id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.045 Rolnummer: A. 237513/XII-9276 Zaak: Arrest 255045 - Overheidsopdrachten - 18/11/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-11-18 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-10 07:51 Fiche Arrest nr 255.045 van 18 november 2022 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 255.045 van 18 november 2022 in de zaak A. 237.513/XII-9276 In zake: SOURCE VAGABOND SYSTEMS LIMITED vennootschap naar Israëlisch recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9052 Gent Dorpsstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe, Ian Arnouts en Elise Descheemaeker kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 18 oktober 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 3 oktober 2022 van de Minister van Binnenlandse Zaken […] inzake de meerjarige raamovereenkomst van leveringen betreffende de aankoop van individuele kogelwerende vesten en harnassen ten voordele van de Geïntegreerde Politie gestructureerd op twee niveaus […] waarbij: (
- i)de kandidatuur van de firma Source Vagabond Systems Limited niet geselecteerd wordt en bijgevolg niet verder in aanmerking wordt genomen in het kader van de gunningsprocedure, XII-9276-1/24 (
- ii)de kandidaturen van de firma’s Sioen, Ambassador Arms, Seyntex en Mehler Vario Systems worden geselecteerd en uitgenodigd voor de indiening van een offerte”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 november 2022. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Rika Heijse, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Ian Arnouts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De dienst Procurement van de federale politie schrijft een overheidsopdracht uit met als voorwerp ‘Meerjarige raamovereenkomst van leveringen betreffende de aankoop van individuele kogelwerende vesten en harnassen ten voordele van de geïntegreerde politie gestructureerd op twee niveaus’. Op de opdracht zijn de wet van 13 augustus 2011 ‘inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied’ en het koninklijk besluit van 23 januari 2012 XII-9276-2/24 ‘plaatsing overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing defensie en veiligheid) van toepassing. De gekozen plaatsingsprocedure is de onderhandelingsprocedure met bekendmaking. De opdracht wordt op 30 maart 2022 bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en op 4 april 2022 in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie. 3.2. De selectieprocedure wordt beheerst door de ‘Oproep tot Kandidaatstelling nr. Procurement 2022 R3 187’ (hierna: selectieleidraad). Luidens bijlage B ‘Selectiecriteria’ verloopt de kwalitatieve selectie in drie opeenvolgende fases. De eerste fase van de selectie betreft de toepassing van de uitsluitingscriteria die zijn hernomen in de artikelen 63, 64 en 65 van het koninklijk besluit plaatsing defensie en veiligheid. De tweede fase van de selectie heeft tot doel de minimale criteria op de dossiers van de kandidaten toe te passen. De kandidaat die niet beantwoordt aan één van de minimale criteria zal niet geselecteerd worden, en bijgevolg uitgesloten worden van het vervolg van de procedure. Deze criteria vormen een toepassing van de artikelen 69 en 73 van het koninklijk besluit plaatsing defensie en veiligheid. De bedoelde minimale criteria zijn de volgende: “3.5 Financiële draagkracht In toepassing van artikel 69, §1 van het Koninklijk Besluit [plaatsing defensie en veiligheid], wordt de financiële en economische draagkracht van de kandidaat aangetoond door het voorleggen van de volgende referenties: • een verklaring (zie bijlage D) betreffende de gemiddelde totale jaarlijkse omzet aangaande het voorwerp van de overeenkomst (kogelwerende vesten), over de laatste drie boekjaren, met een minimum van 500.000,00 EUR excl. BTW. XII-9276-3/24 3.6 Technische bekwaamheid De technische bekwaamheid of de beroepsbekwaamheid van de kandidaat zal gerechtvaardigd worden door het voorleggen van de volgende referenties: • in toepassing van artikel 73, 3° van het Koninklijk Besluit [plaatsing defensie en veiligheid], een lijst (zie bijlage E) van de voornaamste leveringen waarop de raamovereenkomst betrekking heeft (kogelwerende vesten) en die de afgelopen vijf
(5)jaar werden verricht, met vermelding van het bedrag, de datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren. Het totaalbedrag van de leveringen waarop de verklaring betrekking heeft moet minstens 200.000,00 EUR excl. BTW bereiken. Het totaalbedrag van elke levering moet minstens 100.000,00 EUR excl. BTW bereiken.” De derde fase is evaluatief en zal resulteren in een rangschikking waarbij “[a]lleen de beste kandidaten zullen hernomen worden”. Ze wordt als volgt omschreven: “Ten slotte bestaat de laatste fase van de selectie uit de evaluatie van de bekwaamheid van de kandidaten. Deze fase wordt gequoteerd en de kandidaten zullen gerangschikt worden. Deze criteria komen voort uit de artikelen 69, 73, 75 en 82 van het Koninklijke besluit [plaatsing defensie en veiligheid]. Opmerking: De aanbestedende overheid [behoudt zich] het recht voor om een eventuele 3de evaluatiefase uit te voeren. Deze fase zal worden toegepast indien het aantal kandidaturen dat aan de uitsluitingscriteria en de minimumcriteria voldoet, groter is dan 3 en zal bestaan uit het opstellen van een rangschikking van de kandidaten op basis van de punten die hun worden toegekend overeenkomstig de hieronder beschreven selectiecriteria. Met het oog op een doeltreffende en passende mededinging zal de aanbestedende overheid, behoudens naar behoren gemotiveerde andersluidende beslissing en op voorwaarde dat de beoordeelde kandidaturen als voldoende kwalitatief worden beschouwd, ten minste de 3 best gerangschikte kandidaten en ten hoogste de 5 best