id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.667 Rolnummer: A. 237324/IX-10124 Zaak: Arrest 254667 - Examens (onderwijs) - 04/10/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-10-04 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-10 07:34 Fiche Arrest nr 254.667 van 4 oktober 2022 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 254.667 van 4 oktober 2022 in de zaak A. 237.324/IX-10.124 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Myriam Van den Abeele kantoor houdend te 9000 Gent Nieuwebosstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Gent bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2630 Aartselaar Groenenhoek 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 23 september 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep Gent van het Gemeenschapsonderwijs van 25 augustus 2022, waarbij aan XXXX een oriënteringsattest C wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.124-1/16 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op maandag 3 oktober 2022, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Myriam Van den Abeele, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Marc Stommels, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is tijdens het schooljaar 2021-2022 leerling met autismespectrumstoornis (buitengewoon onderwijs opleidingsvorm OV4 type 9) in het eerste jaar van de derde graad humane wetenschappen (ASO) op de school Campus Impuls, onderwijsinstelling die behoort tot scholengroep Gent van het Gemeenschapsonderwijs. 3.
- Op het einde van het schooljaar kent de delibererende klassenraad aan verzoeker een oriënteringsattest C toe. Hij motiveert aldus: “Dit zijn mindere resultaten XXXX. Je behaalt enkel voor Engels een groene score op het examen. Je behaalt voor jouw beide poolvakken nipt voldoende en bijgevolg een oranje score op beide examens. Voor Nederlands, geschiedenis, aardrijkskunde, Frans, natuurwetenschappen en wiskunde behaal je een rode score op het examen. We hebben de indruk dat je de leerstof van de verschillende vakken onvoldoende beheerste tijdens deze laatste examenperiode. IX-10.124-2/16 We zien jouw resultaten gedurende het voorbije schooljaar ook steeds afzwakken. Jouw eindtotaal bestaat uit zes rode scores, waaronder een rode score voor cultuurwetenschappen, een van jouw poolvakken. Je behaalt een C-attest in het eerste jaar, derde graad humane wetenschappen. Je hebt voor de totaliteit van de vorming te weinig jouw kennen en kunnen bewezen. De remediëring voor wiskunde werd niet naar behoren ingevuld. Voor cultuurwetenschappen werd voor taken vaak niet ingegaan op een tweede kans om in te dienen. We bekijken graag samen met jou de opties voor volgend schooljaar. Bespreken klassenraad: onderbouwing van C-attest.” Na overleg, op 1 juli 2022, beslist de directeur om de klassenraad niet opnieuw samen te roepen. Verzoeker krijgt slechts op 18 augustus 2022 deze weigeringsbeslissing overhandigd. Ondertussen heeft verzoeker reeds op 5 augustus 2022 zijn verhaal tot het schoolbestuur gericht. De beroepscommissie hoort verzoeker op 25 augustus
- Zij beslist daarop om verzoeker een C-attest toe te kennen. Zij overloopt in de bestreden beslissing het procedureverloop, de argumenten van verzoeker, de “resultaten van de leerling, de verslagen van de begeleidende klassenraad en de communicatie omtrent de resultaten” en zij motiveert aldus haar beslissing bij wijze van “conclusie”: “De beroepscommissie, die zowel uit interne als externe leden van de school wordt samengesteld, kan vaststellen dat het evaluatiesysteem, dat bestaat uit de beoordeling van behaalde doelstellingen, objectief getoetst wordt. Ze erkent echter dat er bij het rapporteren van deze toetsing een weinig transparant systeem gehanteerd wordt. Verzoekers halen terecht aan dat de wetgever een objectief evaluatiesysteem oplegt en gezien het minder transparante systeem van