id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.635 Rolnummer: A. 237278/IX-10118 Zaak: Arrest 254635 - Examens (onderwijs) - 29/09/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-09-30 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-10 07:32 Fiche Arrest nr 254.635 van 29 september 2022 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 254.635 van 29 september 2022 in de zaak A. 237.278/IX-10.118 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Myriam Van den Abeele kantoor houdend te 9000 Gent Nieuwebosstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie, Thomas Fiers en Jade Leenaert kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 16 september 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepsinstantie van het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts van 25 augustus 2022 waarbij het beroep van XXXX ongegrond wordt verklaard en de eerder door de examencommissie genomen beslissing dat zij op het examen 125 op 240 punten behaalt en niet gunstig is gerangschikt, wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.118-1/25 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 september 2022, om 10.00 uur. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Myriam Van den Abeele, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Sofie Logie, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
- III. Regelgeving en feiten 3.
- De Vlaamse Regering organiseert jaarlijks een toelatingsexamen voor de opleiding tot arts (artikel II.187, § 6, 1° en 3°, van de Codex Hoger Onderwijs en artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018 ‘houdende de organisatie van het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts’). Dat toelatingsexamen beoogt het toetsen van de bekwaamheid van de studenten om een geneeskundige opleiding met succes af te ronden. Een gunstige rangschikking op grond van dit examen geldt als een “bijkomende toelatingsvoorwaarde” voor inschrijving in een bacheloropleiding in het studiegebied Geneeskunde (artikel II.187, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs). Het examen bestaat uit twee onderdelen: vooreerst een onderdeel ‘wetenschappelijke kennis en inzicht in de vakken biologie, fysica, chemie en IX-10.118-2/25 wiskunde (KIW)’ (hierna: ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’) en voorts een onderdeel ‘generieke competenties die aansluiten bij themata uit de beroepspraktijk van artsen (GC)’ (hierna: ‘generieke competenties’) (artikel II.187, § 5, van de Codex Hoger Onderwijs en artikel 22, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). Deze twee onderdelen van het examen hebben hetzelfde gewicht (artikel 27, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). Het examen is vergelijkend van aard. De kandidaten die ten minste de helft van de bepaalde punten behalen op alle onderdelen van het examen zijn geslaagd. De geslaagde kandidaten worden gerangschikt in volgorde van de behaalde numerieke score. De geslaagde kandidaten met de hoogste behaalde scores worden gunstig gerangschikt, rekening houdend met het vooropgestelde quotum, dat thans 1276 bedraagt (besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2020 ‘tot vastlegging van het startquotum voor de opleiding arts en voor de opleiding tandarts’). Is het aantal geslaagde kandidaten hoger dan het vooropgestelde quotum, dan wordt een cesuur getrokken. Dit gebeurt principieel tussen de kandidaten met een verschillend examenresultaat (artikel II.187, §§ 3 en 4, van de Codex Hoger Onderwijs). Alle vragen van het toelatingsexamen zijn meerkeuzevragen met vier antwoordmogelijkheden per vraag. Slechts één antwoordmogelijkheid per vraag is juist. Een juist antwoord levert positieve punten op, een fout antwoord levert negatieve punten op en geen antwoord levert nul punten op (artikel 27, vierde lid, 1° en 2°, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). 3.
- Nadere voorschriften met betrekking tot het toelatingsexamen georganiseerd in 2022 zijn door de examencommissie vastgesteld in het ‘Werkingsreglement en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2022’ (hierna: het werkings- en examenreglement). IX-10.118-3/25 Luidens artikel 49 van dat reglement bestaat het examenonderdeel ‘generieke competenties’ uit twee toetsen: ‘clear’ en ‘vaardig’. ‘Clear’ staat voor “Conflicthantering, Luistervaardigheid, Empathie, Aandacht, Reflectie en Respect”. De desbetreffende proef toetst “de (inter)persoonlijke vaardigheden die voor een arts […] van belang zijn”. ‘Vaardig’ staat voor “Verbinden, AnAlyseren, ReDeneren, InteGreren”. De kandidaten krijgen “vragen over een korte wetenschappelijke tekst met bijhorende figuren over een gezondheidsthema”. 3.
- Verzoekster neemt op 5 juli 2022 deel aan het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts. 3.
- Verzoekster behaalt een score van 73 op 120 punten voor het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’, 52 op 120 punten voor het examenonderdeel ‘generieke competenties’ en 125 op 240 punten in het totaal. De cesuur is door de examencommissie bepaald op 133 punten. De examencommissie besluit dat verzoekster niet gunstig gerangschikt is om te worden toegelaten tot de beoogde opleiding, omdat zij niet geslaagd is voor het examenonderdeel ‘generieke competenties’. 3.
- Verzoekster stelt op 20 juli 2022 tegen de beslissing van de examencommissie over haar examenresultaat een beroep in bij de “interne beroepsinstantie” (hierna: de beroepsinstantie), die luidens artikel 67 van het werkings- en examenreglement is samengesteld uit “de examencommissie met de voorzitter van de examencommissie als voorzitter”. IX-10.118-4/25 In haar beroepschrift vermeldt verzoekster vooreerst de volgende “feitelijke situering”: “
- Op 5 juli 2022 nam XXXX deel aan het toelatingsexamen arts in het Sint-Victorinstituut te Alsemberg. Samen met een 10 á 12-tal andere deelnemers was zij toegewezen aan het lokaal F01.
- Het examenonderdeel Kennis en Inzicht in de Wetenschappen (KIW) kende een vlot verloop. Dit was tevens het geval voor het subonderdeel ‘Clear’ van het examenonderdeel Generieke Competenties.
- Bij het laatste subonderdeel ‘Vaardig’ ondervond verzoekster evenwel ernstige technische problemen met de hardware en/of software van haar computer. Verzoekster bleef daarbij gedurende in totaal 45 minuten (eerste storing bij aanvang van het examenonderdeel = 30 minuten; tweede storing tijdens het afleggen van het examenonderdeel = 15 minuten) verstoken van enige informatie, met name inzake de manier waarop dit technisch euvel opgelost zou worden, de mogelijke duurtijd van een gebeurlijke herstelling en of haar intussen de mogelijkheid zou worden geboden het examen op papier op te lossen. Anders gezegd diende zij te wachten zonder meer. Deze vragen stellen, werd haar door de toezichthouders niet toegestaan. Pas na de tweede storing werd haar uiteindelijk meegedeeld dat zij 45 minuten extra examentijd toegekend zou krijgen.