gerangschikte kandidaten weerhouden. De aanbestedende overheid behoudt zich echter het recht voor om een groter aantal kandidaten (meer dan drie) te selecteren als blijkt dat het onmogelijk was om een aantal van hen van elkaar te onderscheiden.” Naast één financieel criterium wordt in zes technische criteria voorzien die zullen geëvalueerd worden, met volgende weging: XII-9276-4/24 Criterium 1: economische en financiële draagkracht (20%) Criterium 2: technische en beroepsbekwaamheid (20%) Criterium 3: studie en onderzoek (20%) Criterium 4: technici of technische organen (15%) Criterium 5: certificaten (15%) Criterium 6: milieubeleidsplan (5%) Criterium 7: kwaliteitsmanagementsysteem (5%) Blijkens deel I ‘Administratieve bepalingen’, punt 6 ‘Beslissingsmethode’ zal tot selectie van de kandidaten worden besloten als volgt: “Optelling van de percentages verkregen in de in Bijlage B vermelde criteria (fase 3 van de kwalitatieve selectie – bekwaamheidscriterium), voor zover dat fase 3 dient toegepast te worden. Zo niet, de oproepen tot kandidatuurstelling die overeenkomen met de minimale criteria.” 3.3. De verwerende partij ontvangt zeven kandidaturen, waaronder deze van de verzoekende partij. Alle kandidaturen worden onderzocht met het oog op een selectie van de kandidaten. Uit dit onderzoek blijkt dat de verwerende partij heeft geoordeeld dat vijf kandidaten, waaronder de verzoekende partij, voldoen aan de eisen betreffende het toegangsrecht en aan de minimale eisen van kwalitatieve selectie. De motivering van het daaropvolgend onderzoek in de derde fase luidt: “2.2.4 Fase 3: Evaluatie van de geschiktheid van de kandidaten Aangezien het aantal kandidaturen dat aan de uitsluitingscriteria en de minimumcriteria voldoet, groter is dan 3, wordt de derde fase toegepast. Deze fase bestaat uit het opstellen van een rangschikking van de kandidaten op basis van de punten die hun worden toegekend overeenkomstig de hieronder beschreven selectiecriteria. […] 2.2.4.2 Criterium 2: Technische en beroepsbekwaamheid De technische bekwaamheid of de beroepsbekwaamheid van de kandidaat zal gerechtvaardigd worden door het voorleggen van de volgende referenties: XII-9276-5/24 - in toepassing van artikel 73, 3° van het koninklijk besluit van 23 januari 2012, een lijst van de leveringen boven 50.000,00 EUR excl. BTW waarop de raamovereenkomst betrekking heeft (kogelwerende vesten) en die de afgelopen vijf
(5)jaar werden verricht met vermelding van het bedrag, [van] de datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren (20 %). […] 2.2.4.2.4.1 Source Vagabond Systems Limited De firma Source Vagabond Systems Limited heeft een lijst van de leveringen boven 50.000,00 EUR excl.131W waarop de raamovereenkomst betrekking heeft (kogelwerende vesten) en die de afgelopen vijf
(5)jaar werden verricht met vermelding van het bedrag, de datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren. We hebben alle referenties opgeteld en het volgende resultaat verkregen: 32.800.000,00 EUR excl. BTW. 2.2.4.2.5 Het criterium ‘technische en beroepsbekwaamheid’ werd bepaald aan de hand van de volgende formule: Elke offerte verkrijgt een score gelijk aan de uitkomst van de volgende formule: ௫ି Score x = Max ቀ ቁ ௫ି Met: Max: weging Px: voorgestelde lijst van offerte x PMax: maximale voorgestelde lijst PMin: minimale lijst vastgesteld in de oproep tot kandidaatstelling 2.2.4.2.6 We hebben de onderstaande resultaten verkregen: Ambassador Mehler Vario Seyntex nv Sioen Source Arms System GmbH Vagabond Systems Limited 14,30/20 0,91/20 20/20 12,47/20 8,66/20 2.2.4.3 Criterium 3: Studie en onderzoek In toepassing van artikelen 73, 4° en 75, op het vlak van studie en onderzoek (kogelwerende vesten), een beschrijving geven van: -de technische uitrusting; -de door de leverancier getroffen maatregelen; -de door de onderneming uitgevoerde projecten met een beschrijving van de bereikte resultaten; -de lopende projecten betreffende de evolutie (gewicht, weerstand, gebruik...) en hun status (20%). 2.2.4.3.1 Ambassador Arms De firma Ambassador Arms doet beroep op de R&D Services van de firma [X]. Deze bestaat uit: • Hoes en paneel ontwerp en ontwikkeling; • In huis stalen fabricatie; XII-9276-6/24 • Paneel Testing & Certificatie / In huis Ballistische Schietstand; • Creatie specificaties, onderhoud, materiaal tests; • Draagtests; • Blijvend Ontwerp en Ontwikkeling Ondersteuning. De firma [X] beschikt over een eigen Schietstand uitvoeren van Mes- en Priemtests. De installatie is goedgekeurd door CAST voor het uitvoeren van MQT tests op Limited kogelwerende vesten. […] Er kunnen in-huis tests worden uitgevoerd op harde en zachte ballistiek: […] Tests kunnen uitgevoerd worden volgens: […] Projecten: Er loopt een onderzoeksproject met de Universiteit van Manchester met betrekking tot weeftechnieken met aramide, 3D structuren. Er is continu onderzoek en overleg met leveranciers met betrekking tot de performantie, gewicht, kost, flexibiliteit, beschikbaarheid, REACH richtlijnen van verschillende materialen. Als bijkomende projecten worden meegegeven: […] Besluit: De firma Ambassador Arms toont aan dat deze zeer goed is uitgerust op vlak van testinstallaties voor ballistiek. Zowel de harde als zachte ballistiek komen aan bod. Daarenboven zijn de testfaciliteiten gekeurd door CAST wat bewijst dat de tests op een hoog betrouwbaar niveau kunnen worden uitgevoerd. Het testlabo toont aan dat het volgens de meest gangbare normen kan testen. Als projecten wordt er aangetoond dat er wordt samengewerkt met wetenschappelijke instellingen om nieuwe innovatieve materialen te ontwikkelen. Voorbeelden van nieuwe innovatieve ballistische materialen blijven echter beperkt tot de ontwikkelingen in kader van opdrachten. Er kan echter gesteld worden dat met de gegeven informatie er geoordeeld kan worden dat er ruimschoots aandacht wordt besteed aan innovatie en de firma zeer goed is uitgerust voor het uitvoeren van nieuwe ontwikkelingen. Hierdoor oordeelt de Administratie dat een aanzienlijke tot grote meerwaarde kan toegekend worden. De Administratie oordeelt dat de firma Ambassador Arms een score van 7/10 wordt toegekend. 