id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.634 Rolnummer: A. 237141/XII-9262 Zaak: Arrest 254634 - Overheidsopdrachten - 29/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-30 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-10 07:32 Fiche Arrest nr 254.634 van 29 september 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 254.634 van 29 september 2022 in de zaak A. 237.141/XII-9262 In zake: de NV BPOST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bob Martens en Andi Zrza kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën kantoor houdende te 1030 Brussel North Galaxy - Toren B Koning Albert II-laan 33, bus 15 Tussenkomende partij: de NV SYMETA HYBRID bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Teerlinck en Louise Galot kantoor houdend te 1040 Brussel Ijzerlaan 19 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 31 augustus 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de aanbestedende overheid, zijnde de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën (FOD Financiën – Stafdienst Begroting en Beheerscontrole, Team Overheidsopdrachten) d.d. 16 augustus 2022, XII-9262-1/24 waarbij wordt besloten om de offerte van verzoekende partij in het kader van de overheidsopdracht voor diensten, in de vorm van een openbare procedure met als voorwerp ‘de sluiting van een raamovereenkomst voor het verrichten van druk-, couverteer- en verzendingswerkzaamheden voor de deelnemende instanties van de Belgische federale overheid’, voor wat perceel 1 betreft, als tweede te rangschikken in het gunningsklassement (i.p.v. als eerste)”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 12 september 2022 heeft de nv Symeta Hybrid gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 september 2022. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaten Bob Martens en Andi Zrza, die verschijnen voor de verzoekende partij, attaché Selim Dedeli, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Louise Galot, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. XII-9262-2/24 III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft in december 2021 een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp ‘de sluiting van een raamovereenkomst voor het verrichten van druk-, couverteer- en verzendingswerkzaamheden voor de deelnemende instanties van de Belgische federale overheid’. Er wordt gekozen voor een openbare procedure. 3.2. De opdracht is opgedeeld in twee percelen. De onderhavige procedure betreft enkel perceel 1 van de opdracht. Het voorwerp van dit perceel wordt als volgt in het bestek omschreven: “Perceel 1: de uitvoering van transactioneel drukwerk dat momenteel door Fedopress wordt uitgevoerd, met inbegrip van de levering van papier en enveloppen, het couverteren en verzenden van dit drukwerk via een postexploitant, waarbij er wordt getracht om de verzendingskosten te optimaliseren.” 3.3. De volgende gunningscriteria worden opgenomen in het bestek: 1) de kostprijs van de oplossing op 13% en 2) de optimalisering van de postbezorging op 87%. Wat het eerste criterium ‘de kostprijs van de oplossing’ betreft, wordt onder punt C.3.5 ‘Gunningscriteria’ het volgende toegelicht: “Om dit criterium te kunnen berekenen, vult de inschrijver de in bijlage F3 bijgevoegde prijsinventaris in en houdt hij hierbij rekening met de bepalingen van punt C.2.5. Op basis van de productie van Fedopress in 2019 is de weging van de verschillende soorten drukwerk als volgt: Kleur recto: 3,41 % Kleur recto/verso: 91,84 % (1 click recto/verso = 1 recto en 1 verso) Zwart/wit recto: 1,53 % Zwart/wit recto/verso: 3,22 % (1 click recto/verso = 1 recto en 1 verso) En dat, eveneens op basis van de productie van Fedopress in 2019, de weging van de verschillende te couverteren formaten als volgt is: XII-9262-3/24 DL = weging voor couverteren in DL (C5/C6 - Amerikaanse enveloppen): 99,58% C4 = weging voor couverteren in C4: 0,39 % Couverteren in een folie: 0,03 % Gelet op de te verwaarlozen hoeveelheid en de voortdurende vermindering van het aantal couverteeropdrachten met C4-enveloppen en folieverpakkingen, vraagt de FOD Financiën dat de inschrijvers een enkele prijs voor het couverteren met enveloppen indienen en in hun prijs eventueel rekening houden met de mogelijkheid om te moeten couverteren met C4-enveloppen en folieverpakkingen. De punten die toegekend worden voor dit criterium zullen bijgevolg berekend worden op basis van de volgende formule: P1 = prijs van 100 miljoen clicks voor drukopdrachten, met de volgende verdeling: 3.410.000 clicks voor kleur recto + 91.840.000 clicks voor recto/verso + 1.530.000 clicks voor zwart/wit + 3.220.000 clicks voor recto/verso zwart-wit. M1 = prijs van 25 miljoen clicks voor het couverteren volgens de bovenstaande weging. P2 = prijs van 120 miljoen clicks voor het afdrukken volgens de bovenstaande weging. M2 = prijs van 30 miljoen clicks voor het couverteren volgens de bovenstaande weging. P3 = prijs van 140 miljoen clicks voor het afdrukken volgens de bovenstaande weging. M3 = prijs van 35 miljoen clicks voor het couverteren volgens de bovenstaande weging. P4 = prijs van 150 miljoen clicks voor het afdrukken volgens de bovenstaande weging M4 = prijs van 37,5 miljoen clicks voor het couverteren volgens de bovenstaande weging. P5 = Prijs van 4 miljoen clicks voor het afdrukken, uitgevoerd in het kader van een uitzonderlijke productie (zie E.1.2.2.6) M5 = Prijs van 1 miljoen clicks voor het couverteren die worden uitgevoerd in het kader van een uitzonderlijke productie (cf. E.1.2.2.6) en volgens dezelfde verdeling van clicks als voor de gewone producties. Kostprijs van de offerte = 6 % (P1 + M1) + 20 % (P2 + M2) + 30 % (P3 + M3) + 40 % (P4 + M4) + 4 % (P5 + M5) Score voor de