← België

Arrest 254749 - Examens (onderwijs) - 13/10/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.749 Rolnummer: A. 237399/IX-10138 Zaak: Arrest 254749 - Examens (onderwijs) - 13/10/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-10-14 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 07:37 Fiche Arrest nr 254.749 van 13 oktober 2022 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 254.749 van 13 oktober 2022 in de zaak A. 237.399/IX-10.138 In zake: Milas VAN DE VREUGDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW CHRISTELIJKE SCHOLEN BRILJANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieterjan Osaer kantoor houdend te 3010 Leuven Diestsesteenweg 52/0302 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 4 oktober 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de [b]eslissing van [20 september 2022] […] waarbij de interne beroepscommissie beslist om het [aan Milas van de Vreugde toegekende] B-attest clausulering TSO, Architecturale vorming KSO, Audiovisuele vorming KSO, Beeldende vorming KSO, Industriële kunst KSO te bevestigen”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.138-1/34 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2022, om 11.00 uur. Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Pieterjan Osaer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2021-2022 leerling in het tweede jaar van de tweede graad sociale en technische wetenschappen (TSO) in de school Heilig Hart van Maria Berlaar, waarvan de verwerende partij het schoolbestuur is. Op het einde van het schooljaar behaalt verzoeker jaartekorten voor sociale wetenschappen (46%), wiskunde (30%), Frans (39%) en integrale opdrachten-presenteren (47%). De delibererende klassenraad beslist om aan verzoeker een oriënteringsattest B toe te kennen met clausulering TSO, Architecturale vorming KSO, Audiovisuele vorming KSO, Beeldende vorming KSO en Industriële kunst KSO. IX-10.138-2/34 3.2. Overleg met de directeur leidt niet tot een nieuwe samenkomst van de delibererende klassenraad. Verzoeker stelt daarop beroep in bij het schoolbestuur. 3.3. Op 23 augustus 2022 bevestigt de beroepscommissie het oriënteringsattest B “met de bijhorende clausulering”. Tegen die beslissing komt verzoeker op bij de Raad van State met een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. 3.4. Bij arrest nr. 254.402 van 7 september 2022 beveelt de Raad van State de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de beroepscommissie. 3.5. Op 20 september 2022 beslist de beroepscommissie om de geschorste beslissing van 23 augustus 2022 in te trekken en aan verzoeker een oriënteringsattest B toe te kennen met clausulering voor het technisch secundair onderwijs en het kunstsecundair onderwijs. Die beslissing is als volgt gemotiveerd (met weglating van de voetnoten): “2. Wat betreft de clausulering voor alle TSO richtingen, inclusief de welbepaalde studierichting TSO ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’ De ouders van Milas van de Vreugde en hun advocaat verzoeken de beroepscommissie uitdrukkelijk om een B-attest af te leveren waarbij Milas niet zou worden geclausuleerd voor de specifieke TSO richting ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’. De beroepscommissie verwijst naar de randnrs. 11.1. en 11.2. van het schorsingsarrest van de Raad van State d.d. 7 september 2022 alsook de APR 3 (Algemene Pedagogische Reglementering van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen) dat stelt: ‘Als een logische doorstroming wegens één of meer tekorten niet mogelijk is, dan kan het zijn dat de leerplandoelen die de leerling wel gehaald heeft in het volgende leerjaar toch een studiekeuze mogelijk maken die beter tegemoet komt aan de bekwaamheden en interesses van de leerling. Die formule biedt kansen voor leerlingen die, gezien hun inzet en mogelijkheden, weinig baat vinden bij het zittenblijven. De delibererende klassenraad kon de tekorten in een IX-10.138-3/34 bepaald domein acteren en kan de gunstige verworvenheden en ontwikkelingen valoriseren. De studieduur wordt niet nodeloos verlengd. Bij de uitreiking van een oriënteringsattest B moet de delibererende klossenraad in de motivering van zijn beslissing de redenen kenbaar maken waarom de leerling, die eigenlijk wel geslaagd is, toch de toegang tot welbepaalde onderwijsvormen of studierichtingen ontzegd moet worden. Er moet dus een band gelegd kunnen worden tussen de behaalde resultaten (specificatie van de vakken met tekorten, zwakke resultaten, link met het studierichtingsprofiel enerzijds en de startvereisten van de geclausuleerde structuuronderdelen of onderwijsvormen anderzijds). Uit de motivering moet blijken dat dit zorgvuldig afgewogen werd. Bij betwisting kan dat eventueel geconcretiseerd worden op basis van een overzicht van de niet-behaalde leerplandoelstellíngen. De clausulering mag de verdere studiekeuze van de leerling niet meer beperken dan duidelijk nodig is. De delibererende klassenraad zal pas met grote omzichtigheid een hele onderwijsvorm uitsluiten. In dat geval zal de leerling grote tekorten hebben op het gebied van de (onderwijsvormgebonden) vakken van de basisvorming.’ […] Toepassing voor de (ook) geclausuleerde richting ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’: I. De beroepscommissie verzocht de vakleerkrachten Wiskunde, Frans, Sociale Wetenschappen en I.O., te concretiseren of de door Milas behaalde resultaten (tekorten) volgens hen betekenen dat hij ook de TSO richting ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’ niet zal aankunnen in een volgend schooljaar (5e jaar TSO). De beroepscommissie ontving volgende informatie van de betrokken leerkrachten voor de volgende vakken en onderschrijft deze op basis van het dossier: Wiskunde Voor de specifieke studierichting ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’ voorziet het leerplan ‘Wiskunde Leerplan C derde graad KSO/TSO (D/2004/0279/024’(p.14): Lessentabel: 2 wekelijkse lestijden Beginsituatie: op basis van het leerplan d uit de tweede graad. Leerplandoelstellingen: 5.1 Vaardigheden en attitudes 5.2 Inhoudelijke doelstellingen Reële functies en algebra ca.40 lestijden Statistiek ca.20 lestijden Financiële algebra ca. 25 lestijden Mathematiseren en oplossen van problemen ca. 15 lestijden IX-10.138-4/34 De beginsituatie (en dus de startvereisten) worden beschreven op p. 5 van het ‘Wiskunde Leerplan C derde graad KSO/TSO (D/2004/0279/024’ Milas behaalde voor volgende onderdelen niet de vereiste (basis-)leerdoelstellingen: M.b.t. reële functies en algebra (40 lesuren) - Rekenen met reële getallen (Milas behaalde op dit deel 23%) - Algebraïsche verbanden (Milas behaalde op dit deel 40%) - Reële functies en eerstegraadsfuncties (Milas behaalde op dit deel 21%) M.b.t. statistiek (20 lesuren) - Beschrijvende statistiek (Milas behaalde op dit deel slechts nipt 52%) M.b.t. financiële algebra (25 lesuren) - Nieuw in derde graad M.b.t. mathematiseren en oplossen van problemen (15 lesuren) - Nieuw in derde graad Conclusie: Milas behaalde in het 4e jaar onvoldoende de basisleerdoelstellingen om op basis van het Leerplan met succes in de 3e graad een studierichting TSO/KSO met 2 uur wiskunde (waaronder TSO ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’) te kunnen aanvatten. Frans De betrokken leerkracht licht aan de hand van de eindtermen van de 2e graad toe dat Milas voor elk onderdeel van de taal (kennis, luisteren, spreken, lezen, schrijven) onvoldoende de doelstellingen behaalde. De leerkracht licht toe dat aangezien de leerstof vaak wordt getoetst in de vorm van taaltaken, waarbij het de bedoeling is dat kennis wordt gebruikt in zo authentiek mogelijke situaties, er geen apart punt gezet [wordt] op bovenstaande onderdelen. Woordenschat en grammatica wordt op díe manier getoetst in schrijf-, spreek-, luister- en leesopdrachten. Gelet op het jaartotaal van 39% blijkt wel duidelijk dat Milas de vereiste doelstellingen niet behaalde. De gewenste studierichting TSO ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’ valt onder het Leerplan Frans derde graad kso-tso voor alle studieríchtingen behalve Handel en Secretariaat-talen (D/2016/13.758/016). Dit leerplan (p. 16) gaat ervan uit dat bij aanvang van de derde graad gezondheids- en welzijnswetenschappen de doelstellingen bereikt werden zoals die omschreven zijn in het leerplan van de tweede graad kso/tso (2012/057). Bovendien is er in de derde graad een toenemende moeilijkheidsgraad waarbij de verschillende onderdelen nog meer geïntegreerd worden. De betrokken leerkracht besluit dat Milas zeer weinig inzicht heeft in de taalstructuur en er onvoldoende basis aanwezig is om nieuwe leerstof aan op te hangen. Met het oog op de toenemende moeilijkheidsgraad en de openheid van de taaltaken in de derde graad, zijn de doelstellingen van de tweede graad onvoldoende bereikt: dat bewijst het