← België

Arrest 254701 - Examens (onderwijs) - 07/10/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.701 Rolnummer: A. 237344/IX-10130 Zaak: Arrest 254701 - Examens (onderwijs) - 07/10/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-10-11 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-10 07:35 Fiche Arrest nr 254.701 van 7 oktober 2022 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 254.701 van 7 oktober 2022 in de zaak A. 237.344/IX-10.130 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW DIOCESAAN SCHOOLCOMITÉ SINT-NIKLAAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter Van Assche en Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 28 september 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Diocesaan Schoolcomité Sint-Niklaas van 9 september 2022 waarbij het beroep van XXXX als ongegrond wordt afgewezen en dienvolgens de beslissing van de delibererende klassenraad van 17 augustus 2022 wordt bevestigd om aan XXXX een oriënteringsattest B toe te kennen met clausulering van het ASO. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.130-1/13 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op dinsdag 4 oktober 2022, om 13.30 uur. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Tom De Sutter, die tevens loco advocaat Pieter Van Assche verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Tijdens het schooljaar 2021-2022 is XXXX leerling van het tweede leerjaar van de tweede graad in de studierichting Sportwetenschappen aan het Sint-Jozef-Klein-Seminarie te Sint-Niklaas, een onderwijsinstelling waarvan de vzw Diocesaan Schoolcomité Sint-Niklaas het schoolbestuur is. 3.
  5. In de bestreden beslissing kunnen onder meer de volgende “relevante feiten” worden gelezen, die als zodanig door verzoeker op het eerste gezicht niet worden betwist: “Gezien [verzoeker] aan heel veel evaluatiemomenten en examens tijdens het tweede semester niet deelnam zijn zowel het rapport van het tweede semester als het jaarrapport niet representatief voor de te behalen eindtermen. Ingevolge gezondheidsproblemen waren er talrijke afwezigheden tijdens het tweede semester. Hiermee rekening houdend besliste de delibererende klassenraad op 19 mei 2022 voor verzoeker op basis van de door hem herhaaldelijk uitgedrukte wens om in de derde graad sportwetenschappen te volgen, een individueel IX-10.130-2/13 aangepast traject uit te stippelen teneinde hem de gelegenheid te bieden tot verwerving van de basismaterie voor de poolvakken van het 5de leerjaar Sportwetenschappen, terwijl de klassenraad zodoende toch een beeld kon bekomen over zijn al dan niet voldoende beheersing van de basiskennis en -vaardigheden om met redelijke slaagkansen de derde graad Sportwetenschappen aan te vatten. In juni 2022 werden door verzoeker slechts 2 van de 5 examens afgelegd (met name Chemie en Biologie); voor het vak Frans stelde verzoeker zelf als voorwaarde dat hij de door hem voorbereide tekst zou mogen aflezen i.p.v. deze mondeling naar voor te brengen op basis van een hulpkaart met enkele kernwoorden, wat evenwel niet kadert in het leerplan en de taalvaardigheidsvereisten zodat hierop niet kon worden ingegaan, waarna verzoeker besliste om niet deel te nemen aan dit examen; verzoeker verzaakte ook aan deelname aan de examens Fysica en Wiskunde, geprogrammeerd in de tweede examenweek van juni. De klassenraad stond verzoeker toe de niet-afgelegde examens dan af te leggen op 12, 16 en 17 augustus 2022, doch verzoeker kondigde aan op 8 augustus, in een gesprek met de pedagogisch directeur, hieraan niet te zullen deelnemen wegens een op 12 augustus gepland medisch onderzoek (wat het examen Frans betrof), en wat de examens Wiskunde en Fysica op 16 en 17 augustus betrof, wegens te weinig voorbereidingstijd en te hoge mentale druk. Ook het voorstel om de examens dan op een later tijdstip in augustus af te leggen werd door verzoeker in het gesprek dd. 8 augustus afgewezen, hij verklaarde zich enkel bereid tot het maken van taken en tot het volgen van een zomercursus basisbegrippen Economie (georganiseerd door de Scholengemeenschap) omdat hij ondertussen tot de intentie was gekomen om over te schakelen naar de studierichting Economie-Moderne Talen.” 3.
