id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.958 Rolnummer: A. 237593/X-18260 Zaak: Arrest 254958 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 03/11/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-11-04 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-10 07:46 Fiche Arrest nr 254.958 van 3 november 2022 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 254.958 van 3 november 2022 in de zaak A. 237.593/X-18.260 In zake:
(1)UEFA competition match for lighting and throwing of fireworks”). 3.4. De gemeenteraad vergaderde laatst op 24 oktober 2022. 3.5. Op 30 oktober 2022 meldt de veiligheidsverantwoordelijke van OHL aan de federale politie en aan de betrokken lokale politie dat “sommige Belgische/Duitse firma’s gevraagd worden om voor hun Duitse collega’s tickets te kopen voor de wedstrijd”. Om vermenging van supporters tegen te gaan stelt hij voor “een eerste controle uit te voeren bij het binnenkomen van het stadion […] en daar een controle te doen man op man, ticket en ID kaart”. 3.6. Een veiligheidsvergadering vindt plaats op maandag 31 oktober 2022. Er wordt beslist, na bijkomende informatie eensdeels via Bepad van 25 en 28 oktober en anderdeels van de Duitse politie omtrent de “aanwezigheid van risico-supporters”, de “reputatie van de betrokken supporters voor het ontsteken van pyrotechnische apparaten” en het “organiseren van gevechten met supporters van tegengestelde teams”, om identiteitscontroles uit te voeren om na te gaan of de identiteit zoals vermeld op het ticket overeenstemt met de identiteit van de aanwezige supporter teneinde het risico op confrontaties te verlagen. X-18.260-3/16 3.7. Met een e-mail van 31 oktober 2022 om 15.30 uur kondigt de politie te Berlijn aan dat politiemensen naar Leuven zullen afreizen om toezicht uit te oefenen en hun Belgische collega’s bij te staan. 3.8. Bij besluit van 1 november 2022 treedt de burgemeester van de stad Leuven preventief op teneinde de risico’s op incidenten/confrontaties tussen beide supporterskernen te verlagen of ten minste een grote bijeenkomst van risicosupporters te vermijden. De bestuurlijke maatregel strekt ertoe de lokale politiezone Leuven en zijn versterkingen toe te staan over te gaan tot administratieve aanhouding van supporters die geregistreerd en/of geïdentificeerd zijn als behorende tot de harde kern van de tegenstanders, of van supporters die geen geldig ticket hebben, zulks tussen 3 november 2022 van 10.00 uur tot 4 november 2022 om 10.00 uur. De maatregel geldt voor het volledige grondgebied van de stad Leuven en zijn deelgemeenten. Het besluit luidt: “[…] Regelgeving: bevoegdheid - de burgemeester is bevoegd op basis van de nieuwe gemeentewet en op basis van het gecoördineerd politiereglement van de stad Leuven Juridische grond - het artikel 134 van de nieuwe gemeentewet - de nieuwe gemeentewet, inzonderheid de artikelen 119, 133, 134, § 1 en 135, § 2 - het decreet lokaal bestuur, inzonderheid de artikelen 40, § 3, 287 en 288 - de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, in het bijzonder artikelen 5 tot 8 en 31 tot 37 Argumentatie Op donderdag 03 november 2022 zal er een sportbijeenkomst plaatsvinden in het King Power At Den Dreef Stadion (OH Leuven), Kardinaal Mercierlaan 46 te 3001 Heverlee. Het betreft een wedstrijd in de Europa League – seizoen 2022 - 2023, meer bepaald de voetbalwedstrijd tussen Royale Union Saint-Gilloise en Union Berlin. De politiediensten delen de bestuurlijke overheid mee dat het om een buitengewoon evenement gaat inzake openbare orde. Deze sportbijeenkomst wordt beschouwd als een evenement met een hoog risico omdat UEFA heeft beslist dat Union Berlin geen tickets mag verkopen aan zijn supporters voor de wedstrijd van donderdag 03 november 2022 tegen Royale Union Saint-Gilloise als gevolg van incidenten die deze supporters hebben veroorzaakt in een eerdere voetbalwedstrijd in de Europa League. X-18.260-4/16 Er werd duidelijke info overgemaakt dat er, ondanks de beslissing van de UEFA om geen bezoekende supporters toe te laten, toch risicosupporters de verplaatsing zouden maken richting het stadion in Heverlee op donderdag 3 november 2022. De aanwezigheid