lage cijfer op jaarbasis (39%). Bovendien werd geen positieve evolutie gemaakt doorheen het schooljaar 2021-2022 ondanks de vele extra hulpmiddelen en ondersteuning die Milas werd aangeboden. IX-10.138-5/34 In die zin zijn er geen slaagkansen voor Frans in de studierichting TSO ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’ (en alle andere studierichtingen die vallen onder het Leerplan Frans derde graad kso-tso voor alle studierichtingen behalve Handel en Secretariaat-talen (D/2016/13.758/016). Sociale wetenschappen De betrokken leerkracht licht toe dat Milas een tekort behaalt op jaarbasis (46%) voor het vak sociale wetenschappen (leerplan D/2015/7841/015) waarbij er zowel tekorten zijn voor dagelijks werk als voor proefwerken: Meer dan de helft van de aangeboden doelstellingen werden door Milas niet bereikt. Dit zowel op vlak van reproduceren (bijvoorbeeld doelstelling 71: het waarnemingsproces verduidelijken of doelstelling 79: registratiemogelijkheden bij observatie opnoemen) als het toepassen van de leerstof (bijvoorbeeld doelstelling 96: evenwicht tussen rechten en plichten duiden in concrete situaties of doelstelling 108: wederzijds belang van diversiteit en eigen identiteit verduidelijken aan de hand van concrete voorbeelden). Milas werd opgevolgd door en kreeg doorgedreven hulp van het ondersteuningsnetwerk. Er was meermaals overleg tussen het ondersteuningsnetwerk en de vakleerkracht. Naast de gewone basiszorg (schema’s ter controle afgeven, evaluaties verbeteren en ter controle afgeven, eigen voorbeelden en ter controle afgeven...) mocht Milas de proefwerken mondeling toelichten. De betrokken leerkracht licht toe dat het leerplan van gezondheids- en welszijnswetenschappen (leerplan D/2002/0279/041) bepaalt dat de logische vooropleiding voor deze richting sociale- en technische wetenschappen is. Er wordt ook aangegeven dat deze richting een brede basis wil bieden, wat impliceert dat leerlingen grotere hoeveelheden theorie moeten kunnen verwerken. Wanneer men de doelstellingen van het vak binnen gezondheids- en welzijnswetenschappen ‘psychologie en pedagogiek’ bekijkt, ziet men dat deze gelijkend zijn met de doelstellingen binnen het vak sociale wetenschappen. Op dit vak behaalde Milas een jaartekort van 46%. Tijdens het eerste trimester lag de nadruk op de thema’s waarnemen, observeren, interpreteren en rapporteren. Milas behaalde hierop een trimestertotaal van 35%. Uit het leerplan van de derde graad ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen blijkt dat doelgericht observeren en rapporteren als belangrijke vaardigheden aangehaald worden. Naast het onderscheid maken tussen waarnemen, observeren, interpreteren en rapporteren, moeten deze in de derde graad ook geïntegreerd worden. De moeilijkheidsgraad zal dus stijgen. Het situeren van verschillende studie- en beroepsmogelijkheden binnen de verschillende sectoren (doelstelling 12) en de eigen studiekeuze motiveren vanuit reflectie op eigen mogelijkheden en beperkingen (doelstelling 13) waren doelstellingen die Milas niet bereikte. In de derde graad gezondheids- en welzijnswetenschappen komen deze doelstelling terug aan bod. Daarbovenop wordt er ook verwacht dat leerlingen kunnen reflecteren over de eigen grondhouding. IX-10.138-6/34 Ook bij het samenwerken waren er tijdens het schooljaar 2021-2022 struikelblokken voor Milas. Zo was het maken van afspraken rond samenwerken (doelstelling 63) zeer moeilijk voor Milas en lukte het in het tweede trimester niet zelfstandig om tot een samenwerking te komen met een medeleerling. Daarnaast was ook het reflecteren over de eigen samenwerkingsvaardigheden (doelstelling 59) en het evalueren van de werking van de groep (doelstelling 70) moeilijk. In een derde graad gezondheids- en welzijnswetenschappen zijn sociale vaardigheden belangrijk, zeker met het oog op stages. Specifiek het samenwerken wordt daar als belangrijke vaardigheid aangehaald. Conclusie: op basis van de resultaten die Milas behaalde voor het vak sociale wetenschappen en analyse van het leerplan van gezondheids- en welszijnswetenschappen (leerplan D/2002/0279/041) ziet de leerkracht onvoldoende slaagkansen voor Milas in de 3e graad in deze studierichting. Integrale opdrachten Ook de leerkrachten I.O. verwijzen naar de algemene doelstellingen zoals omschreven in het leerplan van gezondheids- en welszijnswetenschoppen (leerplan D/2002/0279/041), meer bepaald voor het vak ‘psychologie en pedagogiek’ (p. 55): • Verwerven van vakkennis en inzicht ontwikkelen over het menselijk gedrag en het (ped)agogisch handelen.  Gericht kunnen zoeken, selecteren en hanteren van informatie.  Verworven kennis, inzichten en vaardigheden kunnen toepassen in praktijksituaties op stage.  Sociaal vaardig(

  1. er)worden in de dagelijkse omgang met verschillende doelgroepen.  Bereid zijn tot het leren ontdekken van en werken aan de eigen persoonlijkheid. De leerkrachten lichten toe dat zij Milas niet in dit profíel herkennen op basis van o.a. volgende redenen: 1) In de loop van het schooljaar had Milas verschillende opdrachten waarbij hij gericht informatie moest zoeken, selecteren en dit daarna verwerken. Hier werden meerdere tekorten op gehaald. We merken dat Milas er niet in slaagt om dit soort opdrachten zelfstandig te verwerken. 2) Bij creatieve en praktische opdrachten werden er regelmatig tips en opmerkingen ter verbetering gegeven. We stelden vast dat hij niet in staat was om met deze feedback zelfstandig aan de slag te gaan. 3) Milas scoort zeer sterk in het vanbuiten studeren van teksten, maar heeft veel moeite om in interactie te gaan met zijn doelgroep (zowel klasgenoten als bijvoorbeeld kinderen). In het kader van een opdracht IO-presenteren gaf Milas tijdens een feedback-gesprek (14 juni 2022) aan dat hij wel graag presenteert maar niet voor een doelgroep. De interactie, het omgaan met onverwachte vragen en de omgang met anderen vermijdt hij liever. Dit hebben we zelf gemerkt bij de uitvoering voor de leerlingen van het zesde leerjaar en voor IX-10.138-7/34 eigen klasgenoten. Ondanks veel kansen tijdens oefenmomenten scoort hij zwak op interactie maken met een doelgroep. 4) Ook bij het reflecteren na een opdracht merken we dat Milas moeilijk tot een grondige zelfreflectie komt: we stelden vast dat hij zichzelf vaak overschat. Daarnaast slaagt hij er niet in aan de slag te gaan met tips ter verbetering. 5) Bij de competentie organiseren hebben we meermaals kunnen vaststellen dat hij afhankelijk is van anderen om de opdracht tot een goed einde te brengen. De zelfstandigheid en het initiatief om het geheel georganiseerd te krijgen of het overzicht te bewaren, hebben wij niet gezien bij Milas. Met ondersteuning en opsplitsing in kleine opdrachten lukt het wel, we hebben echter weinig evolutie gezien in zijn zelfstandigheid de loop van het jaar. 6) In het leerplan GWW wordt regelmatig benadrukt hoe belangrijk het is om zorg te dragen voor hygiëne, dit liep gedurende schooljaar in de keuken regelmatig mis. Conclusie: op basis van de resultaten die Milas behaalde voor het vakonderdeel I.O. presenteren en analyse van het leerplan van gezondheids- en welszijnswetenschappen (leerplan D/2002/0279/041) zien de leerkrachten onvoldoende slaagkansen voor Milas in de 3e graad in deze studierichting. II. Op basis van bovenstaande vakgebonden feedback van de vakleerkrachten gaat de beroepscommissie over tot het prospectief evalueren van de globale slaagkans van Milas in de studierichting TSO gezondheids- en welszijnswetenschappen. De beroepscommissie vindt het hierbij belangrijk ook te verwijzen naar het feit dat ook in de voorbije schooljaren meermaals de zorg werd geuit omtrent de resultaten van Milas en de haalbaarheid van een TSO richting in vraag werd gesteld. Meermaals werd (via rapportcommentaren en gesprekken) geadviseerd om een geschikte BSO-richting te zoeken. De commissie verwijst op dit punt naar de gegevens uit het leerlingendossier: - 2C (2018-2019) – ‘Daardoor twijfelen ze (= de leerkrachten) of het jaar overdoen in 2de jaar STV haalbaar is.’ - 2 STV (2019-2020) – ‘De school opteert voor een overstap naar een andere studieoptie binnen 3 BSO.’ (LVS, 3 september 2019) - 3 STW (2020-2021) – ‘We willen het advies van het rapport van het eerste trimester nog eens herhalen; we vrezen dat deze studierichting op termijn te zwaar zal zijn voor jou, vooral omwille van de tekorten op de algemene vakken wiskunde en Frans’. - 4 STW (2021-2022) – vanaf het eerste rapport luidt het: ‘We herhalen dan ook graag het advies van vorig schooljaar om op zoek te gaan naar een studierichting waar jouw inzet en capaciteiten tot hun recht komen.’ Ook stelt de beroepscommissie vast dat de delibererende klassenraad IX-10.138-8/34 reeds in het voorgaande schooljaar (3 STW 2020-2021) Milas heeft gedelibereerd voor Frans en Wiskunde en hierbij vakantietaken heeft opgelegd. Milas slaagde hierna niet voor de controletoetsen (27% voor wiskunde en 28% voor Frans). De vader van Milas geeft in zijn brief van 19 september 2022 aan de Beroepscommissie nog aan dat er bijles zal opgestart worden voor Frans en wiskunde om de achterstanden zo snel als mogelijk weg te werken. De commissie vindt het niet realistisch om een achterstand van meerdere schooljaren op korte termijn bij te werken. Ondanks extra begeleiding en kansen in de school die de commissie ten overvloede leest in het leerlingendossier, is Milas er immers niet in geslaagd deze achterstanden bij te werken. De beroepscommissie leidt uit het volledige dossier af dat in het verleden meerdere waarschuwingen en remediëringskansen werden geboden aan Milas, maar dat deze jammer genoeg niet hebben geleid tot het vereiste resultaat (i.e. het voldoende onder de knie krijgen van de basisdoelstellingen voor Wiskunde en Frans) om met redelijke slaagkansen de derde graad TSO (waaronder ook gezondheids- en [welzijnswetenschappen]) of KSO te kunnen aanvatten. De beroepscommissie wordt in deze overtuiging des te meer gesterkt omdat de leerkrachten sociale wetenschappen en I.O. op goede gronden, en op basis van het leerplan van gezondheids- en [welzijnswetenschappen] (leerplan D/2002/0279/041), hebben toegelicht waarom ook zij onvoldoende slaagkansen voor Milas zien in deze specifieke studierichting. De beroepscommissie is om die redenen en op basis van het volledige dossier van oordeel dat de clausulering voor de studierichting TSO gezondheids- en [welzijnswetenschappen] behouden dient te worden. 3. Wat betreft de (niet) clausulering voor alle KSO richtingen (inclusief deze met slechts 2 uur wiskunde en 2 uur Frans) De delibererende klassenraad kende aan Milas van de Vreugde op 27.06.2022 een B-attest toe met clausulering voor Technisch Secundair Onderwijs; Architecturale Vorming KSO ; Audiovisuele Vorming KSO; Beeldende Vorming KSO; Industriële Kunst KSO. De ouders van Milas en hun advocaat wierpen tijdens de hoorzitting van 23.08.2022 op dat zij deze clausulering niet begrijpen omdat studierichtingen binnen het KSO met 2 uur wiskunde op deze manier niet worden geclausuleerd en de studierichtingen binnen TSO met 2 uur wiskunde (zoals de gewenste studierichting gezondheids- en [welzijnswetenschappen]) wel: Raadsman In het dossíer zit al een element dat aangeeft dat een studierichting binnen het KSO met twee uur wiskunde wel tot de mogelijkheden behoort. Tegelijk volgt uit de clausulering dat een TSO-richting met twee uur wiskunde niet mogelijk is. De beroepscommissie stelt op basis van de leerplannen en de toelichting door de betrokken leerkrachten wiskunde en Frans vast dat de leerplannen dezelfde zijn voor de 3e graad voor KSO en TSO. IX-10.138-9/34 Wanneer de leerkrachten derhalve op basis van deze leerplannen op goede gronden oordelen dat Milas onvoldoende slaagkansen heeft om in de 3e graad een TSO richting met 2 uur Frans en 2 uur Wiskunde aan te vatten, geldt dit ipso facto ook voor de 3e graad KSO met 2 uur Frans en 2 uur Wiskunde, aangezien de leerplannen voor TSO en KSO dezelfde zijn. De beroepscommissie zal de clausulering dan ook in die zin aanpassen en het volledig KSO clausuleren. 4 Wat betreft het beweerde ‘in gebreke blijven’ voor het aanreiken van de nodige tools ten behoeve van Milas en zijn ASS diagnose. De ouders van Milas wierpen op dit punt het volgende op in hun intern beroep: o Milas is ASS gediagnosticeerd. Hieringevolge werd verzocht, extra ondersteuning van het ondersteuningsteam (GOM, AntwerpenPlus) te installeren. Wegens de wijziging van [de] werkwijze van deze ondersteuning en het steeds wisselen van de contactpersonen, door de voorbije jaren heen, is de intensiteit van deze ondersteuning voor Milas grotendeels verloren gegaan. Pas vanaf eind februari 2022 heeft Milas een gedegen en toegewijde ondersteuning mogen genieten. Echter, de tijdspanne was dermate kort, om tot een gunstig resultaat te komen (cfr. ten treure van de personen van het team zelf). o Naar onze mening is het aanreiken van de nodige tools (ten behoeve van Milas zijn ASS diagnose) in gebreke gebleven (weigeren diagnose dyscalculie, geen gebruik van steekkaarten, geen aangepast examen, geen individuele presentaties geven, geen individuele extra uitleg...). De beroepscommissie wijst erop dat AntwerpenPlus een extern ondersteuningsnetwerk is, één van de drie ondersteuningsnetwerken voor Katholiek Onderwijs Vlaanderen regio Antwerpen: AntwerpenPlus, VOKAN en Kempen. Het betreft een extern ondersteuningsnetwerk dat geen orgaan van het schoolbestuur is. Het schoolbestuur is niet bevoegd om eventuele klachten over dit extern ondersteuningsnetwerk te behandelen. De beroepscommissie heeft in het kader van huidige beroepsprocedure noch de bevoegdheid, noch de [mogelijkheid] om zich over de werking van dit extern ondersteuningsnetwerk uit te spreken. De beroepscommissie stelt evenwel vast, en dat op heel wat plaatsen in het leerlingendossier, dat de school zeer veel begeleidende maatregelen inzette om Milas te ondersteunen, onder meer: - Gebruik van grammaticale schema’s - Gebruik van hulpfiches, van schema’s met regels - Gebruik van formularium voor wiskunde - Gebruik van tafelkaart en omzettingstabellen (wiskunde) - Gebruik van lijst met schooltaalwoorden - Mondelinge toelichting bij grote evaluaties - De mogelijkheid om voor de evaluaties teksten op voorhand te lezen IX-10.138-10/34 De commissie stelt ook vast dat zowel de leerkracht wiskunde als de leerkracht Frans voor de begeleiding van deze vakken Milas regelmatig aanmoedigden om toetsen verbeterd af te geven (op toetsen genoteerd en op rapporten), waarop weinig tot geen reactie kwam. De ouders van Milas en hun advocaat maken geen melding van bepaalde concrete tekortkoming van de school m.b.t. een concrete afspraak, laat staan hoe zo’n beweerde tekortkoming in rechtstreeks verband te brengen is met de vaststelling van de behaalde resultaten, in casu vier onvoldoendes op jaarbasis. Ten overvloede verwijst de beroepscommissie naar de rechtspraak van de Raad van State die stelt dat een eventueel gebrek aan begeleiding (quod non in casu) ten hoogste de verantwoordelijkheid aan het licht kan brengen voor onvoldoende resultaten, maar niet vermag die resultaten te maken tot wat ze niet zijn, namelijk slaagcijfers.” Dat is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van de vordering Exceptie 4. De verwerende partij voert in haar nota aan dat de vordering niet ontvankelijk is bij gebrek aan voorwerp. Zij wijst erop dat in het verzoekschrift de schorsing wordt gevorderd van: “De beslissing dd. 20 september 2022 waarbij de beroepscommissie beslist het B-attest met clausulering TSO, Architecturale vorming KSO, Audiovisuele vorming KSO, Beeldende vorming KSO, Industriële kunst KSO te bevestigen”. De verwerende partij benadrukt dat die beslissing echter niet meer bestaat. Zij wijst erop dat de beroepscommissie op 20 september 2022 de volgende beslissing heeft genomen: “De beroepscommissie beslist unaniem om aan Milas van de Vreugde een B-attest toe te kennen met clausulering van Technisch Secundair Onderwijs (TSO) en Kunst Secundair Onderwijs (KSO).” IX-10.138-11/34 IX-10.138-12/34 Beoordeling 5. De verwerende partij voert terecht aan dat de bestreden beslissing niet de clausulering inhoudt die verzoeker er thans aan toedicht. Dat was in een eerdere stand van de procedure wél zo. De Raad van State zou dan kunnen oordelen dat de omschrijving van het voorwerp van de vordering berust op een louter materiële vergissing. Die vergissing is, zoals hierna zal blijken, evenwel niet louter materieel. Op een aantal punten verwijst het middel uitdrukkelijk naar de vorige, door de Raad van State in haar tenuitvoerlegging geschorste én door de verwerende partij nadien ingetrokken beslissing. Aldus levert verzoeker kritiek op motieven die niet verschijnen in de thans bestreden beslissing. Een dergelijke kritiek op motieven die alleen voorkwamen in de ingetrokken – en dus uit het rechtsverkeer verdwenen – beslissing is zonder meer onontvankelijk. Een dergelijke wijze van handelen getuigt van een vorm van misprijzen voor de Raad van State. Het lijkt erop dat de steller van zo een procedurestuk meent dat hij de Raad van State eender wat kan voorleggen. De Raad van State kan dit enkel maar betreuren. De Raad moet immers, gelet op de op hem in artikel 149 van de Grondwet vervatte jurisdictionele motiveringsplicht, aan dergelijke volstrekt zinledige argumenten aandacht en tijd besteden en ze beantwoorden. 6. Dat neemt echter niet weg dat in het middel ook andere motieven, die wél in de bestreden beslissing tot uitdrukking zijn gebracht, door verzoeker op de korrel worden genomen, waardoor de vordering op zich niet als onontvankelijk mag worden beschouwd. IX-10.138-13/34 Bijgevolg zal voor elk onderdeel van het middel moeten worden nagegaan of het betrekking heeft op de thans bestreden beslissing, dan wel of het – ten onrechte – uitsluitend teruggaat op de ingetrokken beslissing en in het geheel niet kan worden betrokken op de thans bestreden beslissing. In dit laatste geval zal het middelonderdeel wel onontvankelijk zijn. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 7. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen 8. Verzoeker beroept zich op de vaste rechtspraak van de Raad van State “met name dat het dreigend verlies van een schooljaar een nadeel uitmaakt dat binnen een gewone schorsingsprocedure niet tijdig zal kunnen worden gekeerd”. Hij stelt ook na “de kennisname van de [bestreden] beslissing […] voldoende diligent gehandeld [te hebben] bij het instellen van huidig schorsingsverzoek”. 9. De verwerende partij betwist de uiterst dringende noodzakelijkheid van verzoekers vordering niet en stelt zich “naar de wijsheid” van de Raad van State te gedragen. IX-10.138-14/34 Beoordeling 10. Verzoeker beroept zich terecht op de vaste rechtspraak van de Raad van State dat het dreigend verlies van een schooljaar een nadeel uitmaakt dat met een gewone schorsingsprocedure niet tijdig kan worden afgewend. Voorts heeft verzoeker diligent gehandeld doordat hij de veertiende dag nadat de bestreden beslissing hem is betekend, zijn vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij de Raad van State heeft ingesteld. VII. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van het middel 11. Verzoeker voert in het eerste middel de schending aan van artikel 38 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 ‘betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs’, “met een schending van de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel tot gevolg”. Verzoeker licht zijn enig middel toe als volgt: “a. In de bestreden beslissing ging verweerster over tot het opvragen informatie van de betrokken leerkrachten […] Wiskunde, Frans, Sociale Wetenschappen om te concretiseren of de door Milas behaalde resultaten (tekorten) volgens hen betekenen dat hij ook de TSO richting ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’ niet zal aankunnen in een volgend schooljaar (5' jaar TSO). De betrokken leerkrachten kwamen tot onderstaande conclusies: Conclusie: Milas behaalde in het 4e jaar onvoldoende de basisleerdoelstellingen om op basis van het Leerplan met succes in de 3e graad een studierichting TSO/KSO met 2 uur wiskunde (waaronder TSO ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’) te kunnen aanvatten. In die zin zijn er geen slaagkansen voor Frans in de studierichting TSO ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’ (en alle andere studierichtingen IX-10.138-15/34 die vallen onder het Leerplan Frans derde graad kso-tso voor alle studierichtingen behalve Handel en Secretariaat-talen (D/2016/13.758/016). Conclusie: Op basis van de resultaten die Milas behaalde voor het vak sociale wetenschappen en analyse van het leerplan van gezondheids- en welzijnswetenschappen (leerplan D/2002/0279/041) ziet de leerkracht onvoldoende slaagkansen voor Milas in de 3e graad in deze studierichting. Conclusie: Op basis van de resultaten die Milas behaalde voor het vakonderdeel I.O. presenteren en analyse van het leerplan van gezondheids- en welzijnswetenschappen (leerplan D/2002/0279/041) zien de leerkrachten onvoldoende slaagkansen voor Milas in de 3e graad in deze studierichting. Deze staan echter lijnrecht tegenover de bevindingen van de klassenraad van het vijfde jaar Gezondheids- en Welzijnswetenschappen van Kosh123, deze stellen op basis van de prestaties van het lopende schooljaar het volgende vast: ‘De leden van de klassenraad van het 5de jaar Gezondheids- en Welzijnswetenschappen van kOsh23 verklaren dat zij voor hun leerling, Milas van de Vreugde, hoewel het nu nog voorbarig is om over effectieve slaagkansen te spreken, wel mogelijkheden tot slagen zien voor Milas in deze richting wat de vakken wiskunde en Frans betreft. Mits de nodige begeleiding van het ondersteuningsnetwerk en er bijles voor de vakken Frans en wiskunde kan voorzien worden om de huidige basistekorten weg te werken. Wij beroepen ons hierbij op de volgende feiten: - het feit dat bij de 1ste beslissing van de KR van 4STW om studierichtingen met 2u WIS in KSO toch open werden gelaten maakt dat de KR hier toch mogelijkheden moet gezien hebben bij het leerplan met 2u. - het feit dat het leerplan WIS 2u voor 5GW een ander leerplan is dan dat voor bv. 5STW. Het leerplannummer voor 5GW is 2004/024 (2uWIS), dat voor 5STW is 2004/023 (3 (+1) u WIS). Een aantal onderdelen komt niet aan bod in 5GW. - Voor Frans gaat het wel om hetzelfde leerplan maar spreekt men over deel A: enkel voor de basisvorming (2u FRA) en gaat het vooral over het verwerven van praktische taalkennis. In sommige richtingen geeft men een lesuur meer bv. in 5STW waar suggesties gedaan worden voor uitbreiding en verdieping voor de talig sterkere leerlingen. Op basis van de doelen voor WIS en FRA en gelet op een gedifferentieerde aanpak voor deze vakken in 5GW en mits de bovenstaande ondersteuning, zien wij kansen voor Milas in 5GW. De klassenraad van 5 GW kOsh23’ Het mag duidelijk wezen dat het prospectieve onderzoek van verweerster niet correct is verlopen aangezien dit op geen enkele wijze overeenstemt met de effectieve vaststellingen omtrent de prestaties van Milas van het huidige schooljaar. De klassenraad is er van overtuigd dat er weldegelijk slaagkansen zijn in het vijfde jaar Gezondheids- en Welzijnswetenschappen. Van enige pertinent en draagkrachtig prospectief onderzoek is in de IX-10.138-16/34 bestreden beslissing dan ook geen sprake. Vooreerst is het maar zeer de vraag waarop de beroepscommissie zich steunt om te menen dat de – niet behaalde – leerdoelstellingen voor Frans en wiskunde van groot belang zijn. Van het ontbreken van enige redelijke slaagkansen in de richting die Milas wenst uit de clausulering te houden, kan geen sprake zijn. b. Verweerster stelt dat onderstaande adviezen werden genegeerd door verzoekers. Deze bewering is echter foutief en wordt op geen enkele wijze gemotiveerd: ‘• 2C (2018 -2019)– ‘Daardoor twijfelen ze (= 6’ leerkrachten) of het jaar overdoen in 2de jaar STV haalbaar is.’ • 2 STV (2019 - 2020) ‘De school opteert voor een overstap naar een andere studieoptie binnen 3 BSO.’ (LVS, 3 september 2019) • 3 STW (2020 - 2021) – ‘We willen het advies van het rapport van het eerste trimester nog eens herhalen; we vrezen dat deze studierichting op termijn te zwaar zal zijn voor jou, vooral omwille van de tekorten op de algemene vakken wiskunde en Frans’.’ Onderstaande stappen werden door verzoekers ondernomen: Door de ASS diagnose van Milas is het voor hem verschrikkelijk moeilijk om te gaan met wijzigende situaties en omgevingen. Milas voelt zich thuis in zijn ‘vertrouwde HHVMB’ omgeving en hem dan op dat moment weghalen was quasi volstrekt onmogelijk. Er zijn meerdere pogingen ondernomen, zonder resultaat. Deze zijn NIET vermeld in het verslag van de beroepscommissie: • Najaar 2018: Op zoek naar een andere studierichting in KOGEKA Geel o Voeding en Horeca (praktisch-technische richting) o Agro- en biotechnieken (p[r]aktisch-technische richting) • Mei 2019: Nogmaals op zoek naar een andere studierichting in kOsh o Opendeurdag op 05/05/2019 • 24/09/2019: GITHO Nijlen o Gesprek en rondleiding • 13/09/2019: Nogmaals KOGEKA Geel o Vraag naar info mogelijke opleiding 3BSO (Restaurant en keuken of Brood- en banketbakkerij) • 16-17/09/2019: GO! Atheneum Heist o 2 voormiddagen bijwonen lessen voor eventuele overschakeling Wel alle lof voor het zorgteam van de middenbouw van HHVMB. Zij hebben alle moeite gedaan voor Milas en hadden alle begrip voor zijn situatie. Maar telkens was het resultaat hetzelfde. Milas wou niet weg uit Berlaar en het gedacht alleen was voldoende voor (psychosomatische) klachten en stress waarbij hij de lessen niet meer kon bijwonen (zie afwezigheden). Verzoekers hebben ook extra pogingen ondernomen om hem te helpen beter om te gaan met zijn situatie (Elipsa, Het Raster, ...), maar deze pogingen zijn steeds gestrand en hebben geen resultaat opgeleverd. IX-10.138-17/34 Heeft men in het hele proces rekening gehouden met de toestand en gebreken van iemand met een beperking (ASS)? Verzoekers hebben persoonlijk het gevoel dat men Milas heeft behandeld als een doorsnee [le]erling, wat zeker niet het geval is. c. Ook lezen we dat men van mening is dat Milas niet schoolrijp is. Ook deze aantijgingen dienen weerlegd te worden. Op 04/05/2021 om 14hOO is er een overleg geweest met de klastitularis, CLB, zorgteam en de begeleidster van het ondersteuningsteam. In eerste instantie was dit om de resultaten van Milas te bespreken. Men heeft verzoekers toen aangeraden om Milas niet meer de lessen te laten volgen, maar het traject te volgen van de examencommissie (middenjury). Hij zou volgens Ilse De Boo van het ondersteuningsteam niet schoolrijp zijn. Verweerster was destijds meer dan bereid om dit advies mee te ondersteunen, ongeacht dit een extern orgaan is, dixit verslag beroepscommissie: ‘Het betreft een extern ondersteuningsnetwerk dat geen orgaan van het schoolbestuur is. Het schoolbestuur is niet bevoegd om eventuele klachten over dit extern ondersteuningsnetwerk te behandelen. De beroepscommissie heeft in het kader van huidige beroepsprocedure noch de bevoegdheid, noch de mogelijk om zich over de werking van dit extern ondersteuningsnetwerk uit te spreken.’ Het behoeft geen uitleg dat dit voor Milas een serieuze slag in zijn gezicht was en zijn vertrouwen compleet heeft ondermijnd. Ongeacht deze, pedagogisch compleet onverantwoorde uitspraak, bleef hij trouw aan verweerster (ASS). Ongeacht het gebrek aan vertrouwen in Milas, heeft hij een enorme inhaalbeweging kunnen maken om het nakende C-attest te kunnen ombuigen naar een A-attest. d. Ook de ‘noodkreet’ dat BSO voor Milas ‘geen optie’ is wegens zijn verschrikkelijke ervaring in 2C is door de commissie terzijde gelegd. Ook de melding dat het jaren heeft geduurd vooraleer zijn vertrouwen terug op peil was, is compleet genegeerd: ‘Voor Milas is het totaal geen optie meer om terug een BSO richting te volgen. In het verleden heeft hij 1 jaar BSO gevolgd (2 BSO). Dit was voor hem een bijna traumatische ervaring. Ook heeft dit zijn emotioneel en sociaal welbevinden én zelfvertrouwen een serieuze deuk gegeven. Mede door zijn diagnose ASS heeft het even geduurd vooraleer bovenstaande terug in orde is gekomen. Maar dank zij het feit dat hij toen een TSO richting kon volgen en dank zij de geweldige ondersteuning van het zorgteam van HHVMB van de middenbouw (mr. Geerts en mevr. Vets) is dit terug verbeterd.’ De melding dat zijn welbevinden nog nooit zo goed is geweest in de opleiding ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’ is ook compleet terzijde gelegd: Zoals hierboven vermeld, is Milas gestart in 5GW. ‘Hij wordt door zijn klasgenoten ten volle aanvaard zoals hij is en voelt zich in deze richting meer dan geweldig goed.’ IX-10.138-18/34 Hij gaat terug graag naar school, zijn zelfvertrouwen heeft een geweldige boost gekregen, hij is vrolijk en gelukkig en helemaal opengebloeid, studeert met ijver plezier voor zijn vakken, maakt spontaan zijn taken en zijn scores zijn heel goed.’ Ook met de aantekening dat zijn scores heel goed zijn (zie boven), worden genegeerd. Een voorbeeld: september 2022 e. Milas heeft ondersteuning gekregen van het zorgteam in de middenbouw (1e graad), sinds zijn 2e jaar BSO. Deze ondersteuning was heel gedegen, proactief en er was een frequente communicatie betreffende zijn vooruitgang en tekortkomingen. Het ondersteuningsteam is pas ingeschakeld kunnen worden in het 2e jaar TSO. Ten opzichte van de ondersteuning in de bovenbouw 2e graad was dit een immens verschil: • Weinig of géén proactieve communicatie van het zorgteam voor een bijsturing • De communicatie gebeurde middels een bijeenkomst met CLB, ondersteuningsteam, directie, klastitularis en ouders • Geen gedegen kennis met het omgaan met kinderen met ASS, dit zijn géén doorsnee leerlingen • Tot 5x toe een wisseling van ondersteuningsteam in 2e jaar TSO. Vertrouwen in deze hulp was door Milas ver te zoeken. • Conflictsituaties (pesten) in 3e jaar TSO door medeleerlingen zijn niet ter dege opgevangen, ook niet na herhaaldelijke mondelinge klacht van de ouders • Het zorgteam heeft op het einde van het 3e jaar TSO erkend dat Milas niet genoeg ondersteund was en dat dit zou verbeteren in het 4e jaar TSO In het 4e jaar TSO is herhaaldelijk gemeld dat er geen hulp kwam van het ondersteuningsteam. Pas in het begin van 2022 is hier eindelijk werk van gemaakt. Sindsdien is er door hen een geweldige ondersteuning gebeurd en dit heeft een goede evolutie gekend. Aangezien dit pas in eind februari 2022 is gestart, heeft dit nog niet voldoende vruchten kunnen afwerpen. Dit is ook vermeld in het schrijven aan de directie: ‘Sinds februari 2022 heeft Milas een degelijke ondersteuning gekregen van het ondersteuningsteam en zijn persoonlijke evolutie is, onder andere op het vlak van zelfredzaamheid, gestegen. Dit was evenwel te laat om nog zijn scores voor wiskunde en Frans genoeg om te buigen tegen het einde van het schooljaar. De andere IX-10.138-19/34 vakken en zijn welbevinden, hebben onder andere dank zij deze inspanningen, wel een positieve evolutie gekend.’ Wederom houdt de best[r]eden beslissing hier totaal geen rekening mee. f. Ongeacht er meermaals werd aangehaald dat verzoekers externe hulp hebben ingeschakeld om Milas zijn achterstand in te halen, is hiermee in de bestreden beslissing géén rekening gehouden. Dit stond ook aangehaald in het mailverkeer naar [T.V.]: ‘Hij gaat terug graag naar school, zijn zelfvertrouwen heeft een geweldige boost gekregen, hij is vrolijk en gelukkig en helemaal opengebloeid, studeert met ijver plezier voor zijn vakken, maakt spontaan zijn taken en zijn scores zijn heel goed. Ook wordt hij binnenkort ondersteund met bijlessen voor wiskunde en Frans, zodat we deze achterstand zo snel als mogelijk kunnen wegwerken. Het CLB en ondersteuningsteam is gecontacteerd, zodat een overdracht kan gebeuren en Milas vanaf de start degelijk kan worden begeleid en ondersteund.’ Ook wordt het nieuwe leerplan vergeleken met zijn resultaten. Op één van de 4 hoofdpunten scoort hij onvoldoende, op de tweede ‘nipt’ 52% (dat is geslaagd), en op de 2 andere kunnen ze niets vergelijken. ‘M.b.t. reële functies en algebra (40 lesuren) - Rekenen met reële getallen (Milas behaalde op dit deel 23%) - Algebraïsche verbanden (Milas behaalde op dit deel 40%) - Reële functies en eerstegraadsfuncties (Milas behaalde op dit deel 21%) M.b.t. statistiek (20 lesuren) Beschrijvende statistiek (Milas behaalde op dit deel slechts nipt 52%) M.b.t. financiële algebra (25 lesuren) Nieuw in derde graad M.b.t. mathematiseren en oplossen van problemen (15 lesuren) Nieuw in derde graad’ g. Verder lezen we in de bestreden beslissing: ‘Bij de competentie organiseren hebben we meermaals kunnen vaststellen dat hij afhankelijk is van anderen om de opdracht tot een goed einde te brengen. De zelfstandigheid en het initiatief om het geheel georganiseerd te krijgen of het overzicht te bewaren, hebben wij niet gezien bij Milas, Met ondersteuning en opsplitsing in kleine opdrachten lukt het wel, we hebben echter weinig evolutie gezien in zijn zel[f]tstandigheid de loop van het jaar.’ Dit druist echter in tegen het feit dat verzoeker zelfstandig heeft gewerkt voor de speelpleinwerking. Dit is ook weer vermeld in het schrijven aan de directie: ‘Zeker sinds 4TSO heeft zijn welbevinden een positieve invloed gekend. Zelfs in die mate dat hij zich onder andere sociaal heeft engageert als vrijwilliger voor de speelpleinwerking als leider.’ Er is dus degelijk wel een evolutie en bereidheid van Milas om zich te engageren en zijn vermeende tekortkomingen bij te sturen. IX-10.138-20/34 Milas voldoet dan ook weldegelijk aan onderstaande eisen: ‘Ook de leerkrachten I.O. verwijzen naar de algemene doelstellingen zoals omschreven in het leerplan van gezondheids- en welszijnswetensch[a]ppen (leerplan D/2002/0279/04t), meer bepaald voor het vak ‘psychologie en pedagogiek’ (p. 55): • Verwerven van vakkennis en inzicht ontwikkelen over het menselijk gedrag en het (ped)agogisch handelen. • Gericht kunnen zoeken, selecteren en hanteren van informatie. • Verworven kennis, inzichten en vaardigheden kunnen toepassen in praktijksituaties op stage. • Sociaal vaardig(