- Deze situatie, met name de herhaaldelijke technische storingen en het daarbij verstoken blijven van enige informatie, had een onredelijk zware, negatieve impact op de omstandigheden waarin verzoekster dit examenonderdeel diende af te leggen, dit in vergelijking met haar mededeelnemers. Verzoekster diende het examen af te leggen in kennelijk ongunstiger omstandigheden dan deze laatsten, met name ten gevolge van in concreto: → Na afloop van de tweede storing diende zij, vooraleer verder te kunnen werken aan het examen, samen met de toezichthouders na te zien welke antwoorden reeds opgeslagen waren en welke niet, daarbij heerste er onduidelijkheid hoe dit nagezien kon worden. Voor deze verloren tijd werd verzoekster niet gecompenseerd. → Het betreffende subonderdeel betreft een tekstanalyse. Zij diende zich opnieuw te oriënteren in de tekst, de concentratie logischerwijze fundamenteel ernstig verstoord en onderbroken door de storing. Concreet diende zij, alvorens terug over te gaan tot het beantwoorden van de vragen, de tekst vooreerst grondig opnieuw te herlezen. Deze grondige herneming van de tekst was niet nodig geweest, had de storing niet plaatsgevonden. Dit subonderdeel betrof het onderdeel van het examen bij uitstek dat baat had bij een langdurige en ononderbroken concentratie[s]panne. Immers betrof het een geheel van inhoudelijk van elkaar onafhankelijke vragen. Alle vragen handelden over dezelfde tekst, waarbij de vaardigheden diepgaander redeneren, nieuwe verbanden IX-10.118-5/25 leggen en verschillende delen integreren, werden getest. (cfr. art. 49 WER) Voor deze verloren tijd werd verzoekster evenmin gecompenseerd. → Op het moment dat de bijkomend verkregen examentijd van 45 minuten voor verzoekster inging, werd door de andere deelnemers in het lokaal het betreffende examenonderdeel afgesloten. Eén voor één verlieten zij het lokaal, waarbij zij rechtstonden, hun stoelen verplaatsten, hun gerief verzamelden, enkele woorden tegen elkaar of de toezichthouders zegden en uiteindelijk het lokaal één voor één verlieten. Verzoekster had dan wel oordoppen ter beschikking, de visuele en licht auditieve onrust die dit veroorzaakte, impacteerde haar reeds op de proef gestelde concentratievermogen opnieuw op negatieve wijze. → Nadat de andere deelnemers het lokaal hadden verlaten, diende zich driemaal naeen een persoon van de examenorganisatie aan in het examenlokaal. Zij hielden kortbij de plaats waar XXXX zat met de toezichthouder een bespreking van de casus van XXXX. XXXX kon hetgeen zij besproken, woordelijk horen. Dit was in se goed bedoeld, maar ook dit gegeven veroorzaakte bijkomende visuele en auditieve onrust die de andere deelnemers niet moesten ondergaan. → Het verstoken blijven van enige informatie inzake de aanpak en concrete gevolgen van de herhaalde technische storingen, zoals hoger reeds aangemerkt, deed het stressniveau in hoofde van XXXX opmerkelijk toenemen. In die zin is de casus van XXXX afwijkend aan deelnemers die extra tijd toegekend krijgen ingevolge een functiebeperking (cfr. artikel 27 e.v. WER). Deze laatsten zijn op voorhand op de hoogte van de bijkomende examentijd die zij toegekend zullen krijgen en kunnen zich mentaal voorbereiden op de situatie in het examenlokaal. Het verhoogde stressniveau van verzoekster was volkomen te wijten aan plotselinge, onverwachte en onzekere gebeurtenissen die een gemiddelde deelnemer aan het toelatingsexamen niet heeft moeten ondergaan. Dit klemt des te meer nu het feit dat het technisch euvel zich herhaald heeft, verzoekster het verdere examen liet afleggen in de onzekerheid of een storing al dan niet nogmaals zou voorvallen.
- De supervisor in het examenlokaal heeft aan XXXX verzekerd dat hij officieel melding zou maken van hetgeen haar overkomen was. Dit heeft bij haar de rechtmatige verwachting doen ontstaan dat men de bijzondere omstandigheden die haar overkomen waren op één of andere wijze in rekening zou brengen, minstens dat haar een nieuwe examenkans over het betreffende onderdeel zou worden gegeven. Ook hieromtrent is verzoekster evenwel verstoken gebleven van enige informatie.
