id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.740 Rolnummer: A. 234381/VII-41196 Zaak: Arrest 254740 - Dierenwelzijn - 13/10/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-10-18 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-10 07:37 Fiche Arrest nr 254.740 van 13 oktober 2022 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 254.740 van 13 oktober 2022 in de zaak A. 234.381/VII-41.196 In zake : XXXX woonplaats kiezend te 1750 Lennik J.B. Vanderlindenstraat 23 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Van Vaerenbergh kantoor houdend te 1750 Lennik Ninoofsesteenweg 236 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 augustus 2021, strekt tot de nietigverklaring van “de bestemmingsbeslissing dossiernummer G-21-2328 Departement Omgeving”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft op 25 mei 2022 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de VII-41.196-1/8 Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 oktober
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Naar aanleiding van een vaststelling door de lokale politie van overtredingen op het dierenwelzijn wordt ten laste van verzoeker op 14 mei 2021 een proces-verbaal opgesteld. In het proces-verbaal is te lezen: “Ter plaatse zien wij 2 liggende schapen achteraan op een weide liggen. […] Op allerlei manieren proberen wij de schapen te laten opstaan, doch blijven ze onaangeroerd liggen. Wij stellen vast dat de 2 schapen graatmager zijn, bij 1 van de schapen met het keurmerk […] zien wij zelfs het geraamte. Ook stellen wij bij dit schaap een groot gezwel met een omvang van een appelsien aan het hoofd vast”. De beide dieren worden administratief in beslag genomen. VII-41.196-2/8
- Een dierenarts oordeelt dat de schapen in een slechte lichaamsconditie verkeren.
- Verzoeker wordt op 19 mei 2021 verhoord door de inspectiedienst Dierenwelzijn.
- De secretaris-generaal van het departement Omgeving beslist op 6 juli 2021 om één schaap - het andere is ondertussen overleden - in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: dierenwelzijnswet), definitief in volle eigendom te geven aan het erkende opvangcentrum dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing die wordt gemotiveerd: “Gelet op de vaststellingen vermeld in PV HV.63.LB.001728/21 dd.14/05/2021: - 2 schapen liggen neer achteraan op een weide achter het huis van betrokkene te Lennik; - De schapen zijn graatmager, bij 1 van de schapen is het geraamte duidelijk te zien; - Ondanks het feit dat opstellers de dieren proberen te laten rechtstaan, blijven ze onaangeroerd liggen; - Bij 1 schaap wordt een groot gezwel thv het hoofd vastgesteld; - Zowel de echtgenote als de dochter van betrokkene verklaren dat de dieren een 2-tal weken geleden zijn overgebracht naar deze weide achter hun woning; - Beiden verklaren ook dat er geen dierenarts werd verwittigd om een eventuele behandeling van de dieren te starten; - De dochter van betrokkene probeert de dieren recht te laten staan. Dit lukt met veel moeite, echter zakt 1 van de schapen meteen weer door de poten; - Er is voeding aanwezig: gras op de weide en een gevulde voederbak met mais en korrels. Het schaap met het gezwel probeert wel te eten, maar het lukt niet; - Het 2de schaap heeft last van diarree en heeft een moeizame tred; - Na contactname met bedrijfsdierenarts De Maeseneer, blijkt dat zij niet op de hoogte is van schapen met dergelijke problematiek en er geen behandeling werd opgestart; - De echtgenote van betrokkene probeert meermaals contact op te nemen met betrokkene zelf. Pas na het opladen van de dieren krijgt ze hem aan de lijn. De politie gaat, op zijn vraag, bij hem langs op zijn bedrijf te Pepeningen; VII-41.196-3/8 - Betrokkene is zeer verontwaardigd en vindt het niet kunnen dat de dieren in beslag werden genomen; - Betrokkene verklaart dat hij perfect weet hoe hij een schaap moet behandelen en dat een dierenarts het niet beter zou weten; - Betrokkene laat weten dat hij een attest heeft dat hij bevoegd is om