  6. Op 17 augustus 2022 beslist de delibererende klassenraad om aan verzoeker een oriënteringsattest B te verlenen, met clausulering van het ASO en met het advies om het vierde leerjaar in de studierichting Sportwetenschappen over te doen. De motivering luidt: “Het voorgestelde minimale traject wordt niet afgewerkt. De gezondheid van [verzoeker] laat dit niet toe. De KR heeft veel te weinig gegevens door zijn veelvuldige afwezigheden. Voor wetenschappen, wiskunde en ook de taalvakken behaalt hij verschillende doelstellingen niet.” IX-10.130-3/13 3.
  7. Na overleg tussen verzoeker en de schooldirecteur beslist laatstgenoemde dat de klassenraad niet meer opnieuw zal worden samengeroepen. 3.
  8. Op 29 augustus 2022 stelt verzoeker een beroep in bij het schoolbestuur. In zijn beroepschrift zet verzoeker vooreerst uitvoerig “de medische problematiek en impact op het schooljaar” uiteen (pagina’s 3 tot 6 van het beroepschrift). Hij vermeldt daarbij te hebben aangegeven dat hij “zeker bereid was om taken te maken en eventueel examens maar enkel voor 5 EMT en niet voor 5 SPW”. Vervolgens formuleert hij daarbij een “[a]anvullende toelichting en bedenkingen” (pagina’s 6 tot 10 van het beroepschrift). Zo wijst hij erop dat zijn afwezigheden steeds werden verantwoord met medische attesten. Een heroriëntering is volgens hem vereist, omdat recent is gebleken dat “zijn medische toestand sport niet meer zal toelaten”. Hij wilde ook tijdens zijn afwezigheden lessen blijven volgen en het is voor hem “een raadsel” waarom afstandsonderwijs niet mogelijk werd geacht. Hij stelt tijdens het jaar de lessen te hebben gevolgd “samen met de richting Moderne Talen” en volgens hem leert “[d]e vergelijking tussen de beide richtingen […] dat [hij] eenzelfde voorbereiding heeft gehad op het vlak van talen”. Hij wijst er tevens op dat hij “geslaagd [is] voor taalvakken en globaal voor het jaar”. Hij vermeldt ten slotte dat “[h]ij reeds een startcursus economie heeft genomen” en hij betreurt “dat hem op de klassenraad niet de mogelijkheid werd geboden te tonen dat hij over de vereiste capaciteiten beschikt voor talen, teneinde zicht te hebben op zijn competenties hieromtrent voor het volgende jaar”. Voorts betwist verzoeker de onmogelijkheid voor de schooldirecteur om de klassenraad nog bijeen te roepen (pagina 11 van het beroepschrift). Ten slotte vermeldt hij met betrekking tot zijn “Bereidheid” (pagina 12 van het beroepschrift): “Verzoeker stelt expliciet bereid te zijn aanvullende taken op te maken of bijkomende proefwerken af te leggen, teneinde te bewijzen dat hij wel degelijk over de vereiste competenties voor het volgende jaar beschikt, gebeurlijk met clausulering van de wiskunde/wetenschapsrichtingen.” IX-10.130-4/13 Verzoeker besluit zijn beroepschrift met de vraag aan de beroepscommissie om de beslissing van de klassenraad te vernietigen, “gebeurlijk mits het opleggen van bijkomende taken en/of proeven”. 3.
  9. Op 9 september 2022 neemt de beroepscommissie de thans bestreden beslissing om het beroep van verzoeker af te wijzen als ongegrond, de evaluatiebeslissing van de delibererende klassenraad van 17 augustus 2022 te bevestigen en aan verzoeker een oriënteringsattest B toe te kennen met clausulering van het ASO en met de toelating om zich opnieuw in het vierde leerjaar in te schrijven. Deze beslissing steunt op de volgende beoordeling “ten gronde”: “4.2.
  10. Verzoeker stelt dat zijn wankele gezondheidstoestand sedert medio augustus beter (o.m. koortsvrij) evolueert, doch sedert begin september kampt hij dan weer met een verkoudheid. Het resultaat van de op 26 augustus genomen biopsie (in het kader van een vermoede spieraandoening) zal volgens verklaring van verzoeker pas op l oktober 2022 gekend […] zijn. Hoe dan ook voorziet hij thans – als voldongen feit – ontoereikende fysieke capaciteiten en reserves om de studierichting Sportwetenschappen nog verder te blijven volgen. 4.2.
  11. Verzoeker maakt zich sterk het lste jaar van de derde graad in de studierichting Economie-Moderne Talen wel degelijk aan te zullen kunnen, erop wijzende dat hij voor talen minder inspanningen hoeft te doen dan voor wetenschappen. De zomercursus Economie werd door verzoeker gevolgd op de voormiddagen van 22 t.e.m. 25 augustus, op 26 augustus was hij verhinderd wegens de geplande biopsie; het resultaat van de vervolgens afgelegde proef op 7 september is nog niet gekend. 4.2.
