← België

Arrest 255101 - Examens (onderwijs) - 23/11/2022

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2022 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.101 Rolnummer: A. 237658/IX-10155 Zaak: Arrest 255101 - Examens (onderwijs) - 23/11/2022 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-11-24 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 07:53 Fiche Arrest nr 255.101 van 23 november 2022 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 255.101 van 23 november 2022 in de zaak A. 237.658/IX-10.155 In zake: Robbe VAN LOON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mario Meirlaen kantoor houdend te 9940 Evergem Hofbilkstraat 15 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Jade Leenaert kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp

  1. De vordering, ingesteld op 9 november 2022, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de examencommissie secundair onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap van 20 oktober 2022, waarbij het beroep van Robbe Van Loon tegen de beslissing van 24 augustus 2022 met betrekking tot het schriftelijk examen Frans en tegen de beslissing van 5 september 2022 met betrekking tot het mondeling examen Frans, wordt verworpen. Voorts wordt gevorderd “dat bij wijze van voorlopige maatregel de Raad zou bevelen om de Examencommissie te doen samenkomen binnen de 5 dagen na uitspraak van [zijn] arrest teneinde de beslissing over zijn intern beroep IX-10.155-1/13 over te doen en op een gemotiveerde wijze de oorspronkelijke beslissing te herzien of te bevestigen”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op dinsdag 22 november 2022, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Mario Meirlaen, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jade Leenaert, die loco advocaat Sofie Logie verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Verzoeker legt met het oog op het behalen van een diploma secundair onderwijs in de studierichting sociale en technische wetenschappen (TSO) examens af voor de examencommissie secundair onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. IX-10.155-2/13 Overeenkomstig artikel 52 van haar examenreglement mag deze commissie ondersteunende maatregelen toestaan tijdens het examen, onder bepaalde voorwaarden. Op 30 mei 2021 kent de examencommissie de door verzoeker gevraagde ondersteunende maatregelen toe. Verzoeker neemt deel aan het schriftelijk examen Frans op 24 augustus 2022 en aan het mondeling examen Frans op 5 september
  5. Hij slaagt evenwel voor geen van beide examens. Hij behaalt – als hoogste scores over de verschillende benutte examenkansen – 43% voor het schriftelijke gedeelte, 23% voor het mondelinge gedeelte en een totaalscore van 35%. Verzoeker maakt vervolgens gebruik van zijn recht op inzage van de examens. Hij formuleert daarbij opmerkingen en ontvangt daarop feedback. Op 21 september 2022 dient verzoeker een bezwaarschrift in bij de beroepscommissie van de examencommissie. Hij voert daarbij aan wat volgt: “Ik ben het niet eens met deze beslissing van het examen Frans Mondeling omdat: - Alle opmerkingen abstract worden vermeld en geen verdere toelichting tot onderbouwing aanwezig heeft. - Mijn opmerking tot een gemaakte fout tijdens het examen omwille van mijn functiebeperking (Dyslexie en Dysorthografie) onbeantwoord blijft. - In mijn opinie de reacties op mijn opmerkingen partijdig zijn verstrekt in mijn nadeel. Tevens ik ben het niet eens met deze beslissing van het examen Frans Schriftelijk omdat: - Ik me de vraag stel of de beoordeling van dit examen mede beïnvloed is door het mondeling examen of niet dit omdat dit cijfer later bekend werd gemaakt dan het mondeling examen. - Ook bij dit examen ik mij de vraag stel of hier rekening gehouden [wordt] met mijn functiebeperkingen of niet.” Op 20 oktober 2022 verklaart de beroepscommissie het beroep ongegrond. De motivering luidt: “Je bent een beroepsprocedure gestart omdat je het niet eens bent met je beoordeling van het mondelinge examen Frans van 5 september 2022 en IX-10.155-3/13 het schriftelijke examen Frans van 24 augustus