2.2.4.3.2 Mehler Vario System GmbH De firma Mehler Vario System GmbH beschikt over twee schietstanden en een installatie voor het uitvoeren van Mes- en Priemtests. Er wordt aangegeven dat naast de productie van de zachte ballistiek, de firma Mehler Vario System GmbH beschikt over eigen persen ter vervaardiging van de harde platen. Het departement New System Development staat in voor de continue optimalisatie van de producten en de nieuwe ontwikkelingen. XII-9276-7/24 Sinds 2010 zijn er reeds 750 ontwikkelingsprojecten geweest waarbij er momenteel 27 projecten lopende zijn. Besluit: De firma Mehler Vario System GmbH toont aan dat deze over een aanzienlijke mogelijkheid beschikt voor het uitvoeren van ballistische tests. Er wordt geen informatie verstrekt specifiek over tests op harde ballistiek. Evenwel wordt er aangetoond dat de firma beschikt over verschillende persen om in-huis harde ballistische platen te ontwikkelen. Er wordt aangegeven dat de firma Mehler Vario System GmbH beschikt over een afzonderlijk departement [dat] instaat voor nieuwe ontwikkelingen. Er wordt vermelding gemaakt van het aantal lopende en uitgevoerde projecten maar details worden niet gedeeld. Gezien de firma Mehler Vario System GmbH wel aantoont over de nodige infrastructuur te beschikken en een afdeling toewijdt aan ontwikkeling wordt dit beoordeeld als een aanzienlijke meerwaarde. De Administratie oordeelt dat de firma Mehler Vario Systems een score van 6/10 wordt toegekend. 2.2.4.3.3 Seyntex nv De firma Seyntex nv beschikt zowel over een eigen textiellabo voor het uitvoeren van tests op de materialen van de hoes als over een ballistisch labo voor het testen van de ballistische panelen. Het ballistisch labo bestaat uit een schietstand en een installatie voor het uitvoeren van Mes- en Priemtests. Tests kunnen uitgevoerd worden volgens: […] Als ontwikkelingsprojecten worden meegegeven: Colombus kogelwerend vest, Ballistic T-shirt en de Female Body Armor. Voor de ontwikkelingen wordt aangegeven dat deze vooral bestaan uit het opvolgen van tendensen, wetenschappelijk onderzoek en publicaties. Besluit: De firma Seyntex nv toont aan dat deze over de mogelijkheid beschikt voor het uitvoeren van tests op zachte ballistiek. Over de uitrusting om harde ballistiek te ontwikkelen en testen wordt niet uitgeweid in de toelichting. De standaardnormen zijn mogelijk voor de firma. Er worden 3 ontwikkelingen voorgesteld, in de verdere beschrijving wordt enkel vermeld dat de ontwikkeling vooral bestaat uit het volgen van tendensen, wetenschappelijk onderzoek en publicaties zonder hier zelf actief aan deel te nemen. Gezien de firma voldoende informatie verschaft over de projecten en onderzoekmogelijkheden met betrekking tot de zachte ballistiek maar anderzijds ook aantoont dat de mogelijkheden zich niet uitbreiden naar harde ballistiek wordt dit beoordeeld als een matige meerwaarde. De meerwaarde wordt beperkt gezien de minder uitgebreide onderzoeksmogelijkheden ten opzichte van andere kandidaten. De Administratie oordeelt dat de firma Seyntex nv een score van 4/10 wordt toegekend. XII-9276-8/24 2.2.4.3.4 Sioen De firma Sioen doet een beroep op de capaciteit van de Finse vestiging, Sioen Ballistics Oy. De firma Sioen beschikt zowel over een eigen textiellabo voor het uitvoeren van tests op de materialen van de hoes als over een ballistisch labo voor het testen van de ballistische pakketten. Een ballistisch labo is voorzien in zowel Sioen Ardooie als in Finland. Er kunnen in-huis tests worden uitgevoerd op zachte en harde ballistiek: […] Tests kunnen uitgevoerd worden volgens: […] De firma Sioen beschikt over een eigen R&D afdeling dewelke instaat voor: • Interne en externe innovatie onderzoeksprojecten; •Ontwikkeling van innovatieve materialen, materiaalsamenstellingen, nieuwe producten... • Actieve participatie aan internationale normalisatiecommissies; •Aansturen van onafhankelijke productcertificatie (technische dossiers voor EC type keuringen); • Uitwerken technische offertes bij aanbestedingen; Intellectual Property Management. Een opsomming wordt gegeven van de laatste en lopende projecten: […] Besluit: De firma Sioen toont aan dat het beschikt over goed uitgeruste testfaciliteiten om tests uit te voeren zowel op harde als zachte ballistiek. Eveneens wordt aangetoond dat het in de mogelijkheid is om eigen harde ballistiek te vervaardigen en [te] testen. Alle gangbare normen kunnen getest worden in-huis. De firma Sioen toont aan over een eigen ontwikkelingsteam te beschikken. Uit de opsomming van de lopende projecten kan de Administratie enkel maar besluiten dat er op zeer divers gebied binnen de ballistiek inspanningen geleverd worden voor ontwikkeling en innovatie. Gezien de uitgebreide mogelijkheid tot het uitvoeren van tests alsook de uiteenlopende projecten waarop gewerkt wordt besluit de Administratie een enorme meerwaarde toe te kennen. De Administratie oordeelt dat de firma Sioen een score van 10/10 wordt toegekend. 