rapportering in campus Impuls kan hier in voorkomend geval op zijn minst twijfel over bestaan. De kleurcodes worden immers niet volgens kleur toegelicht in het schoolreglement, er is echter wel een legende met een omschrijving van de codes terug te vinden, weliswaar zonder vermelding van de kleuren. Om die reden beslist de beroepscommissie in eerste instantie om het C-attest te vernietigen en gaat zij over tot herdeliberatie. De beroepscommissie kan zich hiervoor baseren op de resultaten vermeld bij de rapportering, waarbij voor elk vak een uitgebreide fiche werd IX-10.124-3/16 voorzien met de nodige uitleg. De beroepscommissie gaat uit van de deskundigheid van de leerkrachten, dewelke overigens niet betwist werd, zodat hun bevindingen dan ook overgenomen worden door de beroepscommissie en zij daaruit kan concluderen dat [verzoeker] de doelstellingen voor de vakken aardrijkskunde, cultuurwetenschappen, Frans, natuurwetenschappen, Nederlands en wiskunde onvoldoende heeft behaald. Wat betreft de argumenten van mama, die wijzen op een tekort aan begeleiding door de school – al dan niet terecht – enerzijds en een moeilijke situatie thuis anderzijds, kan de beroepscommissie hier begrip voor tonen, doch deze argumenten doen geen afbreuk aan de resultaten, ook al biedt ze hiervoor wel een verklaring. De beroepscommissie beslist op basis van de tekorten in de behaalde leerplandoelstellingen om een C-attest uit te reiken.” Met een brief van 8 september 2022 wordt die beslissing aan verzoeker ter kennis gebracht. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
- Verzoeker voert terecht aan dat het dreigend verlies van een schooljaar niet afdoende kan worden afgewend met een gewone schorsings- procedure zodat door hem een beroep mag worden gedaan op de uitzonderingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De verwerende partij trekt dit overigens niet in twijfel. IX-10.124-4/16 IX-10.124-5/16 VI. Ernst van de middelen Standpunt van de partijen 6.
- Een eerste middel is geput uit de schending van de formelemotiveringsplicht. Verzoeker stelt op talrijke door hem opgeworpen grieven van de beroepscommissie geen antwoord te hebben gekregen. De verwerende partij heeft zich in feite beperkt tot het beantwoorden van de grieven uiteengezet ter zitting door de moeder van verzoeker over de gebrekkige begeleiding van haar zoon en bepaalde privéomstandigheden en de grieven inzake het gehanteerde evaluatiesysteem dat niet transparant en objectief is. De betwisting van het feit dat er sprake is van zes jaartekorten werd niet, minstens volstrekt onvoldoende beantwoord. Ook op de talrijke vragen tot verduidelijking kwam geen antwoord. Verzoeker wijst meer bepaald op zijn vragen met betrekking tot de volgende aspecten van de evaluatie: “- Het relatief gewicht van het dagelijks werk en examens; - De niet consequente hantering van de toetsenfiches; - De betekenis van oranje scores, met opmerking dat uit het dossier van [verzoeker] blijkt dat zulks correspondeert met slaagcijfers; - Attitude, in welke mate dit al dan niet meegespeeld heeft in de beslissing van de attestering; - Het in overweging willen nemen om [verzoeker] naar het zesde jaar te laten gaan mits gepaste hulp, een goed individueel handelingsplan en verplichte remediëring voor de vakken Frans en wiskunde.” Volgens verzoeker zijn deze vragen en opmerkingen, zoals het relatief gewicht dagelijks werk/examens, het ontzeggen aan de leerling van de verplichte informatie op basis waarvan hij kon weten wat precies van hem werd verwacht op basis van toetsenfiches, de betekenis van de oranje scores en of dit correspondeert met een slaagcijfer, het overwegen van remediërende maatregelen IX-10.124-6/16 om hem wel naar het zesde jaar in de gevolgde richting te laten gaan, van aard om de verwerende partij tot een andere beslissing te brengen, zodat hij er aanspraak op mag maken hierop een antwoord te krijgen. 6.