  6. Je hebt een inzage gedaan en vindt de beoordeling te streng en de resultaten te weinig gemotiveerd. Bovendien heb je twijfels over de objectiviteit van de beoordeling, vraag je je af of de examinatoren van het mondelinge examen zich hebben laten beïnvloeden door het resultaat van je schriftelijke examen. Je twijfelt ook of er voldoende rekening is gehouden met het feit dat je een leerstoornis hebt. De beroepscommissie heeft elk aspect van je beroep grondig onderzocht en stelde vast dat het beroep ontvankelijk is maar ongegrond. Er verandert dus niets aan je resultaten. Ik geef de nodige toelichting bij de beslissing. De beroepscommissie heeft je mondelinge examen opnieuw beluisterd en stelde vast dat de beoordeling eerlijk en correct is verlopen en ook voldoende werd gemotiveerd. Elk onderdeel van de beoordelingswijzer is ingevuld en je hebt daarbij hele concrete voorbeelden gekregen van fouten die je maakte tegen zinsbouw, werkwoordsvormen, voorzetsels, woordkeuze, lidwoorden .. De Examencommissie bewaakt de betrouwbaarheid van de beoordeling door 2 examinatoren te laten oordelen op basis van vaste criteria. De examinatoren zijn opgeleid om gelijkgericht te oordelen en hebben de nodige ervaring. De vakverantwoordelijke voert systematische kwaliteitscontroles uit om de kwaliteit en gelijkgerichtheid te bewaken. De examinatoren oordelen zuiver over het mondelinge examen en krijgen geen info over de schriftelijke examens. De beroepscommissie stelde vast dat er geen reden is om aan te nemen dat de objectiviteit van de beoordeling in het gedrang is gekomen. Volgens de gegevens in het kandidatenplatform heb je recht op ondersteunende maatregelen omwille van dyslexie. Bij een digitaal examen krijg je dus extra tijd en mag je voorleessoftware gebruiken. Je mag ook altijd gebruik maken van een woordenboek en een spellingcheck. De beroepscommissie is van oordeel dat je toegang had tot alle hulpmiddelen die geboden worden aan kandidaten met dyslexie. Bij een mondeling examen kan je om praktisch-organisatorische redenen geen gebruik maken van voorleessoftware. De opdrachten staan namelijk op papier. Maar aangezien je enkel beoordeeld wordt op spreken en gesprekken voeren, mag het een correcte beoordeling van je competenties niet in de weg staan. De beroepscommissie oordeelt dat er geen sprake is van een te strenge of foute beoordeling. Ze raadt je aan om de feedback bij het examen en de inzage heel goed te lezen en op basis daarvan grondiger te studeren en te oefenen. Je kan ook overwegen om een taalcursus te volgen in een centrum voor volwassenenonderwijs (CVO) bij jou in de buurt. Behaal je daar een deelcertificaat op het juiste niveau, dan krijg je bij de Examencommissie een vrijstelling. Het ERK-niveau vind je terug in de vakfiche.” IX-10.155-4/13 IV. Herinnering aan de voorwaarden voor het bevelen van een schorsing of een andere voorlopige maatregel
  7. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts bij uiterst dringende noodzakelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging of tot het bevelen van een andere voorlopige maatregel worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing of tot het opleggen van een andere voorlopige maatregel. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  8. Verzoeker wijst met betrekking tot de uiterst dringende noodzakelijkheid op het dreigend verlies van een academiejaar. In haar nota met opmerkingen schrijft de verwerende partij: “Verwerende partij betwist niet dat een gewone schorsingsprocedure geen tijdig arrest kan opleveren in het licht van het belang van verzoekende partij om zich tijdig volwaardig in te schrijven voor een opleiding hoger onderwijs. Verwerende partij gedraagt zich bijgevolg ook wat deze vereiste betreft naar de wijsheid van Uw Raad.” Ook de Raad van State betwist niet dat deze schorsingsvoorwaarde is vervuld. VI. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van het middel 6.
  9. Het enige middel is geput uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de IX-10.155-5/13 bestuurshandelingen’ en van het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel. Uit de toelichting van het middel valt te begrijpen dat ook een schending van de materiëlemotiveringsplicht wordt aangevoerd. 6.
  10. Verzoeker stelt met betrekking tot de formelemotiveringsplicht dat de beroepscommissie zijn grieven over de vraag of in voldoende mate rekening is gehouden met zijn functiebeperkingen niet heeft beantwoord, “minstens slechts in algemene termen” zonder in te gaan op de concrete grieven. Meer bepaald “de grief waarbij wordt gevraagd of er bij het maken van bepaalde fouten door verzoeker, rekening werd gehouden met zijn functiebeperkingen”, werd niet beantwoord. Het louter verwijzen naar het gebruik van hulpmiddelen doet niet ter zake, vermits dit niet verhindert dat in het kader van dyslexie fouten worden gemaakt. Uit niets blijkt dat de beoordeling van het examen is gebeurd, rekening houdende met de dyslexie. Aangaande ondersteunende maatregelen in het kader van de dysorthografie van verzoeker wordt met geen woord gerept. 6.