- Om voormelde reden heeft de vader van XXXX, [K.G.], in tempore non suspecto, met name voorafgaand aan de kennisname van de examenresultaten van zijn dochter, op 7 juli ll. officieel melding gegeven van de geschetste examenomstandigheden, dit aan de daartoe bevoegde instantie onder de navolgende bewoordingen […]. IX-10.118-6/25
- De secretaris van de examencommissie heeft de vader van XXXX evenwel aangeraden de examenresultaten af te wachten en navolgend een beroepsprocedure te starten. (Stuk 2)
- Op 15 juli ll. mochten verzoekers kennis nemen van de examenresultaten van XXXX, dit zowel van het toelatingsexamen arts waaraan zij deelnam, als van het toelatingsexamen tandarts. Voor het toelatingsexamen arts behaalde zij de volgende resultaten: KIW J F O Wiskunde 5 1 4 Fysica 6 2 2 Chemie 7 2 1 Biologie 6 2 2 GC J F O Clear 13 2 0 Vaardig 6 11 8 Hierbij valt op dat XXXX fundamenteel meer fouten maakte en vragen onbeantwoord liet bij het laatste subonderdeel ‘vaardig’. Voor het toelatingsexamen tandarts behaalde zij de volgende resultaten: KIW J F O Wiskunde 4 4 2 Fysica 5 3 2 Chemie 6 1 3 Biologie 9 1 0 GC J F O Clear 12 3 0 Vaardig 20 4 1 De tekst en bijgaande vragen van het subonderdeel ‘vaardig’ waren dan wel niet identiek aan deze van het examen arts, in tweede instantie valt het op dat XXXX fundamenteel meer vragen juist
(14)en fundamenteel minder vragen open liet
(7)of fout had
(7)dan bij het examen arts. Dit wijst erop dat de uitzonderlijke onverwachte omstandigheden waarmee zij zich geconfronteerd zag wel degelijk essentiële negatieve gevolgen geressorteerd hebben op de kwaliteit van het door haar afgelegde subonderdeel. Dit betreffen de kwestieuze feiten.” “In rechte” voert verzoekster aan: “Eerste en enige middel – schending van het redelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel 9. Bepaalde randvoorwaarden moeten zijn vervuld opdat een persoon naar behoren (professioneel) kan presteren. ‘De noodzakelijke materiële voorwaarden moeten zijn vervuld (beschikbaar materiaal, randapparatuur enz.) en de gezondheid mag het normaal functioneren IX-10.118-7/25 niet beletten of hinderen. Dit geldt ook voor studenten. Problemen met de gezondheid of ‘materiaalpech’ kunnen er dan ook toe leiden dat de student niet de studieprestaties kan leveren waartoe hij of zij normaliter wel in staat is.’ Het redelijkheid[s]beginsel en het evenredigheidsbeginsel verplichten de onderwijsinstelling ertoe om overmacht op gepaste wijze in rekening te brengen. (J. Deridder, Studievoortgangsbetwistingen, Wolters Kluwer, 2012, pgs. 155-156) Het voorgaande geldt zeker indien de overmachtssituatie tot een kennelijk verschil leidt in examenvoorwaarden tussen de persoon die de overmacht ondergaat en de persoon die niet onderhevig is aan een overmachtssituatie. In de mate dat dit verschil door overmacht wordt veroorzaakt is het aan de examenorganisator om die maatregelen te nemen die nodig zijn om dit verschil zoveel als mogelijk uit te vlakken. Die maatregelen dienen afdoende te zijn. 10. Verzoekster concretiseert het voorgaande als volgt: (
- i)De overmachtssituatie in haar hoofde betrof materiaalpech (hard- of software van haar examenpc). Deze overmachtssituatie, die haar herhaald overkwam, ressorteerde onmiddellijk een gezondheidseffect voor haar, met name een sterk verminderd concentratievermogen en een fundamenteel verhoogd stressniveau, zoals hoger reeds omschreven. Verzoekster omschrijft de voorvallen en het effect ervan op haar functioneren in eigen woorden als volgt […]: ‘In principe moest iedereen om 14u30 aan zijn 2e deel kunnen beginnen. Een meisje van in mijn lokaal en ik zijn minstens 35 minuten later pas kunnen starten. Dit zorgde ervoor dat we meer en meer stress kregen. Langer dan een halfuur wachten op een examen waarvoor je een jaar lang hebt gewerkt, lijkt wel eeuwig. Toen we eindelijk konden starten was iedereen al midden in zijn examen. Ik heb het hele Clear-gedeelte gemaakt en heb hierop 13/15 behaald. Hierna begon ik aan de ingewikkelde tekst. Het was een tekst waarop je je volledig moest focussen, anders werd het een ramp. Midden in mijn tekst, toen ik reeds enkele van de 25 vragen had ingevuld viel mijn computer opnieuw uit. Opnieuw moest ik dit aan een begeleider melden, die het dan telefonisch ging melden aan de organisatoren van het toelatingsexamen. Ik heb voor de 2e keer 10 of 15 minuten gewacht vooraleer ik opnieuw mocht beginnen. Dit leek weer een eeuwigheid. Toen restte er mij nog ongeveer 40 minuten. Deze 40 minuten verliepen totaal niet gepast. Ik moest gaan zoeken waar ik zat in de tekst, moest mijn zinnen opnieuw lezen, moest checken wat opgeslagen was en wat niet. Dit nam opnieuw tijd, die eigenlijk niet voorzien was. Mijn medestudenten van mijn lokaal namen op hun gemak hun rugzakken, overlegden met elkaar hoe het geweest was en vertrokken 1 voor 1 langzaam naar buiten. Dit zorgde voor veel lawaai en stoorde mij. De andere pechvogel mocht nog 20/30 minuten overwerken. Rond dit tijdstip vond er ook een danskamp plaats, waar ze op het einde van de dag 10tallen liedjes luidop vlak naast ons opzetten. Dit terwijl wij ons probeerden te focussen op de zware tekst. Ik zat op de 2e rij aan het raam waar de zon volop op mijn kleine laptop scheen. De ramen moesten open blijven omwille van corona, wat ervoor zorgde dat de muziek extra goed hoorbaar was. IX-10.118-8/25 De begeleiders in ons lokaal babbelden voortdurend. ‘Fluisteren’ zullen ze het noemen, maar jammer genoeg verstond ik elk woord van wat ze zeiden. Ze hadden zeker en vast geen kwade bedoelingen want grotendeels ging hun gesprek over hoeveel pech we (
- ik)hadden omdat de elektronica ons niet meezat. Maar dit medeleven zorgde ervoor dat ik totaal niet meer geconcentreerd was. Toen het andere meisje het lokaal verliet werd er weer een babbeltje geslagen, waardoor de stilte werd verstoord. Op dat moment zat ik nog als enige student in het lokaal samen met soms 1 soms 2 en soms wel 3 begeleiders. Ze bespraken vlak voor mij (aangezien ik op de 2e rij voor de bank van de begeleider zat) wie ging toezicht houden op mij. Wie zou nog 10 minuten langer blijven? Wie zou mijn computer opruimen? Ook tegen mij zeiden ze nog eens dat ze het spijtig vonden dat ik veel werd gestoord, terwijl ik nog enkele zinnen probeerde te lezen. Het is ook duidelijk aan mijn resultaat van de tekst te zien dat dit niet vlot verlopen is: 6 juist, 8 fout, 11 open. Op het GC-gedeelte heb ik dus een totaal van 52/120. 45 punten van de 52 heb ik behaald voordat ik door meerdere factoren werd gestoord. Vooral het contrast tussen de punten van de tekst van de 1e dag en de 2[e] dag vind ik onrustwekkend. Tijdens het tweede gedeelte van tandheelkunde behaalde ik namelijk: 12/15 op Clear en 20/25 op de tekst. Dit geeft een totaal van 90/120 wat bijna het dubbele is van mijn resultaat bij geneeskunde.’ (