van Duitse supporters zonder toegangsbewijs voor het stadion in de straten, omgeving van het stadion of binnenstad zou de openbare orde kunnen verstoren. Het is aangewezen om dwingende maatregelen te nemen teneinde de risico’s op confrontaties tussen beide supporterskernen te verlagen of ten minste een grote bijeenkomst van risicosupporters te vermijden. Het is in die zin aangewezen om alle supporters die door de Duitse of Belgische politiediensten geregistreerd en/of geïdentificeerd zijn als behorende tot de harde kern van de tegenstanders, of alle Duitse supporters die geen geldig ticket hebben, administratief aan te houden bij risico op verstoring van de openbare orde. Verschillende informatiebronnen wijzen erop dat een risico op verstoring van de openbare orde mogelijk is tussen donderdag 3 november om 10.00 uur en vrijdag 4 november 2022 om 10.00 uur. Het is de taak van de stad om er op toe te zien dat hun inwoners op een goede politiewerking kunnen rekenen, met inbegrip van veiligheid en rust in de straten, op openbare plaatsen en in openbare gebouwen, en het is dus noodzakelijk alle mogelijke maatregelen te nemen om eventuele problemen te vermijden die zich in het kader van sportwedstrijden kunnen voordoen. Het is de taak van de burgemeester om te waken over de handhaving van de openbare orde. Dat deze maatregel hoogdringend dient genomen te worden. BESLUIT De burgemeester beslist: Artikel 1 Dat de lokale politiezone Leuven en zijn versterkingen kunnen overgaan tot de administratieve aanhouding van alle supporters die geregistreerd en/of geïdentificeerd zijn als behorende tot de harde kern van de tegenstanders, of alle supporters die geen geldig ticket hebben, van donderdag 3 november 2022 om 10.00 uur tot vrijdag 4 november 2022 om 10.00 uur, bij risico op verstoring van de openbare orde. Deze maatregel geldt voor het volledige grondgebied van de stad Leuven en zijn deelgemeenten. Artikel 2 Dat de lokale politiezone Leuven en zijn versterkingen belast zijn met de uitvoering van dit besluit. Zij zal handelen overeenkomstig artikelen 31 tot 37 van de wet betreffende het politieambt. Artikel 3 Dit besluit treedt onmiddellijk in werking na publicatie.” Dit is het bestreden besluit. Het werd gepubliceerd op de website van de Stad Leuven op 2 november 2022. IV. Ontvankelijkheid van de vordering X-18.260-5/16 4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Ernst van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 6. In het eerste middel van hun verzoekschrift voeren de verzoekers een schending aan van artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet. Zij zetten uiteen dat een burgemeester slechts “in de meest uitzonderlijke omstandigheden” beroep kan doen op de rechtsgrond geboden door het genoemde artikel 134. Daartoe moeten drie voorwaarden zijn vervuld: (
- i)het is strikt vereist dat er sprake is van onvoorzienbaarheid, (
- ii)er moet sprake zijn van een ernstig gevaar van ordeverstoring en (iii) er dient een redelijk verband te bestaan tussen het onheil dat men wil keren en de maatregel waartoe wordt besloten waarbij een afweging moet worden gemaakt of de concrete situatie waarmee het bestuur wordt geconfronteerd het uitvaardigen van een algemeen reglement noodzaakt dan wel of de mogelijke X-18.260-6/16 verstoring van de orde en rust niet beter wordt tegengegaan met individuele beslissingen. Er is volgens de verzoekers te dezen geen sprake van een onvoorzienbare situatie: reeds op 23 augustus 2022 berichtte de media dat de voetbalmatch zou plaatsvinden te Leuven, de voetbalmatch tussen Union Berlin en het Zweedse Malmö die gedurende 20 minuten werd stilgelegd “wegens vuurwerk op het veld” vond plaats op 6 oktober 2022, reeds op 7 oktober nam UEFA maatregelen en op 21 oktober 2022 werd door het beroepsorgaan van UEFA besloten om een boete op te leggen aan Union Berlin en werd deze verboden “om tickets te verkopen aan zijn ‘uit-supporters’ voor de volgende UEFA-wedstrijd”. Evenmin is een risico voor de openbare orde te dezen aangetoond: de voormelde maatregel van UEFA waarop de bestreden beslissing zich beroept was het gevolg was van “het aansteken en het gooien van vuurwerk” tijdens