id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.772 Rolnummer: A. 222078/V-1992 Zaak: Arrest 254772 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/10/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-10-28 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-06-10 07:39 Versie(s): Vertaling FR Fiche Arrest nr 254.772 van 18 oktober 2022 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Ve KAMER nr. 254.772 van 18 oktober 2022 in de zaak A. 222.078/V-1992 In zake: Patrick DE GEYTER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de NV VAN PUBLIEK RECHT PROXIMUS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Van Olmen en Vincent Vuylsteke kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen: 1. Philippe ABRASSART bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan De Brabanter kantoor houdend te 1730 Asse Stationsstraat 69 bij wie woonplaats wordt gekozen 2. David MOBERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 28 april 2017, strekt tot de nietigverklaring van: V-1992-1/11 “het besluit vervat in het emailbericht van 29/11/2016 vanwege consultant [ES] met de melding dat [Patrick De Geyter] niet werd weerhouden voor de functie van Presales Specialist Connectivity. Tevens van de benoeming [van]:
- a)Abrassart Philippe […],
- b)Mobers David […] en
- c)Van den Abbeele Joeri [voor deze functie].” II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Philippe Abrassart en David Mobers hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 24 mei 2019 en van 22 juli 2019. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur Joke Goris heeft op 20 december 2021 een verslag opgesteld. De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 september 2022. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Daphné Van Eynde, die loco advocaat Peter Crispyn verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Ségolène De Borchgrave, die loco advocaten Chris Van Olmen en Vincent Vuylsteke verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Christ’l Verleyen, die loco advocaat Jan De V-1992-2/11 Brabanter verschijnt voor de eerste tussenkomende partij en advocaat Pascal Lahousse, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Joke Goris heeft een andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Verzoeker is bij de verwerende partij tewerkgesteld als ambtenaar in de functie Presales Explore. 3.2. In de loop van oktober 2016 plaatst de verwerende partij een vacature voor vijf openstaande betrekkingen in de functie van Presales Specialist Connectivity op het interne systeem, Job Info. Verzoeker meldt zich kandidaat voor deze functie. Hij wordt door senior recruiter ES bij e-mail van 9 november 2016 uitgenodigd voor een interview op 22 november 2016. Met een e-mail van 29 november 2016 wordt verzoeker meegedeeld dat hij niet wordt geselecteerd voor de beoogde functie. Dat is de eerste bestreden beslissing. 3.3. Op 7 december 2016 wordt op vraag van verzoeker een feedback gepland met verzoeker. Verzoeker annuleert dit onderhoud daags tevoren omdat hij “niet mondeling op de hoogte gesteld wil worden”. Hij vraagt “een schriftelijke feedback” die hij vervolgens in een “feedbackgesprek” wil overlopen. V-1992-3/11 Op 8 december 2016 krijgt verzoeker toch mondeling feedback en op 25 januari 2017 volgt nog een “uitgeschreven feedback” van het selectieproces. 3.4. Op 12 december 2016 dient verzoeker een klacht in, overeenkomstig artikel 57 van het reglement aangaande de interne selecties. Hij wijst erop, onder meer, dat zijn selectie-interview met slechts één persoon plaatsvond en dat hij geen technische screening kreeg. Verzoeker wordt hierover gehoord op 20 december 2016. Hem wordt meegedeeld dat hem een tweede mogelijkheid wordt geboden om deel te nemen aan de selectieprocedure, aangezien nog niet alle vacante plaatsen zijn ingevuld. Op 12 januari 2017 ontvangt verzoeker hierover volgende e- mail: “Bedankt voor ons open gesprek op 20 december 2016, tijdens de welke we jou gehoord hebben aangaande je mail hieronder. Zoals beloofd tijdens dat gesprek stuur ik je hierbij een antwoord. Het selectie interview werd inderdaad niet uitgevoerd met een volledige jury, namelijk zonder technische raadgever van niveau 1 van de betrokken dienst en niet correct volgens onze regels, waarvoor mijn excuses. De Job Info van de betrekking waarvoor jij solliciteerde is echter nog niet afgesloten waardoor jouw selectie nog steeds mogelijk is. Ik stel dan ook voor jou opnieuw uit te nodigen met een correcte jury zoals onze regels dat voorschreven. We zullen jou hiervoor zo snel mogelijk via outlook een uitnodiging sturen.” 