  2. er)worden in de dagelijkse omgang met verschillende doelgroepen. • Bereid zijn tot het leren ontdekken van en werken aan de eigen persoonlijkheid’ h. De bestreden beslissing tracht ook een vertekend beeld te geven over de vaardigheden van Milas: ‘Milas scoort zeer sterk in het vanbuiten studeren van teksten, maar heeft veel moeite om in interactie te gaan met zijn doelgroep (zowel klasgenoten als bijvoorbeeld kinderen). In het kader van een opdracht IO-presenteren gaf Milas tijdens een feedbackgesprek (14 juni 2022) aan dat hij wel graag presenteert maar niet voor een doelgroep. De interactie, het omgaan met onverwachte vragen en de omgang met anderen vermijdt hij liever. Dit hebben we zelf gemerkt bij de uitvoering voor de leerlingen van het zesde leerjaar en voor eigen klasgenoten. Ondanks veel kansen tijdens oefenmomenten scoort hij zwak op interactie maken met een doelgroep.’ Bovenstaande is een eenzijdige aantekening van één presentatie. • De presentaties voor het vak Nederlands zijn altijd goed geweest; • Voor het vak Engels heeft hij zelfs geholpen om de teksten voor te bereiden voor enkele van zijn medeleerlingen; • Milas ging zelf aan de leerkracht Nederlands […] vragen om nog extra presentaties te mogen geven; • Ook wou Milas spontaan een presentatie geven voor het vak Natuurwetenschappen. • De goede commentaren hieromtrent zijn hier niet mee vermeld in de bestreden beslissing. Dit is een eenzijdig argument in het nadeel van Milas. i. Op vrijdag 16/09/2022 hebben verzoekers meermaals contact gezocht met de directrice T. V. (12h22, 14h17) met het verzoek om de tweede zitting van de beroepscommissie bij te wonen. Volgens haar was dit niet nodig en was het verhaal al verteld op de eerste zitting. Toen is er wel enkel gewerkt met feiten en niet met het ASS of emotionele aspect. Op de vraag wanneer deze commissie zou samenkomen, kreeg verzoekers het vage antwoord: ‘maandag tijdens de dag’. Op de concrete vraag van het tijdstip en de plaats is geen antwoord gegeven. Uiteindelijk hebben verzoekers nog een poging ondernomen (15h41) om te IX-10.138-21/34 melden dat de vader zeker deel wou nemen, maar de directrice heeft hij niet meer aan de lijn gekregen. Op maandagochtend is er nogmaals gebeld (08h13, 08h25), maar toen werd er gemeld dat de ganse directie ‘buitenshuis’ was tot de middag. Men wou niet antwoorden of het al ging om de samenkomst van de beroepscommissie. Om 08h38 hebben verzoekers dan een mail gestuurd naar bovenbouw@hhvmb.be met de vraag om alsnog deel te kunnen nemen aan de beroepscommissie ‘Beste mevr. [V.], Graag zou ik, indien mogelijk, aanwezig willen zijn voor de samenkomst van de beroepscommissie om enkele zaken uit te leggen voordat er tot een uitspraak wordt overgegaan. Daarjuist heb ik het secretariaat gecontacteerd en zij deelden mij mee dat u deze voormiddag niet beschikbaar was. Daarom heb ik hieronder de tekst geplaatst (en ook in bijlage in Word en PDF formaat), ter verdediging van het toelaten van de opleiding 5GW voor mijn zoon Milas. Hopelijk draagt dit bij tot een positief resultaat, Met vriendelijke groet, Raf van de Vreugde’ Dit schrijven is gelezen om 10h10, maar er is geen antwoord gestuurd. In de namiddag heeft de vader nogmaals (12h36, 13h42, 14h38) geprobeerd om de directrice te bereiken om alsnog deel te nemen aan de vergadering. Dit toen nog met de gedachte dat ze 's ochtend niet hadden samengezeten. Om 15h55 is pas een antwoord gestuurd (nochtans om 10h10 is deze mail gelezen): ‘Beste heer van de Vreugde Uw brief als bijlage heeft ons in goede orde bereikt. Na overleg met onze raadsman zal de beslissing van de beroepscommissie eerstdaags verzonden worden. Eerder communiceren wij hier niet over. Dank voor uw begrip. Met vriendelijke groeten [T.V.]’’ In het verslag is wel een vermelding gemaakt van het sturen van de mail, maar tijdens de argumentatie is hier nergens een spoor van te vinden. Is er rekening gehouden met deze argumenten of is deze brief überhaupt wel aan de andere commissieleden aangeboden en besproken? j. In de bestreden beslissing houdt verweerster voor dat er 'zeer veel' extra middelen ingezet werden voor Milas. Aan deze lijst dienen enige nuances te worden toe[ge]voegd: ‘De beroepscommissie stelt evenwel vast, en dat op heel wat plaatsen in het leerlingendossier, dat de school zeer veel begeleidende maatregelen inzette om Milas te ondersteunen, onder meer: • Gebruik van grammaticale schema's • Gebruik van hulpfiches, van schema's met regels • Gebruik van formularium voor wiskunde • Gebruik van tafelkaart en omzettingstabellen (wiskunde) IX-10.138-22/34 • Gebruik van lijst met schooltaalwoorden • Mondelinge toelichting bij grote evaluaties • De mogelijkheid om voor de evaluaties teksten op voorhand te lezen’ Onderstaand wordt dit genuanceerd: • Gebruik van grammaticale schema's: Deze werden aangeleverd door de mensen van OnaPlus die zelf uit de cursus Frans van Milas de belangrijke zaken hebben gehaald. Ook heeft hij een, door OnaPlus aangeleverd, overzicht van de werkwoordsverbuigingen gekregen. • Gebruik van hulpfiches van schema's met regels: Het is verzoekers onduidelijk voor welk vak dit aangeboden is door verweerster, zij hebben geen weet van hulpfiches of schema's aangeboden door de school voor het vak wiskunde en Frans. Tijdens de kerstevaluaties heeft Milas een niet ingevuld overzicht gekregen dat hij eerst mocht invullen voor het examen en dan gebruiken. Bij de eindejaarsexamens heeft hij dit thuis mogen invullen en gebruiken tijdens het examen • Gebruik van formularium voor wiskunde: Ook dit is onduidelijk wat hiermee wordt bedoeld. Gaat het over de zélf in te vullen papieren? • Gebruik van tafelkaart en omzettingstabellen (wiskunde) : Deze zijn NOOIT aangeboden. • Gebruik van lijst met schooltaalwoorden: Dit klopt. Dat is aangeboden door de school. • Mondelinge toelichting bij grote evaluaties: Dit klopt voor het examen Frans. Voor wiskunde hebben verzoekers hier geen weet van. Het huidige schooljaar staat de remediëring die Milas wordt aangeboden wel volledig op punt (Stuk 8), hetgeen ook zijn vruchten afwerpt. Milas behaalt tot op heden de nodige resultaten en de klassenraad ziet weldegelijk slaagkansen om een A-attest te behalen. Dit staat in groot contrast met de begeleiding die Milas kreeg bij aanvang van het vorige schooljaar. Zo oordeelde uw Raad eerder: De verwerende partij herinnert aan de inderdaad vaste rechtspraak van de Raad van State, die aanneemt dat een gebrekkige begeleiding van de leerling mogelijk de verantwoordelijkheid voor een slechte prestatie (deels) verschuift naar de in gebreke blijvende onderwijsinstelling, maar in de regel die prestatie zelf niet zonder meer tot een voldoende vermag te keren. 12.2. Die regel lijdt evenwel uitzondering wanneer aangetoond wordt dat de school tekortgeschoten is in welbepaalde vooraf individueel gemaakte afspraken- bijvoorbeeld in een begeleidingsplan of een leertraject - en waarbij daarenboven het niet-nakomen van die afspraken in een rechtstreeks oorzakelijk verband gebracht kan worden met de wettigheid van de door de verzoekende partij bestreden beslissing. Voor zover verzoekers kritiek net op dergelijke aspecten betrekking lijkt te IX-10.138-23/34 hebben en een onmiddellijk oorzakelijk verband lijkt te vertonen met de behaalde resultaten én dus met de wettigheid van de bestreden beslissing, kan hem op het eerste gezicht niet worden tegengeworpen dat zijn middel op dat punt faalt. De gebrekkige remediëring en uitblijvende ondersteuning hebben tot slechte resultaten geleid, maar nadien bleken er met de juiste ondersteuning veel betere resultaten te volgen. Het oorzakelijk verband is dan ook duidelijk en is bijzonder relevant in het kader van het prospectief onderzoek dat de beroepscommissie diende te voeren. Immers staat de ondersteuning nu wel op punt en kan niet worden begrepen waarom er dit jaar ook niet opnieuw positieve resultaten uit voortvloeien. Verzoekers verwijzen in dat verband naar de berichten van het ondersteuningsnetwerk : […] Datum: 29 sep. 2022 08:44 Onderwerp: betreft: belang van ondersteuning ifv slaagkansen en participatie […] Beste ouders Beste Milas Goed onderwijs betekent een plek op school voor élke leerling. Goed onderwijs betekent voor onze leerlingen met specifieke onderwijsbehoeftes, een plek waar onderwijs en zorg goed op elkaar afgestemd zijn. In functie van de slaagkansen van Milas, hebben we als betrokken ondersteuningsteam ook in schooljaar 21-22 ervaren hoe groot het belang is van doelgerichte ondersteuning. Milas was zeker gebaat geweest bij een snellere actie van ons ondersteuningsteam, want eens de ondersteuning accuraat en doelgericht was opgestart, hebben we de evolutie van Milas sterk ervaren. Indien de ondersteuning in het begin van het schooljaar had kunnen opgestart worden, hadden de slaagkansen van Milas een veel grotere waarschijnlijkheid geweest. We geloven oprecht in de motivatie van Milas en zijn ondersteunende thuiscontext, om samen met het huidige schoolteam en doelgerichte ondersteuning vanuit het ondersteuningsnetwerk, zijn secundaire schoolloopbaan succesvol verder te zetten. De betrokken ondersteuners van Antwerpen plus in het traject van Milas, zijn uiteraard bereid om samen met Milas en zijn ouders, een warme overdracht naar de school en het nieuwe ondersteuningsteam te doen Met vriendelijke groeten […] Antwerpenplus […] www.onaplus.be Deze verandering in ondersteuning wordt niet terdege en zorgvuldig meegenomen in de beslissing. Op basis van bovenstaande uiteenzetting dienen we dan ook te besluiten dat IX-10.138-24/34 het prospectief onderzoek dat werd gevoerd op geen enkele wijze stand kan houden. Zo oordeelde uw Raad eerder dat het niet (correct) uitvoeren van een prospectief onderzoek en de nodige veruitwendigde motieven voor te leggen redenen zijn om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de beroepscommissie te bevelen: ‘De beroepscommissie doet in de bestreden beslissing niet in het minst op een gemotiveerde wijze blijken, steunend op concrete en objectieve gegevens van het leerlingendossier, dat een prospectief onderzoek haar tot het besluit brengt dat verzoeker ook in de derde graad van de