  11. De materiëlemotiveringsplicht is volgens verzoeker geschonden omdat er geen enkele blijk van gegeven wordt dat de gemaakte fouten het gevolg zijn van de functiebeperkingen en dat daarmee rekening is gehouden bij het toekennen van de punten. Zo valt bij de beoordeling van het mondeling examen Frans van verzoeker te lezen: - Je relaas is moeilijk te volgen en/of onvoldoende gestructureerd - Wat je zegt is herhaaldelijk onduidelijk - Je spreektempo is niet vlot genoeg - Je begrijpt niet altijd wat je gesprekspartner zegt - Je gebruikt woorden in de verkeerde context - Je gebruikt foute woordcombinaties - Je maakt fouten tegen de zinsbouw - Je respecteert bepaalde uitspraakregels niet - Je spreekt specifieke woorden en/of klanken fout uit. IX-10.155-6/13 In de feedback bij het schriftelijk examen van de examencommissie wordt vermeld: - Het vraagt van de lezer heel veel inspanning om de boodschap te begrijpen - Je plaatst gewoon woorden naast elkaar en bouwt geen zinnen - Jij gebruikt altijd de tegenwoordige tijd (en meestal ook foutief) waardoor het niet duidelijk is dat je het hebt over wat je al gedaan hebt en wat je nog gaat doen - Bovendien wordt de boodschap ook belemmerd door verkeerd woordgebruik en gebrekkige zinsbouw. Al deze beoordelingen en feedback “identificeren zich met de moeilijkheden die zich voordoen bij personen met dyslexie en dysorthografie zonder dat op enig moment blijkt dat bij de verbetering met deze functiestoornissen rekening werd gehouden”. Verzoeker verwijst in dat verband naar een 31 oktober 2022 gedateerde verklaring, naar eigen zeggen opgesteld door zijn logopediste. Dat rekening werd gehouden met zijn functiebeperkingen zou zichtbaar moeten zijn bij de verbetering, de beoordeling en de feedback van de examens, maar dat is volgens verzoeker niet het geval. Verzoeker wijst er nog op dat hij voor alle A-vakken geslaagd is en ook voor alle B-vakken, behalve voor Frans. Hij mag voor die B-vakken 7 “buispunten” hebben, dus meent hij dat het van het “allergrootste” belang is dat de beoordeling van zijn examen correct gebeurt. 6.
  12. Met verzoekers opmerkingen bij het schriftelijk examen Frans wordt in de bestreden beslissing geen rekening gehouden. De bestreden beslissing dateert immers van 20 oktober 2022, terwijl de feedback pas op 27 oktober 2022 werd verzonden. Verzoeker kon dus onmogelijk die feedback betrekken in zijn bezwaarschrift, “zodat dit element ook niet correct kon worden beoordeeld door de beroepscommissie”. IX-10.155-7/13 6.
  13. Het zorgvuldigheidsbeginsel is volgens verzoeker eveneens geschonden omdat “verweerster niet is nagegaan of bij de beoordeling van de examens van verzoeker rekening is gehouden met zijn functiebeperkingen”. Beoordeling
  14. Verzoeker licht op het eerste gezicht niet toe hoe de bestreden beslissing het redelijkheidsbeginsel zou schenden. In die mate moet het middel in de huidige stand van de rechtspleging als onontvankelijk worden verworpen.
  15. Wat de schending van de formelemotiveringsplicht betreft, lijkt verzoeker wezenlijk aan te voeren dat hij “absoluut in het ongewisse blijft of er bij de beoordeling van zijn examens wel rekening is gehouden met zijn functiebeperkingen”. Om uit te maken of verzoeker terecht betoogt dat er op zijn grief dat hij niet weet “of er bij het maken van bepaalde fouten door [hem], rekening werd gehouden met zijn functiebeperkingen” in de bestreden beslissing geen antwoord is gekomen, moet op het eerste gezicht uitgegaan worden van datgene wat in het sub 3 aangehaalde bezwaarschrift werd aangevoerd. Van de beroepscommissie kan immers niet worden verwacht, zo lijkt, dat zij antwoordt op grieven die haar niet zijn voorgelegd. 9.
