput. 12. Volgens de verwerende partij is een indeplaatsstelling niet aan de orde nu uit uitgevoerde geluidsmetingen duidelijk blijkt dat de geldende normen kunnen worden nageleefd. Beoordeling 13. Artikel 36, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State luidt: “Wanneer de nieuw te nemen beslissing het gevolg is van een gebonden bevoegdheid van de verwerende partij, treedt het arrest in de plaats van die beslissing”. Uit de wetsgeschiedenis van de aangehaalde bepaling blijkt dat de substitutiebevoegdheid om “redenen van efficiëntie” aan de Raad van State werd toegekend, met name wanneer “de nieuw te nemen beslissing het gevolg is van een gebonden bevoegdheid van de bestuurlijke overheid”, waarbij onder meer gedacht wordt aan “de gevallen van feitelijke of a posteriori gebonden bevoegdheden, waaronder de hypotheses volgens dewelke de werking van de wet en bepaalde omstandigheden samen tot gevolg hebben dat het bestuur een welbepaalde beslissing dient te nemen terwijl de wet hem in het begin een zekere appreciatiemarge liet” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 26-27). VII-40.722-13/15 14. Met de in randnummer 7 tot en met 9 vermelde vernietigingsmotieven wordt geen finale uitspraak gedaan over de mogelijkheid tot naleving van de voor de inrichting geldende geluidsnormen. Bijgevolg staat actueel niet vast dat de na dit vernietigingsarrest te nemen vergunningsbeslissing gedetermineerd wordt door een gebonden bevoegdheid van de verwerende partij. De Raad van State gaat niet in op de vraag om, met toepassing van artikel 36, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zijn arrest in de plaats te stellen van de nieuw te nemen beslissing. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 24 oktober 2019 waarbij de bestuurlijke beroepen ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lochristi van 29 januari 2013 houdende het verlenen aan de bvba Plant Trading van de milieuvergunning voor het exploiteren van een tuinbouwbedrijf, gelegen aan de Verleydonckstraat 44A te Lochristi, gedeeltelijk worden ingewilligd. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige. 2. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. 3. Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoekster. VII-40.722-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-40.722-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.625 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.