een wedstrijd. Zelfs indien bepaalde supporters van Union Berlin dit zouden hebben gedaan dan volgt uit het feit dat in het stadion voorheen vuurwerk op het veld werd gegooid (waardoor de wedstrijd even stillag), geenszins dat alle supporters (zonder geldig ticket) of zelfs de supporters die tot de “harde kern” behoren (wat dat ook zou mogen zijn) een daadwerkelijk risico vormen voor de openbare orde in de gehele stad Leuven. De vermelding van een “risico op verstoring van de openbare orde” volstaat niet: er moet reeds een daadwerkelijk risico bestaan opdat de verwerende partij zich zou kunnen bogen op de bevoegdheid vermeld in artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet. Zelfs indien er al sprake zou zijn van het bestaan van een (ernstig gevaar
- op)verstoring van de openbare orde, dan moet er een redelijk verband van evenredigheid zijn wanneer een verordening zoals het bestreden besluit wordt genomen. Zelfs indien een verordenend optreden in principe zou zijn verantwoord, kan in geen geval “de veel te verregaande draagwijdte van de bestreden beslissing worden verantwoord die in wezen elke voetballiefhebber (die een voorkeur heeft voor een van beide ploegen, en dus ‘supporter’
- is)viseert”. Het verbod geldt voorts voor het volledige grondgebied van de stad Leuven en zijn deelgemeenten terwijl de feiten waarop het bestreden besluit steunt “(hoogstens) betrekking hadden op enige tumult in het stadion zelf”. Tot slot is volgens de verzoekers volstrekt onduidelijk hoe een “identificatie” zou plaatsgrijpen van wat het bestreden besluit aanduidt als een “harde kern”, wat ruimte biedt voor X-18.260-7/16 “verregaande willekeur”. Het gebrek aan redelijk verband tussen het aangehaalde risico en de bestreden maatregel wordt niet hersteld doordat slechts kan worden overgegaan tot een administratieve aanhouding “bij risico op verstoring van de openbare orde”. Deze zinssnede is hetzij “nietszeggend” nu niet kan worden ingezien wat zij toevoegt aan de bevoegdheden van de politie, hetzij “uiterst vaag”. Bovendien is de zinsnede “bij risico op verstoring van de openbare orde” a posteriori toegevoegd nadat reeds in de media was gecommuniceerd – aangestuurd door de verwerende partij – dat “geen enkele Union Berlin-supporter welkom was in Leuven”, waaruit blijkt dat louter in de aanwezigheid van bepaalde supporters reeds een “risico op verstoring van de openbare orde” wordt ontwaard. Beoordeling 7. Artikel 134, § 1 van de Nieuwe Gemeentewet voorziet dat in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waar het geringste uitstel of gevaar schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, de burgemeester politieverordeningen kan maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd. Zo met de verzoekende partijen kan worden vastgesteld dat inderdaad reeds eind augustus bekend was dat de betrokken voetbalwedstrijd zou plaatsvinden op 3 november 2022 en de beslissing van de UEFA pas is aangekondigd op 21 oktober 2022, dan blijkt uit de motivering van het bestreden besluit ondersteund door de stukken van het administratief dossier dat het inzicht op een reëel risico inzake supportersvermenging en eenzelfde risico op het aanwenden van pyrotechnische apparaten en/of het organiseren van gevechten met supporters van tegengestelde teams, en dat ondanks de beperkingen inzake ticketverkoop waarvan op het eerste gezicht mag worden aangenomen dat die er X-18.260-8/16 (minstens mede) op gericht was op herhaling te voorkomen, duidelijk crescendo is gegaan. Het is pas op 25, 28 en 31 oktober dat de burgemeester op grond van betrouwbare politionele inlichtingen werd geïnformeerd dat het risico op verstoring van concreet aanwezig was, dit is in ieder geval na de gemeenteraad van 24 oktober 2022. Elk van de door de burgemeester aldus bekomen concrete informatie en gegevens bevestigt op het eerste gezicht en in deze stand van de procedure de toepasselijkheid van artikel 134 §1 NGW, ook op het vlak van de onvoorzienbaarheid en het ernstig gevaar van ordeverstoring die er finaal toe heeft geleid dat de verwerende partij zich genoodzaakt zag de bestreden preventieve maatregel alsnog te nemen. Anders dan de verzoekende