kostprijs van de offerte: (Kostprijs van de goedkoopste offerte/kostprijs van de beoordeelde offerte) * 13 % Om de initiële waarde van de opdracht te bepalen en de kostenberekeningsmethode van de inschrijver te controleren, verstrekt de inschrijver een berekening (exclusief eventuele indexering) van de kosten van 1.315.727.632 prints en 363.261.712 DL-enveloppen onder de voorwaarden die hij voorstelt voor de opdracht over een periode van 8 jaar, volgens de hierboven vermelde verdeling van prints en enveloppen (3,41 % enkelzijdig kleur, 91,84 % enkelzijdig/verso kleur...). Deze waarde zal de beginwaarde zijn van het afdrukken en invoegen.” XII-9262-4/24 De opdracht betreft een opdracht tegen prijslijst. De inschrijvers worden in dit kader geacht in hun prijsinventaris “alle mogelijke kosten met inbegrip van de kosten voor het afgeven van enveloppen bij de postexploitant, de administratiekosten,…) te hebben inbegrepen, met uitzondering van de btw”. In punt E. ‘Technische voorschriften’ van het bestek wordt het volgende bepaald (pagina’s 36-37 van het bestek): “ […]” XII-9262-5/24 3.4. Twee inschrijvers dienen een offerte in voor perceel 1 van de opdracht, te weten: de nv Bpost en de nv Symeta Hybrid. 3.5. Op grond van het gunningsverslag opgesteld op 23 februari 2022 beslist de verwerende partij op 8 april 2022 de beide inschrijvers toe te laten deel te nemen aan de raamovereenkomst, waarbij de bestellingen bij voorrang zullen worden toegewezen aan de nv Symeta Hybrid. Nadat de verzoekende partij via e-mailbericht van 12 april 2022 haar bezwaren in verband met de omwisseling van de optimalisatiebedragen per post aan de verwerende partij heeft meegedeeld, beslist deze de voormelde gunningsbeslissing in te trekken bij beslissing van 29 april 2022. 3.6. Op 29 april 2022 beslist de verwerende partij opnieuw, steunend op een nieuw gunningsverslag van dezelfde datum, om de beide inschrijvers toe te laten deel te nemen aan de raamovereenkomst, waarbij de bestellingen bij voorrang zullen worden toegewezen aan de nv Symeta Hybrid. Op 17 mei 2022 stelt de verzoekende partij een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen de voormelde gunningsbeslissing van 29 april 2022. Op 2 juni 2022 wordt de gunningsbeslissing van 29 april 2022 ingetrokken. Op 10 juni 2022 stelt de Raad in arrest nr. 253.955 van 10 juni 2022 vast dat de schorsingsvordering, gelet op de voormelde intrekking, zonder voorwerp is geworden. 3.7. Bij brief van 10 juni 2022 deelt de verzoekende partij aan de verwerende partij omstandig haar wettigheidsbezwaren mee die voorhanden zijn mocht de opdracht opnieuw, voor een derde maal, aan de nv Symeta worden gegund, en stelt zij dat deze offerte integendeel substantieel onregelmatig dient te worden verklaard. XII-9262-6/24 3.8. In het kader van een nieuwe evaluatie van de offertes, stelt de verwerende partij bij brief van 7 juni 2022 aan de nv Symeta Hybrid de volgende vraag in verband met de kostprijs van het drukwerk: “Kunt u in het kader van de evaluatie van de offertes voor perceel 1 van de ‘openbare procedure voor de tenuitvoerlegging van een raamovereenkomst voor het uitvoeren van druk-, enveloppen- en verzendingsopdrachten voor de deelnemende instellingen van de Belgische federale overheidsdienst’ waarvoor u een offerte hebt ingediend, bevestigen dat de opgegeven prijs voor 1.000 recto/verso clicks inderdaad overeenstemt met de prijs voor het drukken van 1.000 recto en 1.000 verso kanten, zoals gevraagd in het bestek? Kunt u daarom bijvoorbeeld bevestigen dat de prijs inclusief BTW van 1000 recto/verso-clicks in kleur, d.w.z. 1000 recto zijden en 1000 versozijden voor een totale productie van 91.840.000 clicks of minder, 7,66 E zal bedragen en niet 15,32 E ?” De nv Symeta Hybrid antwoordt bij brief van 15 juni 2022 als volgt: Vraag 1 : printingprijzen voor recto-verso De in onze offerte aangehaalde prijzen betreffen ‘click’ prijzen, dit wil zeggen prijzen per printzijde (= bladzijde). Dit is de standaardwijze waarop in de printingmarkt prijzen worden gevraagd en aangeboden, en uit de opdrachtdocumenten blijkt inderdaad dat dit de enig mogelijke interpretatie is, zoals hierna in detail zal worden toegelicht. Met name verwijzen wij vooreerst naar de volgende gegevens in de opdrachtdocumenten: - Op pg. 36-37 van het bestek worden de volumes voor 2015-2019 weergegeven. Voor 2019 worden 109.2 mio bladzijden voor 23.3 mio zendingen vermeld, zijnde 4.7 bladzijden per zending; - Op pagina 38 van bestek worden de maximale productievolumes gegeven voor de volgende jaren voor ‘Total finances et externes’, zijnde 150 mio bladzijden; - In de Q&A worden de recente volumes voor 2021 weergegeven: aantal stukken 19.1 mio met 97.6 mio bladzijden of gemiddeld 5 bladzijden en/of 2.5 vellen; - Op p. 17 ‘optimalisering van postbedeling’ is ook sprake van 2 vellen per enveloppe of 4 bladzijden. De volumes van 100 mio of 150 mio kunnen op basis van deze gegevens uit het bestek, en de antwoorden in de Q/A, dan ook niet anders geïnterpreteerd worden dan als bladzijden’ (eenzijdig), waarbij een zending gemiddeld 5 bladzijden bevat. XII-9262-7/24 In de inventaris wordt gevraagd om de prijs op te geven van 1.000 ‘clicks’ voor een jaarlijkse productie van - 91.840.000 clicks of minder; - 91.840.000 tot 110.208.000 clicks; - 110.208.000 clicks to 137.760.000 clicks; - plus 137.760.000 clicks. Op basis van de bovenstaande informatie uit het bestek en de Q/A, kunnen deze ‘clicks’ uitsluitend worden geïnterpreteerd als zijnde bladzijden (eenzijdig). Een andere interpretatie zou verkeerd en onlogisch zijn. Indien namelijk daarentegen de in de inventaris genoemde jaaraantallen zouden geïnterpreteerd worden als ‘vellen’ of ‘tweezijdig’, zou dat betekenen