- Een tweede middel luidt “gebrekkige informatie en communicatie, schending van het patere legem quam ipse fecisti-beginsel en het formelemotiveringsbeginsel, het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel, schending van artikel 5, § 5 van het Besluit van de Vlaamse regering betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs d.d. 19 juli 2002”. Verzoeker wijst erop dat de beroepscommissie in de bestreden beslissing erkent dat een minder transparant systeem van rapportering door de klassenraad werd gehanteerd, waardoor er op zijn minst twijfel kan bestaan over de objectiviteit van het evaluatiesysteem. Er wordt toegegeven dat de gehanteerde kleurencodes niet volgens kleur toegelicht worden in het schoolreglement. Door de beroepscommissie wordt aldus erkend dat de kleurencodes onwettig zijn. Deze evaluatiemethode wordt door haar terzijde geschoven. Anderzijds oordeelt zij dat de rapportcommentaren niet onwettig zijn, op grond waarvan de beroepscommissie beslist, voor haar nieuw oordeel over de attestering van verzoeker, te steunen op deze commentaren. Verzoeker is van oordeel dat deze nieuwe evaluatiemethode die de beroepscommissie hiermee plots in het leven roept, evenmin “transparant, objectief en eerlijk” is, zoals nochtans is voorgeschreven door het schoolreglement. De verwerende partij stelt immers rekening te hebben gehouden met de bevindingen van de leraren op de rapporten. Zij stelt niet, minstens niet voldoende hoe zij hierbij te werk is gegaan. En indien zij van oordeel is dat zij bij haar werkwijze wel een toelichting heeft gegeven middels de voorbeelden die zij onder punt 5 opneemt in haar bestreden beslissing, is snel vast te stellen dat de door IX-10.124-7/16 haar gehanteerde methode allerminst zorgvuldig, objectief, transparant, eerlijk en redelijk is. De bestreden beslissing omvat een bloemlezing van een aantal rapportcommentaren van een aantal vakken. Verzoeker stelt vast dat dit de rapportcommentaren betreffen die enkel betrekking hebben op het examen afgelegd in juni. Door de beroepscommissie is aldus geen analyse gemaakt van alle rapportcommentaren per vak, noch een afweging tussen deze rapportcommentaren, noch een afweging tussen rapportcommentaren die betrekking hebben op de examens en die welke betrekking hebben op het dagelijks werk op grond waarvan duidelijk zou worden welk relatief gewicht de commissie aan de examens ten opzichte van het dagelijks werk heeft gegeven. De commissie steunt aldus enkel op de rapportcommentaren gegeven door de vakleraren op de examens die hij aflegde in juni om te oordelen over zijn al dan niet slagen voor een vak. Een dergelijke evaluatiemethode is alvast pertinent strijdig te noemen met artikel 5, § 5, van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 ‘betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs’ en tevens kennelijk onredelijk te noemen. Minstens geeft de beroepscommissie geen uitleg bij de door haar gehanteerde evaluatiemethode aan de hand van de rapportcommentaren, zodat niet na te gaan valt of deze methode de toets van de wettigheid kan doorstaan. Van een beroepscommissie die haar eigen evaluatiemethode in de plaats stelt van een door haar onwettig verklaarde evaluatiemethode kan minstens verwacht worden dat zij zeer nauwgezet uiteenzet hoe zij te werk is gegaan en vervolgens de toepassing van haar methode uitvoerig in haar beslissing opneemt. Zij heeft dit in deze evenwel flagrant nagelaten. Volgens verzoeker kan de verwerende partij aan haar gebrekkige evaluatiemethode nu niet meer remediëren. Zij kan niet retroactief informeren en communiceren, laat staan over een nieuwe evaluatiemethode die zij plots zelf heeft uitgevonden en die niet tijdig werd gecommuniceerd en via het schoolreglement onderschreven. IX-10.124-8/16 Volledigheidshalve wijst verzoeker erop dat de verwerende partij tevens naliet de leerlingen consequent in te lichten over wat zij van hen verwachtte en wat zij moesten kennen en kunnen. Conform het schoolreglement diende dit nochtans altijd te gebeuren “voorafgaand aan de meting en waardering”. In de praktijk diende dit door de leraren verplicht te gebeuren aan de hand van tijdig verstrekte toetsenfiches. Zoals voor de beroepscommissie herhaaldelijk opgeworpen, gebeurde dit door sommige leraren niet, door anderen niet consequent. Op basis van enige logica kan worden besloten dat een rode score een onvoldoende betreft en een groene een “goede voldoende”. Evenwel kon verzoeker er rechtmatig van uitgaan dat een oranje score tevens een voldoende, zij het een “lagere voldoende” is. Verzoeker geeft voorbeelden waar op zijn rapporten oranje codes staan, gekoppeld aan een slaagcijfer. Verzoeker blijft dan ook stellig het terecht karakter van zijn jaartekorten betwisten. Het is in elk geval aan de verwerende partij om concreet en gedetailleerd te duiden hoe zij op wettige wijze meent het dagelijks werk en de behaalde examenresultaten tegen elkaar te hebben afgewogen om aldus correct tot de gegeven rode scores te zijn gekomen. Verzoeker meent alvast dat zulks onmogelijk is – en immer zal blijven.