partijen dat zien, strekt het bestreden besluit geenszins tot het opleggen van een “collectieve sanctie”, noch tot de handhaving van het besluit van het beroepsorgaan van UEFA, doch moet het worden gekaderd in de bevoegdheid van de burgemeester om bij onvoorziene omstandigheden met een nakende bedreiging van de verstoring van de openbare orde en rust over te gaan tot het nemen van preventieve maatregelen ter vrijwaring van de openbare orde en de algemene veiligheid, wat blijkt uit de motieven van het hiervoor aangehaalde bestreden besluit. Het bestreden besluit strekt ertoe supporters zonder toegangsbewijs voor het stadion te verhinderen in de straten, omgeving van het stadion of de binnenstad de openbare orde te verstoren, de risico’s van confrontatie tussen de beide supporterskernen te verlagen of, ten minste, een grote bijeenkomst van risicosupporters te vermijden. Wat tot slot de kritiek betreft dat de maatregel disproportioneel zou zijn “gelet op het handhavingsarsenaal dat onder andere de Voetbalwet en de Wet op het politieambt biedt (op grond waarvan ook individueel kan worden opgetreden” en gelet op het feit dat bepaalde supporters (die reeds door FC Union werden gesanctioneerd, “slechts” wat vuurwerk op het veld hebben gegooid tijdens een voorgaande match”, herinnert de Raad van State er aan dat van een schending van het redelijkheidsbeginsel (en van het proportionaliteitsbeginsel) slechts sprake kan zijn wanneer een beslissing, waarvan is vastgesteld dat ze berust op deugdelijke grondslagen, inhoudelijk dermate afwijkt van het normale X-18.260-9/16 beslissingspatroon of, nog, er een zodanige wanverhouding bestaat tussen die motieven en de inhoud van de beslissing, dat het niet denkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende administratieve overheid in dezelfde omstandigheden tot die besluitvorming zou komen of die beslissing zou nemen. De Raad van State is in de uitoefening van zijn wettigheidstoezicht enkel bevoegd om, desgevraagd, na te gaan of de administratieve overheid op grond van de juiste en correct beoordeelde feitelijke gegevens, in redelijkheid tot de bestreden beslissing is kunnen komen. Het komt de Raad van State evenwel niet toe, ook niet in het kader van een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, zijn beoordeling in de plaats te stellen van die van de bevoegde administratieve overheid. De Raad van State gaat bij de beoordeling van de redelijkheid of de proportionaliteit van de bestreden beslissingen uit van de feiten zoals ze blijken uit de bestreden beslissing en de stukken van het administratief dossier. Daargelaten nog dat ook de verzoekende partijen zeer vaag blijven omtrent de concrete maatregelen die dan wel hadden moeten worden genomen en waarmee het beoogde doel evenzo had kunnen worden bereikt, blijkt op het eerste gezicht niet dat de genomen beslissing te verregaand zou zijn. De Raad van State gaat bij de beoordeling van de redelijkheid of de proportionaliteit van de bestreden beslissing uit van de feiten zoals ze blijken uit de bestreden beslissing en waarvan de verzoekers de onwettigheid niet hebben aangetoond, getoetst aan de door de verzoekers in het middel aangevoerde argumenten die volgens de verzoekers doen blijken dat de bestreden beslissing het redelijkheids- of proportionaliteitsbeginsel miskent. De Raad van State begrijpt in de huidige stand van het geding de genomen maatregel zo – zoals dat blijkt uit artikel 1 ervan – dat de lokale politiezone Leuven en zijn versterkingen kunnen overgaan – wat een beoordeling geval per geval impliceert - tot de administratieve aanhouding van “alle” supporters die geregistreerd en/of geïdentificeerd zijn als behorende tot de harde kern van de tegenstanders, of alle supporters die geen geldig ticket hebben, van donderdag 3 november 2022 om 10.00 uur tot vrijdag 4 november 2022 om 10.00 uur. Daaraan wordt nadrukkelijk toegevoegd dat zulks enkel zal gebeuren “bij risico op verstoring van de openbare orde”. Redelijkerwijs kan daaraan niet de interpretatie X-18.260-10/16 worden gegeven noch kan daarin redelijkerwijze worden gelezen dat het de bedoeling zou zijn zonder meer “alle” supporters bestuurlijk