dat er 5 vellen of 10 bladzijden per zending zijn, hetgeen manifest strijdig zou zijn met de jaarhoeveelheden die in het bestek en de Q/A zijn opgegeven. Onze interpretatie wordt trouwens verder bevestigd door de beoordelingsmethode en de berekening van de formules, zoals hieronder wordt uiteengezet. […] Tenslotte merken wij op dat uit de stukken die Bpost heeft bijgebracht bij haar verzoekschrift tot schorsing, blijkt dat de aanbestedende overheid in haar evaluatiemodel en -berekening onze prijzen t.o.v. de vooropgestelde volumes ook op die manier interpreteert om tot een totale offerte prijs te komen van 2.481.797 euro, en dat Bpost ook in haar verzoekschrift en aangepaste berekening nadien dezelfde interpretatie toepast. Wij besluiten dus dat wij, zoals het hoort, als zorgvuldige inschrijver de opdrachtdocumenten in hun logische samenhang hebben gelezen en geïnterpreteerd, en voor zover als nodig merken wij overigens op dat in geval van twijfel het bestek daarbij voorrang heeft op de inventaris. In het licht daarvan en de hierboven ontwikkelde en gestaafde argumentatie op basis van de opdrachtdocumenten, is volgens ons de enige juiste interpretatie dan ook de door ons weerhouden interpretatie. U dient onze prijzen dus als prijzen per printzijde te interpreteren. Een andere interpretatie is immers op basis van de opdrachtdocumenten niet mogelijk en zou in het evaluatiemodel ook leiden tot een verkeerde berekening.” Bij brief van 16 juni 2022 stelt de verwerende partij aan de verzoekende partij de volgende vraag, eveneens in verband met de kostprijs van het drukwerk: “Kunt u in het kader van de evaluatie van de offertes voor perceel 1 van de ‘Openbare procedure voor de sluiting van een raamovereenkomst voor het verrichten van druk-, couverteer- en verzendingswerkzaamheden voor de deelnemende instanties van de Belgische federale overheid’ waarvoor u een offerte hebt ingediend, bevestigen dat de opgegeven prijs voor 1.000 recto/verso clicks ofwel overeenstemt met de prijs van 2 zijden van XII-9262-8/24 een vel (vermenigvuldigd met 1000)? Ofwel met de prijs van één zijde van een vel waardoor de totale facturatieprijs voor 1000 vellen op de opgegeven prijs x 2 x1000 neerkomt? Kunt u daarom bijvoorbeeld bevestigen dat de prijs inclusief BTW van 1000 recto/verso-clicks in kleur, d.w.z. 1000 recto zijden en 1000 verso-zijden voor een totale productie van 91.840.000 clicks of minder, 25,725€ incl. BTW zal bedragen dan wel 12,8625 E of 51,45 E?” Met een brief van 22 juni 2022 antwoordt de verzoekende partij op deze vraag als volgt: “In eerste instantie verzocht U te verduidelijken of de in de offerte opgegeven prijs voor 1.000 clicks recto/verso overeenstemt met hetzij (
- i)de prijs van 2 zijden van een vel (*1000) hetzij met (
- ii)één zijde van een vel (waardoor alles nog eens verdubbeld moet worden, dus * 1000 * 2). Daarbij vroeg U ook om te bevestigen dat de prijs inclusief BTW van 1000 recto/verso-clicks in kleur, d.w.z. 1000 recto zijden en 1000 verso-zijden voor een totale productie van 91.840.000 clicks of minder, 25,725 eur inclusief BTW zal bedragen dan wel 12,8625 of 51,45 eur? bpost bevestigt met dit schrijven, zoals ook blijkt uit de offerte, dat de opgegeven prijs voor 1.000 recto/verso clicks overeenstemt met de prijs van 2 zijden van een vel (vermenigvuldigd met 1000). De prijs inclusief BTW van 1000 recto/verso-clicks in kleur, d.w.z. 1000 recto zijden en 1000 versozijden voor een totale productie van 91.840.000 clicks of minder bedraagt 25,725 eur inclusief BTW. In deze prijs zit ook de aankoop van het papier zelf. Deze prijs is bepaald overeenkomstig de bepalingen van het bestek, in het bijzonder de vermeldingen op p.16 van het bestek: Om dit criterium te kunnen berekenen, vult de inschrijver de in bijlage F3 bijgevoegde prijsinventaris in en houdt hij hierbij rekening met de bepalingen van punt C.2.5. Op basis van de productie van Fedopress in 2019 is de weging van de verschillende soorten drukwerk als volgt: Kleur recto: 3,41 % Kleur recto/verso: 91,84% (1 click recto/verso = 1 recto en 1 verso) Zwart/wit recto: 1,53% Zwart/wit recto/verso: 3,22 % (1 click recto/verso = 1 recto en 1 verso) Aldus valt hieruit zeer duidelijk af te leiden dat ‘1 click recto/verso’ geïnterpreteerd dient te worden als ‘1 recto en 1 verso’ (waarbij het woord ‘en’ in het Bestek zelfs in het vet staat benadrukt). Met andere woorden: 1 click recto/verso is gelijk aan 2 bewegingen, te weten 1 recto en 1 verso. Het is dan ook in dit licht dat bpost haar offerte indiende. Voor alle posten in de inventaris waarbij een prijs werd gevraagd voor een ‘recto/verso’-druk, heeft bpost logischerwijs een ‘dubbele prijs’ opgegeven, zijnde een prijs voor 1 click recto én 1 click verso, zijnde 2 XII-9262-9/24 bladzijden. Voor de loutere recto-inventarisposten gaf bpost dan weer haar reguliere ‘bladzijde’-prijs op. Aldus gaf bpost in de prijsinventaris een prijs per blad (i.e, 2 bladzijden) voor wat betreft de recto/versoposten enerzijds, en een prijs per (enkele) bladzijde voor de loutere recto-posten anderzijds, en dit in lijn met de duidelijke definitie zoals vermeld in het Bestek. Het spreekt voor zich dat een offerte die geen gelijke benadering volgde, in toepassing van artikel 76, § 1, derde lid van het KB Plaatsing substantieel onregelmatig moet worden verklaard nu een dergelijke offerte ‘tot concurrentievervalsing leidt, de beoordeling van de offerte van de inschrijver of de vergelijking ervan met de andere offertes te verhinderen, of de verbintenis van de inschrijver om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren onbestaande, onvolledig of onzeker te maken’. Op basis van het beschikbaar administratief dossier, zoals blijkt uit de voor