- ii)Aan deze overmachtssituatie, met onmiddellijk negatief gezondheidseffect, werd niet afdoende geremedieerd door het loutere toekennen van extra examentijd, extra examentijd die gelimiteerd was tot de optelsom van de minuten van de effectieve technische storing. Verzoekster verwijst hiertoe naar de argumentatie zoals weergegeven onder hoger randnummer 4 die dit genoegzaam ondersteunt. De nadelen die verzoekster geleden heeft zijn fundamenteel meer verregaand dan een louter verlies aan examentijd. Aan deze nadelen werd niet geremedieerd, terwijl dit organisatorisch perfect mogelijk was/is. Aldus werd de geleden overmacht niet op gepaste wijze door de organisator van het toelatingsexamen arts in rekening gebracht. (iii) Door de overmacht is er een kennelijk verschil ontstaan tussen verzoekster en de andere deelnemers aan het examen: - In vergelijking met de gemiddelde deelnemer die geen materiaalpech ondervond: deze diende geen bijkomende, stresserende, aandacht verminderende factoren buiten zijn wil om te ondergaan; - In vergelijking met een deelnemer die wegens functiebeperking extra examentijd toegewezen kreeg: deze extra examentijd was niet het gevolg van plotse en onverwachte omstandigheden die uit voornoemde aard bijkomend stress verhogend en aandacht minderend werkten. Eerste conclusie: dit maakt dat de in het middel aangemerkte beginselen zich door de bestreden beslissing geschonden zien. 11. De examenorganisator is er daarbij gehouden om die maatregelen te treffen die passend zijn om aan dit verschil, veroorzaakt door de overmacht, te remediëren. In de casus van verzoekster is dit niet afdoende gebeurd. De extra IX-10.118-9/25 toegewezen examentijd was onvoldoende om aan de geleden ongemakken buiten haar wil om tegemoet te komen. Nochtans waren er maatregelen voorhanden die redelijk zijn en praktisch realiseerbaar, zonder buitensporige financiële of buitensporig arbeidsintensieve belasting voor de examenorganisator: 1) Door het toekennen van meer extra examentijd dan deze die verzoekster strikt genomen verloor tijdens de effectieve computerpannes en door het garanderen en actief faciliteren van rustige omstandigheden tijdens het geheel aan extra examentijd; 2) Via het in rekening brengen van verzoeksters resultaten die zij voor het laatste subonderdeel behaalde bij het toelatingsexamen tandarts, subonderdeel dat zij wel in normale examenomstandigheden aflegde en dat exact dezelfde vaardigheden testte dan het gelijknamige subonderdeel van het toelatingsexamen arts. Deze subonderdelen strekken tot hetzelfde doel, met name om de deelnemer te testen op het hebben van bepaalde vaardigheden om aan de opleidingen arts of tandarts te beginnen. Deze te testen vaardigheden, evenals de mate waarin de deelnemer deze moet bezitten, zijn identiek tussen beide examens, hetgeen zich veruiterlijkt in eenzelfde wijze van quoteren en hetzelfde gewicht dat aan het subonderdeel binnen het examen toekomt. 3) Door de organisatie van een nieuwe examenkans betreffende het subonderdeel ‘vaardig’, waarbij de behaalde score op dit subonderdeel vervolgens verrekend wordt met de reeds behaalde scores voor het toelatingsexamen arts, op de score behaald voor het subonderdeel ‘vaardig’ na. 12. Tweede conclusie: de tweede en derde mogelijkheid staan nog steeds open voor de examenorganisator. Er kan daarbij bezwaarlijk worden beweerd dat deze mogelijkheden niet redelijk zijn en praktisch realiseerbaar. Zeker de tweede maatregel is in geen enkel opzicht belastend voor de examenorganisator. Bijkomend is het een feit dat verzoekster, via het in normale examen- en overmachtsvrije omstandigheden, behaald hebben van een voldoende op het subonderdeel ‘vaardig’ bewezen heeft over de nodige en door dit subonderdeel geteste vaardigheden te beschikken. De examenorganisator wordt mitsdien gesommeerd om het voorgaande gepast in rekening te brengen.” 3.6. Op 25 augustus 2022 beslist de beroepsinstantie dat verzoeksters beroep ontvankelijk, maar ongegrond is en dat de eerder door de examencommissie genomen beslissing dat zij een score van 125 op 240 punten behaalt en niet gunstig gerangschikt is, wordt bevestigd. Dit is de bestreden beslissing. IX-10.118-10/25 Ze steunt op de volgende motieven: “De beroepsinstantie heeft geen opmerkingen wat betreft de ontvankelijkheid van uw beroepschrift. Het beroep is bijgevolg ontvankelijk. U vermeldt in het beroepschrift de volgende argumenten: • Eerste en enig middel: schending van het redelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel • Eerste middelonderdeel: technische problemen hebben geleid tot een onzekere situatie die een negatieve impact had • Tweede middelonderdeel: ongelijke examencondities: tijd verloren door nakijken examenvragen en moeten herlezen van de teksten • Derde middelonderdeel: ongelijke examencondities: stress en geluidshinder • Vierde middelonderdeel: verzoek tot gunstige rangschikking op basis van eerdere argumenten én behaalde resultaat voor hetzelfde examenonderdeel voor het toelatingsexamen tandarts • Vijfde middelonderdeel: verzoek tot herkansing van vaardig De beroepsinstantie heeft integraal kennisgenomen van de argumenten zoals die zijn opgenomen in het beroepschrift en formuleert hiernavolgende beschouwingen. De betrokken siteverantwoordelijke, ICT-verantwoordelijke en toezichter bezorgden ook nog een korte toelichting bij het verloop van het examen via de secretaris van de examencommissie. Middelonderdeel l U stelt dat technische problemen hebben geleid tot een onzekere situatie die een negatieve impact had op de prestaties voor het onderdeel Generieke competenties. De beroepsinstantie heeft na onderzoek vastgesteld dat de deelnemer na aanvang van het examen gedurende 23 minuten een onderbreking heeft gekend, waardoor zij de facto 23 minuten later is gestart dan de andere deelnemers. Rond 16 uur was er een nieuwe onderbreking gedurende 11 minuten. Zij heeft vervolgens van 16.11 uur tot 16.36 uur gewerkt. U stelt dat de deelnemer in een onzekere en stresserende situatie verkeerde aangezien zij niet wist of haar examentijd gecompenseerd zou worden, zij niet wist hoe lang de uitval zou duren. De beroepsinstantie verwijst naar de deelnemersbundel die op het examen ter beschikking wordt gesteld aan alle deelnemers, waarin ook volgende instructies opgenomen zijn: Wat doe je als je examen blokkeert en je niet verder kan? l. Verwittig de toezichter door je hand op te steken en leg het probleem uit. 2. Als je examen in het examenplatform vastloopt, volg dan de instructies die op je scherm verschijnen. 