3.5. Verzoeker krijgt met twee afzonderlijke e-mails vanwege senior recruiter ES een uitnodiging voor een nieuw interview “voor de functie van Presales Specialist Connectivity” op 15 februari 2017 en op 17 februari 2017. De uitnodiging luidt telkens: “Beste Mr De Geyter, Beste Patrick, Naar aanleiding van de verschillende mail uitwisselingen en contacten, heb ik van [HVD] de specifieke opdracht gekregen om een interview in te plannen voor de functie van Presales Specialist Connectivity. Attendees: V-1992-4/11 -[LP]: Hiring Manager -Mezelf Hoogachtend.” 3.6. Na afloop van de selectieprocedure worden de vijf betrekkingen toegewezen, onder anderen aan de twee tussenkomende partijen en aan Joeri Van Den Abbeele. Verzoeker viseert deze drie aanstellingen als voorwerp van de tweede bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid Exceptie 4. De verwerende partij is van oordeel dat het beroep onontvankelijk is. Het belang dat verzoeker bij een vernietiging van de beide bestreden beslissingen kan hebben, bestaat in de mogelijkheid een nieuwe kans te krijgen om in de functie van Presales Specialist Connectivity benoemd te worden en dit in de plaats van diegene wiens benoeming nietig zou worden verklaard. In casu heeft verzoeker echter nagelaten om de nieuwe kans te grijpen die de verwerende partij hem bood en daarom heeft hij zijn wettig belang verloren. Hij kreeg immers op een moment waarop hij nog steeds de mogelijkheid had om in de functie van Presales Specialist Connectivity benoemd te worden een uitnodiging om de selectieprocedure opnieuw te doorlopen. Tijdens de hoorzitting op 20 december 2016 werd verzoeker ervan op de hoogte gebracht dat de job info van de betrekking waarvoor hij solliciteerde nog niet was afgesloten en dat zijn selectie dus nog steeds mogelijk was. Er werd ook aangekondigd dat verzoeker een uitnodiging zal ontvangen om de selectieprocedure opnieuw te doorlopen. Verzoeker werd daarna uitgenodigd voor een nieuw in te plannen interview voor deze functie. Er werden hem twee e- mails gestuurd met een uitnodiging voor dit nieuwe interview. Verzoeker V-1992-5/11 reageerde op geen van deze e-mails en verloor dus zo een kans om benoemd te worden. Verzoeker heeft het voor zichzelf onmogelijk gemaakt om benoemd te worden in de functie van Presales Specialist Connectivity. Bijgevolg heeft hij zijn wettig belang verloren. 5. In de memorie van wederantwoord betoogt verzoeker dat het “ad hoc comité” dat op 20 december 2016 vergaderde, onwettig was samengesteld. De beslissing om het interview opnieuw te laten afleggen is daarom genomen door een ongeldig samengesteld orgaan van de verwerende partij. Verzoeker verwijst naar zijn tweede middel. Voorts meent verzoeker dat dit comité geen bevoegdheid heeft om hem een “nieuwe kans” te bieden. Bovendien blijkt uit geen enkel stuk dat ook daadwerkelijk het “ad hoc comité” dan wel een aantal personen dit zou hebben beslist, noch dat daarover een beraadslaging is gebeurd. De vraag om hem opnieuw uit te nodigen voor een interview was afkomstig van HVD en niet van een bevoegd orgaan. Deze uitnodigingen dateren trouwens van 15 februari 2017 en 17 februari 2017; de verwerende partij verheldert geenszins en voegt ook geen stukken waaruit blijkt dat zulks op deze data überhaupt nog zin zou hebben, meer bepaald of de plaatsen toen nog niet begeven waren. Het blijkt uit niets dat een selectie toen nog mogelijk was. 6. In zijn laatste memorie voegt verzoeker hieraan toe “dat [zijn] zogenaamd nieuwe kans louter betrekking had op een nieuw interview met een dan (mogelijks) wel rechtsgeldig samengestelde jury alwaar de finaal weerhouden en benoemde kandidaten dan wel hun beoordeling behielden vanwege de oorspronkelijke jury zodat deze nieuwe kans in werkelijkheid geen V-1992-6/11 kans voor verzoeker was maar alleen voor verwerende partij om haar eigen falen te verdoezelen”. Van verzoeker, die vaststelde dat er onregelmatigheden waren, kon niet worden verwacht dat hij zou hebben deelgenomen aan enig nieuw interview. Verzoeker heeft het geenszins voor zichzelf onmogelijk gemaakt om benoemd te worden in de gewenste functie. Bij een nietigverklaring “ontstaat immers een echte kans op een nieuwe beoordeling van zijn kandidatuur en zulks op gelijke voet met de andere kandidaten en binnen een