2.2.4.3.5 Source Vagabond Systems Limited De firma Source Vagabond Systems Limited beschikt over een installatie voor het uitvoeren van Mes- en Priemtests alsook voor blunt trauma. Tests kunnen uitgevoerd worden volgens: […] Uitgevoerde projecten: […] Besluit: De firma Source Vagabond Systems Limited beschikt niet over een eigen ballistisch labo en maakt hiervoor gebruik van externe labo’s. In XII-9276-9/24 vergelijking met de andere kandidaten is deze firma het minst uitgerust voor het ontwikkelen van kogelwerende vesten. Als onderzoeksprojecten worden geen innovatieve projecten beschreven maar enkel ontwikkelingen in kader van opdrachten. Door het niet beschikken van een eigen technische uitrusting alsook door het niet uitvoeren van innovatieve ontwikkelingen oordeelt de Administratie dat er geen extra meerwaarde kan toegekend worden. De Administratie oordeelt dat de firma Source Vagabond Systems Limited een score van 0/10 wordt toegekend. 2.2.4.3.6 We hebben de onderstaande resultaten verkregen: Ambassador Mehler Vario Seyntex nv Sioen Source Arms System GmbH Vagabond Systems Limited 14/20 12/20 8/20 20/20 0/20 2.2.4.4 Criterium 4: Technici of Technische organen In toepassing van artikel 73, 2°, een lijst van de al dan niet tot de onderneming behorende technici of technische organen (met hun specifieke taken en uitgevoerde procedures), van die welke verantwoordelijk zijn voor de kwaliteitscontrole aangaande het voorwerp van de overeenkomst (kogelwerende vesten) (15 %). […] 2.2.4.4.5 Source Vagabond Systems Limited Uit de informatie van het geleverde dossier blijkt er één persoon verantwoordelijk te zijn voor [het] ballistisch gedeelte. Er wordt verder geen informatie gedeeld over technische medewerkers. Daarnaast geeft de firma Source Vagabond Systems Limited aan regelmatig samen te werken met de volgende ballistische labo's: […] Besluit: De firma Source Vagabond Systems Limited toont aan in het dossier over 1 medewerker te beschikken binnen de ballistiek. Dit is het laagste aantal. De kandidaat toont tevens aan te werken met de belangrijkste labo’s voor het verkrijgen van een certificaat CAST, zijnde […], daarnaast worden nog 6 labo’s vermeld. De Administratie besluit dat ondanks er maar 1 medewerker wordt opgegeven dewelke werkt binnen het domein ballistiek, er veel samenwerking is met verscheidene labo’s waardoor dit als een matige meerwaarde wordt beoordeeld. De Administratie oordeelt dat de firma Source Vagabond Systems Limited een score van 4/10 wordt toegekend. […]” 3.4. Het onderzoek van de geschiktheidscriteria en bekwaamheidscriteria in de derde fase leidt tot de volgende eindscores: XII-9276-10/24 Ambassador Mehler Vario Seyntex nv Sioen Source Vagabond Arms System Limited Systems Gmbh 80,80/100 54,22/100 58,62/100 83,90/100 43,30/100 Op basis van deze scores beslist de verwerende partij om vier ondernemingen te selecteren, als volgt: “Krachtens bovenvermelde motieven beslist de aanbestedende overheid: - Dat de kandidaturen van de firma’s Cooneen Protection Limited en Global Safety Matters geweerd worden en dus niet verder geanalyseerd of in aanmerking genomen worden in het kader van de huidige procedure; - Dat de kandidatuur van de firma Source Vagabond Systems Limited niet geselecteerd wordt en bijgevolg niet verder in aanmerking wordt genomen in het kader van de huidige procedure; - Dat de kandidaturen van de firma’s Sioen, Ambassador Arms, Seyntex nv en Mehler Vario System worden geselecteerd en uitgenodigd voor de indiening van een offerte.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging 4.1. De verzoekende partij dient “ter informatie” een pleitnota met aanvullende stukken in. 4.2. De procedureregeling voorziet niet in de mogelijkheid om een pleitnota als een processtuk neer te leggen, noch werd er om gevraagd door de Raad van State of het Auditoraat. Er kan dan ook hoogstens ten titel van inlichting rekening mee worden gehouden, in zoverre het de neerslag vormt van het pleidooi ter zitting van de verzoekende partij. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen XII-9276-11/24 inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VI. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel 6. In een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, de artikelen 4 en 5, § 1, van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de artikelen 60, § 2, 73, 3°, 75 en 82 van het koninklijk besluit plaatsing defensie en veiligheid, de beginselen van behoorlijk bestuur, “inzonderheid de materiële motiveringsplicht, het gelijkheidsbeginsel, het legaliteitsbeginsel (patere legem quam ipse fecisti), het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel”. Zij acht deze bepalingen en beginselen geschonden: “Doordat de bestreden beslissing de kandidatuur van verzoekster niet selecteert en de kandidatuur van vier andere ondernemingen wel selecteert, Terwijl de motieven op grond waarvan de beoordeling van de diverse kandidaturen is gebeurd hetzij niet overeenstemmen met de feitelijke gegevens, hetzij geen rekening houden met alle beschikbare feitelijke gegevens, hetzij niet materieel draagkrachtig zijn omdat (
- a)de selectieleidraad vermeldt dat er maximaal 5 kandidaten worden geselecteerd, maar van de vijf kandidaten die voldoen aan de minimale eisen van de selectiecriteria, toch maar vier worden doorgeselecteerd naar de gunningsfase, en verzoekster niet, (
- b)de selectieleidraad geen beoordelingsmethodiek vermeldt en de toegepaste beoordelingsmethodiek het gewekte vertrouwen schendt door een ongewone beoordelingsmethodiek toe te passen, (
- c)en (
- d)de concrete beoordeling voor het derde en vierde beoordelingscriterium gesteund is op foute informatie en materieel niet draagkrachtig is, XII-9276-12/24 (