3. Volg de instructies van de toezichter. 4. Blijf rustig, wij zoeken een oplossing. Dat kan even duren maar de examentijd gaat niet verloren. IX-10.118-11/25 Er werd dus zeer duidelijk meegedeeld dat de examentijd niet verloren gaat. Bij het aanmelden na beide uitvallen kon de deelnemer ook vaststellen dat er geen examentijd verloren was en dat de teller automatisch gepauzeerd was tijdens de uitvallen. Dit gebeurde zowel bij de eerste uitval als bij de tweede uitval. Het klopt niet dat de tijd van beide uitvallen pas na de tweede uitval zou worden gecompenseerd. Hoe lang de uitval zou duren, was ook niet door de toezichters ter plaatse of de centrale organisatie geweten. In de deelnemersbundel wordt daarom ook gevraagd om rustig te blijven en gemeld dat het even kan duren. Zodra er een oplossing was, kon de deelnemer terug verdergaan met het examen. Het eerste middelonderdeel is ongegrond. Middelonderdeel 2 U stelt dat de deelnemer wel gecompenseerd werd voor de uitvallen zelf, maar dat zij desondanks nog tijd is verloren door het moeten nagaan met een toezichter of alle antwoorden correct bewaard werden en omdat zij teksten moest herlezen. De beroepsinstantie stelt vast dat de bewering dat de deelnemer na de uitval alle beantwoorde vragen overlopen zou hebben met de toezichter, niet klopt. Bij de eerste uitval om 14.31 uur (l minuut na de start) werd enkel vraag l van Clear bekeken en mogelijk beantwoord. Bij het herstarten kon de deelnemer meteen vaststellen of deze vraag al dan niet beantwoord was. De tweede uitval deed zich voor om 16.00 uur en de deelnemer heeft het examen hervat om 16.11 uur. Geen enkele vraag van Clear werd sinds de herstart om 16.11 uur opnieuw geopend, net als vier vragen van Vaardig (vragen 5, 9, 10 en 11). Enkel vraag 13 van Vaardig werd bij om 16.11 uur gecontroleerd. Nadien is de deelnemer verder aan de slag gegaan met de vragen 14 - 25 van Vaardig die nog niet eerder geopend waren, met uitzondering van vraag 14 waarmee de deelnemer bezig was op het moment van de uitval. Tussen 16.34 uur en 16.36 uur werden nog 6 vragen van Vaardig herbekeken. De beroepsinstantie heeft zich bij de siteverantwoordelijke, de ICT-verantwoordelijke en de toezichter van de examenlocatie waar u het examen heeft afgelegd, geïnformeerd. Die hebben volgende verklaringen afgelegd: Siteverantwoordelijke De deelneemster heeft tijdens het examenonderdeel GC twee keer een technisch probleem gehad. De eerste keer was dit kort na de start en heeft het vrij lang geduurd vooraleer het opgelost was. De tweede keer was de uitval rond 16 uur en was dit veel sneller opgelost. Na de tweede uitval ben ik de hele tijd in het lokaal gebleven. Ik heb geen weet dat een toezichter na de eerste onderbreking alle vragen zou overlopen hebben met de kandidaat om na te gaan of de antwoorden bewaard werden. ICT-verantwoordelijke Ik heb geen vragen antwoorden overlopen met deze kandidate. Toezichter Het examen is twee keer onderbroken geweest, maar de tijd werd automatisch gecompenseerd. De deelnemer is door de uitval geen tijd verloren. Het overlopen van de antwoorden is te herleiden tot het checken dat de IX-10.118-12/25 antwoorden waren opgeslagen. De beroepsinstantie benadrukt dat de deelnemer, overeenkomstig artikel 56 van het Werkings- en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2022, wel degelijk gecompenseerd werd voor de verloren tijd tijdens de technische onderbrekingen. Bovendien heeft de deelnemer tijdens het examen geen melding gemaakt van te weinig gecompenseerde tijd. Door niet onmiddellijk te reageren, heeft de deelnemer mogelijk nuttige remediëring op het moment zelf onmogelijk gemaakt. Bovendien toont de deelnemer niet in concreto aan dat zij effectief meer dan de gecompenseerde tijd zou hebben verloren door technische problemen. Het tweede middelonderdeel is ongegrond. Middelonderdeel 3 U stelt dat bij het ingaan van de gecompenseerde tijd andere deelnemers klaar waren en dit voor visuele en auditieve onrust zou gezorgd hebben. De beroepsinstantie stelt na onderzoek vast dat de tweede uitval zich van 16 uur tot 16.11 uur voordeed. Dit komt overeen met de tijd dat alle deelnemers met uitzondering van één andere deelnemer, het examen hebben beëindigd en het lokaal hebben verlaten. Het klopt dus niet dat de deelnemer hierdoor gestoord zou kunnen zijn bij het afleggen van haar examen. De deelnemer maakt ook melding van toezichters die zouden babbelen en een danskamp dat voor geluidshinder zou gezorgd hebben. De beroepsinstantie heeft dit onderzocht en komt tot de vaststelling dat u tijdens het examen of onmiddellijk nadien geen melding heeft gemaakt van mogelijk storende omstandigheden. Door niet onmiddellijk te reageren, heeft u mogelijk nuttige remediëring op het moment zelf onmogelijk gemaakt. De beroepsinstantie heeft zich bij de siteverantwoordelijke en de toezichter van de examenlocatie waar u het examen heeft afgelegd, geïnformeerd. Die hebben volgende verklaringen afgelegd: Siteverantwoordelijke Het klopt niet dat er geluidshinder zou geweest zijn door een danskamp. Alle andere activiteiten gingen door op een ander deel van de campus. Er is ook geen melding geweest dat er geluidshinder zou geweest zijn. Toezichter De overige deelnemers hebben op het einde één voor één in stilte het lokaal verlaten. De activiteit op school gaf de deelnemers geen geluidshinder. Een examen zal nooit in een volstrekt steriele omgeving plaatsvinden. Dit geldt des te meer voor het toelatingsexamen voor de opleidingen van arts en tandarts, waaraan een groot aantal studenten terzelfdertijd deelneemt. Gelet op dit gegeven is het niet onredelijk om ervan uit te gaan dat niet elke verstoring van het examengebeuren van aard is een impact