← België

Arrest 254858 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/10/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.858 Rolnummer: A. 233550/X-17935 Zaak: Arrest 254858 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/10/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-11-08 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-10 07:42 Fiche Arrest nr 254.858 van 25 oktober 2022 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 254.858 van 25 oktober 2022 in de zaak A. é.550/X-17.935 In zake : de STAD SINT-NIKLAAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Wouter Rubens kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering en de beroepscommissie voor tuchtzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Erwin BARTHIER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Katrien Crauwels en Koen Clonen kantoor houdend te 2600 Antwerpen Fruithoflaan 124/b 14 bij wie woonplaats wordt -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 30 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de Beroepscommissie in Tuchtzaken van 2 maart [lees: 1 maart] 2021 waarbij het beroep van dhr. E. Barthier tegen de beslissing van de waarnemend algemeen directeur van de stad Sint-Niklaas (optredend als tuchtoverheid) van 23 juli 2020 houdende zijn afzetting bij tuchtsanctie, ontvankelijk en gegrond werd bevonden”. X-17.935-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 23 juni
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 april
  4. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wouter Rubens, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Joris Claes, die loco advocaat Tom De Sutter verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Simon Rinckhout, die loco advocaten Katrien Crauwels en Koen Clonen verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. X-17.935-2/6 X-17.935-3/6 III. Feiten 3.
  6. De tussenkomende partij, sinds 1980 vast benoemd bij verzoekster, oefent sinds maart 2002 de functie van marktleider uit. Op 12 november 2018 besluit de adjunct-algemeendirecteur van de stad Sint-Niklaas tegen haar een tuchtprocedure te starten “voor het vermoeden van onregelmatigheden in ontvangsten uit kermissen, markten en eventueel andere evenementen”. 3.
  7. Op 8 juli 2019 beslist de adjunct-algemeendirecteur om de tussenkomende partij met ingang van 12 november 2018 – de dag waarop de preventieve schorsing is ingegaan – de tuchtstraf van de afzetting op te leggen “voor het bewust achterhouden van 107.011,14 EUR aan ontvangsten van kermissen en markten”. 3.
  8. Op 12 februari 2020 vernietigt de beroepscommissie voor tuchtzaken (hierna: de beroepscommissie) de beslissing van 8 juli 2019 om de tussenkomende partij af te zetten. De beroepscommissie verklaart de ernst van de feiten en de toerekenbaarheid te erkennen en de beoordeling ervan te onderschrijven, maar vernietigt de tuchtbeslissing “wegens de niet-motivering waarom de zwaarste tuchtstraf ‘afzetting’ aan de orde is”. Tegen deze beslissing van de beroepscommissie stelt verzoekster op 9 april 2020 het beroep gekend onder nr. A. 230.617/X-17.715 in. 4.
  9. Op 11 mei 2020 besluit de algemeen directeur om de tuchtrechtelijke vervolging tegen de tussenkomende partij – die intussen, sedert 1 december 2019, vervroegd gepensioneerd is – te hernemen. De algemeen directeur beslist op 23 juli 2020 de tussenkomende partij met ingang van 12 november 2018 de tuchtsanctie van de afzetting op te leggen “voor het bewust achterhouden van 107.011, 14 EUR aan ontvangsten uit kermissen en markten”. X-17.935-4/6 4.
  10. Op 1 maart 2021 vernietigt de beroepscommissie deze beslissing tot het opleggen aan de tussenkomende partij van de tuchtstraf van de afzetting. Zij is van oordeel dat de tuchtbeslissing “enerzijds deels gesteund is op onjuiste/ondeugdelijke gronden en anderzijds de toets van redelijkheid, proportionaliteit, het gelijkheidsbeginsel en de onpartijdigheid niet kan doorstaan”. Dit is het voorwerp van het beroep in de voorliggende zaak. IV. Belang
  11. In de memorie van wederantwoord en de laatste memorie verklaart verzoekster zichzelf zonder belang bij voorliggend beroep als – in de zaak met nr. A. 230.617/X-17.715 – haar vordering tot nietigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie van 12 februari 2020 wordt ingewilligd. Dat is bij arrest nr. 254.857 van 25 oktober 2022 gebeurd.
  12. Ook de verwerende partij en de tussenkomende partij achten verzoekster zonder belang.
  13. De Raad van State ziet het niet anders. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-17.935-5/6 Het door de tussenkomende partij te veel betaalde bedrag van 150 euro wordt aan haar terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig oktober tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.935-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.858 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.