- e)de totaalscore voor alle beoordelingscriteria materieel niet draagkrachtig is.” 7. De verzoekende partij licht toe, in een eerste onderdeel, dat in de aankondigingen staat vermeld dat het maximumaantal geselecteerden 99 bedraagt, terwijl in de selectieleidraad is vermeld dat er maximaal vijf kandidaten worden geselecteerd. Aangezien uit de selectiebeslissing blijkt dat er vijf ondernemingen voldoen aan het toegangsrecht en de minimale selectiecriteria, was er geen aanleiding tot een bijkomende beoordeling van de kandidaturen aan de hand van de beoordelingscriteria van de derde fase. Door deze beoordeling toch uit te voeren, schendt de verwerende partij haar eigen selectievoorschriften en artikel 60, § 2, van het koninklijk besluit plaatsing defensie en veiligheid. Volgens de verzoekende partij is er geen reglementaire bepaling die verantwoordt dat de vijf kandidaturen mogen worden herleid tot de beweerdelijk “drie best gerangschikten”. Er zijn vier ondernemingen geselecteerd omdat er twee ondernemingen quasi gelijkwaardig op de derde plaats belandden. De verzoekende partij meent dat “in de mate er een tegenstrijdigheid blijkt te zijn inzake het maximaal aantal te selecteren kandidaten” tussen enerzijds het maximumaantal van 99 vermeld in de aankondigingen en anderzijds het maximum van vijf kandidaten vermeld in de selectieleidraad, alle vijf kandidaturen die voldeden aan de minimale selectie-eisen met stelligheid dienden te worden geselecteerd voor de gunningsfase. In de mate dat de selectieleidraad nergens vermeldt dat er een minimale score moet worden behaald inzake de selectiecriteria, was er volgens de verzoekende partij evenmin een reden om de vijf kandidaturen nader te beoordelen en scores toe te kennen. 8. In een tweede onderdeel betoogt de verzoekende partij, in ondergeschikte orde, dat de bestreden beslissing onwettig is omdat ze is gesteund op een beoordelingsmethodiek die niet in de selectieleidraad was vermeld en die door het ongewoon karakter ervan het gewekte vertrouwen schendt. Vooreerst wordt in de selectieleidraad niet verduidelijkt welke beoordelingsmethodiek zal worden toegepast voor elk van de criteria met het oog op herleiding van het aantal kandidaten naar maximaal vijf. Voor elk criterium is een andere beoordelingsmethodiek gebruikt, die niet toegelicht was en waarmee XII-9276-13/24 de kandidaten dus geen rekening konden houden bij de opmaak van de aanvraag tot deelneming. Voor bepaalde criteria is de gehanteerde beoordelingsmethodiek op zijn minst “ongewoon” te noemen. Wat het tweede criterium voor de beoordeling van de technische bekwaamheid in het bijzonder betreft, wordt in het selectieverslag verwezen naar een formule, waarbij niet wordt verduidelijkt wat precies wordt begrepen onder de noties Pmax en Pmin, en om welk bedrag het precies gaat, zodat het onmogelijk is om de gemaakte berekening te controleren. De toepassing van deze formule is volgens de verzoekende partij een compleet ongebruikelijke beoordelingsmethode en diende bijgevolg in de selectieleidraad te zijn vermeld. De toepassing ervan is ook ongebruikelijk omdat het lijkt neer te komen op een herneming van het selectiecriterium inzake de economische en financiële draagkracht, nu louter op de omzetwaarde van de referenties van de afgelopen vijf jaar wordt gefocust. Deze beoordelingsmethode houdt geen verband met de intrinsieke technische waarde/kwaliteit van de referenties wat specifiek beoordeeld wordt onder het selectiecriterium technische bekwaamheid. De kwaliteit van de referenties blijkt immers uit de attesten die door de opdrachtgevers worden verstrekt, zoals bepaald in artikel 73, 3°, van het koninklijk besluit plaatsing defensie en veiligheid. Het is volgens haar onduidelijk waartoe de formule moet leiden, zodat ze als beoordelingsmethodiek onwettig is omdat er geen verband blijkt met het criterium zelf, zoals vereist door artikel 60, § 1, 2°, van het koninklijk besluit plaatsing defensie en veiligheid. De verzoekende partij merkt hierbij op dat in de selectieleidraad evenmin duidelijk vermeld werd dat “alle” relevante referenties in de bijlage F dienden te worden opgenomen. Gelet op de bewoordingen in de selectieleidraad van de ‘Technische bekwaamheid’ als minimale eis, meende zij dat het volstond om de voornaamste leveringen van meer dan 50.000 euro in die bijlage op te nemen. Zodoende is volgens haar het gewettigd vertrouwen van de kandidaat in een normale en adequate beoordelingsmethodiek geschonden. Wanneer rekening wordt gehouden met alle referenties in de afgelopen vijf jaar die een bedrag van 50.000 euro te boven gaan, dan zou zij een hoger totaalbedrag aan omzet hebben verkregen en (wellicht) een hogere eindscore voor het tweede XII-9276-14/24 beoordelingscriterium. Zij staaft dit met een vertrouwelijk stuk 7 waaruit blijkt dat zij een omzet had van [X] miljoen euro. Omwille van het gebrek aan transparantie in de selectieleidraad over de wijze waarop dit beoordelingscriterium zou worden geëvalueerd is de selectiebeslissing volgens de verzoekende partij onwettig. 10. In een derde onderdeel meent de verzoekende partij, eveneens in ondergeschikte orde, dat de beoordeling van het derde criterium inzake “studie en onderzoek” materieel niet draagkrachtig is. De selectieleidraad had moeten aangeven aan welke aspecten meer of minder belang zou worden gehecht. In geen geval wordt een onderscheid gemaakt tussen de kwalitatieve waarde van een intern labo versus een extern labo voor het uitvoeren van onderzoek en ontwikkeling. In de bestreden beslissing wordt aan de verzoekende partij een score 0 toegekend op grond van de loutere overweging dat zij niet over een eigen intern labo beschikt en geen innovatieve ontwikkelingen zou uitvoeren. Zij betwist formeel dat er een kwalitatief verschil zou zijn op het vlak van het onderzoek of de resultaten ervan in een intern labo versus een extern labo, zodat dit geen element ter staving van enige minwaarde van haar kandidatuur kan zijn. De verzoekende partij voert voorts aan dat de beoordeling van de aangetoonde meerwaarde volgens dit beoordelingscriterium dient te gebeuren aan de hand van de beschrijving die de kandidaat op de vier beoordelingselementen aanbracht. Zij stelt vast dat er totaal geen rekening wordt gehouden met de meerwaarde die voortvloeit “uit de geleverde beschrijvingen op de vier beoordelingspunten” in haar kandidatuur. Tevens stelt zij vast dat de beschrijving in het selectieverslag over haar kandidatuur overeenstemt met de inhoudelijke beschrijving in het selectieverslag over de kandidatuur van Seyntex, zodat zij minstens ook recht heeft op een score van 8/20 voor dit beoordelingscriterium. 