te hebben op de resultaten van de deelnemer. Een deelnemer aan het toelatingsexamen moet worden geacht ertoe in staat te zijn zich voor de duur van het examen af te sluiten van omgevingsgeluiden of -situaties, althans voor zover ze de grenzen van het normaal verdraagbare niet te buiten gaan, met andere woorden voor zover ze niet substantieel hinderlijk van aard zijn. Een deelnemer die meent dat in zijn geval die grenzen overschreden zijn, moet daarvan het bewijs leveren. Hij moet elementen aanbrengen die toelaten om de concrete examenomstandigheden op IX-10.118-13/25 een objectieve wijze vast te stellen, het substantiële karakter van de verstoring te onderkennen en de impact ervan op zijn resultaten – minstens als aannemelijk – te doen inzien. Bijkomend stipt de beroepsinstantie hierbij nog aan dat deelnemers, overeenkomstig artikel 43 van het Werkings- en examenreglement, tijdens het examen oordoppen kunnen gebruiken die door de organisatie worden voorzien. De beroepsinstantie is van oordeel dat u niet op afdoende wijze aantoont dat de beweerde storingen (materiaalpech en impact op het concentratievermogen en stressniveau, alsook geluidshinder) de deelnemer hebben verhinderd om het examen onder de voorziene omstandigheden af te leggen, noch dat deze storingen ook effectief een impact hebben gehad op haar examenresultaat. Volgens de beroepsinstantie is er dan ook geen sprake van een situatie van ‘overmacht’. Bovendien heeft de organisatie van het toelatingsexamen alle mogelijke maatregelen genomen om gelijke examencondities onder deelnemers te waarborgen, zowel preventief (vb. door het voorzien van oordoppen voor het geval van geluidshinder) én als concrete reactie op de technische problemen die deze deelnemer ondervond (door het compenseren van de verloren tijd, zodat zij wel degelijk gebruik kon maken van de volledige vooropgestelde tijd om het examen af te leggen). Het derde middelonderdeel is ongegrond. Middelonderdeel 4 U stelt dat de deelnemer over de nodige vaardigheden beschikt. U verwijst hiervoor naar de score voor hetzelfde onderdeel voor het toelatingsexamen tandarts, dat zij in normale examenomstandigheden kon afleggen en dat dezelfde vaardigheden test. De beroepsinstantie kan evenwel niet ingaan op uw vraag om het resultaat voor Vaardig of GC van het toelatingsexamen tandarts in rekening te brengen. Op grond van artikel 61 van het Werkings- en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2022 is het niet mogelijk om een vrijstelling te bekomen voor een deel van het examen waarvoor de deelnemer tijdens een vorige deelname aan het examen de helft van de punten of meer heeft behaald. Beide onderdelen van het examen moeten per sessie integraal worden afgelegd voor quotering van het examen en eventuele rangschikking van de deelnemer. De beroepsinstantie kan niet ingaan op uw verzoek om rekening te houden met het resultaat voor GC of Vaardig van het toelatingsexamen tandarts. Het vierde middelonderdeel is ongegrond. Middelonderdeel 5 U vraagt om een herkansing voor het subonderdeel Vaardig. De beroepsinstantie heeft begrip voor de situatie, maar zij kan niet ingaan op uw vraag om herkansing. De regelgeving laat immers geen herkansing toe. Op grond van artikel II.187, § 6 van de Codex Hoger Onderwijs is het toelatingsexamen arts immers een vergelijkend examen dat slechts éénmaal per jaar wordt ingericht. Een deelnemer heeft één examenkans voor het toelatingsexamen arts per jaar. Hierop zijn geen uitzonderingen mogelijk. De beroepsinstantie kan bijgevolg niet ingaan op uw verzoek tot een herkansing voor Vaardig. Het vijfde middelonderdeel is ongegrond. IX-10.118-14/25 De beroepsinstantie komt tot de conclusie dat er in casu geen schending is van het redelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of het gelijkheidsbeginsel.” IX-10.118-15/25 IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van het middel 5.1. Verzoekster voert in een enig middel de schending aan van “het motiveringsbeginsel”, het redelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, evenals van artikel 61 van het werkings- en examenreglement, gelezen in samenhang met artikel 15 van datzelfde reglement. 5.2. Zij doet vooreerst gelden dat de beroepsinstantie nalaat om op twee van de meest pertinente opmerkingen van haar beroepschrift te antwoorden. Zo voerde zij aan dat de opmerkelijke score die zij voor het onderdeel ‘vaardig’ behaalde op het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts, het bewijs ervan levert dat de omstandigheden van overmacht die zij heeft ondergaan tijdens het onderdeel ‘vaardig’ van het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts, een flagrant negatieve impact hebben gehad op haar prestaties en de behaalde score. Voorts argumenteerde zij ten aanzien van de beroepsinstantie dat het onderdeel ‘vaardig’ bij uitstek een onderdeel betreft waarbij “opperste concentratie en een ononderbroken concentratie[s]panne vereist zijn” en dat de aard van het onderdeel haar verplichtte tot een grondige herlezing van de tekst na de technische onderbreking, waarvan de tijd niet werd gecompenseerd. IX-10.118-16/25 Volgens verzoekster laat de beroepsinstantie deze cruciale argumenten onbesproken. Daarnaast, zo doet verzoekster voorts gelden, steunt de beroepsinstantie zich, om tot de bestreden beslissing te komen, op “foutieve gegevens in strijd met haar administratief dossier”. De beroepsinstantie stelt dat verzoekster tijdens het examen geen melding heeft gemaakt van te weinig gecompenseerde tijd en ook tijdens het examen of onmiddellijk nadien geen melding heeft gemaakt van mogelijk storende omstandigheden, terwijl dit “volstrekt incorrect” is. Verzoekster zet uiteen dat zij tijdens het examen de nodige meldingen deed, dat zij – samen met haar ouders – onmiddellijk bij haar thuiskomst na het examen telefonisch contact heeft opgenomen met de verwerende partij en dat zij haar klachten “inzake de herhaalde technische mankementen én alle nadelige gevolgen, inclusief hinder door vertrekkende deelnemers, babbelende toezichters en danskamp” heeft herhaald op 7 juli 2022. Volgens verzoekster heeft de verwerende partij vervolgens nagelaten “onmiddellijk, adequaat en afdoende te remediëren aan de geleden overmachtsomstandigheden”. Verzoekster stelt dat zij zich heeft gedragen als een normaal zorgvuldige deelnemer, overeenkomstig artikel 44 van het