  16. Wat het mondeling examen Frans betreft, voerde verzoeker in zijn bezwaarschrift onder meer aan dat “[a]lle opmerkingen abstract worden vermeld en geen verdere toelichting tot onderbouwing aanwezig heeft” en dat “de reacties op [zijn] opmerkingen partijdig zijn verstrekt in [zijn] nadeel”. Hieraan besteedt verzoeker in zijn verzoekschrift voor de Raad van State prima facie niet de minste aandacht. Daarop lijkt hij dus een afdoende IX-10.155-8/13 antwoord te hebben vernomen in de bestreden beslissing, minstens neemt hij aan de eventuele afwezigheid ervan geen aanstoot. 9.
  17. Voor het overige heeft hij, wat dat mondeling examen betreft, alleen nog doen gelden dat “[zijn] opmerking tot een gemaakte fout tijdens het examen omwille van [zijn] functiebeperking (Dyslexie en Dysorthografie) onbeantwoord blijft”. Verzoeker preciseert in de toelichting bij het middel niet om welke “opmerking” het gaat. Slechts uit een bij zijn bezwaarschrift gevoegde bijlage blijkt op het eerste gezicht dat hij naar aanleiding van de inzage voor de drie opdrachten én voor het aspect ‘grammatica’ telkens dezelfde opmerking heeft genoteerd, namelijk: “Over het algemeen vind ik alle opdrachten zeer streng verbeterd en met zeer weinig verstrekte uitleg als motivatie van het punt. Aangezien deze examens worden opgenomen en indien mogelijk dan zou ik graag het ganse examen laten herbeoordelen door andere examinatoren. Tevens zou ik zelf indien mogelijk de opname wensen te ontvangen.” In die telkens weerkerende opmerking valt, zo lijkt, geen spoor van verwijzing naar enige functiebeperking te bespeuren. In deze opmerking is geen sprake van dyslexie of dysorthografie. Bovendien lijkt verzoeker in zijn bezwaarschrift slechts kritiek te hebben op de beoordeling van “een” gemaakte fout. Welke fout dat precies is, licht verzoeker op het eerste gezicht niet nader toe, laat staan dat hij duidelijk maakt hoe een eventueel gunstigere beoordeling van die fout hem dichter bij een slaagcijfer voor Frans brengt – of nog maar tot aan een te delibereren cijfer. 9.
  18. Aan de functiebeperking van verzoeker lijkt overigens in de bestreden beslissing wel degelijk aandacht te zijn gegeven. Daarin wordt immers erkend dat verzoeker voor het mondelinge examengedeelte weliswaar “om praktisch-organisatorische redenen geen gebruik [kon] maken van IX-10.155-9/13 voorleessoftware”, maar dat hij “enkel beoordeeld wordt op spreken en gesprekken voeren”, zodat “het een correcte beoordeling van [zijn] competenties niet in de weg [mag] staan”. Waarom die motivering niet juist is, verduidelijkt verzoeker prima facie evenwel niet. 10.
  19. Wat het schriftelijk examen Frans betreft, heeft verzoeker in zijn bezwaarschrift voor de beroepscommissie ten eerste aangevoerd dat hij zich “de vraag [stelt] of de beoordeling van dit examen mede beïnvloed is door het mondeling examen of niet”. Ook daarop komt verzoeker op het eerste gezicht niet langer terug in zijn verzoekschrift voor de Raad van State. 10.
  20. Hij deed tevens gelden dat hij zich ook bij dit examen “de vraag [stelt] of hier rekening gehouden [werd] met [zijn] functiebeperkingen of niet”. Daarop is in de bestreden beslissing uitdrukkelijk geantwoord, namelijk dat verzoeker “recht [had] op ondersteunende maatregelen omwille van dyslexie”, dat hij “[b]ij een digitaal examen […] extra tijd [kreeg] en […] voorleessoftware [mocht] gebruiken” en dat hij “ook altijd gebruik [mocht] maken van een woordenboek en een spellingcheck”. Samengevat, meent de beroepscommissie dat verzoeker “toegang had tot alle hulpmiddelen die geboden worden aan kandidaten met dyslexie”. Uit oogpunt van de formelemotiveringsplicht lijkt dit als antwoord te volstaan.