- In de nota met opmerkingen citeert de verwerende partij onder de “feitelijke gegevens” enkele opmerkingen en commentaren op de rapporten van verzoeker doorheen het schooljaar. Volgens haar voldoet de bestreden beslissing aan de formelemotiveringsplicht: enerzijds worden de studieresultaten bekeken en beoordeeld en anderzijds worden de overige argumenten van verzoeker verworpen omdat het tekort aan kennis hierdoor niet wordt weggenomen maar enkel verklaard. IX-10.124-9/16 De onvoldoende vakresultaten zijn vastgesteld door leerkrachten die vermoed worden bekwaam te zijn om deze vaststelling te maken. Uit het administratief dossier blijkt dat de beroepscommissie het leerlingendossier heeft gehanteerd om tot een besluit te komen. De kleurencodes die op de rapporten worden gebruikt, mogen dan wel een andere manier van werken zijn dan traditionele punten, de commentaren van de vakleerkrachten zijn wel nog steeds zeer duidelijk. Wat ook duidelijk is, is dat bepaalde vakleerkrachten, samengekomen in een delibererende klassenraad, bepaald hebben dat voor hun vak de leerdoelen onvoldoende behaald zijn: Nederlands, cultuurwetenschappen, aardrijkskunde, Frans, natuurwetenschappen en wiskunde. Verzoeker stelt dat dit resultaat onverwacht is en negeert hiermee volkomen de commentaren van de leerkrachten. Door de beroepscommissie wordt niet erkend dat de kleurencodes onwettig zijn, zoals verzoeker beweert. Wel wordt gesteld dat het om een minder transparant systeem van rapporteren gaat, reden waarom wordt gekeken naar de toelichting bij de vakken. Wanneer op het rapport een rode kleur vermeld staat, is het duidelijk dat er eigenlijk staat: de leerling behaalt de verwachting niet. Wanneer er een oranje kleur staat, betekent dat evenzeer dat de leerkracht van oordeel is dat de verwachtingen niet behaald zijn, maar wel bijna. De stelling dat een oranje score voldoende is, heeft geen band met het gehanteerde rapporteringssysteem waar expliciet wordt aangeduid waar de tekorten zijn én dat voorziet in een scoresysteem waar een groene score staat voor het behalen van de verwachtingen voor de door de leerkracht gestelde doelen. Het is in de eerste plaats aan de vakleerkracht om te oordelen of de leerling voor zijn vak in voldoende mate de leerplandoelstellingen heeft behaald. De rode en oranje resultaten van verzoeker zijn veelvuldig. De verwerende partij overloopt ze op de bladzijden 16 tot 30 van haar nota. De resultaten voor dagelijks werk 4 en examen 2 zijn volgens haar zonder meer slecht te noemen. De beweringen over de oranje resultaten zijn minder relevant als het IX-10.124-10/16 rapport vooral rood kleurt. De beslissing van de beroepscommissie om te steunen op deze niet behaalde doelen die hebben geleid tot een onvoldoende voor zes vakken en vervolgens het C-attest te bevestigen, is dan ook volledig in lijn met het leerlingendossier. De vastgestelde dalende trend in de resultaten blijkt zonder meer uit de commentaren van de begeleidende klassenraad, zoals in de nota onder het hoofdstuk “feitelijke gegevens” geciteerd. Beoordeling
- Het past beide middelen samen te bespreken.