11. In een vierde onderdeel, nog in ondergeschikte orde, meent de verzoekende partij dat de beoordeling voor het vierde beoordelingscriterium “technici of technische organen” materieel niet draagkrachtig is. Zij betoogt dat zij zeven technici in haar kandidatuur heeft vermeld die betrokken zijn bij de kwaliteitscontrole. De bestreden beslissing mist dan ook feitelijke grondslag wanneer ze stelt dat er slechts één technische medewerker zou zijn. Ten onrechte wordt de beoordeling verbonden met “verantwoordelijk zijn voor [het] ballistisch XII-9276-15/24 gedeelte”. Uit de selectieleidraad blijkt dat alle technici verantwoordelijk voor de kwaliteitscontrole in aanmerking komen. De zeven technici die de verzoekende partij heeft vermeld, zijn betrokken bij de kwaliteitscontrole die verschillende aspecten omvat, gaande van grondstoffen nodig voor de kogelwerende vesten, over productie, tot controle van het afgewerkte product en studie van het afgewerkte product. Het is ook feitelijk onjuist dat er in de kandidatuurstelling geen informatie zou zijn verstrekt betreffende inhoudelijke kwaliteitscontrole die door de zes overige technici wordt verricht. Hoe dan ook zijn de kandidaten niet gelijk behandeld omdat bij andere kandidaten wel rekening wordt gehouden met de technici die in de onderscheiden fases van het productieproces tussenkomen (zoals bij Mehler Vario System). Er wordt bijgevolg ten onrechte slechts een score van 4/10 gegeven, en de verzoekende partij meent dat zij minstens recht heeft op een score van 6/10 of 9/15. 12. In een vijfde onderdeel stelt de verzoekende partij ten slotte dat “in de mate dat de kritieken die verzoekster in ondergeschikte orde op de diverse beoordelingscriteria heeft geuit, ernstig zijn”, de totaalscores die aan de diverse kandidaten zijn gegeven niet draagkrachtig zijn en de thans uitgebrachte finale score de gelijkheid onder de inschrijvers schendt. Zij benadrukt dat voor het tweede beoordelingscriterium alle scores moeten worden herzien en zij recht heeft op de hoogste score. Voor het derde en vierde beoordelingscriterium heeft zij recht op een hogere score, zodat haar totaalscore meer dan de helft zou moeten bedragen en zij dus geselecteerd had moeten worden. Beoordeling Eerste onderdeel 13. Artikel 60, § 2, van het koninklijk besluit plaatsing defensie en veiligheid bepaalt dat, in het geval van een onderhandelingsprocedure met bekendmaking, het aantal geselecteerden niet kleiner mag zijn dan drie. Dit aantal moet in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen, voor zover er voldoende geschikte kandidaten zijn. In de aankondiging van de opdracht geeft de aanbestedende overheid eventueel het maximum aantal geselecteerden aan dat zij vooropstelt. XII-9276-16/24 Blijkens deel I ‘Administratieve bepalingen’ van de selectiedraad, herhaald in bijlage B ‘Selectiecriteria’, is “[h]et minimum aantal kandidaten dat geselecteerd wordt door de aanbestedende overheid […] drie
(3)”, en zal [h]et aantal gekozen kandidaten […] toelaten voldoende concurrentie te verzekeren gelet op het voorwerp van de overeenkomst”. Zoals sub 3.2 weergegeven, wordt in de selectieleidraad voorts vermeld dat de aanbestedende overheid zich het recht voorbehoudt om een eventuele derde evaluatiefase uit te voeren, die zal worden toegepast indien het aantal kandidaturen dat aan de uitsluitingscriteria en de minimumcriteria voldoet, groter is dan drie. Deze derde fase is evaluatief en zal resulteren in een rangschikking waarbij “[a]lleen de beste kandidaten zullen hernomen worden”. Ten slotte wordt gesteld dat de aanbestedende overheid, met het oog op een doeltreffende en passende mededinging en op voorwaarde dat de beoordeelde kandidaturen als “voldoende kwalitatief” worden beschouwd, ten minste de drie best gerangschikte kandidaten en ten hoogste de vijf best gerangschikte kandidaten zal weerhouden, en dat zij zich het recht voorbehoudt om “een groter aantal kandidaten (meer dan drie)” te selecteren als blijkt dat het onmogelijk was om een aantal van hen te onderscheiden.
- In de bestreden beslissing wordt besloten dat vijf kandidaten voldoen “aan de eisen betreffende het toegangsrecht” (eerste fase) en dezelfde vijf kandidaten voldoen “aan de minimale eisen van de kwalitatieve selectie”. De overweging dat de derde fase wordt toegepast “[a]angezien het aantal kandidaturen dat aan de uitsluitingscriteria en de minimumcriteria voldoet, groter is dan 3”, lijkt bijgevolg op het eerste gezicht terecht. Anders dan de verzoekende partij betoogt, lijkt de selectieleidraad de gedane herleiding naar “de drie best gerangschikte kandidaturen” wel degelijk te verantwoorden. De omstandigheid dat in de selectieleidraad geen minimale score wordt vermeld om als “voldoende kwalitatief” te worden geselecteerd, doet daaraan geen afbreuk. Een aanbestedende overheid lijkt zich op het eerste gezicht in haar selectie van minstens drie en maximum vijf best gerangschikten te mogen beperken tot die kandidaten die meer dan de helft van de punten scoren. De verzoekende partij lijkt overigens niet te stellen dat het selecteren van vier kandidaten, waarvan twee XII-9276-17/24 gelijkwaardig op een derde plaats, onvoldoende zou zijn om een doeltreffende en passende mededinging te waarborgen. De vermelding in de aankondigingen van een “maximumaantal 99” gegadigden dat wordt uitgenodigd, lijkt op het eerste gezicht een materiële vergissing zonder rechtsgevolgen.