de Raad van State gevoerde procedure, blijkt de andere inschrijver, Symeta wel degelijk een afwijkend voorstel te hebben gemaakt, waardoor de vergelijkbaarheid niet mogelijk is. Deze offerte dient dan ook als onregelmatig te worden geweerd. Krachtens de vaste rechtspraak van de Raad van State vormt een vraag tot verduidelijking, zoals in casu voorligt, immers geen rechtsbasis om tot een aanpassing van de offerte van Symeta over te gaan nu ‘een inschrijving na de indiening ervan in beginsel niet mag worden aangepast op initiatief van de aanbestedende dienst of van de inschrijver’ en ‘[de] regelmatigheid van de offertes ingediend in het kader van een open aanbesteding dient te worden beoordeeld op grond van de offertes zelf en niet in het licht van aanvullende verklaringen die een wijziging van de offerte inhouden, en dit op straffe van een schending van de gelijke behandeling van de inschrijvers. Dit lijkt des te meer te gelden wanneer die aanvullingen worden verstrekt na de opening van de offertes’ (RvS 2 mei 2022, nr. 253.627; RvS 14 augustus 2015, nr. 232.048).” 3.9. Op 16 juli 2022 wordt een nieuw gunningsverslag opgesteld. Het betreft “de herziening van de evaluatie van perceel 1 van voornoemde opdracht op basis van de offertes zoals ontvangen op de openingsdag van 25 januari 2022”. Met betrekking tot het onderzoek en de evaluatie van de offertes wordt vermeld: “3.2. Onderzoek van de regelmatigheid van de offertes […] Correctie van fouten en materiële vergissingen. Overeenkomstig artikel 34 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende de gunning van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, is de aanbestedende overheid overgegaan tot het rechtzetten van zowel XII-9262-10/24 fouten in de rekenkundige bewerkingen als van zuiver materiële vergissingen; […] Bijgevolg kunnen de offertes van de firma’s Bpost NV en Symeta Hybrid NV onderworpen worden aan het onderzoek van artikel 35 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende de gunning van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren. Prijsonderzoek. Overeenkomstig artikel 35 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende de gunning van overheidsopdrachten in de traditionele sectoren, heeft de aanbestedende overheid de prijzen van de ingediende offertes gecontroleerd. Het in artikel 35 bedoelde prijsonderzoek wordt uitgevoerd zonder gebonden te zijn aan een aanvullend onderzoek (artikel 36) naar abnormale prijzen. Meer in het algemeen is een prijsvergelijking van slechts twee inschrijvingen een onderzoek waarbij de aanbestedende overheid moet afzien van een voortijdige beoordeling van een van beide inschrijvers Om deze reden werden zowel Bpost NV als Symeta Hybrid NV ondervraagd op basis van artikel 35 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 en artikel 84 van de wet van 17 juni 2016. Aangezien de prijzen van de firma Symeta Hybrid N.V. voor recto/verso afdrukken veel lager bleken te zijn dan die van Bpost N.V., werd aan beide firma's gevraagd hun prijzen toe te lichten. Uit de toelichting bleek dat Bpost prijzen voor recto/verso afdrukken […] had verstrekt die overeenkwamen met 2 keer door de printer gaan (2 klikken, 1 klik per kant), terwijl Symeta prijzen had verstrekt die overeenkwamen met een enkele keer door de printer gaan (1 klik). De aanbestedende overheid baseert zich op de tekst van de opdrachtdocumenten en distantieert zich van interpretaties die een foutieve rol hebben gespeeld bij de ingetrokken gunningsbeslissingen. Symeta Hybrid’s interpretatie van het specificeren van de prijs van een zijde voor artikelen uit de prijsinventaris, waarbij de vraagprijs recto/verso is, is gebaseerd op het aantal klikken of, met andere woorden, op de werkelijke productie die bij het opstellen van het bestek het relatieve gewicht van de verschillende prijzen in de weging heeft bepaald. Met andere woorden, alleen als de prijs per zijde wordt aangegeven voor de recto/verso kan men de cijfers krijgen van de totale historische productie of, met andere woorden, het totaal aantal kliks (van het verleden). Het getal 91.840.000 vertegenwoordigt het aantal zijdes (klikken) en niet het aantal vellen. Deze aantallen (klikken) zouden gehalveerd moeten worden als ze een recto/verso afdruk per klik zouden vertegenwoordigen. De prijsofferte van Symeta is dan ook de enige juiste lezing van het bestek. Bpost gaf echter duidelijk aan dat zij de prijzen voor een recto/verso afdruk had beschouwd als 1 prijs voor 2 klikken (1 recto en 1 verso). De aanbestedende overheid besloot daarom de door Bpost opgegeven prijzen door 2 te delen om de prijsvergelijking voor de gunning van de opdracht mogelijk te maken. XII-9262-11/24 Evenzo merkte de aanbestedende overheid op dat de prijzen voor het onder enveloppe brengen van Bpost veel lager waren dan die van Symeta N.V. en vroeg hij Bpost te bevestigen dat de aangeboden prijs alle elementen dekte die in het bestek waren vermeld, namelijk de prijs van de enveloppen, hun eventuele personalisatie en levering aan het postkantoor, wat Bpost bevestigde. Overwegende dat de aanbestedende overheid van oordeel is dat de door de inschrijvers voorgestelde prijzen het mogelijk maken de openbare procedure uit te voeren voor de totstandkoming van een raamovereenkomst die tot doel heeft de uitvoering van drukwerk, het couverteren en de verzendingswerkzaamheden voor de deelnemende organisaties van het Belgische federale overheid zoals beschreven in het bestek met de referentie S&L/DN2020/080; de prijzen aangeboden door de firma’s Bpost N.V. en Symeta Hybrid N.V. worden door de aanbestedende overheid normaal geacht. Conclusie over de regelmatigheid Gezien het voorgaande; Overeenkomstig artikel 