- De verwerende partij werkt op de rapporten met kleurcodes. Rekening houdend met de stukken van het administratief dossier, zou de kleur blauw staan voor “leerling overstijgt de verwachting”, de kleur groen voor “leerling behaalt de verwachting”, de kleur oranje voor “leerling benadert de verwachting (maar is er nog niet!)” en de kleur rood voor “leerling behaalt de verwachting niet”. Hieruit mag op het eerste gezicht worden afgeleid – anders dan hoe verzoeker het ziet – dat de kleurcode oranje wordt gegeven als de leerling op dat specifieke toetsingsmoment (net) geen 50% of in globo (net) minder dan de in voldoende mate te bereiken doelen behaalt. In het licht hiervan is het dan wel vreemd dat op de rapporten van verzoeker meermaals gebruikgemaakt wordt van de kleurcode oranje, terwijl hij op de bedoelde vakonderdelen of vakken meer dan de helft van de cijfers of meer dan de helft van de te bereiken doelen behaalde. Even vreemd is het als de delibererende klassenraad het C-attest onder meer motiveert met “een oranje score op beide examens” voor de poolvakken waarop verzoeker volgens diezelfde klassenraad “nipt voldoende” behaalt. Een dergelijke quotering lijkt dan ook niet in lijn te zijn met de transparantie die het schoolreglement vooropstelt. IX-10.124-11/16 Evenmin lijkt voorshands duidelijk in welke mate dagelijks werk en in welke mate examenprestaties wegen op de eindbeoordeling van de kleurcodes. Op het eerste gezicht werden de kleurcodes dan ook terecht verworpen door de beroepscommissie. Volgens de verwerende partij heeft de beroepscommissie deze evaluatiemethode niet onwettig verklaard. Maar hoe dan ook hééft zij nu eenmaal beslist dat “bij het rapporteren van [de] toetsing een weinig transparant systeem gehanteerd wordt” waar “op zijn minst twijfel over [kan] bestaan” en is zij overgegaan tot een eigen deliberatie. De verwerende partij kan dan bezwaarlijk in haar nota thans aan de Raad van State vragen om zich in de plaats te stellen van de beroepscommissie en aan de kleurcodes wél opnieuw een autonome betekenis te geven.
- De beroepscommissie, die bij het onderzoek van verzoekers beroep beschikt over de volheid van bevoegdheid, steunt vervolgens naar eigen zeggen haar evaluatiebeslissing “op de resultaten vermeld bij de rapportering, waarbij voor elk vak een uitgebreide fiche werd voorzien met de nodige uitleg” en zij gaat uit van de deskundigheid van de leerkrachten om daaruit te besluiten dat verzoeker de doelstellingen voor zes vakken onvoldoende heeft behaald.
- De Raad van State kan de beroepscommissie hierin bijvallen, als zij wenst uit te gaan van en te steunen op de deskundigheid van de leerkrachten – de beroepscommissie heeft in tegenstelling tot de vakleerkrachten nu eenmaal niet zelf verzoeker gevolgd in zijn prestaties voor elk van zijn vakken tijdens het schooljaar.