- Het eerste onderdeel is niet ernstig. Tweede onderdeel
- Voor zover de verzoekende partij in een tweede onderdeel vooreerst stelt dat de gehanteerde beoordelingsmethodiek voor bepaalde beoordelingscriteria “ongewoon” is, en deze niet werd toegelicht zodat de kandidaten er geen rekening mee konden houden bij de opmaak van hun kandidatuur, lijkt zij niet te kunnen worden bijgevallen. De Raad van State stelt vast dat in de selectieleidraad onder punt 4 ‘Bekwaamheidscriteria van kwalitatieve selectie’ wordt vermeld op grond van welke criteria en beoordelingselementen de kandidaturen worden beoordeeld en hoe die criteria zich ten opzichte van elkaar verhouden. De verwerende partij lijkt voor de beoordeling van de betrokken bekwaamheidscriteria te hebben gekozen, enerzijds voor een formule die in essentie neerkomt op de regel van drie bij de criteria die een kwantitatieve evaluatie inhouden, namelijk bij het eerste criterium wat de gemiddelde jaarlijkse omzet betreft, en bij het tweede criterium wat het voorleggen van een lijst van leveringen van kogelwerende vesten boven 50.000 euro betreft, en anderzijds voor een beschrijvende evaluatie in woorden gekoppeld aan een globale score bij de overige criteria. Dit zijn gebruikelijke beoordelingsmethodes die zich op het eerste gezicht laten inpassen in de betrokken selectieleidraad, zodat het in het licht van de aangevoerde transparantie- en zorgvuldigheidsbeginselen op het eerste gezicht niet noodzakelijk lijkt dat de kandidaten nog vóór de opmaak van hun kandidatuur duidelijker hadden moeten zijn ingelicht omtrent die beoordelingsmethodes.
- De selectieleidraad bepaalt dat de evaluatie van de bekwaamheid van de kandidaten, zijnde de derde fase van de selectie, zal XII-9276-18/24 gebeuren aan de hand van zes bekwaamheidscriteria. Specifiek wat het te dezen bekritiseerde tweede bekwaamheidscriterium betreft, vereist de selectieleidraad het voorleggen van een “lijst” van de leveringen boven 50.000 euro van kogelwerende vesten die de afgelopen vijf jaar werden verricht, met vermelding van het bedrag, de datum en de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren. Voor zover de verzoekende partij betoogt dat de in de bestreden beslissing toegepaste formule om de score te berekenen voor de evaluatie van dit tweede bekwaamheidscriterium niet duidelijk en ongebruikelijk is, merkt de Raad van State op dat deze formule lijkt neer te komen op de zogenaamde regel van drie waarbij de kandidatuur die een lijst met het hoogste totaalbedrag voorlegt, de hoogste score krijgt en als referentiepunt wordt gehanteerd voor de vergelijking van de andere kandidaturen. Met de verwerende partij kan op het eerste gezicht worden aangenomen dat dit een voor de hand liggende en geen onverwachte methode is. De bestreden beslissing stelt dat Pmin verwijst naar de “minimale lijst vastgesteld in de oproep tot kandidaatstelling”, zijnde 50.000 euro, terwijl Pmax verwijst naar de “maximale voorgestelde lijst”, zijnde het hoogste totaalbedrag van één van de kandidaten, zodat deze parameters en bijgevolg de toegepaste formule wel duidelijk lijken. Op grond van deze formule en de bedragen die de kandidaat zelf heeft opgegeven, lijkt het in ieder geval mogelijk om de gemaakte berekening te controleren.
- De verzoekende partij stelt dat de toepassing van de formule voor de beoordeling van het tweede bekwaamheidscriterium ook ongebruikelijk is omdat ze lijkt neer te komen op een herneming van het selectiecriterium inzake de economische en financiële draagkracht en geen verband houdt met de intrinsieke technische waarde of kwaliteit van de referenties die immers wordt aangetoond door de attesten die door de opdrachtgevers worden verstrekt, zoals is bepaald in artikel 73, 3°, van het koninklijk besluit plaatsing defensie en veiligheid. Er lijkt op het eerste gezicht geen sprake van een loutere herneming van het selectiecriterium inzake de financiële en economische draagkracht: dat laatste peilt naar de gemiddelde totale omzet aangaande de XII-9276-19/24 levering van kogelwerende vesten over de laatste drie boekjaren, terwijl het tweede bekwaamheidscriterium enkel rekening houdt met de leveringen boven 50.000 euro en van de afgelopen vijf jaar. Voorts lijkt de verschillende finaliteit van de tweede en de derde fase van de kwalitatieve selectie van belang. Anders dan in de tweede fase van de selectie, waarin ter rechtvaardiging van de technische bekwaamheid wordt nagegaan, via een lijst van de “voornaamste” leveringen, of een bepaald minimum aan leveringen vanaf een bepaald bedrag is bereikt, wordt in de derde fase van de selectie de technische bekwaamheid van de kandidaten geëvalueerd en gequoteerd via een lijst van de leveringen boven de 50.000 euro in de afgelopen vijf jaar. Aangezien deze derde fase moet leiden tot een evaluatie, of nog, een doorselectie op grond van een puntentoekenning en rangschikking waarbij “[a]lleen de beste kandidaten zullen hernomen worden”, heeft de verwerende partij ter beoordeling van dit tweede bekwaamheidscriterium de bedragen van alle opgegeven leveringen van elke kandidaat opgeteld en hen op grond daarvan vergeleken en gerangschikt. De verwerende partij lijkt in dit verband op het eerste gezicht te kunnen worden bijgevallen waar zij stelt dat, nu voornoemd artikel 73, 3°, van het koninklijk besluit plaatsing defensie en veiligheid uitdrukkelijk voorziet in de mogelijkheid om de technische bekwaamheid te beoordelen aan de hand van een lijst van leveringen die gedurende de afgelopen vijf jaar werden verricht en aldus “ervaring met eerdere opdrachten door de regelgever uitdrukkelijk wordt gezien als een bewijs van technische bekwaamheid”, zij eveneens een grotere hoeveelheid aan leveringen kon aanzien als een bewijs van een grotere technische bekwaamheid.