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten in de traditionele sectoren; Worden de volgende offertes van de hiernavolgende inschrijvers als regelmatig aangemerkt: Inschrijvers 1 Bpost NV 2 Symeta Hybrid NV 3.3. Onderzoek van de offertes met betrekking tot het gunningscriterium Voor de keuze van de economisch meest interessante offerte, worden de regelmatige offertes aan het gunningscriterium ‘prijs’ getoetst. Methode ter bepaling van de voordeligste offerte De gunningscriteria zijn: Criteria Weging 1. De kosten voor het drukken en couverteren 13% 2. Optimalisering van de postbezorging 87% Methode voor het bepalen van de meest voordelige offerte voor perceel 1 1. De kosten voor het drukken en couverteren (13/100) Om dit criterium te kunnen berekenen, vult de inschrijver de in bijlage F3 bijgevoegde prijsinventaris in en houdt hij hierbij rekening met de bepalingen van punt C.2.5. Op basis van de productie van Fedopress in 2019 is de weging van de verschillende soorten drukwerk als volgt: Kleur recto: 3,41 % Kleur recto/verso: 91,84 % (1 click recto/verso = 1 recto en 1 verso) Dit betekent dat de prijs geldt per zijde en dat de prijs moet worden verdubbeld om de prijs te berekenen voor een aan beide zijden bedrukt XII-9262-12/24 document. Voor het gunningscriterium is, zoals gezegd, de prijs per klik die in aanmerking wordt genomen, de prijs voor slechts één zijde Zwart/wit recto: 1,53 % Zwart/wit recto/verso: 3,22 % (1 click recto/verso = 1 recto en 1 verso) Dit betekent dat de prijs geldt per zijde en dat de prijs moet worden verdubbeld om de prijs te berekenen voor een aan beide zijden bedrukt document. Voor het gunningscriterium is, zoals gezegd, de prijs per klik die in aanmerking wordt genomen, de prijs voor slechts één zijde. Eveneens op basis van de productie van Fedopress in 2019, is de weging van de verschillende te couverteren formaten als volgt: […] De punten die toegekend worden voor dit criterium zullen bijgevolg berekend worden op basis van de volgende formule: […] Kostprijs van de offerte = 6% (P1 + M1) + 20% (P2 + M2) + 30% (P3 + M3) + 40% (P4 + M4) + 4% (P5 + M5) Score voor de kostprijs van de offerte: (Kostprijs van de goedkoopste offerte/kostprijs van de beoordeelde offerte) * 13 % Om de initiële waarde van de opdracht te bepalen en de kostenberekeningsmethode van de inschrijver te controleren, verstrekt de inschrijver een berekening (exclusief eventuele indexering) van de kosten van 1.315.727.632 prints en 363.261.712 keer couverteren in DL enveloppen onder de voorwaarden die hij voorstelt voor de opdracht over een periode van 8 jaar, volgens de hierboven vermelde verdeling van prints en enveloppen (3,41 % recto kleur, 91,84 % recto/verso kleur...). Deze waarde zal de beginwaarde zijn van het afdrukken en couverteren. Details van de berekeningen voor Bpost N.V.: […] Details van de berekeningen voor Symeta Hvbrid N.V.: […] Gewogen score (op 13) voor afdrukken en couverteren: Symeta Hybrid N.V.: 1*13 = 13 Bpost: 0,9243017 * 13 = 12,0159221. 2. De optimalisering van de postbezorging (87/100) […] Eindscore (100/100) Eindscore = Score van de kost van de offerte + Score van de optimalisering van de postbezorging Symeta Hybrid N.V. krijgt de hoogste score. Beoordelingen kunnen als volgt worden samengevat: Inschrijvers Score afdruk en Score post optimalisatie Totale score couverteren (13/100) (87/100)
(100)Bpost N.V. 12,0159221 87 99,0159221 (2 673 933,755 €) (107 732 980 €) Symeta Hybrid N.V. 13 86,9692256 99,9692256 (2471 521,532 €) (107 694 910€) ” XII-9262-13/24 3.10. Op 16 augustus 2022 beslist de verwerende partij opnieuw, steunend op het gunningsverslag van 16 juli 2022, om de beide inschrijvers toe te laten deel te nemen aan de raamovereenkomst, waarbij de bestellingen bij voorrang zullen worden toegewezen aan de nv Symeta Hybrid. Dit is de bestreden beslissing. IV. Tussenkomst 4. De nv Symeta Hybrid blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VI. Ontvankelijkheid van de vordering 6. Volgens de tussenkomende partij is de vordering tot schorsing in zijn geheel onontvankelijk omdat de offerte van de verzoekende partij substantieel onregelmatig is door prijzen op te geven die niet overeenstemmen met wat gevraagd werd in het bestek. Zij stelt, verwijzend naar artikel 76 van het koninklijk besluit plaatsing 2017, dat de verzoekende partij een substantieel onregelmatige offerte heeft ingediend, aangezien deze van aard is de beoordeling ervan of de vergelijking ervan met de andere offertes te verhinderen. XII-9262-14/24 7. Een dergelijke exceptie wordt maar aangenomen wanneer ze voor de Raad een onbetwistbaar karakter heeft. De verwerende partij heeft de offerte van de verzoekende partij in de loop van de gunningsprocedure niet substantieel onregelmatig verklaard, maar haar integendeel, blijkens de bestreden beslissing, toegelaten om deel te nemen aan de raamovereenkomst. De exceptie houdt te dezen ook verband met de grond van de zaak, waarin de verzoekende partij precies aanvoert dat het bestek een klaarblijkelijke interne contradictie zou bevatten wat de betekenis en draagwijdte van het begrip kostprijs per “click” betreft. 8. De exceptie kan om die redenen niet worden aangenomen. VII. Onderzoek van het derde middel, eerste onderdeel Standpunt van de partijen 9. In een derde middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 4 en 81, §§ 1 en 2, van de wet overheidsopdrachten 2016, artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit plaatsing 2017, het beginsel ‘patere legem quam ipse fecisti’, het transparantiebeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het zuinigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij acht deze bepalingen en beginselen geschonden; “Doordat beide inschrijvers voor perceel 1 in dezen kennelijk de belangrijke betekenis (en waarde) van ‘1 click’ op een verschillende wijze hebben geïnterpreteerd, hetgeen (