  12. Van de directeur wordt vernomen dat verzoeker, in afwachting van de beslissing van de beroepscommissie, zich merkwaardigerwijs ingeschreven heeft in het 4de jaar Natuurwetenschappen waarvoor de zomercursus Economie als dusdanig geen nut noch voordeel biedt, én dat hij sedert l september nog maar zeer sporadisch op school aanwezig is geweest (l en 6 september enkel), weze het dat de afwezigheden telkens gestaafd waren met medische attesten. 4.2.
  13. De beroepscommissie komt tot de bevinding dat de op jaarbasis behaalde cijfers onvoldoende representatief zijn wegens onvoldoende deelname aan toetsen en examens voor belangrijke vakken. Aldus zijn veel eindtermen niet getest waardoor niet is aangetoond dat deze verworven zijn. Het door de klassenraad in mei 2022 welwillend aangeboden individueel aangepast traject om hem voor te bereiden op de toen geuite wens om over te IX-10.130-5/13 gaan naar 5 SPW, werd door verzoeker niet naar behoren gevolgd, hoewel dit parcours op zich al zeer minimalistisch was én gekoppeld was aan vakantietaken voor de taalvakken, te maken na de examens; aan de inhaalexamens werd tenslotte niet deelgenomen. Pas in het gesprek dd. 08.08.2022 met de pedagogisch directeur werd door […] verzoeker voor het eerst melding gemaakt van de gewijzigde optie van Sportwetenschappen naar Economie-Moderne Talen. Door dit alles heeft verzoeker een ernstige leerachterstand opgebouwd daar waar bij overgang naar de beoogde ASO-richting de nadruk ligt op talen waarvoor te veel grammaticalessen werden gemist. De in het beroepsgrievenschrift vermelde proeve tot vergelijking tussen de lessentabellen Moderne Talen en Sportwetenschappen gaat niet op aangezien het nieuwe lessentabellen betreffen die in het 4de jaar pas in voege zijn getreden per l september 2022: in het schooljaar 2021-22 bestond de studierichting Moderne Talen niet eens in het 4de jaar. De (on)mogelijkheid tot het volgen van afstandsonderwijs, waar in het beroepsgrievenschrift naar wordt verwezen, was in casu niet aan de orde: afstandsonderwijs wordt door de school enkel aangeboden aan niet-zieke leerlingen die in quarantaine moeten of aan leerlingen die als dusdanig wél de lessen kunnen volgen doch geconfronteerd worden met een fysiek obstakel om zich naar school te begeven. De klassenraad kwam tot de weloverwogen en correcte conclusie dat verzoeker voor Wetenschappen, Wiskunde alsook voor de taalvakken en algemene vakken verschillende doelstellingen niet heeft behaald. 4.2.
  14. De voorgebrachte medische attesten wettigen weliswaar de afwezigheid tijdens de lessen en de evaluatiemomenten, maar impliceren allerminst een valabel substituut om aan te tonen dat verzoeker daardoor de doelstellingen qua kennisverwerving en vaardigheden heeft bereikt die hem redelijkerwijs reële slaagkansen bieden in het vijfde jaar ASO. De beroepscommissie stelt vast dat verzoeker in gebreke blijft voldoende overtuigende gegevens aan te reiken die een wijziging van de beslissing van de klassenraad zouden kunnen verantwoorden. Integendeel, zoals de behaalde (doch voor een globale beoordeling niet-representatieve) cijfers en de verzamelde gegevens thans voorliggen, tonen deze aan dat verzoeker de leerdoelstellingen onvoldoende heeft behaald en er niet in slaagt de beroepscommissie ervan te overtuigen dat hij met deze beperkte bagage voldoende reële slaagkans heeft in een 5de jaar ASO. 4.2.
