← België

Arrest 254925 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 28/10/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.925 Rolnummer: A. 232474/X-17859 Zaak: Arrest 254925 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 28/10/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-11-08 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 07:46 Fiche Arrest nr 254.925 van 28 oktober 2022 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 254.925 van 28 oktober 2022 in de zaak A. 232.474/X-17.859 In zake:

  1. Marcel DE RIDDER
  2. de BV STAL DE RIDDER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Bekaert kantoor houdend te 9052 Zwijnaarde Bollebergen 2A bus 20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lemache kantoor houdend te 3800 Sint-Truiden Tongersesteenweg 60 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 14 december 2020, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de Vlaamse Minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Natuur […] van 8 oktober 2020 met als kenmerk 19/18-DSV/LS, waarbij het gemotiveerde dwangsomverzoek van 9 december 2019 tot kwijtschelding, hetzij vermindering van de invordering van de opeisbare dwangsom ingesteld door Marcel De Ridder en Stal De Ridder BV, ongegrond werd verklaard” . X-17.859-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 2 augustus
  5. Op 10 augustus 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september
  6. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Veronique Neve, die loco advocaat Bert Bekaert verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. X-17.859-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling
  8. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  9. Dat is, naar ter terechtzitting wordt toegelicht, te verklaren doordat er op het kantoor, waarop keuze van woonplaats werd gedaan, iets praktisch fout is gelopen met iemand in opleiding.
  10. Dit probleem van interne organisatie verantwoordt geen overmacht. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  11. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. X-17.859-3/4
  12. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig oktober tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.859-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.925 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.