studierichting Humane Wetenschappen geen redelijke slaagkans heeft. De bestreden beslissing stelt zonder meer dat ‘er geen garantie op succes [is] in de richting Humane Wetenschappen’. Daargelaten dat een dergelijke ‘garantie’ nooit voorhanden kan zijn en het bestaan van een redelijke slaagkans volstaat, is de kwestieuze conclusie van de beroepscommissie hoe dan ook niet met uitdrukkelijk tot uiting gebrachte, afdoende, pertinente en draagkrachtige motieven onderbouwd. De omstandigheid dat verzoeker de leerstof voor cultuur- en gedragswetenschappen zou moeten bijwerken, betreft een feitelijke vaststelling, maar toont niet aan dat er in het leerlingendossier van verzoeker objectieve gegevens te vinden zijn die aannemelijk maken dat dit een horde betreft die door verzoeker redelijkerwijze niet kan worden genomen. De bestreden beslissing gaat in dit verband geheel voorbij aan het argument van verzoeker in zijn beroepschrift dat door het wegvallen of verminderen van het aantal uren van de vakken waarop hij een jaartekort behaalde, ‘veel tijd [vrijkomt] die [hij] indien nodig kan spenderen aan het bijwerken van vakken die behoren tot de nieuwe richting’. Daarbij aansluitend doet verzoeker in zijn verzoekschrift niet ten onrechte gelden dat ‘[de] leerstofgehelen misschien wel groter [worden], maar [hij] anderzijds ook veel minder tijd [zal] moeten spenderen aan de vakken waarmee hij het moeilijk had en die ten koste gingen van zijn andere vakken’. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt helemaal niet dat de beroepscommissie die schijnbaar voor de hand liggende afweging heeft gemaakt. Dezelfde opmerking lijkt te moeten worden gemaakt ten aanzien van de overweging van de bestreden beslissing dat verzoeker in de derde graad meer zelfstandig werk te wachten staat en hij het leerproces meer zelf in handen zal moeten nemen. Alleszins brengt de beroepscommissie in de bestreden beslissing geen enkel motief aan, geput uit het leerlingendossier, dat ervan zou kunnen overtuigen dat verzoeker redelijkerwijze daartoe niet bij machte zal zijn. De overweging van de bestreden beslissing, ten slotte, dat verzoeker ‘niet altijd blijk gegeven heeft van een volgehouden inzet’ en ‘de hem geboden kansen tot studiebegeleiding onvoldoende [heeft] aangegrepen’, doet geen afbreuk aan hetgeen zo-even werd vastgesteld. Uit wat voorafgaat volgt dat de bestreden beslissing niet afdoende doet blijken van het prospectief onderzoek dat de toekenning van een B-attest IX-10.138-25/34 vereist, en dat ze alzo geen afdoende antwoord geeft op de door verzoeker terecht als cruciaal aangemerkte vraag welke overtuigende motieven aannemelijk maken dat zijn kansen om te slagen voor het volgende leerjaar van de studierichting Humane Wetenschappen redelijkerwijze verwaarloosbaar zijn. Aldus wordt tekortgedaan aan de formele motiveringsplicht.’ Deze rechtspraak kan integraal op onderhavige zaak worden toegepast en dient dan ook te leiden tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de beroepscommissie. Ook hier dienen we vast te stellen dat zelfs na een eerdere schorsing verweerster nog steeds niet op een correct gemotiveerde wijze laat blijken, dat zij steunend op concrete en objectieve gegevens van het leerlingendossier, een correct prospectief onderzoek heeft gevoerd. Verzoekers tonen nogmaals aan dat het prospectief onderzoek op geen enkele wijze stand kan houden aangezien dat het gebaseerd is op elementen die niet overeenstemmen met de realiteit. Er ligt wel degelijk […] een redelijke slaagkans voor : Milas dient zich niet meer in te spannen voor 2 vakken waar hij het moeilijk mee had aangezien deze uit het lessenpakket verdwijnen en bovendien zijn er 2 andere vakken waar hij het moeilijk mee had die verminderen in aantal uren dat hij eraan dient te spenderen. Dit werd door de huidige klassenraad van het 5e jaar in de geambieerde richting bevestigd. Bovendien wordt hij thans wel degelijk ondersteund. De beslissing van de beroepscommissie is dan ook niet met uitdrukkelijk tot uiting gebrachte, afdoende, pertinente en draagkrachtige motieven onderbouwd.” Beoordeling 11.1. Zoals hiervóór uiteengezet (sub 5 en 6), voert verzoeker ook grieven aan die uitsluitend terug te brengen zijn tot de eerdere ingetrokken beslissing van de beroepscommissie. Die beslissing is echter met de bestreden beslissing ingetrokken en vervangen door de thans bestreden beslissing. Kritiek die uitsluitend terug te voeren is op de ingetrokken beslissing is onontvankelijk. 11.2. Dat lijkt het geval voor de grief dat de beroepscommissie aan verzoeker zou verwijten bepaalde adviezen van de begeleidende klassenraad te hebben “genegeerd”. Die stelling is volgens hem “foutief” en “op geen enkele wijze gemotiveerd”. IX-10.138-26/34 Wat zeker ‘foutief’ lijkt, is dat een dergelijk verwijt zou terug te vinden zijn in de bestreden beslissing. Verzoeker keert daarmee terug naar de eerdere, geschorste en nadien ingetrokken beslissing van de beroepscommissie. Kritiek op een ingetrokken beslissing kan bezwaarlijk relevant zijn voor de nieuwe beslissing die in andere termen lijkt te zijn opgesteld. 11.3. Hetzelfde lijkt te gelden voor de “aantijging” dat verzoeker “niet schoolrijp” zou zijn, wat verzoeker bekritiseert. Dat verwijt valt op het eerste gezicht ook niet te lezen in de bestreden beslissing. Hoe voorts een overleg tijdens een voorgaand schooljaar – mei 2021 – enige relevantie ter zake zou kunnen vertonen, verduidelijkt verzoeker niet en lijkt evenmin zichtbaar. 11.4. In die mate is het middel onontvankelijk. 12.1. Om het standpunt ingenomen in de bestreden beslissing te kunnen weerleggen dat verzoeker de studierichting ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’ niet zal aankunnen in een volgend studiejaar, namelijk het vijfde jaar TSO, verwijst verzoeker naar “de bevindingen van de klassenraad van het vijfde jaar Gezondheids- en Welzijnswetenschappen van [kOsh] 23” (hierna: de klassenraad kOsh 23) – dit is de (begeleidende) klassenraad van de school waar verzoeker voor het huidige schooljaar is ingeschreven. Verzoeker stelt dat daaruit blijkt dat de klassenraad kOsh 23 ervan “overtuigd [is] dat er weldegelijk slaagkansen zijn in het vijfde jaar Gezondheids- en Welzijnswetenschappen”. 12.2. Er dient vooreerst op gewezen te worden dat de klassenraad kOsh 23 zelf uitdrukkelijk erkent dat het voor hem “nu nog voorbarig is om over effectieve slaagkansen [van verzoeker] te spreken”. Dit hoeft ook niet te verbazen aangezien de verklaring van de klassenraad kOsh 23 dateert van 26 september 2022 – dit is amper zeventien schooldagen ver in het huidige schooljaar. Een oordeel op basis van dit korte tijdsbestek kan dan ook niet anders dan heel erg IX-10.138-27/34 fragmentarisch zijn. Aldus valt prima facie dan ook niet in te zien waarom de verklaringen van de klassenraad kOsh 23 even zwaar moeten doorwegen, laat staan zwaarder kunnen en moeten wegen dan de bevindingen van een klassenraad waarvan de leden die er deel van uitmaken de betrokken leerling gedurende een volledig schooljaar – en wel het schooljaar waaruit het bestreden oriënteringsattest tot stand is gekomen – hebben ervaren en gevolgd. 12.3. Daarnaast lijken ook de premisses waarop de klassenraad kOsh 23 zich steunt, niet valide. Die klassenraad verwijst onder meer naar “het feit dat bij de 1ste beslissing van de KR van 4 STW […] studierichtingen met 2u WIS in KSO toch open werden gelaten”. Dat is evenwel niet het geval in de bestreden beslissing. Wat de delibererende klassenraad aanvankelijk nog wel toeliet, maar de beroepscommissie thans niet meer – zij heeft alle richtingen in het kunstsecundair onderwijs in de clausulering opgenomen – kan bezwaarlijk aan deze commissie worden verweten. Ook “het feit dat het leerplan WIS 2u voor 5GW een ander leerplan is dan dat voor bv. 5STW” is op het eerste gezicht niet dienstig. Ook in de bestreden beslissing wordt immers uitgegaan van het “Wiskunde Leerplan C derde graad KSO/TSO (D/2004/0279/024)”. 13.1. Verzoeker voert ook aan dat de beroepscommissie zijn “noodkreet” dat een BSO-studierichting “geen optie” is voor hem en zijn “melding dat zijn welbevinden nog nooit zo goed is geweest in de opleiding ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’”, “compleet terzijde gelegd”. 13.2. Met die kritiek lijkt verzoeker aansluiting te zoeken bij de formelemotiveringsplicht – verplichting die hij formeel in zijn verzoekschrift niet als geschonden heeft aangemerkt. Verzoeker maakt evenwel niet duidelijk, in IX-10.138-28/34 welke mate die argumenten het motief dat verzoeker voor een aantal vakken leerplandoelstellingen niet heeft bereikt die nochtans determinerend zijn voor zijn slaagkansen in een volgend leerjaar in de studierichting ‘gezondheids- en welzijnswetenschappen’, onderuit kunnen halen. Op het eerste gezicht kan hij dan ook geen voordeel hebben bij die argumenten. 