- In ieder geval toont de verzoekende partij niet concreet aan op welke wijze zij haar kandidatuur anders zou hebben opgesteld indien de beoordelingsmethode voor haar niet onduidelijk zou zijn geweest, of waarom zij door deze beoordelingsmethode zou zijn verschalkt. Voor zover zij stelt dat het niet duidelijk was dat álle referenties van de afgelopen vijf jaar met een waarde van meer dan 50.000 euro XII-9276-20/24 in de bijlage F moesten worden opgenomen, zodat wanneer zij al haar referenties zou hebben opgegeven, haar score voor dit criterium hoger zou zijn, lijkt zij (opnieuw) voorbij te gaan aan het verschil in formulering in de selectieleidraad tussen de minimale eis van de technische bekwaamheid en het tweede bekwaamheidscriterium. Bij het eerste is sprake van een lijst van de “voornaamste” leveringen van elk minstens 100.000 euro, volgens de bijlage E bij de selectieleidraad, terwijl bij het tweede sprake is van een “lijst van de leveringen” boven 50.000 euro, volgens de bijlage F bij de selectieleidraad. Uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij voor de beide criteria een identieke lijst heeft ingediend, terwijl de andere kandidaten dit onderscheid wel lijken te hebben begrepen. Dat de gehele beoordeling van alle kandidaten op dit bekwaamheidscriterium er anders zou hebben uitgezien mocht er wel rekening zijn gehouden met alle referenties van de verzoekende partij, doet niets af aan de voorgaande vaststelling. De verzoekende partij is op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het correct opstellen van haar kandidatuur. Met de nieuwe, aangevulde versie van de bijlage F gevoegd bij het verzoekschrift kan zij haar foute lezing van het betrokken bekwaamheidscriterium niet rechtzetten.
- Het tweede onderdeel is niet ernstig. Derde onderdeel
- Ter beoordeling van het derde bekwaamheidscriterium diende de kandidaat een beschrijving te geven van de technische uitrusting, de getroffen maatregelen, de uitgevoerde en lopende projecten, telkens “op het vlak van studie en onderzoek”. De overweging in de bestreden beslissing dat de verzoekende partij “in vergelijking met de andere kandidaten […] het minst [is] uitgerust voor het ontwikkelen [en testen] van kogelwerende vesten”, lijkt op het eerste gezicht steun te vinden in de bestreden beslissing en het administratief dossier. De verzoekende partij betwist ook niet dat zij als enige niet beschikt over een eigen ballistisch labo, een gegeven dat op het eerste gezicht een belangrijk element van de technische uitrusting op het vlak van studie en onderzoek lijkt te zijn. Dat er XII-9276-21/24 geen kwaliteitsverschil zou zijn tussen een eigen en een extern ballistisch labo, lijkt op het eerste gezicht geen afbreuk te doen aan de voorgaande vaststelling. In de bestreden beslissing worden de door de verzoekende partij geleverde beschrijvingen van de vier beoordelingspunten samengevat. De verzoekende partij betwist in haar verzoekschrift niet de daaraan verbonden conclusie dat “[a]ls onderzoeksprojecten […] geen innovatieve projecten [worden] beschreven maar enkel ontwikkelingen in het kader van opdrachten”. Voor zover de verzoekende partij in haar pleitnota en ter zitting stelt dat het onjuist is te beweren dat zij geen innovatieve projecten zou hebben gerealiseerd, met verwijzing naar bijkomende stukken van experten over innovatieve onderzoeken die in haar opdracht zouden zijn uitgevoerd, lijkt de verwerende partij op het eerste gezicht terecht te antwoorden dat de verzoekende partij deze aanvullende en toelichtende informatie bij haar kandidaatstelling had moeten voegen. Voor zover de verzoekende partij nog meent dat zij eenzelfde score had moeten krijgen als Seyntex omdat de motivering bij beide kandidaten dezelfde zou zijn, stelt de Raad van State op het eerste gezicht vast dat er wel degelijk verschillen zijn in de respectieve motiveringen, zoals hoger weergegeven sub 3.
- Zo wordt gesteld dat Seyntex wel over een eigen ballistisch labo beschikt en er sprake is van “het volgen van tendensen, wetenschappelijk onderzoek en publicaties”, weliswaar “zonder hier zelf actief aan deel te nemen”, terwijl de verzoekende partij niet over een eigen ballistisch labo beschikt en er geen innovatieve projecten worden beschreven. De beoordeling van elk van de beide kandidaten bevat specifieke punten die op het eerste gezicht de verschillende scores lijken te kunnen verantwoorden.
- Het derde onderdeel is niet ernstig. Vierde onderdeel
- In een vierde onderdeel meent de verzoekende partij dat de beoordeling voor het vierde bekwaamheidscriterium inzake de technici of XII-9276-22/24 technische organen niet draagkrachtig is. In de bestreden beslissing wordt aan de verzoekende partij voor dit criterium een score van 4/10 (of 6/15) toegekend.
- Aangezien de vorige onderdelen niet ernstig zijn bevonden, heeft de verzoekende partij geen belang bij haar kritiek geformuleerd in dit vierde onderdeel. Mocht die kritiek immers ernstig worden bevonden, dan zou dit er enkel kunnen toe leiden dat haar maximaal drie op vijftien punten bijkomend worden toegekend, hetgeen onvoldoende is om het verschil van punten met de vierde gerangschikte te overbruggen en aldus de rangschikking van de kandidaturen alsnog te wijzigen. XII-9276-23/24 Vijfde onderdeel
- Gelet op het bovenstaande is ook het vijfde onderdeel, dat de verzoekende partij aanvoert “in de mate dat de kritieken die verzoekster in ondergeschikte orde op de diverse beoordelingscriteria heeft geuit, ernstig zijn”, evenmin ernstig. VII. Besluit
- Het enig middel is niet ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien november tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Patricia De Somere XII-9276-24/24 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.045 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div