aan te houden. De tekst van artikel 1, zo lijkt, moet immers in zijn geheel worden gelezen en beoordeeld. Niet is aangetoond noch blijkt dat het onredelijk is te oordelen zoals de burgemeester op grond van de informatie waarover hij beschikt, heeft gedaan, dat het risico op vermenging van supporters een reëel risico is waaraan dient te worden geremedieerd en waarbij het louter weigeren van toegang van de supporters niet volstaat om de openbare orde en algemene veiligheid te vrijwaren wanneer ontevreden supporters die zich hebben verplaatst van Berlijn naar Leuven (stad en deelgemeenten) en waaraan de toegang wordt geweigerd en daar blijven rondhangen). In dat opzicht, zo lijkt, is het niet onredelijk, te oordelen dat de ordediensten de mogelijkheid moet worden geboden om individuen die een concreet risico vormen, wat ter beoordeling, na afweging, van de ordediensten staat, bestuurlijk aan te houden. Het bestreden besluit is voorts strikt beperkt in duur, vereist bij toepassing een beoordeling in concreto en vereist in de feiten een beoordeling van het risico op verstoring van de openbare orde. Het eerste middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 8. In het tweede middel van het verzoekschrift voeren de verzoekers een schending aan van “het gelijkheidsbeginsel (zoals onder andere gegarandeerd door artikelen 10 en 11 van de Grondwet), van het zorgvuldigheidsbeginsel, van het evenredigheids- en redelijkheidsbeginsel alsook de materiële motiveringsplicht, elk op zich genomen dan wel in samenhang gelezen, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 3, lid 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), artikel 18 en 21 van het Verdrag betreffende X-18.260-11/16 de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 45 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie)”. De verzoekers achten deze rechtsbepalingen en -beginselen geschonden in essentie omdat het bestreden besluit oordeelt dat de aanwezigheid van Duitse supporters zonder toegangsbewijs voor het stadion in de straten, omgeving van het stadion of binnenstad de openbare orde zou kunnen verstoren” (schending van het vrije verkeer van personen en Unieburgerschap), wat een (verboden) rechtstreekse discriminatie op grond van nationaliteit inhoudt. Bovendien is de genomen maatregel niet vastgesteld om ernstige redenen van openbare orde noch proportioneel aangezien “alle Duitse supporters (zonder toegangsticket, of met een toegangsticket, doch behorend tot ‘de harde kern’ – wat dat ook moge wezen) worden geviseerd, ook zij die niet verantwoordelijk zijn voor eerdere feiten (aansteken en het gooien van vuurwerk)”. Dit knelt des te meer aangezien de supporters van Union Berlin anders worden behandeld dan deze van Union Sint-Gillis: de harde kern van supporters van deze laatste ploeg treft geen gelijkaardige regeling hoewel daarvoor geen verantwoording voorligt. Het feit, aldus de verzoekers dat UEFA – een privaatrechtelijke organisatie – een besluit zou hebben genomen wegens het gedrag van haar supporters tijdens een voetbalmatch, kan niet volstaan om toe te laten elke supporter die wordt “geïdentificeerd” als horende tot de “harde kern van de tegenstanders”, waarmee “vermoedelijk” wordt gedoeld op deze van Union Berlin, zonder meer administratief aan te houden. Tot slot staat het bestreden besluit “in manifeste wanverhouding” met het (aangehaalde) risico dat volgens de motivering van het bestreden besluit bestaat in “de aanwezigheid van Duitse supporters zonder toegangsbewijs voor het stadion in de straten, omgeving van het stadion of binnenstad de openbare orde zou kunnen verstoren”. Beoordeling 9. De door de verzoekers ingeroepen bepalingen van het V(W)EU inzake het vrije verkeer van personen staan in de weg aan elke maatregel die, zelfs wanneer hij zonder discriminatie op grond van nationaliteit van toepassing is, het gebruik van de gewaarborgde fundamentele vrijheden door burgers van de Unie X-18.260-12/16 kan belemmeren of minder aantrekkelijk kan maken. Niettemin kunnen dergelijke beperkingen worden gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang en kan het door de stad Leuven aangevoerde doel om de