- i)een rechtstreekse en belangrijke impact heeft op de beoordeling van het prijscriterium, waardoor (
- ii)geen objectieve vergelijking tussen de offertes mogelijk was (eerste middelonderdeel), met als gevolg dat verwerende partij unilateraal en eenzijdig tot verboden prijsaanpassingen van de beide offertes diende over te gaan (cfr. tweede middel); […] Terwijl besteksbepalingen op een zodanige wijze moeten worden geformuleerd dat zij duidelijk, nauwkeurig en ondubbelzinnig zijn, zodat iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver de juiste draagwijdte ervan kan begrijpen en iedere bepaling op eenzelfde manier kan interpreteren, a fortiori wat een dergelijk cruciaal gunningscriterium XII-9262-15/24 als het prijscriterium betreft, dat rechtstreeks aan de gelijkheid der inschrijvers raakt.” Zij benadrukt in haar toelichting dat uit de gevestigde rechtspraak van zowel het Hof van Justitie van de Europese Unie als de Raad van State volgt dat besteksbepalingen op een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze dienen te worden geformuleerd opdat zij door iedere redelijk geïnformeerde inschrijver op een uniforme wijze kunnen worden geïnterpreteerd. Dit vloeit voort vanuit de noodzaak voor inschrijvers om te kunnen bepalen hoe zij het best aan deze criteria kunnen beantwoorden en op welke wijze zij hun offerte moeten opstellen. Te dezen is dit kernprincipe volgens de verzoekende partij niet nageleefd, aangezien het bestek een klaarblijkelijke interne contradictie bevat wat de interpretatie van de betekenis en draagwijdte van het begrip “click” betreft. Nochtans is de interpretatie van dit begrip van cruciaal belang, nu de berekening van het prijscriterium geschiedt op basis van een formule die uitsluitend is gesteund op de kostprijs per “click”. De verzoekende partij verwijst naar pagina 16 van het bestek waaruit volgens haar heel duidelijk is af te leiden dat “‘1 click recto/verso’ geïnterpreteerd dient te worden als ‘1 recto en 1 verso’ (waarbij het woord ‘en’ in het bestek zelfs in het vet staat benadrukt)”. “Met andere woorden: 1 click recto/verso is gelijk aan 2 bewegingen, te weten 1 recto en 1 verso (en dus in wezen: 2 clicks)”. Het is dan ook in dit licht dat de verzoekende partij haar offerte indiende. Voor alle posten in de inventaris waarbij een prijs werd gevraagd voor een “recto/verso”-druk, heeft zij logischerwijs een prijs opgegeven voor 1 click recto én 1 click verso, zijnde 2 bladzijden. Voor de loutere recto-inventarisposten gaf de verzoekende partij dan weer haar reguliere “bladzijde”- prijs op (zonder zulks te verdubbelen). Aldus gaf de verzoekende partij in de prijsinventaris een prijs per blad (i.e. 2 bladzijden = 1 recto én 1 verso) voor wat betreft de recto/verso-posten enerzijds, en een prijs per (enkele) bladzijde voor de loutere recto-posten anderzijds, en dit in lijn met de duidelijke definitie zoals vermeld in het bestek. XII-9262-16/24 Eén en ander werd volgens de verzoekende partij evenwel kennelijk anders geïnterpreteerd door de gekozen inschrijver, die per “click recto/verso” geen dubbele prijzen aanrekende, doch ook hiervoor slechts een (enkele) “bladzijde”-prijs in plaats van een “bladprijs” heeft opgegeven. Het voorgaande is des te meer relevant nu het aantal “recto/verso”-posten waarvoor een prijs moet worden opgegeven maar liefst 95% van de gevraagde clicks behelst. Bij wijze van illustratie verwijst de verzoekende partij naar de prijzen die de gekozen inschrijver heeft opgegeven voor P1 voor 1000 recto/verso-kopies in het zwart enerzijds, en 1000 recto kopies in het zwart anderzijds, en waaruit kan worden afgeleid dat enkelzijdig afdrukken (11,37 euro) bij haar blijkbaar méér zou kosten dan dubbelzijdig afdrukken (7,08 euro). De verzoekende partij meent dat deze verschillende interpretatie mogelijks te verklaren is door een interne contradictie in het bestek. Hoewel het bestek immers op pagina 16 duidelijk vermeldt dat “1 click recto/verso” geïnterpreteerd dient te worden als “1 recto en 1 verso”, lijken de pagina’s 36-37 van het bestek, die de technische voorschriften voor perceel 1 van de opdracht behelzen, het tegendeel te suggereren. Op pagina 36 in fine wordt immers uitdrukkelijk melding gemaakt van “aantal bladzijden”, hetgeen op pagina 37 van het bestek wordt gelinkt aan het aantal “clicks” (zowel in kleur, als wit/zwart), waardoor mogelijks ook beargumenteerd kan worden dat “1 click recto/verso” in wezen geen volledig blad met twee bewegingen inhoudt (“1 recto én 1 verso”) zoals vermeld op pagina 16 van het Bestek, doch slechts 1 enkele bladzijde, zoals vermeld staat op pagina’s 36-37 van het bestek. Het bestek is bijgevolg niet op een nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze geformuleerd opdat iedere redelijk geïnformeerde inschrijver op een uniforme wijze kan interpreteren wat “1 click recto/verso” nu precies inhoudt, wat de onvergelijkbaarheid van de ingediende offertes tot gevolg heeft. Dit euvel wordt ook zelf door de verwerende partij in het gunningsverslag erkend en heeft zelfs aanleiding gegeven tot een halvering van de offerte van de verzoekende partij om “de prijsvergelijking voor de gunning van de opdracht mogelijk te maken”. XII-9262-17/24 De verzoekende partij besluit dat aldus geen objectieve vergelijking van de ingediende offertes mogelijk was, “nu deze vergelijking op heden gebeurt op basis van een manifest gebrekkig en contradictoir Bestek”. De verwerende partij kon dit volgens haar niet op eigen initiatief rechtzetten door eenvoudigweg de offerteprijzen van de verzoekende partij te halveren, werkwijze die in het tweede middel wordt bekritiseerd. 