legaal kader, zo onder meer een gelijk samengestelde jury met gelijke referenties op het vlak van een te maken beoordeling en inschatting”. Beoordeling 7. Met de gevorderde nietigverklaring van de bestreden beslissingen streeft verzoeker na een nieuwe kans te verwerven om te kunnen deelnemen aan de selectieprocedure met het oog op de benoeming van een Presales Specialist Connectivity. Verzoeker heeft nooit gekandideerd voor later opengestelde betrekkingen van Presales Specialist Connectivity, wat er des te meer op wijst dat het hem precies te doen is om de aanwerving in het kader van de procedure die in de loop van oktober 2016 is opgestart en waarvoor hij kandidaat was, te hernemen. 8. Welnu, naar aanleiding van een klacht van verzoeker die onder meer betrekking had op de samenstelling van de selectiejury, heeft de verwerende partij haar fout toegegeven en zij heeft verzoeker tot tweemaal toe uitgenodigd om het interview te hernemen met een regelmatig samengestelde jury. V-1992-7/11 Verzoeker heeft zonder enige opgaaf van redenen die uitnodiging onbeantwoord gelaten. Aldus heeft hij ingevolge zijn eigen houding de kans om te worden aangeworven in de bedoelde selectieprocedure onmogelijk gemaakt. Verzoeker beschikt in die omstandigheden niet over het belang om door middel van de huidige procedure die kans alsnog te verwerven. 9. Het verweer van verzoeker doet niet anders besluiten. Aan verzoeker is op 20 december 2016 een nieuw interview toegezegd. Zowel tijdens dat gesprek als in de latere bevestiging ervan per e-mail is toegelicht dat de procedure nog niet was afgesloten en dat nog niet alle betrekkingen waren ingevuld. De Raad van State ziet geen enkele reden om te twijfelen aan de oprechtheid van de verklaringen van de verwerende partij. Dat de procedure wél afgelopen was, zoals verzoeker beweert, wordt niet aangetoond. Het is ook volkomen ongeloofwaardig dat de verwerende partij dan nog zou aanbieden om het interview te hernemen en zelfs concrete data hiervoor zou opgeven. Zowel de initiële uitnodiging voor het interview waaraan verzoeker wél heeft deelgenomen, als de beide uitnodigingen waarop verzoeker niet is ingegaan, gingen uit van senior recruiter ES. Of daaraan een geformaliseerde beslissing is voorafgegaan en wie die instructie aan ES heeft gegeven, is uit oogpunt van verzoekers belang niet relevant. Ook op dit punt is er geen reden om te twijfelen dat de verwerende partij bereid was het interview te hernemen. Verzoeker heeft overigens toentertijd geen enkele uitleg gegeven voor zijn afwezigheid, laat staan dat hij één of ander bezwaar omtrent het nieuwe interview aan de verwerende partij signaleerde. V-1992-8/11 Het argument, ten slotte, dat andere kandidaten verschillend werden behandeld, is uit dubbel oogpunt voorbarig en dus evenmin ter zake. Ten eerste zal verzoeker – door afwezig te blijven op het nieuwe interview – nooit weten óf de jury in zijn geval dan een andere samenstelling had dan de jury die de andere kandidaten heeft gehoord en die volgens de verwerende partij wél regelmatig was samengesteld. Voorts zou verzoeker bij het doen gelden van dergelijke onregelmatigheid enkel belang hebben, indien hij na dat nieuwe interview nog steeds buiten de selectie zou zijn gebleven. Het kan dan ook het afwijzen van de uitnodiging niet verantwoorden. Verzoeker heeft bijgevolg, door zijn vrijwillige en bewuste onthouding om in te gaan op de uitnodigingen voor een interview, niet enkel het voor zichzelf onmogelijk gemaakt om in de loop van de voormelde selectieprocedure in de beoogde functie benoemd te worden. Hij geeft ook geen blijk van enige deugdelijke reden om eigener gezag te beslissen bij het interview afwezig te mogen blijven. 10. Conclusie van wat voorafgaat is, dat het rechtens vereiste belang ontzegd moet worden aan verzoeker om de bestreden aanwervingen en de daaraan voorafgaande beslissing van de senior recruiter met een annulatieberoep te bestrijden. De exceptie is gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een V-1992-9/11 rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro. V-1992-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien oktober tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Ve kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Frédéric Gosselin, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren V-1992-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.772 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div