- De Raad kan op het eerste gezicht ook begrijpen – althans in principe – dat de beroepscommissie teruggrijpt naar de “resultaten vermeld bij de rapportering”. IX-10.124-12/16 Maar net daar knelt nu het schoentje, omdat die rapportering nu eenmaal behoort bij de kleurcodes die de beroepscommissie terzijde heeft willen laten. Bovendien lijken heel wat van de kleurcodes op die fiches zonder een begeleidend commentaar te zijn ingekleurd. De citaten die de beroepscommissie dan opneemt als motivering onder punt 5 van haar beslissing, zijn op het eerste gezicht anecdotisch – zoals verzoeker schrijft: een bloemlezing – en bovendien, zo lijkt, beperkt tot voornamelijk één periode van dagelijks werk en de examens van juni. Het relatieve belang van deze commentaren is onduidelijk, evenals de betekenis ervan ten opzichte van de in voldoende mate te bereiken leerplandoelstellingen. Met andere woorden, nadat zij “erkent […] dat er bij het rapporteren van [de objectieve toetsing van de door verzoeker behaalde doelstellingen]” een weinig transparant systeem met kleurcodes gehanteerd wordt en zij om die reden abstractie maakt van die kleurcodes, steunt de beroepscommissie het resultaat van haar eigen evaluatie enkel op sporadische rapportcommentaren die prima facie niet – minstens niet voor alle zes de vakken – toelaten in te zien waarom verzoeker op zijn rapport zes jaartekorten heeft. Deze rapportcommentaren hebben immers allemaal betrekking op deelaspecten van een bepaald vak, terwijl er voor andere deelaspecten enkel een code is gegeven zonder enige commentaar. In elk geval stuiten deze commentaren op het bezwaar dat ze geen betrekking hebben op een eindbeoordeling in globo voor dit vak. Met andere woorden, enkel op basis van deze rapportcommentaren, kan de leerling niet afleiden of hij nu, bekeken over het volledige schooljaar, al dan niet de leerplandoelstellingen voor dat specifieke vak in voldoende mate heeft bereikt. Een dergelijke motivering lijkt bijgevolg niet afdoende.
- Met de uitvoerige uitleg die de verwerende partij in de nota geeft, mag de Raad van State geen rekening houden aangezien ze post factum is gegeven en uit niets blijkt dat ze aan de beroepscommissie is toe te rekenen. IX-10.124-13/16
- De Raad van State besluit dat het door de beroepscommissie in beroep gehanteerde aangepaste evaluatiesysteem in theorie aanneembaar lijkt, maar in concreto niet zorgvuldig is toegepast en dus eveneens vatbaar is voor kritiek. Om consequent te zijn met haar beslissing om de kleurcodes terzijde te laten en een eigen beoordeling in de plaats te stellen op basis van de rapportering door de leerkrachten, en om aldus een weloverwogen beslissing te kunnen nemen, had de beroepscommissie zich hierover door de vakleerkrachten bijkomend moeten laten inlichten, door bijvoorbeeld aan elke vakleerkracht een eindbeoordeling van verzoeker met betrekking tot diens specifieke vak te vragen. Dat heeft zij evenwel niet gedaan, waardoor zij de bestreden beslissing op grond van een onvolledig dossier lijkt te hebben genomen.
- Het tweede middel is in de aangegeven mate ernstig.
- De hierna op grond van dit middel te bevelen schorsing nodigt de beroepscommissie uit om haar beslissing te heroverwegen en te vervangen door een nieuwe beslissing die rekening houdt met het recht van verzoeker op een vaststaande uitslag die steunt op niet-betwiste resultaten. Om die reden lijkt een nadere beoordeling van het eerste middel voorbarig, aangezien die nieuwe beslissing zal steunen op een eigen motivering en dan normaliter een antwoord zal geven op de vragen die volgens verzoeker momenteel nog onbeantwoord zijn gebleven. Bovendien heeft verzoeker ondertussen kennis van het administratief dossier, waarin hij ook op bepaalde van zijn vragen het antwoord kan terugvinden, voor zover hij beweert dat antwoord voorheen nog niet te kennen – zoals bijvoorbeeld de juiste betekenis van de code oranje.
- Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil IX-10.124-14/16 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. IX-10.124-15/16 BESLISSING
- De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep Gent van het Gemeenschapsonderwijs van 25 augustus 2022, waarbij aan XXXX een oriënteringsattest C wordt toegekend.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier oktober tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.124-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.667 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.155 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div