medicatie toe te dienen aan zijn dieren en dat hij reeds enkele maanden antibiotica toedient aan deze dieren; - Op zijn bedrijf te Pepingen worden geen inbreuken vastgesteld betreffende de aanwezige schapen; Gelet op het dierenartsrapport, verkregen van het opvangcentrum, waarin staat dat: - Het schapen met nummers BE 419422689 en BE 947970071 betreft; - Beide dieren in slechte lichaamsconditie zijn; - 1 van de twee schapen een abces vertoont aan de kaakstreek. Dit abces werd opengemaakt en gedraineerd. Het dier kreeg antibiotica en ontstekingsremmers toegediend. Het schaap is zeer zwak en gaat direct liggen; - Het andere schaap ook mank is en moeizaam stapt. Tevens heeft dit ook partiële blindheid door een troebele cornea. Deze letsels zijn ouder en mogelijks veroorzaakt door voorafgaande ulcus of infectie aan de ogen. Het schaap krijgt een pijnstiller toegediend; - Beide dieren ontworming per inspuiting ontvangen, een behandeling met bayticol en de hoeven werden gecheckt; Gelet op de communicatie met het opvangcentrum dat het schaap met het abces daags na de inbeslagname is overleden ten gevolge van zwakte en gebrekkige medische verzorging; Gelet op het feit dat al deze vaststellingen wijzen op een gebrek aan: - Diergeneeskundige begeleiding; - Aandacht voor de noden van de dieren; Gelet op het feit dat de lokale politie betrokkene heeft uitgenodigd voor verhoor, maar hij hier niet op wilde ingaan. Betrokkene heeft zelf Inspecteur-dierenarts Yves Opsomer van de Dienst gecontacteerd om bij hem zijn verhaal te doen; Gelet op het verhoor van [betrokkene] door de Dienst op 19-05-2021, waarin hij verklaart dat: - De politie met een medewerker van het asiel Ark van Pollare is toegekomen; - De medewerkster van het asiel hun dierenarts wou laten komen, maar aangezien hij niet kon zij de dieren wilde meenemen; - De overste van INP Ilse Van Driessche beslist heeft de dieren in beslag te laten nemen, zonder deze dieren gezien te hebben; - De dieren werden meegenomen zonder dat er eerst contact werd opgenomen met hemzelf, als eigenaar van de dieren; - Volgens zijn echtgenote de dieren hardhandig werden geladen; - De dieren zonder wettelijke vervoersdocument zijn vertrokken; - Er voldoende voeder aanwezig was bij de 2 schapen te Lennik; VII-41.196-4/8 - Het schaap met het gezwel in behandeling is bij de dierenarts. De dierenarts heeft het dier maanden geleden onderzocht en behandeld. Betrokkene zelf doet enkel de nabehandeling; - Zijn vrouw en dochter geen weet hebben over de verzorging van de schapen; - De schapen zeer rustig en mensen gewoon zijn en dat ze daarom niet wegliepen; - Het schaap met het abces nog in leven geweest was, mocht dit schaap in Lennik gebleven zijn; - Dit schaap niet transportwaardig was en dus niet getransporteerd mocht worden; - Het oude schaap nog goed was voor haar leeftijd; - Hij niet wil instaan voor de kosten van de inbeslagname omdat hij geen fout heeft in deze zaak; - Hij het oude schaap terug wil en vergoed wil worden voor het overleden schaap; Uit dit verhoor blijkt dat: - Betrokkene geen schuldinzicht vertoont; Gelet op de ernst van de vastgestelde feiten en het feit dat de betrokkenen zich hiervan weinig bewust lijkt te zijn; Gelet op het feit dat de kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen; Gelet op het feit dat het schaap geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde heeft dat in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig hun ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep - Toepassing van de kortedebattenprocedure Exceptie
- De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord een exceptie wegens gebrek aan enig middel op, omdat het verzoekschrift bestaat uit een opsomming van tien overwegingen, waarbij verzoeker puntsgewijs zijn “verdediging” formuleert. Er dient dan ook te worden vastgesteld dat het verzoekschrift niet meer is dan een betwisting van de ernst van de vaststellingen en er op geen enkele wijze concreet wordt aangegeven welke rechtsregel zou worden geschonden, laat staan op welke wijze. Bij gebrek aan een concrete omschrijving van de geschonden geachte rechtsregels en in het bijzonder de wijze waarop die regel door de bestreden beslissing zou zijn geschonden, is het beroep onontvankelijk. VII-41.196-5/8