  21. Verzoeker toont op het eerste gezicht niet aan waarom die antwoorden op zijn grieven over het schriftelijk en het mondeling gedeelte ook ten gronde niet kunnen volstaan. IX-10.155-10/13 Verzoeker laat, zo lijkt, niet verstaan waarom de beroepscommissie er niet mocht van uitgaan dat de fouten die verzoeker tijdens het examen maakte ondanks de aangeboden compenserende maatregelen – en in het bijzonder dan het toegelaten gebruik van een woordenboek en een spellingcheck – hem bij de beoordeling van het examen ook effectief aangerekend mochten worden, nu hij “toegang had tot alle hulpmiddelen die geboden worden aan kandidaten met dyslexie” en dit ook de hulpmiddelen waren waarom verzoeker zelf vooraf had verzocht. Verzoeker toont in de huidige stand van de rechtspleging inzonderheid niet aan op welke grond hij, naast compenserende maatregelen tijdens het examen, ook op dispenserende maatregelen bij de beoordeling van het examen mocht rekenen. De Raad bedenkt hierbij ook dat de examencommissie geen onderwijsverstrekker is, noch studiebegeleider, noch delibererende klassenraad; dat de decreetgever er luidens artikel 256/3, § 1, 4°, van de Codex Secundair Onderwijs van uitgaat dat de examens die bij haar afgelegd kunnen worden, mede worden bepaald door “de mate waarin een doorsnee kandidaat er zelfstandig in slaagt om zich afdoende op het examenprogramma voor te bereiden” en dat luidens artikel 256/6 van de Codex de “cijfermatige normen per structuuronderdeel om als geslaagd te worden beschouwd”, “uniform [zijn] voor alle kandidaten”. Verzoeker stelt deze regels niet in vraag en het valt de Raad van State niet toe in de beoordeling van een decreet te treden.
  22. Waarom de redenering en motivering van de beroepscommissie niet ook zouden opgaan voor dysorthografie, maakt verzoeker evenmin aannemelijk. Dat de beroepscommissie niet uitdrukkelijk de dysorthografie in de bestreden beslissing vermeldt, klopt. Dit neemt niet weg – zo lijkt – dat er alvast met de verwijzing naar het toegelaten gebruik van een woordenboek en een spellingcheck (schriftelijk) en de loutere beoordeling van “spreken en gesprekken voeren” (mondeling) op is geantwoord. IX-10.155-11/13
  23. Op het eerste gezicht kan de beroepscommissie bezwaarlijk worden verweten niet te hebben geantwoord op een verklaring van een logopediste die ná de mededeling van de bestreden beslissing pas werd opgesteld. Voorts lijkt die verklaring te refereren aan wenselijke ondersteunende maatregelen tijdens het examen, die precies zijn wat verzoeker vroeg en kreeg: “extra tijd”, “compenserende software zodat de vragen voorgelezen worden en er spellingcontrole mogelijk is” en “spreiding van de examens”. Op grond van welke rechtsregel de examencommissie of de beroepscommissie bij de verbetering bijkomend rekening moet houden met de genoemde functiebeperkingen, verduidelijkt verzoeker in de huidige stand van de procedure niet.
  24. De kritiek dat verzoeker onmogelijk de op 27 oktober 2022 meegedeelde feedback kon betrekken in zijn bezwaarschrift dat van 20 oktober 2022 dateert, lijkt dan weer zonder relevantie. Verzoeker laat immers op het eerste gezicht na thans voor de Raad van State duidelijk te maken wat hij dan precies die feedback verwijt.
  25. Tot slot, dient prima facie vastgesteld dat verzoeker aan de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel geen andere invulling geeft dan aan de eerder besproken schending van de motiveringsplicht. De vaststelling dat verzoeker van die schending op het eerste gezicht niet kan overtuigen, lijkt ook in te houden dat van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel geen sprake is.
  26. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker vooralsnog niet de schending van de in het middel aangevoerde bepalingen en beginselen heeft aangetoond. Het enige middel is dan ook niet ernstig. IX-10.155-12/13
  27. Die vaststelling leidt ertoe dat de beide vorderingen verworpen moeten worden. BESLISSING
  28. De Raad van State verwerpt de vorderingen.
  29. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en tot het bevelen van voorlopige maatregelen, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig november tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.155-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.101 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.