  15. Het beroep van verzoeker wordt afgewezen als ongegrond, het oriënteringsattest B met clausulering ASO wordt bevestigd. Tegelijk adviseert de beroepscommissie verzoeker de optie in overweging te nemen tot overstap naar een 5de jaar op TSO-niveau, meer bepaald de studierichting Bedrijfseconomie, gelet op de betoonde interesse voor het vak Economie.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden IX-10.130-6/13
  16. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  17. Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en de formelemotiveringsplicht. Hij betoogt dat uit de bestreden beslissing duidelijk blijkt dat de verwerende partij “op geen enkele manier rekening houdt met de essentie van [zijn] intern beroep”. Zo heeft hij “zeer duidelijk aangekaart dat er zich het afgelopen schooljaar verschillende bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de resultaten die voorliggen […] niet representatief zijn en dat deze bijkomende proeven vereisen”. Volgens verzoeker vraagt hij in zijn beroepschrift duidelijk om alsnog bijkomende proeven te mogen afleggen en wijst hij erop dat het met zijn gezondheid de goede kant opgaat, maar wordt in de bestreden beslissing niet concreet daarop ingegaan. Dat is, aldus verzoeker, frappant, nu de beroepscommissie erkent dat zijn cijfers niet representatief zijn wegens zijn afwezigheden om medische redenen. In dat geval moet volgens verzoeker een bijkomende proef of alternatieve maatregel worden opgelegd. De handelwijze van de verwerende partij schendt het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, zo stelt verzoeker. Als een leerling uitzonderlijke omstandigheden inroept om een bijkomende proef te mogen IX-10.130-7/13 afleggen, dan moet immers de klassenraad en dus ook de beroepscommissie die vraag ernstig onderzoeken en een weigering in beginsel ook verantwoorden. Dat gebeurt in dit geval niet, “[d]e hele kwestie wordt doodgezwegen”. Voorts, zo vervolgt verzoeker, geeft de bestreden beslissing geen globale beoordeling, zoals nochtans vereist, aangezien de beroepscommissie het hele dossier en dus ook de positieve resultaten van de leerling bij haar beslissing dient te betrekken. Ze houdt geen rekening met de ingeroepen elementen en faalt in haar motivering. Verzoeker doet ten slotte gelden dat de formelemotiveringsplicht die volgt uit de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ is geschonden. In dit verband wijst hij erop dat de beroepscommissie in de bestreden beslissing melding ervan maakt dat verzoeker vordert “dat bijkomende taken en/of proeven zouden worden opgelegd”. Nu deze kwestie in de bestreden beslissing compleet onbesproken blijft, kan deze beslissing “op geen enkele wijze als pertinent en draagkrachtig gemotiveerd [aangezien] worden”. Beoordeling
  18. Daargelaten of, zoals verzoeker beweert, zijn “vraag” om bijkomende proeven af te leggen tot “de essentie” van zijn beroepschrift voor de beroepscommissie behoort, moet op het eerste gezicht worden vastgesteld dat die enkele keren dat hij er – overigens telkens summier – melding van maakt in zijn beroepschrift dat voor het overige wel twaalf bladzijden telt, hij hoofdzakelijk slechts gewag maakt van zijn “bereidheid” om bijkomende proeven af te leggen en aanvullende taken te maken die zouden toelaten aan te tonen dat hij de vereiste kennis en kunde heeft verworven om een redelijke slaagkans te hebben in “het volgende jaar”, in het bijzonder – zo lijkt – in het vijfde leerjaar van de studierichting economie-moderne talen. Die beweerde “bereidheid” vertaalt hij zelf evenwel niet in een concrete, uitdrukkelijke vraag aan de beroepscommissie IX-10.130-8/13 om welbepaalde proeven af te leggen of taken te maken die erop gericht zijn het wegwerken aan te tonen van welbepaalde hiaten in de kennis en kunde die hij het voorbije jaar diende te verwerven om de leerplandoelstellingen te bereiken en die hem moeten toelaten met een redelijke kans op succes het geambieerde vijfde leerjaar van een studierichting in het ASO aan te vatten. Het standpunt dat verzoeker daaromtrent in zijn beroepschrift vertolkt, blijft met andere woorden beperkt tot de uiting van een algemene bereidheid om bijkomende proeven af te leggen en taken te maken, maar lijkt verre van geconcretiseerd en nader onderbouwd. Verzoeker vermag de verwerende partij thans niet te verwijten dat zij in de bestreden beslissing niet concreet is ingegaan op een vraag die hij zelf niet concreet en nader onderbouwd aan de beroepscommissie heeft voorgelegd.