- Verzoeker repliceert in de memorie van wederantwoord dat er geen inbreuken op het dierenwelzijn werden begaan, waardoor er niet tot beslag mocht worden overgegaan en er derhalve een schending is van artikel 42, § 1, van de dierenwelzijnswet. Voorts maakt de beslissing om het ene schaap aan het dierenasiel toe te wijzen en niet terug te geven aan verzoeker een schending uit van artikel 42, § 2, van die wet. Beoordeling
- Verzoeker verduidelijkt in de memorie van wederantwoord dat er een enig middel is, dat is genomen uit de schending van artikel 42, § 1, eerste lid, en artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet. Het is de Raad van State niet toegestaan om zelf, in de plaats van de verzoekende partij, het middel te formuleren. Er moet worden vastgesteld dat er geen schending van een beginsel van behoorlijk bestuur wordt ingeroepen, maar enkel de schending van de beide voornoemde bepalingen. De Raad van State tot wie verzoeker zich wendt om rechtsbescherming te verkrijgen, is gebonden door de perken van de rechtsstrijd die verzoeker zelf heeft bepaald.
- Artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet luidt: “Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname”. Uit artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet volgt dat het beslag van rechtswege werd opgeheven door de in artikel 42, § 2, van die wet bedoelde beslissing, die te dezen wordt aangevochten. In die omstandigheid, waarin de beslissing tot inbeslagname geen gevolgen meer heeft, zijn grieven gericht tegen die beslissing onontvankelijk. VII-41.196-6/8 Het enige middel, in de mate dat het is genomen uit de schending van artikel 42, § 1, eerste lid, van de dierenwelzijnswet, is dan ook onontvankelijk.
- Artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet luidt: “De Dienst bepaalt de bestemming van het dier dat overeenkomstig paragraaf 1 in beslag werd genomen. Deze bestemming bestaat uit het al dan niet tegen waarborgsom teruggeven aan de verantwoordelijke van het dier, het verkopen, het in volle eigendom geven aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, het slachten of het zonder verwijl doden”. Zelfs indien wordt aangenomen dat de verwerende partij op grond van de bewoordingen van het verzoekschrift had moeten weten dat de schending van die bepaling werd ingeroepen, dan nog maakt verzoeker niet duidelijk hoe die zou zijn overtreden. Het is de uitdrukkelijke keuze van verzoeker om het annulatieberoep, wat betreft de bestemmingsbeslissing, te beperken tot de schending van voormeld artikel 42, § 2, stellende dat de “beslissing om het ene schaap aan het dierenasiel toe te wijzen en niet terug te geven aan verzoekende partij […] een schending uit[maakt] van art. 42§2”. Het is echter zo dat, eenmaal een dier overeenkomstig artikel 42, § 1, van de dierenwelzijnswet administratief in beslag is genomen, het een bestemming moet krijgen. Het dier werd in volle eigendom gegeven aan een opvangcentrum dat daarmee instemde, wat een van de bestemmingsmogelijkheden is die mag worden gekozen door de verwerende partij. Dat verzoeker, zoals dat blijkt uit de stukken, er een andere feitelijke interpretatie op nahoudt dan de verwerende partij, omschrijft niet op welke wijze de bestreden bestemmingsbeslissing artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet schendt.
- De verwerende partij stelt dan ook terecht dat er geen ontvankelijk middel in het verzoekschrift is opgenomen.
- Het beroep is onontvankelijk. Deze vaststelling kan worden gedaan bij kort debat. VII-41.196-7/8 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien oktober tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.196-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.740 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div