14.1. Verzoeker voert ook aan dat er voor hem pas begin 2022 hulp kwam van het ondersteuningsteam en dat de bestreden beslissing “hier totaal geen rekening mee houdt”. Ook hiermee lijkt verzoeker alzo een schending van de formelemotiveringsplicht aan te voeren. 14.2. Op het eerste gezicht lijkt echter uit de bestreden beslissing, dat de beroepscommissie dat argument wel degelijk heeft ontmoet. Zij heeft immers daarop geantwoord dat “AntwerpenPlus een extern ondersteuningsnetwerk is” “dat geen orgaan van het schoolbestuur is”, dat zij “noch de bevoegdheid, noch de [mogelijkheid] [heeft] om zich over de werking van dit extern ondersteuningsnetwerk uit te spreken”, dat zij wel vaststelt dat de school “zeer veel begeleidende maatregelen inzette om [verzoeker] te ondersteunen”, waarna zij voorbeelden aanhaalt, dat de leerkrachten wiskunde en Frans verzoeker “regelmatig aanmoedigden om toetsen verbeterd af te geven […] waarop weinig tot geen reactie kwam”, dat verzoeker “geen melding [maakt] van bepaalde concrete [tekortkomingen] van de school m.b.t. een concrete afspraak, laat staan hoe zo’n beweerde tekortkoming in rechtstreeks verband te brengen is met de vaststelling van de behaalde resultaten, in casu vier onvoldoendes op jaarbasis” en dat “de rechtspraak van de Raad van State […] stelt dat een eventueel gebrek aan begeleiding (quod non in casu) ten hoogste de verantwoordelijkheid aan het licht kan brengen voor onvoldoende resultaten, maar niet vermag die resultaten te maken tot wat ze niet zijn, namelijk slaagcíjfers”. Aldus lijkt de kritiek dat de beroepscommissie “hier totaal geen rekening [mee heeft gehouden]” feitelijke grondslag te missen. IX-10.138-29/34 14.3. Dat verzoeker van een en ander op de hoogte was, blijkt trouwens uit het feit dat hij verderop in zijn verzoekschrift aangeeft van mening te zijn dat het motief dat de school “zeer veel begeleidende maatregelen” heeft ingezet, moet worden “genuanceerd”. Daarmee spreekt hij dat motief, zo lijkt, evenwel nog niet zonder meer tegen. Als verzoeker daarmee het falen in de begeleiding wil aankaarten, dan dient eraan herinnerd te worden dat uit de vaste rechtspraak van de Raad blijkt dat dit geen nuttig rechtsmiddel is, omdat dit hoogstens een (mede)schuldige aanwijst maar niet vermag de punten beter te maken dan ze uiteindelijk zijn. Om uitzondering te genieten op dat beginsel, verwacht de Raad van State dat een verzoeker in staat is om met de nodige precisie aan te tonen dat de school is tekortgeschoten in welbepaalde vooraf individueel gemaakte afspraken én kan aantonen dat dit falen daarenboven door de aard van die afspraken in een rechtstreeks oorzakelijk verband gebracht kan worden met de wettigheid van de door hem bestreden beslissing. Dat de “grammaticale schema’s” niet door de school maar door een externe organisatie werden aangeleverd, lijkt zonder belang. Verzoeker erkent daarmee dat hij de betrokken schema’s heeft gekregen en dus ook ervan gebruik heeft kunnen maken. De kritiek dat hij “geen weet” heeft van “hulpfiches of schema’s met regels” lijkt verzoeker zelf tegen te spreken door onmiddellijk nadien te erkennen overzichten te hebben ontvangen die hij thuis kon invullen en nadien gebruiken tijdens de examens. Dat het voor verzoeker “onduidelijk” is wat met het “gebruik van formularium voor wiskunde” wordt bedoeld, toont op het eerste gezicht dan weer niet aan dat die verplichting niet is nagekomen, laat staan dat verzoeker met die IX-10.138-30/34 enkele uitlating het rechtstreeks oorzakelijk verband met zijn (onvoldoende) resultaten voor dat vak vermag te bewijzen. Hetzelfde geldt voor de “mondelinge toelichting bij grote evaluaties”, waarvan hij erkent die te hebben gekregen voor Frans, maar beweert er “geen weet” van te hebben in verband met wiskunde. Zulks wordt in de nota van de verwerende partij trouwens uitdrukkelijk ontkend. Verzoeker weerspreekt dit niet ter terechtzitting. Het “gebruik van tafelkaart en omzettingstabellen (wiskunde)” zou aan verzoeker nooit zijn aangeboden. Hoe dat zijn falen voor dat vak in de hand heeft gewerkt en wel op zo een manier dat hem precies als gevolg daarvan geen toegang kan worden verleend tot de door hem geambieerde studierichting in het volgende leerjaar, laat verzoeker niet verstaan. Dat hij een “lijst met schooltaalwoorden” mocht gebruiken erkent verzoeker dan weer uitdrukkelijk. De “mogelijkheid om voor de evaluaties teksten op voorhand te lezen” ontkent hij dan weer niet. 15.1. Verzoeker voert ook aan dat hij “meermaals” erop heeft gewezen dat “externe hulp [werd] ingeschakeld om […] zijn achterstand in te halen” en dat de bestreden beslissing daarmee geen rekening heeft gehouden. Hiermee lijkt verzoeker opnieuw een schending van de formelemotiveringsplicht aan te voeren. 15.2. In tegenstelling tot wat verzoeker beweert, heeft de beroepscommissie wel daarop geantwoord. In de bestreden beslissing heeft zij gesteld dat zij het “niet realistisch [vindt] om een achterstand van meerdere schooljaren op korte termijn bij te werken. Ondanks extra begeleiding en kansen in de school die de commissie ten overvloede leest in het leerlingendossier, is [verzoeker] er immers niet in geslaagd deze achterstanden bij te werken”. IX-10.138-31/34 Waarom die motivering niet deugdelijk zou zijn, verklaart verzoeker op het eerste gezicht niet nader. 16.1. Verzoeker doet vervolgens gelden dat in de bestreden beslissing zijn resultaten voor wiskunde werden vergeleken met “het nieuwe leerplan”. Hij betoogt dat hij “[o]p één van de 4 hoofdpunten […] onvoldoende [scoort], op de tweede ‘nipt’ 52% (dat is geslaagd), en op de 2 andere kunnen ze niets vergelijken”. 16.2. Wat verzoekers kritiek precies is en hoe dat – zelfs maar voorlopig – tot een onwettigheid moet doen besluiten, verduidelijkt hij op het eerste gezicht niet. 16.3. In die mate is het middel onontvankelijk. 17.1. Verzoeker uit ook kritiek op de beoordeling van zijn slaagkansen voor het volgende jaar, specifiek vanuit het vak ‘integrale opdrachten’. 17.2. In die beoordeling wordt over verzoeker onder meer gesteld dat hij bij de competentie ‘organiseren’ “afhankelijk is van anderen om de opdracht tot een goed einde te brengen”. Dit spreekt verzoeker alleen tegen door aan te voeren dat hij zich “als vrijwilliger voor de speelpleinwerking als leider” heeft geëngageerd. Hoe het een en het ander met elkaar verband houdt en hoe dat argument van aard is om de bevindingen van de leerkrachten tijdens het schooljaar te weerleggen, maakt verzoeker andermaal niet duidelijk. De enkele toevoeging dat hij “weldegelijk aan onderstaande eisen [voldoet]”, lijkt het ijle karakter van zijn betoog alleen maar te benadrukken. 18.1. Verzoeker voert ook aan dat de bestreden beslissing een vertekend beeld tracht te geven over zijn vaardigheden. Hij betoogt dat de IX-10.138-32/34 beoordeling bij ‘integrale opdrachten – presenteren’ “eenzijdig” is. Hij wijst erop dat voor andere vakken zijn presentaties wel goed waren, dat hij andere leerlingen heeft geholpen, dat hij heeft aangeboden nog meer presentaties te willen geven en dat de beoordelingen van die presentaties buiten beschouwing zijn gelaten in de bestreden beslissing. 18.2. Verzoeker gaat ook daar uit van een foute lezing van de bestreden beslissing. Het probleem situeert zich daar, volgens de bestreden beslissing, bij de “interactie […] met zijn doelgroep”, “het omgaan met onverwachte vragen” en bij het liever vermijden van “omgang met anderen”. 19.1. Ten slotte schetst verzoeker zijn diverse pogingen om na het schorsingsarrest van de Raad van State, de zitting van de beroepscommissie te kunnen bijwonen. Hij benadrukt ook dat hij op 19 september 2022 via e-mail een tekst heeft meegedeeld “ter verdediging van het toelaten [tot] de opleiding 5GW” . Hoewel in de bestreden beslissing van deze mail melding wordt gemaakt maar in “de argumentatie […] hier nergens een spoor van te vinden [is]”, stelt verzoeker zich de vraag: “Is er rekening gehouden met deze argumenten of is deze brief überhaupt wel aan de andere commissieleden aangeboden en besproken?”. 19.2. Daargelaten of een verzoeker na een schorsingsarrest van de Raad van State de gelegenheid moet krijgen om voor de beroepscommissie zijn standpunt nog eens toe te lichten, moet op het eerste gezicht worden geoordeeld dat verzoeker niet kan volstaan met het stellen van de vraag of rekening werd gehouden met zijn argumenten. Het ligt immers op zijn weg om de Raad van State ervan te overtuigen dat dit niet is gebeurd en dat doet verzoeker prima facie echter niet. 20. Uit wat voorafgaat volgt dat het enige middel in genen dele ernstig is. IX-10.138-33/34 21. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien oktober tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bruno Seutin IX-10.138-34/34 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.749 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.