10. In haar nota werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het derde middel op. Zij verwijst naar de Labonorm-rechtspraak (arrest Labonorm, nr. 152.173 van 2 december 2005) en de latere nuancering op die rechtspraak. Te dezen stond de verzoekende partij niets in de weg om het bestek, dat een voorbeslissing betreft, meteen aan te vechten. Door dit pas te doen nadat zij naast de opdracht grijpt, heeft zij de zorgvuldigheids- en diligentieplicht geschonden. Wat het eerste onderdeel van het derde middel betreft, repliceert de verwerende partij dat zij de betrokken inschrijvers om bijkomende informatie heeft gevraagd “na te hebben vastgesteld dat de beide inschrijvers het bestek, wat betreft de concepten clicks en recto/verso, op een verschillende manier hebben geïnterpreteerd”. Naar aanleiding van de gegeven antwoorden kon zij met zekerheid vaststellen dat de beide inschrijvers de notie click en recto/verso anders hebben begrepen, namelijk dat de verzoekende partij onder een “click recto/verso” twee afgedrukte zijden heeft verstaan, en de gekozen inschrijver dezelfde notie als één afgedrukte zijde heeft geïnterpreteerd. Om de beide offertes te kunnen vergelijken, heeft zij ervoor gekozen, op grond van haar discretionaire bevoegdheid, om de prijsopgave van de verzoekende partij te delen door twee, wat een eenvoudige wiskundige berekening betreft, om zodoende een objectieve vergelijking mogelijk te maken. De opmerking van de verzoekende partij dat de gekozen inschrijver een prijs zou bieden van 7,08 euro voor 1000 dubbelzijdige afdrukken en van 11,37 euro voor 1000 enkelzijde afdrukken, berust op een onjuiste interpretatie van het bestek: de prijs van 7,08 euro is die van 1000 zijden op recto/verso basis, wat betekent dat 2000 zijden dan 14,08 euro zouden kosten, dit is meer dan 11,37 euro. XII-9262-18/24 11. Ook de tussenkomende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van het middel op, verwijzend naar de voorafgaande meldingsplicht in geval van fouten of leemten in de opdrachtdocumenten die de prijsberekening of de prijsvergelijking onmogelijk maken, vervat in artikel 81 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017). Artikel 80 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 voorziet bovendien in een hiërarchie tussen de opdrachtdocumenten waarmee de inschrijvers in geval van (vermeende) tegenstrijdigheid rekening moeten houden. Artikel 82 van hetzelfde besluit bepaalt dat een inschrijver zich na de indiening van zijn offerte niet meer op fouten of leemten in de samenvattende opmeting of inventaris kan beroepen, noch op de fouten die in zijn eigen offerte voorkomen. De “Labonormrechtspraak” betreft volgens de tussenkomende partij niet de toepassing van voornoemd artikel 81 en is volgens haar dan ook irrelevant voor deze zaak. Wat de ernst van het eerste onderdeel van het derde middel betreft, licht de tussenkomende partij toe waarom haar interpretatie de enige juiste is, middels citaat van haar brief van 15 juni 2022 aan de verwerende partij. Voorts betwist zij de bewering van de verzoekende partij dat bij de tussenkomende partij enkelzijdig afdrukken meer zou kosten dan dubbelzijdig afdrukken. De in haar offerte opgegeven prijzen voor de recto/verso zijn immers prijzen per bladzijde (eenzijdig) en niet per vel (tweezijdig). Beoordeling Wat de excepties betreft 12. Onrechtmatigheden die een inschrijver aan een besteksbepaling verwijt, mogen in beginsel nog op ontvankelijke wijze worden aangevoerd tegen latere beslissingen in het kader van een plaatsingsprocedure. Zo ook is het de verzoekende partij in deze zaak in beginsel toegestaan om onrechtmatigheden die zij aan een bepaling van het bestek verwijt, op ontvankelijke wijze in te roepen tegen een latere gunningsbeslissing. XII-9262-19/24 13. De zienswijze van de verwerende partij dat de verzoekende partij onzorgvuldig of niet diligent zou hebben gehandeld door niet onmiddellijk – dit is vóór de indiening van haar offerte – bezwaar te doen gelden tegen de bekritiseerde bestekseis, overtuigt niet en wordt tegengesproken door het dossier. Vooreerst slaagt de verwerende partij er niet in om aan te tonen dat het om een meteen zichtbaar wettigheidsbezwaar gaat. Hierna zal blijken dat de kwestieuze besteksbepaling allerminst duidelijk en ondubbelzinnig is geformuleerd. Een mogelijke verschillende interpretatie ervan was dan ook niet dermate evident dat een inschrijver zou kunnen worden verweten niet onmiddellijk de aanbestedende overheid of de rechter te adiëren, te meer omdat de verzoekende partij slechts bij kennisname van het gunningsverslag volledig inzicht kon krijgen in de wijze waarop het kwestieuze gunningscriterium werd ingevuld. Het is in de eerste plaats aan de aanbestedende overheid om duidelijk en ondubbelzinnig te communiceren aangaande wat van een inschrijver wordt verwacht, wat te dezen niet het geval is. Dit klemt des te meer nu de verwerende partij de twee volledig verschillende interpretaties heeft vastgesteld en het zelfs nodig achtte om hierover inlichtingen in te winnen bij de inschrijvers. Voorts blijkt uit de stukken van het dossier dat de verzoekende partij, bij brief van 10 juni 2022, op gemotiveerde wijze de interne contradicties in het bestek bij de verwerende partij heeft aangekaart, waardoor bezwaarlijk kan worden beweerd dat de verzoekende partij niet diligent heeft gehandeld. 14. De uitdrukkelijke verwijzing door de tussenkomende partij naar de meldingsplicht opgenomen in artikel 81 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 doet op het eerste gezicht niet anders besluiten. Te dezen lijkt op het eerste gezicht immers geen sprake te zijn van een fout of leemte in het bestek, wel van een onduidelijke besteksbepaling die aanleiding geeft tot verschillende interpretaties. 