werkings- en examenreglement dat voorschrijft dat de deelnemers zich in geval van praktische of technische problemen kunnen wenden tot de toezichters. Haar problemen werden ruim besproken door alle aanwezigen van de examenorganisatie, zoals blijkt uit de bestreden beslissing en met name uit het feit dat de siteverantwoordelijke, de ICT-verantwoordelijke en de toezichthouder zich haar casus nog herinneren. Volgens verzoekster mocht zij erop vertrouwen dat de toezichthouder melding zou maken van haar casus bij de voorzitter van de examencommissie en dat elke compensatie die technisch en organisatorisch mogelijk was op het ogenblik van het examen, haar zou worden toegestaan, gelet op haar herhaalde meldingen tijdens het examen. Het was net omdat de automatisch toegekende bijkomende tijd onvoldoende leek, dat de toezichthouder aan verzoekster verzekerde dat hij haar casus zou aankaarten. IX-10.118-17/25 Verzoekster voegt er nog aan toe dat de verwerende partij het dossier evenzeer tegenspreekt wat het nazicht betreft, na de onderbrekingen, van het al dan niet opgeslagen zijn van de reeds gegeven antwoorden. De verwerende partij stelt dat enkel vraag 13 van het onderdeel ‘vaardig’ zou zijn gecontroleerd, terwijl de toezichthouder nochtans aangeeft dat meerdere antwoorden werden gecontroleerd. Verzoekster besluit daaruit dat “het materiële, zowel als het formele motiveringsbeginsel […] aldus door de bestreden beslissing [werden] geschonden”. 5.3. Verzoekster voert voorts aan dat zij de nefaste gevolgen van de heirkracht op haar prestaties “op zeer overtuigende en louter objectieve wijze” bewijst met verwijzing naar de “fundamenteel hogere score” die zij in normale examenomstandigheden heeft behaald op het onderdeel ‘vaardig’ van het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts. Het opmerkelijke verschil is volgens haar te opvallend om dit aan andere omstandigheden dan de heirkracht te wijten. Verzoekster betwist het standpunt van de verwerende partij dat artikel 61 van het werkings- en examenreglement eraan in de weg staat dat zij de score behaald bij het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts in rekening brengt bij het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts. Zij stelt dat het woord ‘sessie’ in het werkings- en examenreglement niet is gedefinieerd en zij leidt uit artikel 15 van dat reglement af dat “beide examens binnen éénzelfde periode […] moet[en] aan[ge]zien worden als deel uitmakend van één en dezelfde sessie”. Volgens verzoekster is het dan ook mogelijk “rekening te houden met een behaalde score voor een bepaald onderdeel van één van de examens afgelegd binnen één en dezelfde sessie”. IX-10.118-18/25 In elk geval, zo vervolgt verzoekster, “is het oordeel om in [haar] casus […] geen rekening te houden met de behaalde score voor het onderdeel Vaardig behaald naar aanleiding van het toelatingsexamen tandarts 2022, onderdeel dat in normale examenomstandigheden werd afgelegd, dat exact dezelfde vaardigheden en competenties testte en plaatsvond in eenzelfde aard en vorm, om aldus op volstrekt objectieve wijze na te gaan of de overmachtsomstandigheden de score van verzoekster behaald voor dit onderdeel naar aanleiding van het toelatingsexamen arts, al dan niet negatief hebben geïmpacteerd, kennelijk onredelijk”. Verzoekster besluit dat het redelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en artikel 61 van het werkings- en examenreglement, gelezen in samenhang met artikel 15 van dat reglement, zijn geschonden. Beoordeling 6. Vooreerst moet worden opgemerkt dat verzoekster in de uiteenzetting van haar enige middel in het inleidend verzoekschrift niet nader uitlegt op welke wijze de bestreden beslissing het gelijkheidsbeginsel schendt. In zoverre het de schending van dat beginsel inroept, is het enige middel op het eerste gezicht niet ontvankelijk. 7.1. Voor zover verzoekster doet gelden dat de beroepsinstantie nalaat om op twee van de meest pertinente opmerkingen van haar beroepschrift te antwoorden, voert zij een schending aan van de formelemotiveringsplicht. Zij kan om de hierna volgende redenen op het eerste gezicht evenwel niet worden bijgevallen in de argumentatie die zij in dat verband aanvoert. 7.2. Verzoekster beklaagt zich erover dat de beroepsinstantie niet is ingegaan op haar argument dat het gunstige resultaat dat zij behaalde op het IX-10.118-19/25 onderdeel ‘vaardig’ van het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts, het bewijs levert van de negatieve impact – op haar examenprestatie – van de overmacht die zij heeft ondergaan tijdens het onderdeel ‘vaardig’ van het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts. In de bestreden beslissing kan zij nochtans lezen: “De beroepsinstantie kan evenwel niet ingaan op uw vraag om het resultaat voor Vaardig of GC van het toelatingsexamen tandarts in rekening te brengen. Op grond van artikel 61 van het Werkings- en examenreglement arts en tandarts 2022 is het niet mogelijk om een vrijstelling te bekomen voor een deel van het examen waarvoor de deelnemer tijdens een vorige deelname van het examen de helft van de punten of meer heeft behaald. Beide onderdelen van het examen moeten per sessie integraal worden afgelegd voor quotering van het examen en eventuele rangschikking van de deelnemer.” De beroepsinstantie geeft aldus duidelijk te kennen, zo lijkt, om welke reden zij meent geen rekening te mogen houden met de prestatie van verzoekster op het onderdeel ‘vaardig’ van het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts, dat een dag later heeft plaatsgevonden. 7.3. Verzoekster stelt voorts dat ook haar argument onbesproken is gebleven dat het onderdeel ‘vaardig’ bij uitstek het onderdeel betreft waarbij “opperste concentratie en een ononderbroken concentratie[s]panne” vereist zijn en dat zij ten gevolge van de technische onderbrekingen de tekst opnieuw grondig diende te lezen waardoor tijd verloren ging die niet werd gecompenseerd. In de bestreden beslissing stelt de beroepsinstantie nochtans dat zeer duidelijk is meegedeeld dat de examentijd niet verloren ging en dat verzoekster bij het aanmelden na de beide uitvallen kon vaststellen dat er geen examentijd verloren was gegaan en de teller automatisch had gepauzeerd tijdens de uitvallen. De beroepsinstantie wijst er tevens op dat de toezichters ter plaatse of de centrale organisatie niet weten hoe lang een uitval zal duren en er daarom in het deelnemersbundel wordt gevraagd om rustig te blijven, aangezien de deelnemer kan verdergaan met het examen na het oplossen van de storing. IX-10.118-20/25 Voor zover verzoekster met haar voormelde grief vooral lijkt te hebben doen gelden dat haar te weinig extra tijd is toegekend, moet worden vastgesteld dat de beroepsinstantie in de bestreden beslissing uitdrukkelijk stelt dat verzoekster tijdens het examen geen melding heeft gemaakt van te weinig gecompenseerde tijd en zij door niet onmiddellijk te reageren mogelijk nuttige remediëring op het moment zelf onmogelijk heeft gemaakt. 