  19. Niettemin blijkt uit de bestreden beslissing genoegzaam dat de beroepscommissie zich heeft gebogen over de bereidheid van verzoeker om bijkomende proeven af te leggen en taken te maken, maar dat zij van mening is dat dergelijke proeven en taken niet ertoe kunnen leiden dat verzoeker alsnog het bewijs zou leveren dat hij over de vereiste competenties beschikt om het vijfde leerjaar in een studierichting van het ASO en in het bijzonder in de studierichting economie-moderne talen met een redelijke kans op slagen te kunnen aanvatten. Daarover kan in de bestreden beslissing worden gelezen dat “verzoeker een ernstige leerachterstand [heeft] opgebouwd daar waar bij overgang naar de beoogde ASO-richting de nadruk ligt op talen waarvoor te veel grammaticalessen werden gemist”. De beroepscommissie wijst er ook op dat verzoeker sedert 1 september 2022 nog maar zeer sporadisch op school aanwezig is geweest, “weze het […] gestaafd […] met medische attesten” en dat hij is ingeschreven in het vierde leerjaar van de studierichting Natuurwetenschappen. De beroepscommissie wijst er voorts op dat de klassenraad reeds in mei 2022 welwillend een individueel aangepast traject heeft aangeboden om hem voor te bereiden op de toen geuite wens om over te gaan naar het vijfde leerjaar in de IX-10.130-9/13 studierichting Sportwetenschappen, maar dat verzoeker dat traject “niet naar behoren” heeft gevolgd “hoewel dit parcours op zich al zeer minimalistisch was én gekoppeld was aan vakantietaken voor de taalvakken, te maken na de examens”. De beroepscommissie oordeelt dat de delibererende klassenraad tot de weloverwogen en correcte conclusie kwam dat verzoeker voor wetenschappen, wiskunde en ook voor de taalvakken verschillende doelstellingen niet heeft behaald en dat verzoeker in gebreke blijft voldoende overtuigende gegevens aan te reiken die een wijziging van de beslissing van de klassenraad zouden kunnen verantwoorden. Verzoeker kon daaruit op het eerste gezicht begrijpen dat zijn “bereidheid” om bijkomende proeven af te leggen of taken te maken naar de opvatting van de beroepscommissie geen gunstig gevolg kon krijgen. Hij verliest overigens uit het oog dat een (klassenraad en vervolgens een) beroepscommissie in de eerste plaats moet nagaan of de leerling het afgelopen jaar de leerplandoelstellingen in voldoende mate heeft bereikt en dat de zogenaamde “prospectieve” evaluatie op de tweede plaats komt. Uit de bestreden beslissing blijkt duidelijk dat verzoeker, zelfs nadat de klassenraad een individueel aangepast traject aanbood, “voor Wetenschappen, Wiskunde alsook voor de taalvakken en algemene vakken verschillende doelstellingen niet heeft behaald”, wat reeds de clausulering van het ASO vermag te verantwoorden. De vaststelling, door de beroepscommissie, “dat verzoeker in gebreke blijft voldoende overtuigende gegevens aan te reiken die een wijziging van de beslissing van de klassenraad zouden kunnen verantwoorden” impliceert een afwijzing van bijkomende proeven die voor de beoordeling van het afgelopen schooljaar geen meerwaarde hebben. De formelemotiveringsplicht lijkt aldus niet geschonden.
  20. Voorts laat verzoeker volkomen in het ongewisse welke “positieve resultaten” volgens hem door de beroepscommissie bij haar beslissing IX-10.130-10/13 hadden moeten worden betrokken en haar tot het door hem gewenste besluit hadden moeten brengen. In acht genomen dat de klassenraad reeds op 19 mei 2022 had voorzien in een individueel aangepast traject voor verzoeker, “gekoppeld” ook “aan vakantietaken voor de taalvakken”, hetwelk hij “niet naar behoren [heeft] gevolgd”, neemt de Raad van State vooralsnog aan dat de beroepscommissie gerede twijfels had over het opleggen van bijkomende proeven of taken, dat de verwerende partij verzoeker in de mate van het mogelijke ter wille heeft willen zijn en dat verzoeker niet aantoont dat de beroepscommissie bij het nemen van de bestreden beslissing onzorgvuldig zou hebben gehandeld of een onredelijke houding zou hebben aangenomen. Verzoeker toont derhalve ook geen schending aan van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel.
  21. Het enige middel is niet ernstig.
  22. Uit wat voorafgaat volgt dat niet is voldaan aan alvast één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn opdat een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zou kunnen worden ingewilligd. BESLISSING
  23. De Raad van State verwerpt de vordering.
  24. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-10.130-11/13
  25. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.130-12/13 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven oktober tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-10.130-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.701 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.