id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.681 Rolnummer: A. 234741/VII-41218 Zaak: Arrest 254681 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/10/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-10-13 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-10 07:34 Fiche Arrest nr 254.681 van 6 oktober 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 254.681 van 6 oktober 2022 in de zaak A. 234.741/VII-41.218 In zake : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- Bernardin GOOSSENS
- Guido PEETERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Geens kantoor houdend te 2600 Antwerpen - Berchem Borsbeeksebrug 36 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 1 oktober 2021, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2021-1303 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 26 augustus 2021 in de zaak 2021-RvVb-0517-A. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 28 oktober
- De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. VII-41.218-1/6 Eerste auditeur Wouter De Cock heeft op 16 maart 2022 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ (hierna: cassatieprocedurebesluit). De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wouter Poelmans, die loco advocaat Tom Swerts verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Het college van burgemeester en schepenen verleent op 28 september 2015 een stedenbouwkundige vergunning “voor het renoveren van een bestaande stal en de functiewijziging van landbouwgebruik naar plaats van samenkomst voor natuurbeleving” aan de vzw Natuurpunt Beheer.
- De RvVb vernietigt bij arrest van 27 februari 2018 (RvVb/A/1718/0579) de – naar aanleiding van het administratief beroep van VII-41.218-2/6 Goossens-Peeters tegen voormelde vergunningsbeslissing op 7 januari 2016 door de deputatie van de provincieraad van Antwerpen (hierna: deputatie) verleende – stedenbouwkundige vergunning en beveelt de deputatie een nieuwe beslissing te nemen over het administratief beroep binnen een (orde)termijn van vijf maanden.
- De RvVb vernietigt bij arrest van 17 september 2020 (RvVb-A-2021-0046) de stedenbouwkundige vergunning die de deputatie na herneming van de vergunningsprocedure op 26 juli 2018 heeft verleend.
- De deputatie neemt op 7 januari 2021 volgende beslissing: “Over het voorstel van de POA naar besluit toe is er gestemd in de deputatie met als resultaat een staking van stemmen van twee tegen twee. Door de staking van stemming is het voorstel verworpen en is er bijgevolg geen uitspraak gedaan over het [administratief] beroep van Goossens-Peeters”.
- Het bestreden arrest: – verklaart het eerste en het tweede middel van Goossens-Peeters “in de aangegeven mate” gegrond; – vernietigt de beslissing van de deputatie. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Het cassatieprocedurebesluit voorziet na de kennisgeving van het auditoraatsverslag dat in deze zaak besluit “het beroep te verwerpen”, niet in de mogelijkheid een “laatste memorie met verzoek tot voortzetting van de procedure” in te dienen. Artikel 18, § 1 van het cassatieprocedurebesluit laat in dat geval enkel toe om op straffe van de toewijzing van de afstand van het geding te “vragen dat de procedure wordt voortgezet teneinde te worden gehoord”. Voormelde memorie wordt alleen als procedurestuk in aanmerking genomen in zoverre daarin wordt gevraagd de procedure voort te zetten en te worden gehoord. Voor zover de memorie de neerslag vormt van de uiteenzetting van de deputatie ter terechtzitting, wordt ze als een loutere inlichting beschouwd. VII-41.218-3/6 V. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de deputatie
- De deputatie voert de schending aan van artikel 4.7.23, § 1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) “juncto artikel 54 van het Provinciedecreet”, artikel 149 van de Grondwet en “het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der machten”: “DOORDAT de Raad voor Vergunningsbetwistingen in het bestreden arrest van 26 augustus 2021 de beslissing van de Deputatie genomen bij staking van stemmen dd. 7 januari 2021 vernietigde, en daarbij ten onrechte aannam dat het beroep Impliciet afgewezen was, en verder in strijd met de geldende wetgeving oordeelde dat de Deputatie bij staking der stemmen uitspraak diende te doen over de inhoud van het beroep; TERWIJL de Deputatie volgens (oud) artikel 4.7.23, §1 VCRO haar beslissing omtrent het ingestelde beroep moet nemen ‘op grond van het verslag van de provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar’; EN TERWIJL de Deputatie volgens artikel 54 Provinciedecreet ingeval van staking van stemming ‘het voorstel’ moet verwerpen; EN TERWIJL uit artikel 4.7.23, §1 VCRO volgt dat het ‘voorstel’ bedoeld in artikel 54 Provinciedecreet ingeval van een administratieve beroepsprocedure het verslag van de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar betreft; EN TERWIJL de staking van stemmen de verwerping van het verslag van de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar tot gevolg heeft, waardoor gelet artikel 4.7.23, §1 VCRO in de deputatiebeslissing van 7 januari 2021 ook geen uitspraak meer kon worden gedaan over het beroep; EN TERWIJL de ‘verwerping’ van het ‘voorstel’ hoe dan ook niet zo mag worden begrepen dat een motivatie moet worden geboden die niet gedragen wordt door een meerderheid van de deputatieleden, zoals het bestreden arrest ten onrechte doet; EN TERWIJL de vernietigde beslissing van 7 januari 2021 bijgevolg terecht besloot tot de verwerping van het voorstel van de provinciale omgevingsambtenaar Ingevolge de staking van de stemmen, waardoor er geen uitspraak kon worden gedaan over het beroep; ZODAT het bestreden arrest de bepalingen ter hoogte van het middel schendt.” Zij licht toe dat: – de deputatie “weliswaar geen uitspraak deed over het beroep, maar wel degelijk een beslissing nam”, VII-41.218-4/6 – in het licht van artikel 4.7.23, § 1 VCRO het verslag van de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar “het ‘voorstel’ in de zin van artikel 54 Provinciedecreet uitmaakt”, – door “de verwerping van het voorstel van de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar […] de deputatie zich […] niet [kon] uit[...]spreken over het beroep”, – het bestreden arrest ten onrechte aanneemt dat het administratief beroep verworpen zou zijn terwijl het voorstel van de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar werd verworpen. Beoordeling
- In zoverre het middel de schending aanvoert van het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der machten en nalaat te preciseren wanneer het bestreden arrest het aangevoerde beginsel schendt, mist het nauwkeurigheid om ontvankelijk te kunnen zijn.
- In zoverre het middel de schending aanvoert van artikel 149 GW en voor het eerst in de toelichtende memorie uiteenzet op welke wijze het bestreden arrest deze bepaling schendt, is het onontvankelijk bij gebrek aan uiteenzetting in het inleidende verzoekschrift.
- Artikel 54, eerste en tweede lid, van het Provinciedecreet luidt: “De besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt verstaan, meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend. Elke beslissing van de deputatie vermeldt de naam van de aanwezige leden en, in voorkomend geval, van de verslaggever. Bij staking van stemmen wordt het voorstel verworpen”.
- Het voorstel in de zin van het tweede lid van artikel 54 van het Provinciedecreet, moet worden begrepen als de voorbereidende akte van de beslissing in de zin van voormelde bepaling waarover de leden van de deputatie stemmen. VII-41.218-5/6 Het middel dat de schending aanvoert van artikel 4.7.23, § 1, VCRO juncto artikel 54 van het Provinciedecreet, gaat uit van een andere rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht.
- Het middel wordt verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes oktober tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.218-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.681 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div