7.4. De beroepsinstantie lijkt aldus de voormelde argumenten van verzoekster, alvast vanuit formeel oogpunt, afdoende te hebben beantwoord. Verzoekster toont derhalve op het eerste gezicht geen schending aan van de formelemotiveringsplicht. 8.1. Voor zover verzoekster voorts doet gelden dat de bestreden beslissing steunt op “foutieve gegevens in strijd met haar administratief dossier”, voert zij een schending aan van de materiëlemotiveringsplicht. Zo is het volgens verzoekster “volstrekt incorrect” dat zij tijdens het examen of kort na het examen geen melding heeft gemaakt van te weinig gecompenseerde tijd. Verzoekster slaagt er echter niet in aan te tonen dat zij tijdens het examen aan de toezichthouder, de siteverantwoordelijke of de ICT-verantwoordelijke melding heeft gemaakt van te weinig gecompenseerde tijd. De melding van een dergelijke grief door verzoekster blijkt alleszins niet uit hun verklaringen, noch uit enig ander stuk van het administratief dossier. Uit de omstandigheid dat de toezichthouder aan verzoekster zou hebben gezegd dat hij melding zou maken van de technische problemen die verzoekster had ondervonden, kan niet worden afgeleid dat verzoekster hem om bijkomende tijd heeft gevraagd. IX-10.118-21/25 Het feit dat verzoekster kort na het examen contact heeft gezocht met de verwerende partij – onder meer telefonisch en met een e-mail aan de voorzitter van de examencommissie – neemt op het eerste gezicht niet weg dat op het einde van het examen, dus op een ogenblik dat haar, indien nodig en voor zover te rijmen met een gelijke behandeling van alle deelnemers, nog bijkomende tijd kon worden gegeven, verzoekster ten aanzien van de toezichthouder geen aanspraak daarop lijkt te hebben gemaakt. 8.2. Volgens verzoekster spreekt de verwerende partij het dossier evenzeer tegen wat het nazicht betreft, na de onderbreking, van het al dan niet opgeslagen zijn van de reeds gegeven antwoorden. De bestreden beslissing overweegt in dat verband dat verzoekster bij het herstarten meteen kon vaststellen of de vragen al dan niet beantwoord waren. Het feit dat volgens de verwerende partij enkel vraag 13 opnieuw werd gecontroleerd, hetgeen wil zeggen dat verzoekster deze vraag opnieuw heeft geopend en bekeken, is niet in strijd met de verklaring van de toezichthouder dat gecheckt werd of alle antwoorden waren opgeslagen. 8.3. Verzoekster toont derhalve ook geen schending van de mate- riëlemotiveringsplicht aan. 9.1. Verzoekster voert ten slotte aan dat zij de nefaste gevolgen van de technische problemen die zij heeft ondergaan, op een overtuigende wijze bewijst door te wijzen op het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts waarvoor zij, wat het onderdeel ‘vaardig’ betreft, dat in normale omstandigheden plaatsvond, een “fundamenteel hogere score” behaalde. De vaststelling dat verzoekster veel beter scoort op het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts, toont op het eerste gezicht echter niet aan dat de technische problemen die zij heeft ondervonden oorzaak zijn van haar mindere prestaties tijdens het onderdeel ‘vaardig’ van het toelatingsexamen IX-10.118-22/25 voor de opleiding tot arts. Het gaat immers over een ander examen, waarbij aan de deelnemers voor het onderdeel ‘vaardig’ andere teksten met andere vragen worden voorgelegd. In dit verband wijst de verwerende partij er overigens op dat op het onderdeel ‘vaardig’ van het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts “gemiddeld 32,2 punten lager werd gescoord” dan op het onderdeel ‘vaardig’ van het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts. Verzoeksters standpunt lijkt bovendien afbreuk te doen aan het één en ondeelbaar karakter van het toelatingsexamen dat, zoals terecht wordt opgemerkt door de verwerende partij, kan worden afgeleid uit artikel II.187, § 3, van de Codex Hoger Onderwijs, luidens hetwelk enkel de kandidaten die ten minste de helft van de punten behalen op alle onderdelen van het examen geslaagd zijn. Anders dan verzoekster het ziet, kan voorts in artikel 61 van het werkings- en examenreglement, gelezen in samenhang met artikel 15 van datzelfde reglement, op het eerste gezicht geen grond worden gevonden om voor verzoekster de score van het onderdeel ‘vaardig’ van het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts in rekening te brengen bij het onderdeel ‘vaardig’ van het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts. Met de verwerende partij lijkt immers te moeten worden aangenomen dat het woord ‘sessie’ in de voormelde bepalingen van het werkings- en examenreglement slaat op de organisatie van het toelatingsexamen tijdens een bepaald jaar, hetzij voor de opleiding tot arts, hetzij voor de opleiding tot tandarts. Uit niets blijkt dat de resultaten van die afzonderlijk georganiseerde examens zouden mogen leiden tot een wisselwerking in de beoordeling ervan. 9.2. Verzoekster toont op het eerste gezicht dan ook niet aan dat de bestreden beslissing op dit punt het redelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of de voormelde bepalingen van het werkings- en examenreglement schendt. IX-10.118-23/25 10. Het enige middel is bijgevolg in genen dele ernstig. 11. Uit wat voorafgaat volgt dat niet is voldaan aan alvast één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn opdat een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zou kunnen worden ingewilligd. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. 3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig september tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter IX-10.118-24/25 Vera Wauters Bert Thys IX-10.118-25/25 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.635 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div