openbare rust, orde en veiligheid in de Stad te waarborgen, een dergelijke reden zijn die kan dienen ter rechtvaardiging van de bestuurlijke maatregelen die worden genomen en een impact hebben op het vrije verkeer, mits de genomen maatregelen proportioneel en vereist zijn om aan het nagestreefde doel te bereiken, te dezen het handhaven van de openbare orde, veiligheid en rust. 10. In de mate de verwerende partijen wat het tweede middel betreft een exceptie obscurri libelli inroepen, worden zij niet bijgevallen. De Raad van State begrijpt in deze fase van het geding en de korte termijn waarover hij heeft kunnen beschikken het middel zoals in vorig randnummer is weergegeven. Uit haar nota blijkt dat ook de verwerende partij dit middel aldus heeft begrepen en er zich ook op heeft kunnen verweren. In de mate de verzoekers zouden oordelen dat het de bedoeling was van de verwerende partij om een onderscheid tussen de supporters te maken op basis van nationaliteit, worden zij niet bijgevallen. Vooreerst blijkt dat alvast niet uit het dispositief van het bestreden besluit (cfr. het hiervoor aangehaalde artikel 1). Weliswaar wordt in de overwegingen die het dispositief voorafgaan – op zijn minst behoorlijk ongelukkig - verwezen naar “Duitse supporters die geen geldig ticket hebben”, doch uit artikel 1 blijkt duidelijk dat het gaat om alle supporters zonder geldig ticket: het kan dan gaan om supporters, ongeacht de nationaliteit, van Union Berlin, waaronder ook bevriende (al dan niet behorende tot een harde kern) van supporters van een andere ploeg dan Union Berlin. Dat die ook aanwezig kunnen zijn, is niet onredelijk te achten op basis van de informatie die met de veiligheidsverantwoordelijken van OHL eensdeels en de politiediensten anderdeels, is uitgewisseld. Evenmin blijkt in de huidige stand van het geding dat, zoals de verzoekers lijken te vrezen, dat het de bedoeling zou zijn op disproportionele wijze, “systematisch”, tot bestuurlijke aanhouding over te gaan. Integendeel, zowel uit de motieven van het bestreden besluit als uit het dispositief X-18.260-13/16 ervan, blijkt dat de mogelijkheid om tot dergelijke aanhouding over te gaan enkel aan de orde is “bij risico op verstoring van de openbare orde”, wat een beoordeling in concreto geval per geval, incident per incident vereist door de bevoegde politionele diensten in het licht van het vooropgestelde doel met name veiligheid en rust in de straten, op openbare plaatsen en in openbare gebouwen te garanderen. In de mate de verzoekers een ongelijke behandeling menen te ontwaren tussen de supporters van beide ploegen, stelt de Raad van State vast dat de mogelijkheid tot het verrichten van een administratieve aanhouding rekening houdt met en in deze stand verantwoord lijkt in het licht van de bekomen informatie over de aanwezigheid van zogenaamde “uit” – supporters die geraamd worden in aantal op 600 tot 1000 personen. Wanneer deze supporters, ondanks de beperkende maatregelen inzake ticketverkoop die enkel hen treft – feitelijke situatie waarmee de verwerende partij geconfronteerd wordt (het betreft immers een beslissing van een derde partij) – er niettemin alles aan doen om alsnog aanwezig te zijn, is het niet ondenkbeeldig noch zonder verantwoording, zo lijkt, dat sommigen onder hen, zoals de verwerende partij na veiligheidsinschatting oordeelt, geconfronteerd met een weigering tot het stadion te worden toegelaten, in de omgeving blijven, alsnog amok beogen en aldus een reëel risico kunnen vormen voor de ordeverstoring, wat in ieder geval zoals hiervoor is gebleken een concrete beoordeling vereist. Het tweede middel aldus begrepen, is niet ernstig. 11. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. X-18.260-14/16 2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 800 euro, elk voor een vierde, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.260-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie november tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Caneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Kaat Leus X-18.260-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.958 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div