15. De excepties worden verworpen. Wat de ernst van het middelonderdeel betreft XII-9262-20/24 16. Het eerste onderdeel van het derde middel is gericht tegen het bestek. Overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’, behandelen de aanbesteders de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en handelen zij op een transparante en proportionele wijze. Zowel de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie als het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel impliceren dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze zodat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte ervan kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier kunnen interpreteren en de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria die op de betrokken opdracht van toepassing zijn. 17. Toegepast op deze zaak mag hieruit worden afgeleid dat in het kader van de prijsvergelijking de inschrijvers vooraf ondubbelzinnig dienen te weten wat zij moeten begrijpen onder een “click”, opdat zij hun offerte kunnen afstemmen op dit punt. Het bestek lijkt op dat vlak tekort te schieten. De interpretatie die de gekozen inschrijver voorstaat, namelijk dat het aantal clicks overeenstemt met het aantal zijdes, lijkt op het eerste gezicht overeen te stemmen met de technische voorschriften van het bestek. Zo wordt daarin als voorbeeld gegeven dat in 2019 een totaal van 109.169.858 “bladzijden” werd gedrukt, waarna vervolgens, teneinde de pieken op jaarbasis te verduidelijken, het aantal “clicks kleur” en het aantal “clicks zwart/wit” voor dat jaar wordt weergegeven; de optelsom van die hoeveelheden “clicks”, namelijk 108.762.152, stemt ongeveer overeen met het aantal “bladzijden” voor dat jaar. Bijgevolg lijkt uit deze technische bepalingen op het eerste gezicht te kunnen XII-9262-21/24 worden afgeleid, zoals de tussenkomende partij (ook op andere gronden) heeft gedaan, dat er een parallellisme is tussen een “click” en een “bladzijde”. De interpretatie die de verzoekende partij voorstaat – en overigens in tempore non suspecto ook de aanbestedende overheid zelf blijkens haar brief van 7 juni 2022 aan de verzoekende partij – namelijk dat “1 click recto/verso” gelijk is aan twee bewegingen en bijgevolg een prijs diende te worden opgegeven voor twee “bladzijden”, lijkt op het eerste gezicht logisch voort te vloeien uit de omschrijving van het gunningscriterium ‘kostprijs van de oplossing’ in het bestek, waarin uitdrukkelijk wordt bepaald: “1 click recto/verso = 1 recto en 1 verso”. 18. De uitvoerige argumentatie die de verwerende en tussenkomende partijen ontwikkelen om te stellen dat hun interpretatie de enige juiste is, lijkt op het eerste gezicht niet terzake te doen. Het feit dat de beide inschrijvers, op het eerste gezicht niet op onredelijke wijze, een volledig verschillende interpretatie hebben gegeven aan het begrip “1 click recto/verso” toont op het eerste gezicht reeds aan dat het bestek op dit cruciaal punt niet nauwkeurig en op ondubbelzinnige wijze is geformuleerd. Blijkens het gunningsverslag heeft de verwerende partij deze verschillende interpretaties van het bestek, waardoor een prijsvergelijking onmogelijk is, overigens erkend. De invulling van het begrip “1 click recto/verso” lijkt op het eerste gezicht een essentieel gegeven, waarover bij alle inschrijvers van tevoren duidelijkheid had dienen te bestaan zodat zij er rekening mee konden houden bij het opstellen van hun offerte. Het betreft een gegeven dat fundamenteel lijkt voor zowel de prijsopgave door de inschrijvers als voor de berekening van de kostprijs van de offertes volgens de in het bestek bepaalde beoordelingsmethode. Door de hierboven geschetste onduidelijkheid in het bestek, waardoor geen objectieve prijsvergelijking van de ingediende offertes mogelijk is, lijkt de verwerende partij gehandeld te hebben in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel. XII-9262-22/24 Ten overvloede weze vastgesteld dat de verzoekende partij daarbij op het eerste gezicht aannemelijk maakt dat de interpretatie die aan het begrip “1 click recto/verso” wordt gegeven, een invloed kan hebben op de prijszetting, minstens overtuigen de verwerende en de tussenkomende partijen niet van het tegendeel. Bijgevolg lijkt een loutere halvering van de door de verzoekende partij opgegeven prijs een objectieve prijsvergelijking nog niet mogelijk te maken, doch dient het voornoemd gebrek eerst in het bestek zelf te worden rechtgezet. Besluit 19. Het eerste onderdeel van het derde middel is ernstig. Het ernstig bevinden ervan volstaat om tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te besluiten. Het is niet nodig om de andere onderdelen van het derde middel of de andere middelen te onderzoeken, nu die niet tot een ruimere schorsing kunnen leiden. BESLISSING 1. Het verzoek van de nv Symeta Hybrid tot tussenkomst wordt ingewilligd. 2. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de minister van Financiën, vertegenwoordigd door de FOD Financiën, van 16 augustus 2022 om de nv Bpost en de nv Symeta Hybrid toe te laten deel te nemen aan de raamovereenkomst ‘voor het verrichten van druk-, couverteer- en verzendingswerkzaamheden voor de deelnemende instanties van de Belgische federale overheid’, waarbij de bestellingen bij voorrang zullen worden toegewezen aan de nv Symeta Hybrid. XII-9262-23/24 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Patricia De Somere XII-9262-24/24 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.634 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.442 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div